Uitsluiting - integratie - strijdbaarheid
Perspectief vakbeweging na het neoliberalisme
Sjarrel Massop
Het lijkt erop dat het neoliberalisme over het hoogtepunt heen is. De markt zorgt niet voor meer banen, verziekt de gezondheidszorg, is slecht voor de huisvesting en doet niets aan klimaatproblemen, om maar iets te noemen.
De internationale vakbeweging, ook de Nederlandse, heeft ernstig geleden onder de kapitalistische ideologie van het marktdenken. De vrije marktwerking was het motto. Niets werd ontzien, zelfs de meest publieke zaken moe(s)ten er aan geloven. De basis van de samenleving - arbeid, geld en land - werd aan de markt overgelaten. Vandaag nog zweren liberalen bij economische groei, marktwerking en vrijheid van ondernemerschap. Het is te hopen dat het stuiptrekkingen zijn.
Hoe heeft dit neoliberalisme op de vakbeweging ingewerkt en welke uitweg naar nieuwe vakbondsperspectieven is er?
Mijn prille vakbondsactiviteiten dateren uit de jaren tachtig. Het bezoek van de Engelse mijnwerkers die een heftig conflict uitvochten met Tina (There Is No Alternative) Thatcher heeft me voor altijd getekend. Samen met haar Amerikaanse collega Reagan heeft zij de grondslag van het neoliberalisme: de onderdrukking van de vakbeweging, in praktijk gebracht.
Vakbondsonderdrukking is het verstoren of weren van vakbondsactiviteiten of het verhinderen van werkers om zich te organiseren in een vakbond. Ondernemers kunnen vakbonden dwars zitten door bijvoorbeeld: intimidatie, uitsluiting van werk en niet nakomen van afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Ook de overheid kan vakbondsonderdrukking praktiseren, door bijvoorbeeld de wetgeving aan te passen en het stakingsrecht in te perken of zelfs uit te sluiten. In Engeland en Amerika was dat schering en inslag en werd ‘union busting’ een internationaal begrip. (1)

perspectief
Brede vakbeweging
Een verantwoord uitgangspunt voor de FNV om haar perspectief te herstellen. is uitgaan van het idee van een brede vakbeweging. Jan Verhagen heeft dit concept uitgewerkt. (2).
Er blijken vele, soms tegenstrijdige, definities te bestaan over 'de brede vakbeweging'. Jan hanteert deze: De brede vakbeweging is een vakbeweging die zich structureel en actief bemoeit met een groot scala aan maatschappelijke onderwerpen, die buiten de directe sfeer van arbeid en inkomen vallen. Dus met onderwerpen als volkshuisvesting, consumentenzaken, kernenergie, milieu, bewapening, oorlog en vrede.
Deze omschrijving staat in schril contrast met de 'smalle' vakbeweging die zich beperkt tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.
Je kunt ook achter 'arbeid': 'inhoud' en 'verhoudingen' zetten, dan is de 'kwaliteit van de arbeid' compleet. De vakbeweging heeft zich niet met de inhoud en de verhoudingen van de arbeid beziggehouden. Juist in de discussie over het vermarkten van de arbeid, kenmerkend voor het neoliberalisme, blijven deze twee aspecten buiten beschouwing.
De omschrijving van Jan Verhagen laat zien hoe het neoliberalisme veel aan de markt heeft overgelaten, ook de arbeid en daarmee koerst op een smalle vakbeweging. Het is belangrijk dat de vakbeweging zich met alle aspecten die Jan noemt, bezig gaat houden.
Commissie Wagner
Een recent boek van Merijn Oudenampsen gaat specifiek in op het neoliberalisme in Nederland. (3) No Nonense was het motto van het eerste kabinet Lubbers (1982-1986), de hoogtijdagen van het neoliberalisme die niet aan Nederland voorbij ging.
Zowel Reagan als Thatcher zette krachtige commissies onder leiding van topmanagers in om beleid te ontwikkelen op het gebied van privatisering, overheidsinkrimping en economisch concurrentievermogen. De gedachte hierachter was dat bedrijfsleiders over superieure expertise beschikten om efficiëntie en economisch succes te realiseren. In Nederland was dat de Commissie Wagner.
