welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - commentaar 187-1 - 14 december 2011

De NV heeft haar naam niet mee

Hans Boot

Nieuw, nieuwer, nieuwst. Na het Nieuwe Werken en de Nieuwe Werknemer die het kapitalisme vrijheid en blijheid toedichten, is de vooravond van de Nieuwe Vakbeweging (NV) aangebroken. Geleend van de dagelijkse reclameboodschappen zijn de kenmerken divers, open en pluriform. Authentiek, maar al een adagium van de vakbeweging eind negentiende eeuw, klinkt slechts de toevoeging 'bouwen van onderop'. Florissant staat de FNV er niet voor, dus verdient de NV serieuze aandacht.

Een beetje moeilijk is dat wel. Eén van de grootste bezuinigingsoperaties in de Nederlandse sociale geschiedenis is nog maar net begonnen. Onverteerbaar is dat de schuldigen gespaard blijven en niet, of net, elke maand rond komen de 'eígen' schuld is, evenals armoede en werkloosheid. Deze botte, de sociaal-economische ellende rechtvaardigende ideologie doet alsof in elke sneeuwruimer of zelfstandige zonder personeel een miljardair, zo niet een minister, schuilt. Moeilijk is ook dat bondsvoorzitters met een zekere trots de opheffing van de vakbeweging bekendmaken, terwijl in veel Europese landen de zusterorganisaties op straat het protest organiseren. Het meest positief is misschien de erkenning aan de top van de vakbeweging dat de tot nu toe begane weg doodloopt. Enige bescheidenheid is daarbij gewenst, een beweging van onderop tekent zich nog heel voorzichtig af.

Leden en perspectief ontbreken

Vanuit de hoop dat in de verwondering het begin van de wijsheid sluimert, is het goed de verbazing de vrije loop te laten. Twee voorbeelden op basis van het officiële "Definitief Besluit Dalfsen" van 3 december 2011.
Die tekst spreekt van een NV, waarin de leden zo direct mogelijk betrokken zijn bij de besluitvorming. Hoewel zo'n formulering niet bepaald een democratische organisatie garandeert, is het Besluit ongeloofwaardig door de uitsluiting van de leden. De negentien voorzitters erkennen dat zonder blikken of blozen in het eerste van de achttien besluiten. Bijna cynisch is dat ze "de verenigingen" - waarmee ze de leden bedoelen - oproepen actief mee te werken aan de totstandkoming van de NV.

Een tweede verbazing komt uit de gecompliceerde verhouding tussen de korte en langere termijn. Wie wat weet over sociale akkoorden na onderhandelingsrondes, weet ook dat de oplossingen op de korte termijn de problemen van later zijn. Oftewel overeenstemming vandaag is alleen mogelijk door de open einden van morgen. In Dalfsen is het conflict over de pensioenen geneutraliseerd in biljart en bingo, afgeblust met volstrekt onuitgewerkte structuurveranderingen. Hoe die ook uitpakken, aanstaande kwesties als de verruiming van het ontslagrecht, de navolging van de CAO en de terugkeer van het pensioenconflict vinden daar geen oplossing. Visie, mobilisatie en strijd worden niet door structuren bepaald. Niet toevallig kan zijn dat deze drie begrippen en wat ermee samenhangt, in het Besluit pijnlijk ontbreken.

