welkom
extra
Solidariteit

Pensioen - Een kwestie van fatsoen

Pensioendiscussie, het woord aan het Ledenparlement!

Sjarrel Massop

Met heel veel inspanning, onderling goed overleg en tegen de draad in, is het Landelijk Comité Red het Pensioenstelsel (LCR) erin geslaagd de discussie open te breken over het pensioenakkoord van juni 2019 en de uitwerking ervan in juni 2020. Velen hebben zich in de discussie gemengd, toch is het juist het LCR geweest dat alle losse eindjes van het akkoord op tafel wist te krijgen en de informatie doorgaf aan een groeiende achterban. Het belangrijkste is wel dat het comité de rijke schakering aan inzichten, meningen, standpunten aan elkaar verbond en een kritisch geluid in de polder liet doorklinken.

Er dreigde door de stortvloed aan gegevens een verwarring en verzadiging te ontstaan. Maar de tien berichten die het comité verzorgde, heeft ordening kunnen brengen en aanvullende achtergrondinformatie verschaft. We kregen positieve reacties en veel mensen namen het initiatief anderen te benaderen. Dat was nodig en gewenst.

Vijf thema's

Duidelijk werd daardoor dat het akkoord en zijn uitwerking veel mankementen vertoonden en dat zelfs insiders en de mensen van het Ledenparlement van de FNV die er nu over moeten beslissen, matig geïnformeerd bleken. De leden van ons comité realiseerden zich het belang om in de verstrekte informatie een rode draad te ontwikkelen. Zoals vorig jaar beloofd, besloten we zowel het akkoord als de uitwerking te toetsen aan de vier eisen die we twee en een half jaar geleden opgesteld hebben. De eisen gingen over werkverdeling, indexatie, zekerheid en uitsluiting van elke verslechtering.

Wezenlijk was zo veel mogelijk mensen in de discussie te betrekken, de basis van elke vakbondsdemocratie. Daarin speelde de vermaledijde rekenrente een terugkerende rol. In de laatste campagneweek voor 5 juli 2010 hebben we vijf thema's uitgewerkt en daarin conclusies getrokken om tot onze beoordeling te komen van het pensioenakkoord.

1. Indexatie kunnen we wel vergeten

De eerste doelstelling in het pensioenakkoord en de uitwerking daarvan die nu ter beoordeling voorligt, is: Het nieuwe pensioenstelsel moet eerder perspectief bieden op een koopkrachtig pensioen. Deze doelstelling wordt met het nieuwe stelsel echter niet gerealiseerd. Nergens zijn afspraken gemaakt over indexatie en dat zit er de komende 10-15 jaar ook nog niet in.

Terecht is er onvrede over het feit dat de pensioenopbouw van mensen die nog werken en de pensioenuitkeringen al jaren niet meer worden aangepast aan de gestegen prijzen. Door die achterstallige indexatie zijn veel mensen al bijna 20 procent koopkracht kwijt! Daarom werd er naar uit gekeken hoe de uitwerking van het eerste doel uit het pensioenakkoord er uit zou zien. Helaas dus teleurstellend. Veelzeggend is dat in het document Beoordeling doelen pensioenakkoord 2019 het woord indexatie niet eens voorkomt!

Onzekerheid is troef

Een paar citaten uit de Hoofdlijnennotitie: Het uitgangspunt is om het perspectief op een koopkrachtig pensioen te vergroten. Het nieuwe pensioencontract schept geen nominale pensioenverplichtingen voor pensioenuitvoerders. Het is de ambitie om het perspectief op het verhogen van pensioenuitkeringen te vergroten.

Met andere woorden: de slogan voor het nieuwe pensioenstelsel is niet teveel meer beloven. Actuarieel Adviesbureau Confident BV komt op basis van berekeningen voor twee pensioenfondsen (ABP en PMT) tot de conclusie: Bij beide pensioenfondsen wordt de indexatie-ambitie bij lange na niet gehaald. Een koopkrachtverlies van rond de 15 procent in de komende 20 jaar ligt meer voor de hand. Waar ruim 8 miljoen mensen op zitten te wachten is antwoord op de vraag Hoeveel pensioen krijg ik straks per maand? Het nieuwe stelsel beantwoordt die vraag zeker niet! Hooguit wordt de vraag beantwoord: hoeveel wordt het minder.

Conclusie

Het nieuwe pensioenstelsel leidt vooral tot meer onduidelijkheid en onzekerheid. Indexatie zit er voorlopig niet in. Nu duidelijk wordt dat een van de belangrijkste doelstellingen niet gerealiseerd gaat worden, moet dat nieuwe stelsel worden afgewezen.

