Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Vakbeweging en uitzendarbeid

Bonden werken mee aan afwijken overheidsregels

John van Zutphen 1

Werknemers verenigen zich om uiteenlopende redenen; maar ze doen het niet allemaal! Het is een vrijheid die de Nederlandse staat moet bieden aan zijn burgers, zo staat het in de grondwet geschreven: de burger heeft het recht zich wel of niet te verenigen.

Er zijn mensen die keer op keer hard werken om een CAO af te sluiten. Maar niet dikwijls kan je dit een 'fatsoenlijke' CAO noemen. CAO's worden beschouwd als iets positiefs, iets waar werknemers 'beter' van worden. Ze kunnen ook negatief zijn, je wordt er dan als werknemer 'slechter' van. Slechter ten opzichte van wat al wettelijk voor werknemers is geregeld.

Oppassen

CAO's bevatten vaak herhalingen, een wettelijke regeling die vervolgens in een CAO wordt vastgelegd. Bijvoorbeeld: de wettelijke definities van de begrippen werknemer, werkgever en arbeidsovereenkomst en de regels omtrent vakantiegeld en vakantiedagen. Dit soort regelingen hoeft niet in de CAO te staan, werknemers kunnen dit in de wet lezen. Nog eens vastleggen in een apart boekje is overbodig. Pas als ze van wettelijk vastgelegde regels willen afwijken - mits wettelijk toegestaan! - maken werkgever(s) en werknemers afspraken die ze bijvoorbeeld in een CAO opnemen.
Werknemers moeten dus te allen tijde waakzaam zijn, opletten. Oppassen dat ze niet worden benadeeld door lieden die niet het beste met werknemers voor hebben! Helaas maken de huidige instrumenten tot (om)vorming van arbeidsvoorwaarden benadeling van werknemers mogelijk.

Afstand

Het is niet gangbaar meer dat verenigde werknemers uit hun midden mensen kiezen die voor een bepaalde periode als woordvoerder en/of gemachtigde ten opzichte van de werkgever(s) optreden. De meeste werknemersorganisaties worden geleid als een bedrijf. Voor de uitvoering van de meeste functies zijn mensen aangenomen die veelal op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn ten behoeve van de werknemersorganisatie. Het merendeel van deze mensen komt niet rechtstreeks uit de groep werknemers die zich verenigd hebben, maar van elders. Voorwaarde van de aanstelling in een werknemersorganisatie is dat zij formeel lid worden van de werknemersorganisatie. Soortgelijke constructies worden ook gehanteerd door bijvoorbeeld woningbouwverenigingen.
Nadeel van deze beleidswijze is dat de werknemersvertegenwoordigers vaak geen verwantschap hebben met de werknemers waarvan de belangen behartigd dienen te worden; ze staan ver van de werknemers af.

Schijn

Stel dat een vakbond uitzendkrachten oproept zich aan te sluiten om bijvoorbeeld actie te voeren voor betere arbeidsvoorwaarden, zoals meer loon. Neem je de moeite de door de overheid uitgevaardigde regels voor uitzendkrachten op te zoeken en te lezen, en je te verdiepen in de achterliggende gedachte, dan kan je niet anders concluderen dan dat de overheid het helemaal niet zo slecht voor heeft met de rechten en plichten van uitzendkrachten. Ook niet met de manier waarop daarmee moet worden omgegaan. Een uitzendkracht heeft recht op het minimumloon. Als de uitzendkracht bij een inlenend bedrijf wordt tewerkgesteld in een bestaande functie, dan moet hem of haar het loon en de overige vergoedingen worden betaald die de werknemer van het inlenende bedrijf betaald krijgt. Er hoeft geen sprake te zijn van gelijke arbeid, ook gelijkwaardige arbeid is een grondslag voor het recht op gelijk loon!
Aangezien uitzendkrachten voornamelijk voor de duur van hun arbeidsovereenkomst bij inlenende bedrijven tewerkgesteld worden, kunnen zij ervoor kiezen 'lekker achterover te leunen' wanneer een strijd om loonsverhoging dreigt los te barsten. Immers, de uitzendkracht bepaalt niet de loonvoorwaarden van de werknemers van de inlenende bedrijven. Dat is de zaak van de werknemers van de inlener. En als die uiteindelijk een loonsverhoging krijgen, dan heeft de uitzendkracht daar automatisch recht op. Wel kunnen de uitzendkrachten zelf rechtstreeks met de inlenende bedrijven afwijkende arbeidsvoorwaarden overeenkomen.
Kortom, alles lijkt dus goed geregeld voor de uitzendkrachten, maar: schijn bedriegt!

