welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - commentaar 188-1 - 1 januari 2012

Voor een democratische en strijdbare 'Nieuwe Vakbeweging'!

Rob Lubbersen

De aankondiging van de vorming van een Nieuwe Vakbeweging (NV) maakt tongen en pennen los. Prima! In de Commentaren 187 (1 en 2) van Solidariteit zijn door Hans Boot en Joop Zinsmeister reeds de nodige kritische noten gekraakt. De titels van hun bijdragen, respectievelijk "De NV heeft haar naam niet mee"en "Wankele basis Nieuwe Vakbeweging", geven dat duidelijk aan. In deze discussiebijdrage ligt het accent vooral op de mogelijkheden die de ''operatie NV'' aan vakbondsactivisten biedt.

Op 3 december 2011 hebben de negentien bij de FNV aangesloten vakbonden in Dalfsen besloten zich te gaan verenigen in een Nieuwe Vakbeweging (NV). Het is heel begrijpelijk om daarop met enige argwaan te reageren. Een aantal direct betrokkenen bij dit besluit wekt op het eerste gezicht niet veel vertrouwen. Zo werd de aankondiging van de gewenste geboorte van de NV gedaan door twee politici. En deze heren, Wijffels (CDA) en Noten (PvdA) waren we nog niet eerder tegengekomen als 'kampioenen van het vakbondswerk'. Verder werd aangekondigd dat Jetta Klijnsma zou worden gevraagd de totstandbrenging van de NV te begeleiden. En nou is Jetta een bevlogen sociaal persoon, maar ook degene die zo'n beetje in haar eentje de PvdA achter de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar heeft geleid.
Daarenboven is het besluit in Dalfsen genomen door de huidige voorzitters van de bestaande bonden. Bij uitstek vertegenwoordigers van de Ouwe Vakbeweging, zullen we maar zeggen. Voeg daarbij dat over enkele actuele onderwerpen - pensioenleeftijd, ontslagrecht, bezuinigingen - niets werd gezegd en enige scepsis lijkt meer dan gerechtvaardigd. Toch is er ook, misschien wel juist, reden tot wat meer enthousiasme! Er komen nu immers hoe dan ook kansen voor het realiseren van een meer democratische en strijdbare vakbeweging.

Noodzaak

Dat er iets moet gebeuren met de FNV wordt door vrijwel niemand ontkend. Er zijn dringende redenen voor. Stagnerende ledenaantallen, verlies aan slagkracht, onvermogen om jongeren te binden, onvoldoende zeggenschap van de gewone leden. Het zijn zaken die ook binnen de FNV al eerder zijn geconstateerd. Op het vierjaarlijkse FNV-congres in 2009 schaarde zich reeds een meerderheid van de afgevaardigden achter een motie om te werken naar één ongedeelde vakbeweging. Aan die wens gaat nu concreet uitvoering worden gegeven. Het besluit van Dalfsen komt dus niet uit de lucht vallen. Dat besluit stoelt op een in de FNV breed gevoelde en uitgesproken behoefte aan vernieuwing. Het schept mogelijkheden om te komen tot een verbetering van de aanpak en de werkwijze van de bond met en voor 1,4 miljoen leden. Er komt ruimte om te sleutelen aan inhoud en vorm, aan doelstellingen, methoden en structuren. Het grote punt is nu: hoe doen we dat en wie bepaalt wat?

Van onderop

Als het gaat om de meest prominente ambities voor de Nieuwe Vakbeweging, dan komen twee begrippen sterk naar voren: 'van onderop' en 'de werkvloer'.
Over dat 'van onderop' heeft de waarnemend voorzitter van de Abvakabo FNV, Corrie van Brenk, gezegd: "Wij hebben deze stap gezet, omdat we nauwer willen samenwerken met de leden. We willen niet langer over, maar samen met de leden beslissen. Dichter bij de leden staan is precies wat wij willen. De leden zullen op elk niveau betrokken worden en invloed krijgen." (Platform A, ledenblad Abvakabo FNV, december 2011)
In haar visie zal de besluitvorming over gezamenlijke zaken in de Nieuwe Vakbeweging anders dan bij de huidige FNV ook op democratische leest worden geschoeid: "Ik zie een 'parlement' voor me waar leden rechtstreeks hun betrokkenheid kunnen laten horen." Wanneer Corrie van Brenk dit zegt, dan kan dat behoorlijk serieus worden genomen. Ze maakt immers deel uit van een stroming van 'kloofdichters' die op een historisch congres van de Abvakabo in 2010 juist vanwege hun kritische en vernieuwingsgezinde stellingname in het bestuur werden gekozen. (Solidariteit, commentaar 146, 23 mei 2010)