2. Werk verdelen, eerder stoppen met werken

Er zijn te weinig jongeren om de pensioenen op te brengen. Er komt een grote hoos van ouderen aan. Mensen moeten daarom langer doorwerken. Al geruime tijd is duidelijk dat dit een onzinverhaal is. Toch is het een belangrijk uitgangspunt in het Pensioenakkoord.

Op onze conferentie van mei 2019 trok de inleider Harry Verbon al de conclusie dat er financieel geen enkel probleem is in de toekomst. Dat geldt zowel voor de toekomstige financiering van de AOW als ook voor het aanvullende pensioen. Toch is in het pensioenakkoord de afspraak gemaakt dat de AOW-leeftijd, na tijdelijk bevroren te zijn geweest, weer verder gaat stijgen. Dat is geen goede keuze, zeker niet nu de Coronacrisis ons met de neus op de feiten drukt.

Werk verdelen

Bij elke economische en sociale crisis die aan de Coronacrisis vooraf ging, werd een vorm van herverdeling van het werk toegepast om belangrijke sociale problemen op te lossen. Denk aan de sociale plannen, de Vut, de OBU en het prepensioen. Dat waren riante regelingen om eerder te kunnen stoppen met werken. De herbezetting was niet altijd een succes, maar de gedachte er achter was duidelijk. De statistieken voor het werkzame leven laten zien dat de gemiddelde loopbaan niet langer is dan 35 jaar. Langer doorwerken door ouderen betekent alleen maar een verdere verdringing van de jongeren van de arbeidsmarkt.

De meeste mensen hebben voor het pensioenakkoord gestemd, omdat ze het niet zagen zitten om nog langer door te werken. Door de Coronacrisis is ook duidelijk geworden wat zwaar werk is. De zwaarte van het werk wordt vooral bepaald door de druk die erop komt te staan. Korter werken is daarom ook een oplossing voor de werkdruk die Corona met zich mee bracht.

Intergenerationele solidariteit

Inzet van het Pensioenakkoord en de uitwerking is solidariteit tussen de generaties. Corona heeft aangetoond hoe slecht het in de samenleving gesteld is met vaste banen voor jongeren en hoe jongeren en flexkrachten als eerste hun inkomen kwijt raken. Veel jongeren moeten een flexbaantje erbij nemen als aanvulling op hun studielening.

De samenleving heeft grote behoefte aan de inzet van jonge mensen die de veranderingen, die nodig zijn op zich nemen. Jongeren moeten om een toekomst op te bouwen sociale zekerheid krijgen, zoals een gegarandeerd loon, huisvesting en geen torenhoge schulden. Ouderen zullen als ze eerder stoppen met werken heus niet massaal achter de geraniums gaan zitten. Met de AOW en een redelijk aanvullend pensioen, zullen de meesten zich gaan inzetten voor een betere samenleving.

Conclusie

Het AOW-akkoord van juni 2019 is door Corona achterhaald. De uitwerking ervan heeft geen nieuwe perspectieven geboden en dreigt met pech- en gelukgeneraties. We adviseren het Ledenparlement om op grond hiervan de uitwerking niet te accepteren en de onderhandelaars aan te zetten, de onderhandelingen te heropenen.

3. Zekerheid verder uit het zicht!

Vertrouwen in het nieuwe pensioenstelsel is nog ver te zoeken, vooral omdat er steeds minder zekerheid geboden wordt. Werk wordt steeds onzekerder, pensioenopbouw in het nieuwe premiestelsel leidt ook tot meer onzekerheid. De doorsneesystematiek wordt afgeschaft, dat betekent zagen aan de poten van de solidariteit. Hier zit niemand op te wachten.

Een voorbeeld: onzekere arbeid voor vrouwen.
Veel vrouwen werken in onzekere beroepen of in sectoren waar veel verdringing plaatsvindt. Denk aan de vele schoonmaaksters die lang hebben moeten strijden voor baanzekerheid. Denk aan de vrouwen die werken in de (thuis)zorg, velen zijn op een Alfa- of 0-uren contract gezet, of doen hun eerder betaalde werk nu op 'vrijwillige' basis. Hetzelfde geldt voor bibliotheekmedewerksters die vaak in deeltijd werken. Pas sinds 1996 (!) nemen bibliotheekmedewerkers die minder dan 21 uur per week werken, deel in het pensioenfonds. Niemand van hen beschikt anno 2020 over een volledige pensioenopbouw. De overgang van uitkeringsstelsel naar premiestelsel betekent voor hen een overgang van onvolledig en onzeker naar volledig onzeker!

