De vakbeweging is stil
Pensioenwet opnieuw ter discussie (1)
Emiel Stolp
Iets dat te verwachten viel, gebeurt ook. De uitvoering van de Wet Toekomst Pensioenen loopt tegen erg veel problemen aan. De euforie over de wet, gepresenteerd als een noodzakelijke verbetering van de voorganger, blijkt uit te lopen op een fiasco. Er zit een aantal ontwerpfouten in de wet die de invoering bemoeilijken, maar met een 'reparatiewet' oplosbaar zijn. De wet als geheel is echter een constructie die haar doel volledig voorbijschiet.
Toelichting begrippen
Een paar begrippen behoeven enige toelichting. Als eerste het invaren. De pensioenfondsen beschikken over een geweldig vermogen dat collectief is voor alle deelnemers van een fonds. Dit vermogen moet verdeeld worden over de individuele deelnemers. Dat proces heet invaren en de afzonderlijke fondsen kunnen daar ongeveer vier jaar over doen. Hoe het vermogen verdeeld wordt, hangt sterk af van de rentestand op de overgangsdatum. Voor iemand van 35 jaar betekent 1 procent renteverandering dat het ontvangende bedrag 40 procent hoger of lager uitkomt.
Die individuele potjes worden vervolgens belegd. Dit gaat net als bij commerciële beleggingsfondsen: de individuele potjes worden bij elkaar gevoegd en op de beurs gebracht. Voor de 50-min deelnemers wordt er grotendeels (90 procent of meer) in aandelen belegd, voor de 60-plus deelnemers grotendeels in staatsleningen met lange looptijden.
Beleggingen kunnen mee en tegenvallen. En bij tegenvallers zouden de pensioenen moeten worden verlaagd. Om dat te voorkomen, is er nog een solidariteitsreserve. Hieruit kunnen de uitkeringen tijdelijk aangevuld worden als ze eigenlijk een verlaging vergen.
Pensioen is duur. Om iemand levenslang (=20 jaar) een pensioen van 1.000 euro in de maand uit te kunnen keren, zou 240.000 euro nodig zijn als er in de tussentijd geen beleggingsrendement is. Bij een rentestand van 3 procent is er nog maar 184.000 euro nodig. Het verschil van 56.000 euro is het rendement op het vermogen dat in de twintig jaar nog ontvangen wordt.

Invaren of er Uitgevlogen
Bron: FNV
Indexatie
De partij NSC van Pieter Omtzigt heeft de pensioenwet (WTP) weer op de kaart gezet met het voorstel om het invaren van het bestaande pensioenvermogen te onderwerpen aan een referendum onder de deelnemers. Er wordt meteen geroepen dat dit niet kan, omdat zo'n beslissing veel te ingewikkeld is om aan 'gewone' mensen over te laten. Maar volgens diezelfde WTP mogen de deelnemers wel via een enquête van tien minuten beslissen over de hoofdlijnen van het beleggingsbeleid in het zogenaamde Risico Preferentie Onderzoek.
Dat heeft meteen ook al tot ongelukken geleid. Aan de deelnemers wordt gevraagd of ze pensioenzekerheid willen. Daar wordt natuurlijk 'ja' op geantwoord. Dit zonder de deelnemers te vertellen dat in het kader van de pensioenzekerheid de WTP staat voor beleggingen in staatsleningen die te weinig rendement opleveren om de pensioenen later te kunnen indexeren. Zo heeft het pensioenfonds "Vervoer" er voor gekozen om het geld van de gepensioneerden voor 80 procent in staatsleningen te beleggen. Dit fonds heeft nu een hoge dekkingsgraad, zodat er bij de start van het nieuw systeem ruimhartig uitgedeeld kan worden. Maar in de jaren daarna zal blijken dat met dat beleid de pensioenen niet te indexeren zijn. Het verwachte rendement van staatsleningen ligt onder de inflatie. Dat van aandelen ligt er boven. Met maar 20 procent aandelenbeleggingen is er onvoldoende rendement om te kunnen indexeren.
