nr. 120
sep 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Portret - een blik op het leven van John van Zutphen

"Recht op vaste baan steevast ontnomen"

In twee gesprekken in zijn geboortestad Den Haag, heb ik de 32-jarige John van Zutphen door zijn openhartigheid leren kennen. Hij werkt als vrachtwagenchauffeur/belader in ploegendienst voor de Afvalverwerking Rijnmond. Zeven dagen per week wordt het afval van bedrijven ingezameld; gescheiden in papier, glas en restafval. Woont alleen; "ik ben vrijgezel".

John komt uit wat hij noemt "een Haagse probleemwijk en een probleemgezin". Geboren in Molenwijk, verhuist hij naar de naoorlogse Moerwijk, waar hij voor het eerst in een huis met een douche kwam. Samen met zijn Antilliaanse halfbroer is hij opgevoed door zijn moeder die het gezin altijd van een bijstandsuitkering heeft moeten onderhouden.

Akkefietjes

"Ik groeide op met de raddraaiers uit de buurt en werd regelmatig vanwege akkefietjes op het politiebureau vastgehouden. In de brugklas moest ik stoppen met school. Ik werd niet meer toegelaten, omdat ik geen schoolboeken had. Door de bijstandsuitkering van mijn moeder ontbrak het geld. Via de gemeente kwam er thuis een leerplichtambtenaar langs die weliswaar geen boete, maar ook geen oplossing gaf. Het werd dus spijbelen. Desondanks bleek ik geschikt te zijn voor het tweede jaar van de HAVO. Maar het probleem herhaalde zich. Geen geld, geen schoolboeken, dus nauwelijks onderwijs.

Ik stapte over naar de Lagere Technische School, richting bouw en hout. De praktijk vond ik prachtig, maar de theorie had het niveau van het derde jaar van de basisschool. Na enige tijd opnieuw gestopt en deze keer kwam een docent op huisbezoek die namens de gemeente spijbelaars benaderde. Hij bood leerlingen een tussentraject dat bestond uit het opknappen van een schoolgebouw. Daar ben ik aan mee gaan doen. We repareerden meubilair, bouwden een keuken en deden schilderwerk. Verder kon je leren voor bijvoorbeeld fietsmonteur of lasser en ik koos autotechniek. Deze richting werkte samen met een stichting voor kansloze jongeren. De bedoeling was om twee dagen per week stage te lopen. Ik kon voor mijn praktijkervaring terecht in de garage bij de politie Haaglanden.

Helaas speelde mijn verleden op. Een wijkagent kwam vertellen dat hij nog een appeltje met mij te schillen had. Ik moest mee en werd een nachtje vastgezet. Ik was inmiddels zestien jaar, een tijd waarin de jongens uit de buurt zich verzamelden bij theehuizen. Uit verveling werd een vuurtje gestookt, dit of dat gesloopt, lampen uit lantaarnpalen gehaald en meer van die dingen. Als er op een avond vier agenten op af kwamen, waren we benieuwd met hoeveel ze de volgende keer zouden zijn. Een keer waren ze met z'n zestigen. Ik raakte mijn stageplaats kwijt en de school vond dat ik het vertrouwen had geschonden, dus kon ik vertrekken."

Uitzendwerk

"Ik kon terecht bij de gemeentereiniging. Veel kansloze jongeren belandden daar in die tijd via de Stichting Werk en Maatschappij. Op wisselende posten, zoals het strand, heb ik bij de Scheveningse reiniging gewerkt. Dat bedrijf was verplicht ingeleend personeel na duizend uur werken een vast contract aan te bieden. Steevast werd geprobeerd dat te voorkomen door het werk met 31 dagen te onderbreken. Op basis van de cyclus duizend uur op, 31 dagen af met een uitkering en weer terug, heb ik zes jaar lang gewerkt. Een vaste baan was uitgesloten vanwege een vacaturestop.

Maar het probleem herhaalde zich. Geen geld, geen schoolboeken, dus nauwelijks onderwijs.

Via een uitzendbureau kon ik in 1994 als belader bij de vuilophaaldienst mijn boterham verdienen. Dit werk werd rennend gedaan. Niet incidenteel, maar altijd! Om kwart voor acht 's morgens begonnen we en een paar uur later waren we klaar met onze wijk. Dan ging ik naar huis om te douchen en de hond uit te laten. Buurtbewoners zullen gedacht hebben, daar loopt de werkloze. Het werk beviel mij en ook fysiek was ik er aan gewend. Met de invoering van de stadsdelen kwam daar verandering in. De regels van de Arbo-wet werden toegepast. We kregen werkhandschoenen aan en een korte broek mocht niet meer. Via een sensor op de wagen werd gecontroleerd of in een bepaalde tijd niet te veel werd getild.