Opheffen doorsneesystematiek onnodig en duur

Het belangrijkste argument dat door het kabinet is gebruikt voor het afschaffen van de doorsneesystematiek is dat deze systematiek ertoe zou leiden dat jongeren betalen voor de pensioenopbouw van ouderen. Prof. Erik Lutjens, als adviseur ook betrokken bij de uitwerking van het pensioenakkoord, verwees dit argument een aantal jaren geleden al naar de prullenbak: In de doorsneesystematiek bouwen alle werknemers met een zelfde salaris dezelfde pensioenaanspraak per jaar op en dat is onafhankelijk van hun leeftijd. Enige vorm van benadeling van jongeren versus ouderen ontbreekt, net zo min als jongere werknemers oudere werknemers subsidiëren. (http://sociaalblog.simplesite.com/439747248)

Die afschaffing is dus onnodig en ook nog eens duur: tientallen miljarden zijn er nodig om het nadeel dat ontstaat voor veel werknemers in de leeftijd van 35-55 jaar, te compenseren. Helaas is de FNV meegegaan in de opvatting van kabinet en werkgevers dat de werknemers hiervoor zelf moeten opdraaien!
De rubriek Vragen en antwoorden pensioenakkoord (Q&A) van de FNV komt tot de volgende tenenkrommende redenering:
eigenlijk is er een overschot in de pensioenpot ontstaan door het gebruik van de verkeerde rekenrente en door afschaffing van de doorsneesystematiek kan de premie eigenlijk omlaag maar door dat niet te doen ontstaat ook daardoor een overschot. Beide overschotten kunnen worden ingezet om het tekort in de pensioenopbouw van een grote groep werkenden, te dekken.
Dit in plaats van die overschotten te gebruiken voor waarvoor ze waren bedoeld: INDEXATIE!!!

Het nieuwe pensioenstelsel vervangt sociale zekerheid door een onzeker perspectief. Het ledenparlement van de FNV heeft de mogelijkheid om dit tegen te houden.

4. Strijd voor loon en inkomen, vakbondsdemocratie.

De kerntaak van de vakbeweging is strijden voor loon en inkomen. In de concurrentiestrijd staan loonkosten voortdurend onder druk. Verhoging van het minimumloon drukt deze strijd uit. Voor uitvoeren van deze taak is vakbondsmacht noodzakelijk. Alleen met vakbondsmacht is te voorkomen dat geconcurreerd wordt op arbeidsvoorwaarden.

Vakbondsmacht veronderstelt vakbondsdemocratie. Zonder democratische besluitvorming komen leden niet gemotiveerd in actie. Samen worden eisen bepaald waarvoor actie wordt gevoerd. En samen wordt vastgesteld of de eisen zijn bereikt of dat genoegen wordt genomen met een compromis. De vakbondsleiding moet dit proces ondersteunen.

Strijd en onderhandelen

Natuurlijk verloopt niet elke belangenbehartiging via conflict en actie. Er wordt tussen ‘werkgevers’ en ‘werknemers en kabinet‘ afgetast’ en onderhandeld. In Nederland gebeurt dat in ‘de polder’, dat wil zeggen in de Stichting van de Arbeid en de SER. Daar wordt vaak achter gesloten deuren onderhandeld over arbeids- en levensvoorwaarden van de werkende mensen in Nederland. ‘Sociale akkoorden’ zijn hiervan het resultaat.

In de praktijk is invulling geven aan vakbondsdemocratie niet eenvoudig. Toch is dit voorwaarde voor resultaat. Want vakbondsonderhandelaars ontlenen alleen aan een democratisch verkregen mandaat hun positie aan de onderhandelingstafel!

Pensioen, ‘uitgestelde loon’, is een arbeidsvoorwaarde. Inzet voor verbetering of wijziging van pensioenen moet voortkomen uit democratische besluitvorming. Resultaten belanden uiteindelijk op de cao-tafel. Daar wordt de verdeling in het werkgevers- en werknemersdeel van de premie bepaald. De hoogte van de premie wordt afgeleid van het later uit te keren pensioen. De vakbeweging heeft met vakbondsmacht invloed op opbouw en uitkering van dit uitgestelde en gespaarde loon.