Human Resources Unionism

De aanvaarding in het Besluit van de ingrijpende veranderingen in de arbeidsverhoudingen, door de illusies van het Nieuwe Werken over te nemen, heeft veel weg van Human Resources Unionism. Samengevat terug te vinden in de geboden "ruimte en autonomie om zelf () het werk, beroep en de arbeidsvoorwaarden" vorm te geven. De bond als personeelsmanagement die wensen honoreert, bijdraagt aan de individuele onafhankelijkheid, adviseert in loopbaanontwikkeling, bij overbodigheid de doorstroming regelt en in opdracht de marktverkenning voor de zelfstandige zonder personeel uitvoert.
Deze ideeën en taken zijn in een andere tijd en andere terminologie vertolkt door één van de laatste voorzitters van het NVV, André Kloos. Hij pleitte in 1969 voor "een alles omvattend sociaal-economisch service-instituut () met een perfect werkende klantendienst, waar de leden op elk moment met hun moeilijkheden en klachten terecht kunnen ()". Juist Kloos wordt de laatste dagen vaak aangehaald als de ontwerper van de ongedeelde vakbeweging met een direct lidmaatschap van de vakcentrale die rust op een groot aantal beroepsgroepen. Nieuw en oud zijn dus inwisselbaar.

Ook in Kloos' tijd bevond de vakbeweging zich in een crisis en herontdekten enkele bonden de basis en begonnen het bedrijvenwerk; herkenbaar en dicht bij de leden. Later - 1984 ("FNV 2000") - luidde de constatering dat van deze vernieuwing weinig over was. Het bedrijvenwerk bleek geïntegreerd in het reguliere vakbondsbeleid en overvleugeld door de meestal bedrijfsloyale ondernemingsraden. Opnieuw moest het beleid de leden opzoeken. Nieuwe groepen - vrouwen, migranten, jongeren - zouden via de service-ideeën van Kloos gevonden kunnen worden.
Hoe beknopt deze terugblik ook is, vernieuwing blijkt voor een belangrijk deel uit herhaling te bestaan. Steeds weer vormen onbereikbare leden het probleem, steeds weer moeten bondsbestuurders de oplossing aandragen. Het zal deze keer vast een 'transparante transitie' genoemd worden.

Verwarring

De ernst van de crisis en de vaagheid van de in Dalfsen genomen besluiten, worden geïllustreerd in de nogal verschillende reacties van een 'eigentijdse' en een 'ouderwetse' bondsgroep, beide onderdeel van FNV Bondgenoten. De eerste, vakbond van Schoonmakers, stelt zichzelf als voorbeeld voor de Nieuwe Vakbeweging vanwege de succesvolle koers naar een actieve en strijdvaardige gemeenschap van gewone vakmensen (de Volkskrant, 10 december 2011). De tweede, het haventeam, toont zich "onaangenaam verrast" door de voornemens de vakbeweging "de nek om te draaien" en spreekt van "geestvernauwing" die de lopende vakbondspraktijk miskent (e-mail, 5 december 2011). De strijdbare vakbond van Schoonmakers beroept zich op de 'nieuwe' zelforganisatie van een pluriforme en diverse ledengroep die opgelopen achterstanden in onder andere loon en sociale rechten wegwerkt - de NV als versterking. Het even strijdbare haventeam verdedigt de 'oude' vakbondspraktijk die met een gemobiliseerde achterban zich onder andere verzet tegen flexibilisering en de opgedrongen concurrentie met ZZP'ers - de NV als bedreiging.
Wat zich hier wreekt, is dat de structuuraanpassingen en de uit nood geboren decentralisatie geen onderdeel zijn van een beleidsherziening. Sterker nog, in navolging van de actuele managementopvattingen wordt bijvoorbeeld de ontwrichting van de arbeidsverhoudingen gezien als een nieuwe kansen biedende vernieuwing. Daar komt nog eens bij dat de stilte over het splijtende pensioenakkoord op geen enkele manier wijst op het einde van het tijdperk van constructief overleg met tevreden toekijkende ondernemers en een onbeschaafd doordouwend kabinet.

Toch blijft veel duister en zijn verborgen agenda's niet uitgesloten. Misschien zijn de gepredikte openheid en onderlinge verdraagzaamheid wel een dekmantel voor een coup, een 'meesterstrategie' die gokt op het vertrek van een aantal - behoudende - kleine(re) bonden. Machtstactieken zijn immers de bureaucratie van de vakbeweging niet vreemd.

Klik hier