welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit commentaar 321 5 februari 2017

Veroordeling als veroordeling op zijn plaats is

Klaas Stutje

Met verwondering heb ik het commentaar van Marten Buschman van 22 januari 2017 gelezen. Hij breekt hierin een lans voor de onderbelichte positieve kanten van het Westers imperialisme, en voor de verheven idealen die volgens hem aan de kolonisatie van Indonesië en de wereld ten grondslag hebben gelegen. Omdat zijn stuk voor een belangrijk deel een reactie is op mijn eerder bij Solidariteit verschenen commentaar van 30 oktober 2016 neem ik graag de tijd om een weerwoord te schrijven en enkele zaken verder uit te diepen.

Laat ik beginnen met een samenvatting van de belangrijkste punten van mijn bijdrage '#Spoormustfall'. Daar ging ik in op de recente acties die in Nederland en ver daar buiten worden georganiseerd tegen de verheerlijking van koloniale helden als Cecil Rhodes, Jan Pieterszoon Coen en anderen. Ik merkte op dat het vreemd was dat het veel recentere verleden in Indonesië - de bloedige 'politionele acties' en de opnieuw aangetoonde oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen aldaar - niet in deze protesten wordt meegenomen. Ik eindig mijn pleidooi dan ook met de oproep om ook de verheerlijking van dit verleden op de korrel te nemen.

Lofzangen genoeg

Buschman's belangrijkste bezwaar tegen mijn stuk is dat het geen waardering heeft voor de "positieve kanten van de Westerse hegemonie". Hij verwijt mij en andere 'linkse types' dat we een "ééndimensionale analyse op de geschiedenis loslaten", waarin bijvoorbeeld geen aandacht is voor de verlichtingsidealen die voor een deel ten grondslag lagen aan het imperialistische project.
Ik geef ruiterlijk toe dat mijn stuk geen oog heeft voor de positieve kanten van het Westerse imperialisme. Ik besprak nu juist het verschijnen van twee wetenschappelijke publicaties - Soldaat in Indonesië, 1945-1950 van Gert Oostindie en De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémy Limpach die in niet mis te verstane woorden aantonen dat het geweld van het Nederlandse leger tegen Indonesiërs tussen 1945 en 1949 grootschalig, structureel en buitensporig was. Bovendien werd dit geweld ambtelijk toegedekt door de militaire top, het openbaar ministerie en de regeringen in Batavia en Den Haag.

Oostindie laat soldaten zelf aan het woord die getuigen van massamoorden, systematische martelingen en brandstichting. Het is al met al een schokkend verhaal; een verhaal dat ik graag bredere bekendheid wil geven. Ik zie niet in waarom dat gepaard zou moeten gaan met een begeleidende alinea over de positieve kanten van het Westerse kolonialisme.
Bovendien is er, naar mijn stellige overtuiging, aan positieve geluiden over het koloniale verleden geen gebrek. Het is tegenwoordig populair om de politiek correctheid van 'linkse types' aan te vallen, maar wie het nieuws een beetje bijhoudt weet dat kritiek op het koloniale verleden bepaald niet politiek correct is.
In tegendeel. Het dominante discours spreekt nog altijd met verwondering over de Gouden Eeuw, maakt spectaculaire speelfilms over Michiel de Ruyter en prijst de aloude VOC-mentaliteit. Wie het waagt daar iets tegenin te brengen, wordt digitaal gekruisigd. Ook in wetenschappelijke kringen is het aantal historici dat onderzoek doet naar het wonder van de Gouden Eeuw veel groter dan de groep die het koloniale verleden - al dan niet kritisch - bestudeert. Hoogleraren als Piet Emmer in Leiden houden actief de deksel op de pot als het om een berekening van de winsten uit de slavenhandel gaat. Als Buschman meer wil weten over de positieve kanten van het Westerse imperialisme, verwijs ik hem graag door naar andere historici, websites en televisieprogramma's. Omroep Max heeft, geloof ik, op dit moment een vijfdelige reeks lopen over Indonesië met als titel "Gouden Jaren".