Buiten werking

Wat is het geval? De overheid heeft op verzoek van vakbonden de mogelijkheid gecreëerd af te wijken van de door haar gestelde rechten. Deze afwijking is bij de meeste regels alleen toegestaan, indien dit in collectief verband gebeurd, anders is deze ongeldig!
Dat de uiteindelijke praktijk van de rechten van uitzendkrachten als slecht en middeleeuws wordt ervaren, ligt niet zozeer aan de overheid, maar aan de wijze waarop werkgevers en vakbonden met die rechten omgaan. Wat de overheid voor ogen stond met de rechten van uitzendkrachten, wordt stelselmatig door de werkgevers met behulp van vakbonden afgebouwd of structureel voor lange tijd buiten werking gesteld! Dat laatste gebeurt in de CAO voor uitzendkrachten die met de werkgeversorganisatie Algemene Bond voor Uitzendondernemingen keer op keer wordt overeengekomen.
De invoering van de "Wet flexibiliteit en zekerheid" heeft voor de doelgroep die de overheid beoogt vrijwel niet tot arbeidsrechtelijke bescherming en rechtszekerheid geleid. Op de dagen dat de nieuwe regels in werking traden, sloten werkgevers en vakbonden CAO's af die de werking van de nieuwe regels direct bij invoering buiten werking stelde.
Artikel 8, eerste lid, van de "Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs" - verplicht uitzendwerkgevers dezelfde lonen en overige vergoedingen te betalen als het inlenende bedrijf - is handig opzijgezet door gebruik te maken van de mogelijkheid tot afwijking. En wel door in de Uitzend CAO van 2009, artikel 19 lid 5, de bepaling op te nemen dat er pas recht op gelijk loon ontstaat, nadat 26 weken bij dezelfde inlener is gewerkt.
Artikel 691 van het Burgerlijk Wetboek bevat een ontbindende voorwaarde als uitzondering in het ontslagrecht met een maximale duur van 26 weken. In de CAO is een verlenging opgenomen tot 78 weken. Voor mensen van 65 jaar en ouder is de termijn zelfs opgerekt naar 130 weken.

Geschonden vertrouwen

Niet alle uitzendkrachten zijn voor deze ontwikkeling blind of onwetend! Er zijn er genoeg die de rol van vakbonden bij de behartiging van hun belangen als niet integer bestempelen en de bonden gewoonweg niet vertrouwen, voor leugenaars uitmaken. Deze groep zal zich niet aansluiten, maar naar alternatieven grijpen. Bijvoorbeeld de overheidsinstanties die belast zijn met arbeidsvoorwaardenvorming aanschrijven en verzoeken afwijkingen van wettelijke regels over uitzendkrachten niet meer mogelijk te maken.
Door de afgesloten Uitzend CAO's is het vertrouwen in vakbonden geschonden. Uitzendkrachten hoeven niet af te wijken van de door de overheid vastgestelde regels, want daar worden ze niet beter van. Helaas zijn het anderen die niet schromen dit juist wel te doen.


1 Zie ook: De discussie op www.respect4flex.hyves.nl en het portret van John van Zutphen in Solidariteit 120 (2004) (terug)