Reacties op commentaar 502, 31 december 2023
Geen eenduidig antwoord
Sjaak van der Velden
De bits en bytes in Commentaar 502 van oudejaarsdag waren nog niet goed herschikt of mijn bewering dat de vakbeweging al jaren aan het afkalven is, leek te worden gelogenstraft. Nieuwssite NU.nl kwam twee weken later namelijk met een ronkende kop Vakbonden maken opmars: tienduizenden nieuwe leden vanwege hoge inflatie en uitspraken van woordvoerders van FNV, CNV en De Unie bevestigden deze groei.
Nou wil ik niet vervelend doen, maar ook in eerdere jaren konden we dergelijke optimistische berichten lezen, zoals in 2022. Later bleek dit positieve nieuws niet te worden bevestigd door de cijfers die het CBS publiceerde. Nog eind oktober 2023 liet deze organisatie immers iets heel anders horen: 63 duizend minder mensen lid van een vakbond. Het kan natuurlijk zo zijn dat de jarenlange trend is gekeerd. Maar het kan ook een tijdelijke kentering zijn, want dat is wel vaker gebeurd.
Langjarige ontwikkeling
Een trend kan ups en downs kennen, maar dat doet niets af aan de langjarige ontwikkeling. Gezien eerdere, niet doorzettende tijdelijke oplevingen, ga ik er voorlopig vanuit dat dit ook nu het geval is. Vooropgesteld dat het bericht van NU.nl uiteindelijk wordt bevestigd en er netto inderdaad tienduizenden leden bij zijn gekomen.
Van enkele lezers van mijn commentaar ontving ik inhoudelijke reacties. Eén stelt voor om nog meer scherpe randjes van het kapitalisme af te schaven, bijvoorbeeld door invoering van een basisinkomen. Deze interessante gedachte houdt mij ook al langer bezig, want mijn adagium Dur mot gewerruk worre is er misschien wel één uit een al te oude doos. Zelfs in de negentiende eeuw waren er al voorlopers van het idee dat werken geen plicht hoeft te zijn, zoals Paul Lafargue, de schoonzoon van Karl Marx, in zijn Het Recht op Luiheid al betoogde. Maar of dat de vakbeweging zal redden? Want dat is de vraag die ik stel.

Foto: Rob Brouwer.
Democratie
Twee andere reageerders en iemand die me een persoonlijke email stuurde, benaderen de zaak heel anders. Met een beetje Marx voor Dummies-achtige teksten wijzen ze erop dat ik de relatie kapitalisme en vakbeweging onbesproken laat waardoor essentiële ontwikkelingen en perspectieven buiten beeld blijven. Jan Ilsink en Cor Minnaard betogen dat de vakbond bestaansrecht heeft zolang het kapitalisme bestaat en wijzen erop dat vakbondsdemocratie en vakbondsmacht in de vorm van bijvoorbeeld stakingen van belang zijn voor een gezonde vakbeweging. De huidige FNV noemen zij in dit verband een misbaksel, een kwalificatie die gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren wel wat waarheid bevat.
We mogen echter niet vergeten dat dit misbaksel is ontstaan als reactie op het feit dat het niet goed ging. Vergeet ook niet dat de daling van de organisatiegraad al vele tientallen jaren aan de gang is, zoals ik in Commentaar 502 liet zien.
Ook interessant is het feit dat de succesvolste Nederlandse vakbond, de diamantbewerkers bond en het vroege NVV, nou juist werden gekenmerkt door een niet-democratische structuur. Henri Polak, de medeoprichter van beide clubs beschreef dat overduidelijk in De vakvereeniging. Een beknopte beschouwing van haar wezen en geschiedenis. Het bestuur was volgens hem de baas en op hare leden moet zij onder alle omstandigheden kunnen vertrouwen. Zij moet er zeker van zijn, dat hare besluiten, eventueel die van hare besturende colleges, stiptelijk nageleefd worden. Bovendien moet zij beschikken over ruime geldmiddelen en tenslotte behoort de leiding toevertrouwd te zijn aan bezoldigde bestuurders, die aldus al hun tijd, kennis en kracht aan de organisatie, haar inwendig beheer en haar optreden naar buiten kunnen wijden. De radicale vakbondsbestuurder Van Emmenes verweet Polak in reactie hierop dat dit ideeën waren die de tsaar van Rusland ook huldigde. Maar succesvol waren die ondemocratische principes wel.
Mijn opmerkingen zijn overigens geen pleidooi tegen democratie in de arbeidersbeweging, maar we kunnen ons wel afvragen of een organisatievorm die in zijn minst democratische periode juist het succesvolste was in die vorm nog bestaansrecht heeft. De weglopende leden lijken daar anders over te denken.
Niet concreet
Ter geruststelling van Ab de Wildt die zich zorgen maakt over linkse mensen en dan vooral sneert naar wetenschappers en politici die het contact met de arbeiders volgens hem zijn verloren, kan ik mededelen dat de teloorgang van een sterke vakbeweging in Nederland en vele andere landen me aan het hart gaat. Bij het nadenken over wat er aan de hand is, lijkt het me echter wijs om buiten de gebaande paden te treden, want blijven tamboereren op de oude aanpak heeft vooralsnog niets opgeleverd. Het doet me te veel denken aan die keer na een verkiezingsnederlaag van de SP, toen ten overstaan van het voltallige personeel een oudgediende tevoorschijn werd gehaald die even kwam vertellen hoe ze het dertig jaar geleden deden en dat die aanpak de enig juiste was.
Er lijkt iets fundamenteels aan de hand te zijn wat niet in het voordeel van de vakbeweging werkt, hoe belangrijk deze ook is geweest voor de verbeteringen die er zijn geweest in het kapitalisme. Dat is wat ik betoog. Natuurlijk zal het kapitalisme zolang het bestaat tegenkrachten oproepen, maar of de vakbeweging zoals we die kennen daar het geëigende voortuig voor is, zoals het 150 jaar geleden wel was, dat is gezien de neergang in ledentallen/organisatiegraad de vraag.
Misschien is de vakbeweging wel zo verbonden met dat kapitalisme van 150 jaar geleden dat ze de nieuwe tijd bijna per definitie niet kan begrijpen? Voorlopig heb ik daar geen eenduidig antwoord op en ook Jan Ilsink, Cor Minnaard en Ab de Wildt laten niet zien hoe het anders kan. Concreet worden ze althans niet.