Gewone mensen hebben het altijd gedaan
Red de wereld, koop biologisch en rijd minder auto
Patrick van Klink
Eén van de grote leugens van de economie is dat consumenten zouden beslissen. Ze stemmen met hun geld en bepalen zo welke producten bedrijven leveren. Deze keuzes kunnen beïnvloed worden door subsidies en heffingen. Minder vraag naar olie, betekent minder investeren in fossiel.
Het idee dat de economie zo werkt, wordt als zo vanzelfsprekend aangenomen dat er bijna niet over nagedacht wordt. Terwijl er goede redenen voor twijfels zijn. De markt wordt gemanipuleerd. Internationale bedrijven zijn vaak groter dan nationale economieën.
Zo had het grote Amerikaanse technologiebedrijf Apple in 2023 een omzet van 390 miljard dollar. Aanzienlijk meer dan het Bruto Nationaal Product van bijvoorbeeld Noorwegen: 160 miljard dollar. De grootste bedrijven zijn vooral 'tech'- en energiebedrijven. Zij bepalen de informatie over hun markt. Het aanbod is geen reactie op de vraag. Bedrijven creëren namelijk de vraag door marketing en door producten met een korte levensduur.
Consumenten zijn niet gelijk
Reclame is onderdeel van de markt. We eten, drinken, slapen en kiezen wat we doen in onze vrije tijd. Grote bedrijven hebben het vermogen onze omgeving te vullen met beelden, ideeën en een materiële infrastructuur. Daarmee beïnvloeden ze onze keuzes. Neem een treinstation. Alleen plaats voor winkelketens. Je zal maar gezond willen eten. Voortdurend word je geconfronteerd met te zout, te zoet, te vet. Voor mensen buiten Europa lokt via de virtuele werkelijkheid de westerse 'beschaving' met eigen huizen, eigen auto, succes en onafhankelijkheid.
Het idee van stemmen met je geld, betekent dat mensen met het meeste geld de meeste stemmen hebben. Het aantal echt rijken is klein, maar zij hebben niet alleen per persoon meer geld dan wij. Ook als wij ons geld bij elkaar leggen, hebben zij meer.
Volgens het World Inequality Database van 2022 bezitten de rijkste 10 procent van de volwassenen wereldwijd ongeveer 60–80 procent van de persoonlijke rijkdom. De armste helft heeft minder dan 5 procent.
De markt is een dictatuur. We moeten meelopen in de race van een kleine groep superrijken die de lat steeds hoger legt. Van bioscoop, via televisie naar thuisbioscoop. Van koets, auto naar privéjet. De lat ligt nooit hoog genoeg en gaat van collectief naar individueel genot en onafhankelijk zijn.
Keuze op de markt is beperkt
Consumenten kunnen tot op zekere hoogte kiezen uit een aanbod van producten, maar kunnen niet bepalen welke producten geleverd worden. Kopers kunnen keuzes maken tussen verschillende automerken, maar niet tussen auto's of openbaar vervoer. De markt wordt beperkt door politieke, sociale en economische bepalingen, waarop koopgedrag weinig invloed heeft.

beter en goedkoper openbaar vervoer
Groen Links provincie Utrecht
De cultuur van particulier autobezit is het resultaat van een uitgebreide campagne van olie- en autobedrijven, gestart in de jaren dertig. Publiek vervoer werd tegengewerkt, terwijl er miljoenen aan publiek geld in wegenaanleg werden gestoken en steden zich steeds verder uitstrekten.
Tegelijkertijd werd de auto het symbool van succes, vrijheid en moderniteit. De keuze voor auto's is niet vrij, voor olie nog minder. Olie is aanwezig in veel onderdelen van de productie en distributie. Het spul dat al het andere mogelijk maakt.
Vanzelfsprekend moeten mensen zo ecologisch mogelijke keuzes maken en spaarzaam zijn, maar alleen diepgaande sociale en economische veranderingen kunnen ons verlossen van de afhankelijkheid van olie. Die optie is niet verkrijgbaar op de markt. Zowel auto’s als windmolen bladen zijn onder andere van staal. Staal wordt gemaakt met kolen, De energietransitie is geen nette opeenvolging van oude en nieuwe energievormen van kolen, naar olie, naar gas en elektriciteit. Het omvat alles door elkaar.
