|
nr. 120 sep 2004 |
Solidariteit
Recht en arbeid - over de afloop van een paar zakenDe rechter heeft het niet alleen voor het zeggen De eerste aflevering in de serie Recht en arbeid verscheen tien jaar geleden, oktober 1994. In de meeste stukjes stond niet veel over de afloop. Het was eigenlijk steeds een momentopname. In deze laatste aflevering een terugblik op een paar zaken.
Om te beginnen de vijf Polen die zes maanden loon volgens de cao eisten, omdat een uitzendbureau hen had onderbetaald (nummer 116, december 2003). De vordering was gebaseerd op artikel 23 van de Wet Arbeid Vreemdelingen. Een dergelijke vordering is alleen mogelijk, indien de werkgever geen deugdelijke loonadministratie kan tonen. Gevormde beeldHet uitzendbureau slaagde er in zo'n administratie' te laten zien. Alle loonstroken kenden weliswaar dezelfde datum - een paar dagen voor de zitting uitgedraaid - maar toch. De constructie via dat artikel 23 kon dus niet. Er was nog een weg. In het Burgerlijk Wetboek staat dat de uitzendorganisatie de arbeidsovereenkomst met de werknemer kan beëindigen, indien het inlenende bedrijf geen gebruik meer wil maken van de ingeleende werknemers. Echter, alleen bij een schriftelijke overeenkomst. Vanzelfsprekend was er niets schriftelijks vastgelegd. En zo konden we loon vorderen, omdat de arbeidsovereenkomst nog steeds gold. Ook nog op het moment dat de vijf Polen allang waren afgedankt, omdat ze via een advocaat hun recht wilden halen. Het was een leuke zitting. Ik begin dan natuurlijk met een excuus voor de 'verandering van grondslag'. Zo vlak voor een zitting hoort dat niet, maar de kantonrechter zag ook wel dat de hele zaak stonk en dat deze weg een aardige manier was om de vijf sympathieke, zeer uitgebuite Polen een beetje recht te doen. Op de zitting hoefde ik niet meer het woord te voeren, de tegenstanders leken zo sprekend op de Soprano's dat een tekst overbodig was. Zo'n zaak wordt verder op de gang geregeld. De kantonrechter laat blijken wat hij er van vindt en biedt partijen de mogelijkheid tot een schikking te komen. In dit geval werd dat vijfduizend euro elk, overigens met de voorwaarde dat ik geen lelijke dingen over het uitzendbureau of inlenende bedrijf mocht zeggen. Daar heb ik me aan gehouden, ik zeg namelijk niet hoe de boekhouder heet die zo heel erg leek op de hoofdfiguur uit de televisieserie de Soprano's. Omdat ik de tegenstanders niet vertrouwde, heb ik nog wel beslag laten leggen bij het inlenende bedrijf. Het geld is uiteindelijk keurig gestort. De dwingendheid van het gevormde beeld was een voldoende onderbouwing van het niet bijster sterke juridische betoog. DossiervormingIn nummer 109 (september 2002) komen we meneer Oztemir tegen. Hij heeft te maken met een veelvoorkomend probleem. Omdat beslissingen over de WAO vaak niet op tijd zijn, krijgen mensen voorschotten toegekend. Als achteraf blijkt dat de WAO niet terecht is genoten, dan moeten die voorschotten worden terugbetaald. Een recht op WW bestaat alleen als ook een beschikbaarheid blijkt, de wekelijkse sollicitatie is gedaan. Een recht op bijstand bestaat pas vanaf moment van de aanvraag. Een voorschot is inkomen, dus er is geen recht op bijstand. Als mensen denken dat ze een recht op WAO hebben, dan vragen ze geen bijstand aan. En als ze menen een arbeidsongeschiktheidsuitkering te hebben, dan wordt in de regel niet voldaan aan de eis iedere week te solliciteren. Om de vordering van twee jaar WAO voorschot te voorkomen, meer dan 35.000 euro, ben ik zowat alle mogelijke procedures gestart die denkbaar zijn. Een beetje tegen beter weten in, omdat het juridisch gezien potdicht zat. In deze zaak ben ik heel wat keren afgegaan, maar het liep uiteindelijk anders, omdat het om dossiervorming gaat en niet om rechtsregels. Een UWV weet er op een gegeven moment ook geen raad meer mee. Vijf kantoren werden gepasseerd. Rijswijk, Apeldoorn, Haarlem, Zeist en team Enschede keken er naar. Vervolgens raakte het dossier zo uit elkaar gespeeld dat behalve de rechtshulpverlener, die het dossier in zijn kast op alfabet heeft hangen en alle zaken keurig een eigen nummer heeft meegegeven, niemand nog wist hoe de hele zaak in elkaar zat. En zo kwam het dat op een geven moment van de vestiging te Apeldoorn een tweeregelig briefje in de bus lag met het bericht dat de WW met terugwerkende kracht was toegekend. Toen hoefde ik dat briefje alleen nog maar door te sturen naar de afdeling te Enschede met de mededeling dat de WAO voorschotten hiermee verrekend konden worden. Vervolgens kon ik de afdeling te Zeist laten weten dat de procedures werden ingetrokken die nog bij de rechtbank en Centrale Raad liepen. Ik heb geen poging gedaan dit aan mijn cliënt uit te leggen. Het ging in deze zaak niet over recht, maar over het zodanig verspreiden van het dossier dat het op een