nr. 109
sep 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Recht en Arbeid - de traagheid van de bureaucratie

De heer Oztemir wordt gepakt zonder een fout te maken

Een berichtje in de kranten: "Het loopt niet echt lekker met de UWV". Dat staat voor Uitvoering Werknemersverzekeringen, voorheen Uitvoeringsinstellingen (UVI). Administratiekantoren die de werknemersverzekeringen verzorg(d)en. Sinds 1 januari 2002 zijn Uitvoeringsinstellingen als Cadans, Gak en Bouwnijverheid samengegaan in het instituut Uitvoering Werknemersverzekeringen. Plaatselijk wordt er meestal samengewerkt met het Centrum voor Werk en Inkomen en de Gemeentelijke Sociale Dienst. "Er zijn wat werkachterstanden", kunnen we verder lezen. Over de slachtoffers van de traagheid van de bureaucratie geen woord.

Op 14 april 1998 overkwam de heer Oztemir een bedrijfsongeval. Hij werkte als schoonmaker bij de Hoogovens, thans Corus. Het bedrijf heeft dit werk uitbesteed en na in dienst te zijn geweest van CSU, Van Heusden en nog wat firma's komt de heer Oztemir tijdens zijn werk ten val en raakt arbeidsongeschikt. Veel ander werk dan schoonmaken heeft de firma niet en dus lukt een reïntegratie niet. Na het eerste ziektejaar volgt een keuring voor de WAO. Maar er zijn achterstanden en om die reden beslist dat voorschotten worden verstrekt op de nog toe te kennen WAO.

Betalingsprobleem

Die voorschotten worden vanaf 10 mei 1999 uitgekeerd. Daarbij wordt uitgegaan van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100 procent. Op 28 september 2001 komt dan eindelijk de beslissing, Daarin stelt Cadans dat de heer Oztemir met ingang van 10 mei 1999 recht heeft op een WAO-uitkering berekend op basis van een percentage van 15-25 procent.

Ook na bezwaar aangetekend te hebben, blijft dit standpunt gehandhaafd. UWV is inmiddels opgericht en bevestigt op 26 augustus 2002 de conclusie van Cadans.

Het gevolg van deze beslissing is dat de heer Oztemir gedurende twee jaar te veel WAO-uitkering heeft ontvangen. Dat kon hij ook weten - is de redenering - hij had immers slechts voorschotten ontvangen. En die moeten worden terugbetaald. Nu is de heer Oztemir geen vermogend man, ook was zijn uitkering geen extraatje dat hij ergens heeft weggezet. Dus is er een betalingsprobleem.

Geen WW, geen bijstand

De heer Oztemir heeft een aanzienlijk arbeidsverleden en zou recht hebben gehad op een uitkering krachtens de WW. Of het nu WW of WAO is, maakt per saldo niet zoveel uit. Beide komen uit op 70 procent van het laatst verdiende loon.

De rechtshulpverlener vraagt direct WW aan als hij de WAO beslissing van Cadans op 28 september 2001 ziet. Alleen, dat gebeurt pas nadat duidelijk is geworden dat er een probleem is. Aangezien de heer Oztemir meende dat hij arbeidsongeschikt was en hij daarom een WAO-uitkering ontving, heeft hij niet voldaan aan een aantal verplichtingen die in het kader van de WW worden opgelegd. Zoals iedere week solliciteren en iedere vier weken een formulier invullen. Dus heeft de heer Oztemir geen recht op WW vanaf 10 mei 1999 (begin voorschotten). De reden is, bureaucratisch gezien, heel simpel, hij heeft de WW te laat aangevraagd. Het recht op WW ontstaat pas op 28 september 2001 (dag WAO beslissing).

Omdat er een vangnet moet zijn, heeft de rechtshulpverlener van de heer Oztemir ook een bijstandsuitkering aangevraagd. Maar daar wordt de aanvraagdatum als begin gehanteerd. Bijstand met terugwerkende kracht verstrekken, is niet mogelijk. Dit betekent dat de heer Oztemir over het tijdvak tussen 10 mei 1999 en 28 september 2001 geen bijstand ontvangt als aanvulling op de WAO-uitkering.

Tien procedures

Inmiddels hebben de heer Oztemir en zijn rechtshulpverlener tien procedures lopen.

Tegen UWV, met het doel de WW met ingang van 10 mei 1999 uit te keren. Tegen de gemeente om bijstand toe te kennen met ingang van 10 mei 1999. Tegen UWV, met het verzoek af te zien van de terugvordering. Tegen de inhouding op de WW, aangezien in de tussentijd een WW is toegekend vanaf 28 september 2001. En als vijfde, daar ging het allemaal om, een procedure tegen de beslissing van UWV (eerst Cadans) om het arbeidsongeschiktheidspercentage vast te stellen op 15-25 procent.

Dat zijn vijf bezwaarprocedures, gevolgd door vijf keer beroep en wellicht ook nog een hoger beroep.

We vechten voor wat we waard zijn en ondertussen begrijpen de heer Oztemir en zijn vrouw er helemaal niets meer van. Wat heeft hij fout gedaan?

Met de werkgelegenheid op de afdeling 'bewaar en beroep' zit het overigens wel goed.

Pim Fischer

Zie ook: Persbericht Solidariteit, juli 2003