Andere kant Verlichting

Wat betreft die positieve kanten van het koloniale verleden zelf is ook nog wel wat te zeggen. Buschman wijst hierbij met name op de Verlichtingsidealen die veel koloniale denkers en politici koesterden. "De botsing van het bouwen aan een imperium en de Verlichtingsidealen leveren het verhaal op van kolonisatie, technologische ontwikkelingen, pacificatie, democratisering en emancipatie", aldus Buschman.

Het klopt inderdaad dat het zelfbeeld van veel oude kolonialen overliep van goede bedoelingen, net zoals we tegenwoordig landen binnenvallen en platbombarderen om vrede en democratie te brengen. Nog afgezien van de vraag waarom goede bedoelingen en idealen een rechtvaardiging zouden zijn voor verovering, overheersing en ontwrichting, moeten we onderkennen dat racisme, paternalisme en chauvinisme daar een belangrijk onderdeel van uitmaakten.
Om te beginnen met de Verlichting zelf. Die verzamelterm staat niet alleen voor de kracht van de menselijke rede en universele waarden als vrijheid en gelijkheid, maar was als mythe ook een legitimering voor Westerse superioriteitsgevoelens. Diverse mensen, zoals bijvoorbeeld Aimé Césaire in de jaren vijftig al, hebben gewezen op de problematische ideeën van sommige verlichtingsdenkers. Zo kennen we van Voltaire het citaat: "Ik zie ten slotte mensen die ik hoger acht dan negers, zoals de negers boven de apen staan, en zoals de apen boven de oesters en andere dieren van deze soort staan." David Hume schreef: "Ik ben geneigd te vermoeden dat negers, en in het algemeen alle andere mensensoorten, op natuurlijke wijze inferieur zijn aan de blanken." Bij Kant kunnen we lezen: "De negers van Afrika hebben geen intelligentie van de natuur ontvangen dat uitstijgt boven dwaasheid." 1

Zwarte geschiedenis

Waar Buschman schrijft dat Verlichtingsidealen een positieve kant van het koloniale project laten zien, zou ik willen stellen dat de verheven idealen van de Verlichting een directe rechtvaardiging waren om een beschavingsmissie op touw te zetten en gekoloniseerde volkeren de zeggenschap over hun eigen toekomst te ontzeggen. Verlichtingsidealen mogen niet gelden als een vergoelijking van het koloniale project, ze wáren het koloniale project. Henri van Kol levert nog de mooiste illustratie bij de gewelddadige kant van beschavingsidealen, met zijn beroemde bijdrage tijdens het zevende congres van de Tweede Internationale in Stuttgart in 1907. In debat met Kautsky over de houding van socialisten ten aanzien van kolonialisme zei hij: "De inboorlingen kennen geen behoeftes. Ze lopen zonder kleding naakt rond en voeden zich met datgene dat de natuur hun biedt. [] Als wij Europeanen [naar de niet-Westerse] gebieden zouden gaan gewapend slechts met onze werktuigen en machines, zouden wij de weerloze slachtoffers zijn van de inboorlingen. Daarom moeten wij gewapenderhand daarheen gaan, ook als Kautsky dat imperialisme noemt." 2

Gelukkig worden de problematische kanten van het Verlichtingsideaal meer en meer onderkend, en dat komt onder andere door het feit dat de Nederlandse samenleving sinds Buschman de collegebanken verliet van kleur is verschoten. En zo zijn we weer terug waar ik mijn oorspronkelijke artikel aan wijdde. Zwarte groepen beginnen zich nu te roeren en eisen terecht, na een paar generaties Nederlanderschap, serieus genomen te worden. Dat gaat niet alleen over de maatschappij van vandaag de dag, maar ook over onze visie op de geschiedenis.
Het is nu de vraag of wij hen hierin steunen, in deze tijd van Trump, Le Pen en Wilders, of dat we ons liever concentreren op de positieve kanten van het Nederlandse kolonialisme.


1 Op internet zijn nog veel meer citaten te vinden. Zie bijvoorbeeld: www.movementx.org - De Duistere Schaduwen van de Verlichting) (terug)
2 Internationaler Sozialisten-kongreß zu Stuttgart, 18. bis 24. August 1907 (Berlin: Buchhandlung Vorwärts 1907), p. 37. (terug)

Klik hier