Compensatie inflatie
Het kernprobleem van de WTP is dat deze wet is geschreven in een tijd van lage rente en lage inflatie en dat het voorkómen van nominale kortingen de belangrijkste doelstelling lijkt te zijn. Zo'n nominale korting is een verlaging van het bedrag dat een gepensioneerde maandelijks op de bankrekening krijgt. Zo'n verlaging van het pensioen kan heel vervelend zijn. Maar het gelijk houden van het pensioen. terwijl de prijzen stijgen, is net zo erg. De afgelopen twee jaar zijn de kosten van levensonderhoud met 15 procent gestegen. En er zijn nog steeds heel wat fondsen die de pensioenen niet hebben verhoogd. Een prijsstijging van 15 procent, terwijl het pensioen niet wordt verhoogd, is veel erger dan 3 procent pensioenverlaging terwijl de prijzen constant blijven zoals in 2013 is gebeurd.
We zijn nu twee jaar na de indiening van de WTP, we hebben een normale rente en een hoge inflatie en nu blijkt al dat deze wet niet voldoet. In de periode van veertig jaar, waarin een deelnemer pensioen opbouwt en twintig jaar waarin hij pensioen geniet, zullen de rente, de beurskoersen en de inflatie voortdurend variëren. Een goed pensioensysteem moet daar tegen kunnen. En bij de lange termijnen van een pensioenregeling is de inflatie het enige probleem dat er echt toe doet. Een beurscrash is doorgaans binnen vijf jaar hersteld. Maar zonder inflatie compensatie is er van de eerste euro betaalde premie aan het einde van de rit minder dan dertig cent over. Zonder compensatie van de inflatie heeft sparen voor pensioen geen zin.
In de WTP draait het om het beschermingsrendement. Volgens de wet is dat het rendement dat nodig is voor een nominaal stabiel pensioen. Dit betekent iedere maand hetzelfde bedrag zonder aanpassingen aan de stijgende prijzen. Dit beschermingsrendement beschermt wel tegen renteveranderingen, maar niet tegen inflatie. Prijscompensatie en inflatiebescherming zijn geen doelstellingen van deze wet.
Vakbonden
Dat de vakbonden akkoord zijn gegaan met een systeem dat gericht is op nominale zekerheid in plaats van koopkrachtbehoud, geeft aan dat ze eigenlijk niet begrijpen hoe het pensioensysteem werkt. Dat blijkt uit meer zaken.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel, zoals dat door FNV voorzitter Tuur Elzinga en minister Carola Schouten werd gepresenteerd, waren er individuele pensioenpotjes met een leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid, ook in de uitkeringsfase. Met als gevolg dat er voor iedere gepensioneerde, afhankelijk van de leeftijd, een andere indexatie zou zijn. Hoe een pensioenfonds moet uitleggen dat de ene gepensioneerde er een paar procent bij krijgt, terwijl het pensioen van een ander tegelijkertijd wordt gekort, ja daar had niemand over nagedacht. Dankzij een amendement van het CDA dat tegen het advies van de minister is aangenomen, is het nu mogelijk om alle gepensioneerden gelijk te behandelen.

een goed pensioen is een kwestie van fatsoen
Bron: FNV
Er wordt ook hoog opgegeven over de solidariteitsreserve. Maar in het oorspronkelijke wetsontwerp was die alleen voor de opbouwfase van de werkenden bedoeld. Op de vraag hoe die toe te passen, was het antwoord van de FNV onderhandelaar Willem Noordman: dat weet ik niet, dat moeten de pensioenfondsen maar uitzoeken. Uiteindelijk kwam de pensioenadviseur "ORTEC-finance" met het idee de reserve te gebruiken om de uitkeringen te stabiliseren. Een goed idee, maar daarvoor moest nog wel de wet aangepast worden. Nu wordt in de meeste regelingen de reserve uitsluitend voor de lopende pensioenen gebruikt en niet meer in de opbouwfase.
Referendum
De wet staat vol met de term evenwichtig. Op dit moment hebben de meeste pensioenfondsen een dekkingsgraad van 120 procent of hoger. Er is dus iets te verdelen. Maar nu blijkt dat, ondanks het gepraat over evenwichtigheid, de wet het mogelijk maakt om deze overdekking zeer ongelijk te verdelen. Volgens de standaard verdeelmethode krijgen de werkenden een meer dan twee maal zo groot aandeel in de overdekking dan de oudere gepensioneerden.
Daarom is een referendum over invaren wel een goed idee. Het dwingt de pensioenfondsen om alle deelnemers eerlijk te behandelen, omdat er anders natuurlijk tegen wordt gestemd. Verder stelt Omtzigt een aantal verbeteringen in de oude pensioenwet voor om er voor te zorgen dat niet invaren ook een reële keuze is.