gegeven moment zo in ongerede raakt dat er wel iets moois uit moet komen. De rechtshulpverlener kan namelijk niet meer gemotiveerd tegengesproken worden. RisicoIn nummer 87 (december 1998) ging het over zestien werknemers van Spaanse achtergrond die bij de Hoogovens waren ontslagen. Ze kregen het verwijt een passend aanbod bij een andere werkgever afgewezen te hebben en halsstarrig hun baan te willen vasthouden. Als gevolg daarvan ontvingen ze geen WW en werd voor degenen die in de bijstand kwamen een maand uitkering gekort. Deze zaak had een voorgeschiedenis, inclusief mijn betrokkenheid, die in eerdere nummers al uiteengezet was. Eén moment zal ik niet vergeten. Mij werd gevraagd de betreffende arbeidszaak te doen. Ik weigerde dat, omdat het risico te groot was en er niks anders op zat dan accepteren. Ondertussen waren mensen te rade gegaan bij de bekende advocaat Moscovic. Op dat kantoor werkte iemand die wel wilde procederen. Die persoon vroeg meteen ook per werknemer tussen de 200.000 en 300.000 gulden schadevergoeding aan Hoogovens. Wegens van alles en nog wat. Ik vond dat toen een erg slecht advies. Achteraf denk ik dat het wel meeviel. Maar waar die collega geen rekening mee hield, was de vraag wat er met de Spaanse - oudere - werknemers zou gebeuren als de procedure werd verloren. Als je dat meerekent, dan moet het advies zijn: 'neem het risico niet'. Na de verloren procedure bij de kantonrechter werd weer bij mij aangeklopt. Het tarief van Moscovic was niet meer op te brengen. Na enige twijfel ben ik toch aan de slag gegaan. Eén van de zestien had inmiddels een einde aan zijn leven gemaakt en een ander was aan een hartverlamming bezweken. Onder die omstandigheden deed mijn eigen frustratie er wat minder toe en moest ik er maar het beste van zien te maken. HavenpoolVanaf nummer 90 (mei 1999) is vaak en veel geschreven over de zaak van de Amsterdamse havenpool. De reden was natuurlijk dat de vakbond als werkgever optrad en alleen al om die reden het gevecht tegen het ontslag in Solidariteit thuishoorde. De erkende juridische rechten konden niet worden afgedwongen, omdat het economisch niet goed ging in de haven. Daarom kon wat in de rechtszaal werd gewonnen, niet omgezet worden in materiële winst. De uitkomst in deze zaak, besproken in nummer 102 (juli 2001), blijft onverteerbaar. En daarna maakte onze directe tegenstander er zo'n bende van dat er helemaal niets meer te winnen viel, omdat de doorgestarte havenpool al weer failliet was. Maar het ergste was wel het door de kantonrechter in zijn beoordeling gebruikte criterium. Hij trok de conclusie dat het gegeven ontslag niet ondoelmatig was. Daar kunnen we hem best gelijk in geven. Maar als dat het criterium is, dan wordt ieder zoeken naar rechtvaardigheid binnen het burgerlijke recht zinledig. Als deze uitspraak iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat rechtsvinding in deze klassenmaatschappij niet gezien moet worden als het rustige bezit van de rechtelijke macht. Maar dat betekent beslist niet dat de oud-havenarbeiders ten onrechte de strijd hebben aangebonden en niets te zoeken hadden in de rechtszaal. Hoewel de kantonrechter had moet zwijgen over doelmatigheid en moeten spreken over onrechtmatigheid, konden in de marge van de langlopende zaak andere kwesties met succes aangepakt worden. De regelmatige bijeenkomsten gaven de mogelijkheid dat in de sfeer van schadeclaims wegens ongevallen en bij problemen over de WAO en WW, zaken winbaar werden die in een andere situatie niet onder de ogen van een rechtshulpverlener waren gekomen. Bovendien, en dat is een waarde op zich, er is samen geknokt en veel meegemaakt, mooie en slechte momenten, waaraan zelfrespect en plezier kon worden ontleend. RechtshulpverlenerTot slot nog een paar opmerkingen. Recht in deze burgerlijke maatschappij is te gecompliceerd om het in een eendimensionale opvatting te kunnen vatten. Zeker, het is per definitie burgerlijk recht, dus iets anders dan burgerlijke normen moeten we er niet van verlangen. Maar recht legt niet alleen de burgerlijke verhoudingen vast, het kan alleen bestaan als het ook het forum blijft waar 'recht' kan worden gevonden. Althans, waarvan mensen menen dat het daar kan worden gevonden, opdat zij niet allen voor eigen rechter gaan spelen. Bovendien bestaat binnen de context van burgerlijk ideaal (gelijkheid, vrijheid) en burgerlijke uitbuitingsverhouding, ook nog het spel zelf. Het juridische forum kent zijn eigen regels en eigenaardigheden. En niet in de laatste plaats is er dan nog de rechtshulpverlener. Van die laatste heb ik geprobeerd iets te laten zien. De politiek-sociale opvatting van de rechtshulpverlener bepaalt mede de uiteindelijke uitkomst. Wie een advocaat nodig heeft, weet mij te vinden. Voor de lezer van Solidariteit heb ik altijd tijd. Pim Fischer
|