Bij een reorganisatie met het ontslag van een groep beladers kreeg ik in de gaten dat er weinig chauffeurs beschikbaar waren. Door 's avonds schoon te maken, kon ik rijlessen betalen en haalde ik de rijbewijzen B en C. Als chauffeur/belader werd ik als vliegende keep in verschillende buurten ingezet. Dat vond ik plezierig en afwisselend. Op een gegeven moment zou ik aan een vaste ploeg gekoppeld worden om een probleem in de onderlinge verhoudingen op te lossen. Dat leek me niks en ik vertrok.

Via Randstad kon ik vervolgens voor een verhuisbedrijf van een stichting voor dak- en thuislozen werken. Daar gaf ik leiding aan drie tot vijf daklozen die alleen koffiegeld betaald kregen en bij overwerk een onkostenvergoeding van zes euro. De opkomst was altijd onzeker. Werkten ze schadevrij, dan ontvingen ze een maandelijkse vergoeding, met als gevolg dat de opgelopen schade werd verbloemd of provisorisch hersteld. Soms ontstonden hierdoor emotionele taferelen, wanneer meubilair zichtbaar kapot was gegaan. Na een half jaar was het over en werd ik via Dactylo chauffeur op een bibliotheekbus. Leuk werk, ook omdat ik geregeld insprong bij het uitlenen. Gebroken diensten, dat wel, en zonder kans op een vast contract door de dreigende opheffing van de bus. De betreffende wijk verzette zich daar tegen en een 58-jarige leidinggevende schreef uit protest een open brief aan het college van B en W. Dat viel daar verkeerd, hij werd op non-actief gesteld en later bestond zijn werk nog uit het verwijderen van aan boeken vastgeplakte stickers. De bussen werden geprivatiseerd en opnieuw was ik mijn baan niet zeker."

Juridisch geschil

"Weer naar iets anders uitkijken. Het werd via Vedior de Haagse Milieu Service die bedrijfsafval inzamelde. Een duister bedrijf. Per dag kreeg je 120 adressen mee waar het afval moest worden opgehaald. Een onmogelijk aantal, hooguit 80 adressen lukte je. Dus werd minder meegenomen dan het contract voorschreef. De klanten werden bedonderd en voor ons was het een jaagsysteem, waarin je het werk nooit afkreeg.

Op een dag, de wet Flexibiliteit en Zekerheid werd van kracht, reageerden de collega's euforisch na het tekenen van een nieuw arbeidscontract. Een flink bedrag ineens werd uitgekeerd, te weten een vergoeding volgens een overgangsrecht, inclusief de uitbetaling van opgebouwde vakantierechten. Maar na een jaar werd hun werk niet meer verlengd. Feitelijk volgde dus ontslag. Sommigen werkten al twintig jaar voor hetzelfde inleenbedrijf op basis van het bekende schema duizend uur op en 31 dagen af. Op die manier werd voorkomen dat mensen aanspraak op een vaste baan konden maken.

In 2000 kreeg ik met een vergelijkbare situatie te maken. Vedior wilde mij een contract laten tekenen met een einddatum, zeg een ontslagdatum. Uiteraard met de bedoeling om een vast dienstverband met mij te ontduiken. Maar Vedior was volgens mij te laat, zodat er al een dienstverband voor onbepaalde tijd ontstaan was. Ik werd onder druk gezet met een ultimatum: tekenen of ontslag. Ik ging daar niet op in en kreeg mijn ontslag.

Geen vast contract, maar duizend uur op, 31 dagen af met een uitkering, en weer terug naar de volgende duizend uur. Zo heb ik zes jaar lang gewerkt.

Bij FNV Ledenservice, waar ik direct naar toeging, kreeg ik te horen dat mijn ontslag legitiem was op grond van wat in de cao van het uitzendwezen was geregeld over de beëindiging van een dienstverband. Ik kon dit niet rijmen met de rechtspositie van uitzendkrachten en ging mij verdiepen in de vakliteratuur. Zo kwam ik in contact met een mevrouw van de Tilburgse universiteit die een proefschrift had geschreven over flexibiliteit en arbeidsrecht. Ze was gespecialiseerd in de wetgeving rond sociale zekerheid. Ik vroeg haar een zo uitvoerig mogelijk schriftelijk advies. En dat gaf ze. Haar conclusie was dat de cao onjuist was geïnterpreteerd en mijn ontslag nietig verklaard moest worden. In de kern ging het erom dat de cao afspraken voorschreef met de individuele werknemer, hetgeen in mijn geval niet was gedaan. Helaas bleek mijn door Ledenservice verdedigde zaak niet meer voor beroep in aanmerking te komen. De onkosten van het juridisch advies, twaalfhonderd gulden, zou ik door Ledenservice vergoed krijgen. Maar zover is het nooit gekomen."

