8 Maart 2026, internationale vrouwendag
Vrouwenstrijd en klassenstrijd
Sjarrel Massop
Met de individualisering van de samenleving lijkt ook de vrouwenstrijd op de achtergrond te raken. Het recht van vrouwen op betaalde arbeid is erkend, maar daarmee is de positie van vrouwen in het kapitalisme niet verbeterd. De vrouwenemancipatie is een onvermijdelijke voorwaarde voor verdere revolutionaire ontwikkelingen op weg naar het socialisme. In het socialisme zullen mensen waakzaam moeten blijven. Het patriarchaat is een systeem dat het kapitalisme heel goed uitkomt. Het einde van het kapitalisme betekent niet automatisch dat vrouwen daardoor ook kunnen emanciperen. Een vrouwenbeweging blijft nodig.
Vooraf een korte toelichting op het begrip 'gender'. Anders dan het begrip sekse dat de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen bepaalt, zegt gender iets over de sociaaleconomische en culturele verschillen tussen mannen en vrouwen. De vrouwenemancipatie is daarom een 'gender aangelegenheid' en beperkt zich niet tot economische gelijkheid, maar gaat ook over sociale en culturele gelijkheid. Daarvoor is een vrouwenbeweging onmisbaar.

Feminisme
Voor vrouwenemancipatie en vrouwenbevrijding is een revolutie nodig. Strijd en revolutie zijn niet bij voorbaat gewelddadig. Een revolutie is het radicaal breken met ingeslopen tradities en moet leiden tot een drastisch andere manier van samenleven tussen mensen. Inzicht komt pas, wanneer we ongewenste gewoontes en tradities aan de kaak stellen. Het zijn altijd de uitgeslotenen of op andere manier gemarginaliseerde mensen die vrij en open hun onderdrukking moeten kunnen aangeven. Dat is de reden waarom de vrouwenstrijd in eerste instantie een genderstrijd is. De onderdrukking van vrouwen betreft een economische, een sociale, een politieke en ook een culturele onderschikking. De strijd voor socialisme en voor feminisme zijn onlosmakelijk verbonden, ze betekenen een breuk met het patriarchaat die in eerste instantie een aangelegenheid van vrouwen is. Het feminisme staat ook op zichzelf, als een emancipatiebeweging voor vrouwen.
Deze oude extra (e453-2), 13 februari 2022 is eerder geplaatst in het dossier Heropleving Karl Marx (Gender). De aangeefsters zijn twee vrouwen: Heather Brown (HB) (1) met haar bijdrage en Raya Dunayevskaya (RD) (2) over Rosa Luxemburg.
Vrouwen- en klassenstrijd
HB - De complexe relatie tussen gender en klasse verdient alle aandacht om de situatie te verbeteren van vrouwen over de gehele wereld. Na de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw is een poging gedaan om de economie en de methodiek van Marx over te nemen en te integreren in een feministische theorie. Daarmee lijkt het of feministische kritieken, die stelden dat Marx weinig tot niets te bieden had, zijn overwonnen. Dit is vooral weerlegd door de kritiek op het 'vroeg marxistisch' feminisme dat onkritisch een verondersteld economisch determinisme van Marx accepteerde.
Marx heeft zich over veel meer uitgelaten dan alleen kapitaal en economische aangelegenheden. Hij keek naar sociale relaties, vaak wel in relatie tot de productieverhoudingen. De kwestie was of de strijd voor vrouwenbevrijding gelijk op kon gaan met de klassenstrijd. Ze kunnen echter niet zonder elkaar. Het is ook een strijd die gelijktijdig gevoerd moet worden. Uitgedrukt in: geen socialisme zonder feminisme en geen feminisme zonder socialisme.
HB - Van bijzondere betekenis is hoe Marx bewoog van het abstracte universele niveau naar het concrete natuurlijke niveau. Het abstracte niveau is dat mensen ongeacht hun gender, individuen zijn die zich bezighouden met overleven en dus met de reproductie van de mens als soort. Het concrete niveau is dat mensen, ongeacht hun gender, 'mensen op zichzelf' zijn, dat wil zeggen individuen met een eigenwaarde, als vertegenwoordigers van het 'mens zijn'. Vrouwen en mannen zijn voor elkaar niet alleen als instrumentele doelen waardevol, maar ook eenvoudig omdat ze menselijke wezens zijn met dezelfde behoeften.
Als het op emancipatie aankomt, waarvan het kernbegrip 'geen uitsluiting' is, dan gaat dat gelijk op voor vrouwen en mannen. Geen enkele sekse is van doorslaggevende betekenis als het gaat om de emancipatie. Het socialisme is geen patriarchaat en/of matriarchaat. Dat wil niet zeggen dat dit ook opgaat voor het kapitalisme. Zeker wanneer het gaat over exploitatie van de arbeid, richt het kapitalisme als systeem op de meest productieve arbeid. Een ontwikkeling van verdere mechanisering en automatisering van de productie heeft tot gevolg dat vrouwen en kinderen in de productie belangrijk worden. Ze zijn de goedkope arbeidskrachten aan de machines.
Vrouwenbevrijding als revolutionaire kracht
Hoe is zo'n ontwikkeling tegen te gaan.