Oudenampsen: De vertegenwoordiging vanuit de vakbeweging was omstreden. Piet Vos, een meer marktgerichte econoom van de Industriebond FNV, was bereid om op persoonlijke titel deel te nemen. Binnen de bredere vakbeweging werd dit niet positief ontvangen; men verweet Vos dat hij in de Commissie-Wagner de standpunten van de werkgevers onderschreef. De controverse over de vakbondsvertegenwoordiging bleef spelen in de vervolgrapporten van 1982 en 1983; vakbondsleden herkenden de standpunten van de bonden onvoldoende in het rapport van de commissie. Dit conflict speelde zich af tegen de achtergrond van een groeiende kloof tussen de vakbonden in de private en de publieke sector. Als gevolg van het massale banenverlies was Industriebond FNV aanzienlijk opgeschoven in de richting van het standpunt van de werkgevers. De tijd dat de Industriebond FNV in haar brochures het socialisme propageerde, lag definitief achter ons. Ingrijpende bezuinigingen in de publieke sector en een vergaande liberalisering van de arbeidsmarkt waren voor de Industriebond niet langer taboe, zo verklaarde Piet Vos in de pers. De vakbonden uit de publieke sector en FNV-leider Wim Kok namen een heel ander standpunt in. Door de meer marktgerichte vleugel van de vakbeweging bij het proces te betrekken, slaagde de commissie-Wagner erin een wig te drijven in de ooit zo machtige vakbeweging.
Verdeelde FNV
Nog altijd wordt uitgegaan van het idee dat het akkoord van Wassenaar het startpunt was voor de omhelzing van de Nederlandse vakbeweging van het neoliberalisme. Terecht stelt Oudenampsen dat hier geen sprake van is. Het was de commissie Wagner die de aanzet gaf voor de vorming van een neoliberaal beleid met de eerder genoemde kenmerken als: privatisering, inkrimping van de overheid en economisch concurrentievermogen. Het spreekt voor zich dat ook de vakbeweging in een dergelijk proces een prominente rol kan spelen, zij het als rem op de ontwikkelingen!
De vakbeweging was echter verdeeld, de scheidingslijn lag tussen verschillende bonden, de tegenwoordige sectoren van de FNV. Enerzijds, de Industriebond die sterk was in de bedrijven, waar echter nog geen bedreiging was van een neoliberale koers. Anderzijds, de gezondheidszorg en de ambtenaren waar het proces van privatiseren ingezet was. De meerderheid van de vakbeweging ging echter om, inclusief bestuursvoorzitter Wim Kok.
Deze verdeeldheid heeft de vakbeweging ernstig parten gespeeld en doorgewerkt naar onze tijd, meer dan veertig jaar later.
Brede, strijdbare vakbeweging
Het neoliberalisme richt zich op de aanbodzijde van de economie. Met de redenering: geef het kapitaal de ruimte om winst te maken, te groeien en te investeren, dan komt het goed met de werkgelegenheid. Daarmee wordt echter de welvaartsstaat afgebroken: niet gekeken hoe mensen in de knel komen en in grote getale te maken krijgen met een ernstige bedreiging van hun bestaanszekerheid. Het recente rapport van ASML-baas Pieter Wennink: heeft vergelijkbare uitgangspunten als de Commissie Wagner: strategisch investeren en economische groei. (4) Het kabinet Jetten heeft het rapport voor een belangrijk deel overgenomen. Terecht dat FNV-voorzitter Hans Spekman zich niet aansluit bij het spektakel dat een herhaling zal worden van de No Nonsense aanpak van Lubbers, onder meer minister-president in de periode 1982-1994.
Terecht spoort Merijn Oudenampsen de vakbeweging aan het voortouw te nemen om herhaling van zetten te voorkomen. Dat is niet eenvoudig, meer dan veertig jaar onderlinge verdeeldheid in de vakbeweging en actuele, interne spanningen hebben de vakbeweging op achterstand gezet. Hoe dit een wending te geven? Minimaal is daar een brede vakbeweging voor nodig.
De vestiging van de polder
Heeft de vakbeweging de neoliberale transformatie versterkt? Dit vroeg Saskia Boumans zich af, ze schreef er een paper over. (5) Haar conclusie is niet eenduidig, je zou hopen bij zo’n gesloten vraag op een eenvoudig ja of nee. Haar antwoord:
Hoewel de rol van de arbeidersbeweging bij de opbouw van de naoorlogse welvaartsstaat goed onderzocht en meestal onbetwist is, is haar rol in de deconstructie die sinds de jaren tachtig in de meeste geïndustrialiseerde landen plaatsvond, minder duidelijk. Wetenschappers (zie haar rapport) stellen dat vakbonden bereid waren hun belangen in gevaar te brengen om hun traditionele fulltime mannelijke leden in de productie en de publieke sector te verdedigen ten koste van andere werknemers.