De werkvloer

Wat betreft 'de werkvloer' wordt nu in alle toonaarden bezongen dat daar dé plek moet zijn waar de bond begint en bezig is. Niet langer moet het organisatieprincipe zijn het beroep/de opleiding/de functie, maar de plaats waar (samen) wordt gewerkt. Ontschotten dus en het doorbreken van traditionele scheidslijnen tussen mensen op dezelfde werkvloer. Roel Berghuis, bestuurder bij FNV Bondgenoten, daarover:
"De FNV - of in welke naam ook - moet zich nu heel erg snel anders gaan organiseren. Een organisatie die zich inricht naar werkproces. Dan krijg je bijvoorbeeld FNV Zorg, FNV Bouwplaats, FNV Spoor, FNV Metaal, FNV Gemeentepersoneel, FNV Havens, FNV Schoonmaak en FNV Beveiliging.
Deze beroepsgroepen, onder de FNV-paraplu, zouden ook ruimte moeten krijgen om eigen beleid te ontwikkelen dat afgestemd is op de situatie in de betreffende vakgroep of sector. Dus veel dichter bij werknemers en de vakbondsleden, waardoor meer draagvlak ontstaat. Waar het om gaat, is dat de vakman of -vrouw 'de bond' werkelijk herkent als zijn of haar vertegenwoordiger. Daarvoor moeten de FNV-bonden het vakbondswerk in de sectoren en bedrijven versterken. Deze herkenbare bonden maken een brede agenda waar de vakbeweging voor staat en gaat. De arbeidsmarkt verandert structureel in een razend tempo en vakmensen stellen nieuwe eisen aan hun werkomgeving. Een onafhankelijke werknemer die uitgaat van professionaliteit en vakmanschap, daar moet de FNV met beroepsgroepenvakbonden op inspelen. En zij moet vernieuwing aanjagen waarbij de werknemer eigenaar blijft van zijn of haar arbeidsvoorwaarden.
Een herkenbare FNV die dicht bij mensen staat, heeft de toekomst. Dat is voor jongeren, oudere jongeren en ouderen aantrekkelijk". (Het Financieele Dagblad, 7 december 2011)

Betere wereld

Met 'van onderop' en vanaf 'de werkvloer' als uitgangspunten zijn er meer voordelen te halen. De actiegerichte en basisgeoriënteerde methodiek van 'organizing' kan beter en breder worden benut. Connie van Brenk daarover: "Wat ons verder ontzettend aanspreekt aan de nieuwe vakbeweging is dat je op centraal niveau mensen en middelen kunt vrijmaken voor bijvoorbeeld sectoren die hulp nodig hebben, maar waar de middelen ontbreken. Dit vergroot de slagkracht van de verschillende bonden." Hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer voegt daar nog een ander aspect aan toe. Hij wijst op het belang voor de vakbeweging om zelf het initiatief te nemen, om een eigen agenda voor de toekomst op te stellen: "Hoe wil je dat de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen er in 2010 uitzien? Niet alleen in termen van behoud van het bestaande, maar wat wil je veranderen? Volgens mij zijn er uiteindelijk niet zoveel mensen die het leuk vinden om lid te zijn van een puur defensieve organisatie. Het is veel aantrekkelijker om lid te zijn van een organisatie die vooruit denkt en toekomstperspectief biedt. Iets van een hoop op een betere wereld." (NRC Handelsblad, 22 december 2011)

Andere economie

Ha! Er zijn dus reeds vele schone voornemens geuit. Daar kan prima bij worden aangeknoopt. Natuurlijk zullen er nog heel wat lelijke knopen moeten worden doorgehakt. Pensioenleeftijd, ontslagrecht, bezuinigingen, om ze nog maar eens te noemen. En misschien kan er tussen alle bedrijven door ook weer eens gekeken worden naar die belofte die in 2008 bij het uitbreken van de crisis werd gedaan. Namelijk om ernstig op zoek te gaan naar een ander economisch systeem. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat we met het kapitalistische marktmodel op de rand van de afgrond zijn aangekomen. Het mee helpen aan de ontwikkeling van een stabieler en socialer alternatief zou de Nieuwe Vakbeweging niet misstaan.

De stem van de werkvloer

De weg naar nieuwe vormen voor de vakorganisatie zal geen eenvoudige zijn. Het is wel een heel boeiende! Van groot belang daarbij is de eerstvolgende stap die op die weg gezet gaat worden. Die moet wél passen bij de gekozen doelen. Die stap moet wel al gaan in de richting van 'onderop' en 'werkvloer'. Bij de noodzakelijke coördinatie van de omvorming van de FNV moet dat onder andere tot uitdrukking komen in de keuze en werkwijze van de 'kwartiermakers'. Dat kan misschien heel goed met Jetta Klijnsma als katalysator. Maar niet als die een clubje ouwe bobo's of hotemetoten gaat voorzitten.
In de verandercommissie moet de werkvloer ruim vertegenwoordigd zijn. Met mensen van die werkvloer, mensen met ervaring in actie en organizing, mensen die hun sporen verdiend hebben in de individuele en collectieve belangenbehartiging, maar ook jonge mensen, mensen met frisse ideeën. Zo'n verandercommissie mag zich ook niet laten loszingen van haar achterban. Discussies, fora, platforms, conferenties - lijfelijk en digitaal - moeten aan zo veel mogelijk leden zicht op en een stem in het omvormingsproces bieden. En het is verstandig daar gelijk toekomstige leden bij te betrekken zoals scholieren, studenten en zzp'ers. Veel gedoe? Zeker! Maar interessant gedoe. En hoogstnoodzakelijk als we werkelijk op weg willen naar een democratische en strijdbare Nieuwe Vakbeweging.

Klik hier