RD - Marx concretiseerde elke menselijke relatie als een relatie van 'zijn' in plaats van 'hebben'. Dat betreft elke verhouding van alle mensen tot de wereld: zien, horen, ruiken, proeven, voelen, denken, waarnemen, ervaren, wensen, actief zijn, liefhebben. Alle staan tegenover het gevoel van bezit dat vervolgens de vervreemding is van al die gevoelens. De overgang naar privaat eigendom vormt daardoor 'de bevrijding' van alle menselijke gevoelens en waarnemingen. Maar om de plaats in te nemen van het 'hebben' voor de welvaart van alle menselijke behoeften - de armoede door de politieke economie van het kapitalisme - is een totale omvorming, een revolutie van het systeem nodig.
De ontwikkeling van het kapitalisme leidt tot een verschuiving voor mensen van 'zijn naar hebben'. Het private bezit, niet alleen van productiemiddelen maar ook voor 'het hebben' van een eigen huis, veel luxe, voldoende geld op de bank, zijn belangrijker geworden dan wat een mens werkelijk is. Een door en door sociaal wezen dat geluk werkelijk ervaart, van het zien tot en met liefhebben (zie voorgaand citaat). Deze verschuiving komt het kapitaal goed uit. Het stimuleert de mens tot een ongebreideld hedonistisch consumeren, waarin geen kans bestaat zichzelf te zijn. De mens vervreemdt van zichzelf.
Hier wordt de verbinding gelegd tussen klassenstrijd en vrouwenbevrijdingsstrijd. De ervaringen van vrouwen en mannen zijn niet verschillend als het om 'het zijn' van mensen gaat. Verschillen komen pas te voorschijn bij 'het hebben', daar worden mannen en vrouwen door hetzelfde bezit tegen elkaar uitgespeeld. De arbeidsverdeling verandert, maar niet in de betekenis dat de ontwikkeling van de technologie bijvoorbeeld de arbeid van mannen en vrouwen verlicht. Integendeel, mannen en vrouwen vervreemden beiden van hun werkelijk mens zijn, ze worden door de exploitatie van hun arbeid tegen elkaar uitgespeeld. Daarbij moet opgemerkt worden dat het patriarchaat, door de benadrukking van de gender verschillen, versterkend werkt op die exploitatie van mensen door het kapitaal.
RD - Op het punt van revolutie, evenals de man/vrouw verhouding, is het al te gemakkelijk voor marxisten om abstracties aan te halen, in plaats van diep te graven in de dialectiek van het concrete. Vrouwen in de marxistische beweging vonden het vaak gemakkelijker om Clara Zetkin (1889) aan te halen over de man/vrouw verhouding, toen zij bij de oprichting van de Tweede Internationale verklaarde: "Precies zoals de mannelijke arbeider ondergeschikt is aan de kapitalist, zo is de vrouw ondergeschikt aan de man. Ze zal altijd ondergeschikt blijven, totdat ze economisch onafhankelijk is." Maar als het er op aankomt bij de man/vrouw verhouding - niet alleen in economische, maar ook in persoonlijke zaken en in termen van revolutie - dan hebben vrouwen slechts te buigen.
Mannen en vrouwen hebben elkaar nodig als het gaat om de mensheid te ontdoen van het kapitalistische systeem van ontmenselijking, geen mens meer zijn. Vrouwen hebben elkaar nodig, in een eigen vrouwenbeweging, om zichzelf te zien als mens. Een eigen vrouwenbeweging vormt in dat opzicht geen bedreiging voor mannen. Ze levert een bijdrage aan de totale emancipatie van de mens, als een wezen dat niet het bezit, het 'hebben benadrukt, maar het 'zijn' van mens. Een beweging die de gender ongelijkheid ongedaan maakt.
Hier houdt de oude extra op. De discussie verdient een kleine uitbreiding. Het lijkt erop alsof er een tweedeling is ontstaan tussen Clara Zetkin (vrouwenstrijd) en Rosa Luxemburg (klassenstrijd). Niets is minder waar. Terecht nuanceert Raya hun innige vriendschap, die vooral de betekenis krijgt van een strijd waarbij alle aspecten aan elkaar verbonden worden.
RD – Het was niet de vrouwenkwestie maar de strijd tegen het reformisme die Luxemburg en Zetkin bij elkaar gebracht hadden. Dat betekent niet, dat Luxemburg de vrouwenstrijd overliet aan Zetkin, noch volgde Zetkin simpelweg Luxemburg. De waarheid is dat hun revolutionaire vriendschap staand hield gedurende twee decennia – voor de strijd tegen het revisionisme, tegen het militarisme, voor de strijd tegen de bureaucratisering van de vakbonden naar een actieve strijd, en natuurlijk, voor een strijd voor de revolutie zelf.
De strijd voor emancipatie en een menswaardige samenleving betekent vooral de verbinding van de strijd tegen elke onderdrukking.
(1) Heather Brown, Gender Equality, (2020) in The Marx Revival, Key Concepts and New Interpretations, Cambridge, University Press. Heather Brown is assistent-hoogleraar voor de Politieke Wetenschappen aan de Westfield State University in Massachusetts. Ze heeft veel geschreven over Marx en vrouwenstrijd.
(2) Raya Dunayevskaya, Rosa Luxemburg, Women's Liberation and Marx's Philosophy of Revolution (1981, 1991), Oxford, Master Books services.
Raya (1910-1987) was de Amerikaanse oprichtster van de filosofie van Marx' humanisme en een secretaresse van Trotsky, maar brak met hem om zich meer te wijden aan onderzoek naar de vrouwenbeweging.