Consumenten controleren productie niet
Je kunt kiezen om nooit meer auto te rijden en alleen met de fiets naar je werk te gaan. Maar de banden, remblokjes, handgrepen, smeer, verf en andere onderdelen van je fiets bevatten allemaal olie. Een fiets wordt gemaakt in een fabriek die afhankelijk is van olie en met een door diesel aangedreven truck afgeleverd bij de winkel via wegen van asfalt (meer olie).
Consumenten kunnen kiezen tussen de verschillende producten die op de markt gebracht worden, maar beslissen niet hoe deze geproduceerd worden. Productiemanagers en eigenaren beslissen welke technieken gebruikt worden. Consumenten kunnen niet kiezen tussen verschillende productievormen. Het idee dat het de consument is die beslist, pleit juist de mensen en bedrijven vrij van hun verantwoordelijkheid die werkelijk invloed hebben. Elke keer als het sociale en ecologische problemen betreft, gaat de schuld naar 'de gewone mensen'. Groen gas bijmengen is duurder. Consumenten betalen via subsidie voor de producenten. Of neem een andere markt: groene stroom. In IJsland gaat dat via certificaten. Hoe anders? Er is geen stroomkabel van IJsland naar Europa. Neem olie en diesel: consumenten betalen volgens analisten via de prijs aan de pomp het risico van de blokkade van de straat van Hormuz. Waarom niet het risico voor klimaatverandering? Uiteraard, producenten moeten hun producten verkopen, maar het idee dat consumenten het gedrag van bedrijven bepalen is een ideologie, geen feit.
De energiemarkt zit helemaal raar in elkaar. Als consument koop je zonnepanelen en zet ze op het dak. Je wordt ineens producent als je energie aan het net levert. De vergoeding voor het terugleveren, stopt. Er wordt hier en daar geprobeerd om de teveel opgewekte energie gezamenlijk in een lokale gemeenschap te houden door uitwisseling met mensen zonder zonnepanelen. Een goed idee, lokale opwekken en gebruiken.
Maar een marktmechanisme via de nieuwe wet gaat ons daarbij niet helpen, maar juist bepalen hoe dat moet. Elk kwartier een andere prijs van stroom verrekend via directe uitwisseling tussen 'consumenten' en 'producenten'. Een papieren exercitie die solidariteit in de weg zit, maar wel past in een economie waar internationale energiebedrijven even gelijk zijn als iemand met zes zonnepanelen.
Verantwoording en verantwoordelijkheid?
Moeten we dan niet verantwoord kopen? Zeker wel, want bewust kiezen is belangrijk. Kraanwater is 'beter' dan Cola Light. Maar voor echte verandering zijn bewuste politieke keuzes nodig. Die maak je samen, daar strijd je samen voor. Bij de keuze voor 'biologisch', voor minder gif, gaat het al snel over de kosten. Volgens de markt is 'biologisch' voor gewone mensen onbetaalbaar. Tegelijkertijd wordt ons voorgehouden dat verzet tegen de 'agro-industrie' geen zin heeft. Wel dat we 'in gesprek' moeten blijven. Boeren moeten toch ook een zeker inkomen hebben? Hoeveel ze daarvan door moeten schuiven naar de bank en grote voedingsmiddelenbedrijven, doet in dit debat niet ter zake.
Denk ook aan de keuzes die supermarkten maken in hun aanbod. Keuzes die de consument volgens die winkelbazen wenst. In hun ogen wil die consument geen appel met een vlekje en krijgt zo de schuld voor de kostbare, irrationele keuzes van bedrijven. Zo werkt immers het kapitalisme. Een systeem van 'groei of sterf', waarin winst boven mensenlevens en milieu gaat, waarin geldt 'als ik het niet doe, doet een ander het wel'. Hier in eigen stad of land, of erger nog in het buitenland.
Het 'collectieve' wordt langzamerhand vernietigd en daarmee onze verantwoordelijkheid. 'Commons' staan gelukkig opnieuw in de belangstelling. Bijvoorbeeld coöperaties voor eigen voedsel, wonen, vervoer en energie. Besef echter goed dat ze in een marktomgeving werken. Ons daaruit bevrijden, maakt de weg vrij naar echte verandering.
Nationaliseren is een klein deel van het antwoord, want wat is er nog over van de overheid? Het gaat om zeggenschap en zelfbeheer van makers èn gebruikers. Socialisten willen werkende mensen niets afpakken, maar willen hen in staat stellen te beslissen wat we maken, hoeveel en hoe. Wij, in plaats van de miljardairs. Samen als vrije mensen direct beslissen, in plaats van als consumenten via onze steeds leger wordende portemonnee.