De machtsmiddelentraditie daarentegen stelt dat vakbonden decennialang dezelfde trom bleven slaan, maar minder succesvol werden door veranderingen in het machtsevenwicht tussen kapitaal en arbeid.
De rol van de vakbeweging in de afbraak van de industrialisatie is niet duidelijk. Enerzijds is zij doorgegaan met het opkomen van de belangen van de werkers in de productie en bij de overheid, en dan vooral op het gebied van het inkomen. Anderzijds bleef de brede vakbeweging in de ontwikkeling van haar beleid uit beeld, zeker als het gaat om de verhouding tussen kapitaal en arbeid.
De vakbeweging heeft zich ingespannen om de marktwerking op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Ze werkte daarbij samen met de sociaaldemocratie. De sympathie die daarbij bestond, stond in dienst van de vestiging van 'de polder' (samenwerking met ondernemers en overheid) en het marktdenken. Saskia ziet wat de neoliberale revolutie teweegbracht en de vakbeweging betaalde daar een flinke tol voor, hetgeen af te lezen is aan de dalende organisatiegraad. Dit was de aanleiding om veel zeilen bij te zetten om het roer om te gooien. Dat lukt nog niet best, ondanks dat schoorvoetend de sociaaldemocratie in een (brede) beweging komt. Zullen we een voorzichtige aansporing geven? Olie op het vuur dus en wel door Hilary Cottam.
Radicale hulp
Hulp komt uit een onverwachte hoek, namelijk bij het lezen van het boek van Hilary Cottam. De volgende passage was een aangename verrassing:
De vakbeweging ontstond in de negentiende eeuw om werkers te beschermen tegen de willekeur van meedogenloze ondernemers, om banen te behouden en in opleidingen te voorzien. Vakbonden speelden een belangrijke rol bij het pleidooi voor een verzorgingsstaat en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden.
Tegenwoordig zijn de vakbonden - net als de modellen van de verzorgingsstaat - helaas star en defensief geworden. Ze zijn eerder geneigd tot protest dan tot vernieuwing. Uiteraard zijn velen binnen de vakbeweging zich hiervan bewust en houdt een jongere generatie zich bezig met baanbrekend werk om de structuren en activiteiten van de bonden opnieuw vorm te geven
Mijn punt is dat we, net als tijdens de Industriële Revolutie, uiteenlopende organisaties moeten ontwikkelen – waaronder vakbonden en instellingen voor vervolgonderwijs . Deze moeten we met elkaar verbinden, evenals de verschillende economische domeinen. Nieuwe relaties zouden de basis vormen voor het creëren van goed, nieuw werk, onze interesses delen en tot samenwerking komen. Zowel om betaald werk of om persoonlijke passies. Om ons zo in contact te brengen met anderen – of zij nu werken, studeren of in het lokale café zitten.
Breder kan het voorlopig niet, het is wel een inspirerend begin. Niet terug naar de oude welvaartsstaat, maar samen met mensen kijken wat de stand van zaken is na meer dan veertig jaar neoliberalisme. Consequent met anderen samenwerken die last hebben van gebrek aan scholing, gezondheid en/of huisvesting. Gebrek aan sociale geborgenheid, aan energie, aan passend werk in een verslechterend milieu. Kortom, mensen die een overvloed hebben aan bestaansonzekerheid. Om samen met de vakbeweging daarin verandering te gaan brengen. De organisatie en democratie komen daardoor 'vanzelf' tot stand.
1. Boot, H. (1989), Laten we de vakbeweging uitdrijven? Solidariteit. Boek Union Busting
2. Verhagen, J., (2022), De 'brede vakbeweging': een vakbondshistorische terugblik, VHV, Brede Vakbeweging
3. Oudenampsen, M. (2026), No Nonsense, a history of the Dutch Neoliberal Turn, Londen, Verso.
4. Wennink, P. De route naar toekomstige welvaart, 2025. Rapport
5 Boumans, S, Hebben vakbonden de neoliberale transformatie versterkt?, de Nederlandse zaak, Tijdschrift voor Arbeidsverhoudingen Jaargang 65, april 2023. Sage
6. Cottam, H, Radical Help, How we can remake the relationships between us and revolutionise the welfare state, Rotterdam, mei 2021. Management Boek.
Het essay van Hilary: de Radicale Weg