welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit – commentaar 320 – 22 januari 2017

Minder eendimensionale, koloniale veroordeling

Marten Buschman

Laat ik beginnen met een herinnering. In mijn eerste studiejaar kwam ik vanwege een lange avond iets te laat op het eerstejaars werkcollege culturele antropologie. Ze hadden het over het Japanse imperialisme of zoiets. Het precieze onderwerp is me ontschoten, wel dat de meeste studenten het steeds hadden over de slechte westerse invloed van het imperialisme. Dat werd me toch te gortig.

Daarna zei ik zoiets van dat er ook een positieve invloed van het westen uitging en gaat, namelijk die van de Verlichtingsidealen. Te zien als twee kanten van de westerse expansie. En omdat die bijdrage genoeg was voor die dag, kon ik weer verder terugzakken in gedommel. Het is me wel altijd bijgebleven. Ik dacht toen nog dat die beide zijden tegenstrijdig waren, maar dat is te veel gedacht vanuit het heden.

Westerse bakermat

In die tijd was ik erg beïnvloed door de historicus Jan Romein die, met zijn stelling dat West-Europa afweek van het Algemeen Menselijk Patroon, een mooie en eenvoudige kijk op de wereldgeschiedenis doceerde. Die kijk bleek toch wel simplistisch en ook geënt op het concept van de stagnerende 'oosterse productiewijze' van Marx. Ook dat bleek niet opgewassen tegen de historische kritiek. Feit bleef wel dat het westen de bakermat is van de maatschappij zoals we die nu kennen als kapitalisme of welke andere term we maar gebruiken.
In het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis van 2015 (jaargang 12, 2) zijn historici van allerlei soorten en maten het met elkaar oneens over welke oorzaken de Hollandse Republiek, Noordwest Frankrijk en Engeland zo omhoog stootten in de wereld dat zij en hun opvolgers imperia en de hegemoniale macht in de wereld konden vormen.

De studieherinnering kwam de laatste tijd terug bij artikelen over de koloniale kwestie, zo ook het commentaar “#Spoormustfall” van Klaas Stutje in Solidariteit van 30 oktober 2016. Geen enkele waardering voor de positieve kant van de westerse hegemonie Bijvoorbeeld dat we in een tijd leven - ondanks de huidige kleine terugslag - zonder weerga: laagste moordcijfers, langdurige vrede, geen oorlog tussen democratische staten, democratie breidt zich maar uit, zelfontplooiing en op veel plekken rechten voor vrouwen en minderheden. Dat er nog veel te verbeteren valt lijkt mij eveneens een feit.

Onterechte veroordeling

Stutje heeft het over de verwerpelijke verheerlijking van het kolonialisme. Vooral zijn negatieve waardering die ook Nederland treft, liegt er niet om met termen als “(institutioneel) racisme, sociale achterstelling en ondervertegenwoordiging van culturele minderheden in de media, op universiteiten en in de politiek”. Dat negativisme: dat was vroeger wel anders. Nederlanders waren trots op het Hollandse Koloniale Rijk. Tot ver in de twintigste eeuw. De gedenktekens opgericht voor de vele bouwers aan onze koloniën getuigen daarvan.
Vanaf de publicatie van Multatuli's “Max Havelaar of de koffieveilingen van de Nederlandsche Handelsmaatschappij” in 1860 zien we een kritische houding ontstaan tegenover de koloniale uitbuiting van de Javaanse medemens. Het eindpunt daarvan is dat Minister-president Balkenende in 2006 weggehoond werd, toen hij de Nederlanders opriep - als vroeger - een VOC-mentaliteit uit te stralen. Hij beschouwde de ondernemingslust van de eerste VOC-deelnemers en handelaren als voorbeeld voor het huidige Nederland. Balkenende zei tien jaar later dat hij het volgende bedoelde: “Voor de wil om het beste uit jezelf te halen, de beste willen zijn. Voor samenwerking, over de grenzen heen kijken. En voor risico's nemen. Die spirit, die hield mij bezig. En daar geloof ik nog steeds in.” (Brabants Dagblad, 30 oktober 2016)

Volgens mij zijn we in die veroordeling van Nederland te eendimensionaal geworden. Wij? Wie zijn dat? Ik zie linkse types die een ééndimensionale (linkse hobby?) analyse op de geschiedenis loslaten. Dat komt ook, doordat rechtse types het belangrijke werk van al die Hollanders in de Oost benadrukten als: 'daar werd iets groot verricht' en geen oog hadden voor de gewelddadige kant van de koloniale onderneming.
Die gewelddadigheid wordt door de linkse intelligentsia als de norm beschouwd om het Westen te veroordelen. En dat lijkt me zeer onterecht. Want welke samenleving was niet gewelddadig? Een retorische vraag natuurlijk, waar ik geen antwoord op hoef. Het Westen is uitzonderlijk vanwege die vreemde ontwikkeling die Verlichting heet. En hoe dat komt, geen flauw idee! Nou ja, ik denk dat de uitvinding van de boekdrukkunst veel verklaart. De botsing van het bouwen aan een imperium en de Verlichtingsidealen leveren het verhaal op van kolonisatie, technologische ontwikkelingen, pacificatie, democratisering en emancipatie. Onderzoek naar deze samenhang is uiteraard van groot belang, ook in het geval van de politionele acties in het kader van het dekolonisatieproces uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Dus ook de excessen van beide kanten.

Twee kanten

Het is wellicht aardig om terug te grijpen op twee belangrijke, vaak veronachtzaamde werken van Henricus Hubertus van Kol: “Land en Volk van Java” uit 1896, maar al voor 1894 opgezet, en “Uit Onze Koloniën” van 1903. Het zijn boeken die vanuit een paternalistische kijk zowel de oordelen van de negentiende-eeuwse westerse mens laat zien als de wenselijke, toekomstige emancipatie en zelfstandigheid van de Javaan als ideaal noemt. Beide kanten van de koloniale onderneming worden verbonden, soms naar de herinnering van Troelstra wat te gemakkelijk. De ene keer zei Van Kol: “De regeering heeft voor de inlanders niets gedaan.” En een andere keer dankte hij de regering voor het vele dat zij voor de inlanders tot stand had gebracht.

Van Kol was een kleine tien jaar voor de publicatie van de Max Havelaar geboren en is overleden toen de bovengeschetste ontwikkeling nog slechts halverwege was. Nederland was in 1925 nog een koloniaal imperium, maar de barsten - die in 1949 leidden tot de onafhankelijkheid van Nederlands Indië - waren al te duidelijk. Van Kol begint zijn “Uit Onze Koloniën” niet met 'daar werd iets groot verricht', maar fraai met “Er is daar ginds wat groots en edels te verrichten”. Daarmee óók kijkend naar de positieve kanten van de westerse hegemonie. Dat zouden meer historici kunnen doen.

Klik hier