Het pensioenakkoord

De totstandkoming en resultaat van de uitwerking van het pensioenakkoord van 2019 tonen het gebrek aan vakbondsdemocratie in de FNV. Werd in mei 2019 zelfs gestaakt voor de vier bekende eisen, na twee weken lag er een akkoord waar geen enkele eis werd ingewilligd. Daarover is niet teruggekoppeld op de actievoerende leden.

Nu, een jaar later: herhaling van zetten. Een jaar lang is onderhandeld over uitwerking van dat akkoord. Daarover werd slechts vertrouwelijk in klankbordgroepen teruggekoppeld. Kader(leden) werden summier ingelicht. Kritiek werd de kop ingedrukt, er was geen ruimte voor discussie.

Conclusie

Er wordt geen invulling gegeven aan vakbondsdemocratie. Zonder serieuze discussie moeten we hieraan niet meewerken, maar vakbondsdemocratie opbouwen.
We adviseren het Ledenparlement op grond hiervan het akkoord en de uitwerking af te wijzen.

5. Waarom is de huidige rekenrente de bron van alle kwaad?

Voor 2007 was 4 procent de vaste rekenrente om de verplichtingen (= wat het pensioenfonds in de komende jaren moet betalen aan pensioenuitkeringen) te berekenen. Die 4 procent was de basis om de pensioenpremies te berekenen.

In 2007 is besloten om de rekenrente te laten fluctueren met de marktrente. Dat was geen probleem, want die marktrente was toen hoger dan die 4 procent en ook de vakbonden zagen dat wel zitten. Niemand van die 'slimme' jongens hield er toen rekening mee dat die marktrente wel eens zou kunnen dalen en ze verzuimden een ondergrens vast te stellen.

Het liep anders

De bankencrisis kwam in 2008 en de marktrente daalde snel. Dat was, omdat de overheden door de Europese Centrale Bank de rentes snel verlaagden. Ze kochten overheidsschulden op. Prima idee van Draghi, maar voor de pensioenfondsen funest. Doordat de rekenrente ver onder 4 procent zakte, stegen de verplichtingen onevenredig. We moeten ons realiseren dat 1 procent lagere rekenrente betekent dat de dekkingsgraad met meer dan 15 procent daalt.

En de huidige rekenrente is ongeveer 0,5 procent, dus vergeleken met de oorspronkelijke 4 procent is dat een verschil van 3,5 procent, dus qua dekkingsgraad een daling van meer dan 50 procent!! Een eenvoudige oplossing was geweest die koppeling van de rekenrente en de marktrente los te koppelen en bijvoorbeeld weer de vaste rekenrente te nemen van 4 procent.
Dan hadden wij NU geen pensioenprobleem gehad. Het vertrouwen van de pensioendeelnemers in hun pensioenfonds zou onverminderd groot gebleven zijn.

Wat ging er fout?

De politiek had niet de wil om die simpele rekenregel aan te passen en de bonden hadden niet het lef om het met vakbondsmacht af te dwingen. In 2018, tien jaar na de bankencrisis, komt Tuur Elzinga, dan portefeuillehouder pensioenen bij de FNV, met een oproep KOMT IN ACTIE VOOR EEN EERLIJK PENSIOEN!. Daarin roept hij de FNV-leden op, om actie te voeren voor een geïndexeerd pensioen en pensioenopbouw. In plaats van te kiezen voor een eenvoudige aanpassing van de rekenrente komt hij in juni 2019 met een pensioenakkoord, dat van alles regelt, zelfs het overboord gooien van ons loongerelateerd pensioenstelsel door met een premiestelsel te komen. Dat hebben de FNV-leden nooit gewild.

Een volledig onnodige pensioenoperatie wordt nu voorgesteld, welke jaren gaat duren, miljarden pensioenvermogens aan transitiekosten vergt en volgens Koolmees zelf, de komende jaren nog geen indexatie gaat opleveren. Een schot met een kanon op een mug!

Conclusie

De voorgestelde uitwerking van het pensioenakkoord is voor het herstel van het vertrouwen van de pensioendeelnemers volstrekt onvoldoende. De FNV moet voluit inzetten op behoud van het huidige, beste pensioenstelsel ter wereld en met alle vakbondskracht de rekenrente problematiek oplossen.

We adviseren het Ledenparlement het akkoord en de uitwerking af te wijzen.


Pamfletten LCR
Thema 1 Indexatie
Thema 2 Werkverdelen
Thema 3 Zekerheid
Thema 4 Vakbondsdemocratie
Thema 5 Rekenrente

S symbool