De bond

"Door al dit gedoe raakte ik via informatieavonden over flexibilisering bij het vakbondswerk betrokken. Het doel was om naast belangenbehartiging ook kaderactiviteiten in de uitzendsector op te zetten. Dat werd enigszins een afknapper. De opkomst was erg laag en de paar aanwezigen richtten zich alleen op het eigen probleem en niet op gezamenlijke activiteiten. Bovendien was er slechts één bestuurder beschikbaar en dat is niets als je weet dat ongeveer een miljoen mensen als uitzendkracht werken.

Intussen had ik het nodige opgestoken over de rechtspositie van uitzendkrachten en werd ik benaderd voor de onderhandelingsdelegatie bij de cao. Dit werd de achterkamertjesdelegatie genoemd, omdat de werkgevers geen uitzendkracht aan de onderhandelingstafel accepteerden. Ze zaten daar met een batterij juristen en wij zouden dat niveau niet aankunnen.

Volgens mij zijn uitzendkrachten beter af als de bond geen cao meer afsluit. Wettelijk is vastgelegd dat de uitzendkracht niet slechter af mag zijn dan vergelijkbaar personeel in dienst van het inleenbedrijf. Met afspraken in de cao kan daarvan worden afgeweken en dat ondermijnt de positie van uitzendkrachten op het gebied van beloning en ontslagbescherming. De ongelijke beloning kan tot tientallen procenten oplopen. Een voordeel van de cao is wel dat de loondoorbetaling bij geen werk hoger is dan het minimumloon.

Op een gegeven moment ben ik de kaderopleiding van de bond gaan volgen. Ik kwam in een groep van veertien mensen, waarvan het grootste deel de cursus leek te volgen om hun baan te kunnen ontvluchten. De opleiding werd gegeven door FNV Formaat dat op mij de indruk maakte vooral zichzelf in stand te moeten houden. Ik leerde dat de bond een starre organisatie is."

Klussen

"Begin 2002 ben ik gaan werken voor de rederij Norfolkline. In ploegendienst trailers laden en lossen en met zware kettingen wagens op het dek vastzetten. Dat betekende verslepen en aanspannen van de kettingen door onder de wagens te kruipen en door smalle loopruimtes te manoeuvreren. Weer of geen weer. Veel ongezonde stof inademen van roest- en verfdeeltjes. Kortom: vies, zwaar en gevaarlijk en ook nog eens jaagwerk, omdat de boten op tijd moeten afvaren. Ik hoorde dat de sfeer was verslechterd, nadat het personeel bij een dochterbedrijf in dienst was gekomen en hiervoor individueel had moeten tekenen. Je kent het wel: ongunstige roosters, slechte beloningen in geval van ziekte en geen vervanging, een dreigende verhuizing en haat en nijd tussen bedrijfsleiding en werkvloer. Weg was de 'ouderwetse' saamhorigheid. Elke dag ging ik met tegenzin naar mijn werk en kwam gebroken thuis. En dan te weten dat van de 120 werknemers er maar liefst 100 lid van de bond waren. Maar dan passief lid. Toch is het later gelukt om bij de Europese havenstakingen in 2003 tegen de voorgenomen liberaliseringen tot een 24-uurs staking te komen.

In mijn huidige werk als chauffeur/belader verricht ik geen bondswerk meer. Er is niets en het komt niet van de grond. Dat is een negatieve situatie die me tegenstaat. Af en toe denk ik eraan me als zelfstandige te verhuren als chauffeur in het transportwerk. Klussen van een aantal maanden komen wel eens op je pad. Mijn broer, waarmee ik het goed kan vinden, verklaart me voor gek om als loonslaaf te blijven werken. Hij verdomt het in ieder geval en wil samen met mij iets opzetten. Voorlopig schat ik de voordelen van een kleine zelfstandige niet gunstiger in dan gewoon in loondienst te zijn. Vooral, omdat de sociale contacten en de sfeer op het werk voor mij heel belangrijk zijn."

Roland Siebe

John van ZutphenJohn van Zutphen - foto Gusta Lebbink (89 kb)