Meepraten en erbij horen
Jongeren aan het woord over de vakbond
Rob Lubbersen
In webzine Solidariteit van 30 november jongstleden schreef ik in Eindelijk goed nieuws over de groei van het aantal jonge leden bij FNV en CNV. In 2024 nam het aantal jonge leden toe met 47.000. Dat brengt het aantal leden tot 45 jaar op 422.000. Dat is een flink aandeel van de in totaal 1,4 miljoen vakbondsleden in Nederland. Het bleek dat dit onder andere te danken was aan het actieve optreden van de bonden onder het motto Actie loont. Maar daar valt meer over te zeggen. Hier wat enkele jongeren er zelf van vinden.
De NRC van 8/9 november 2025 liet vier jongeren aan het woord over hun motieven om lid te worden van een vakbond.
Marly van 29 en werkzaam in een verzorgingshuis zegt bijvoorbeeld dat de werkdruk hoger is dan haar salaris. Maar ze is toch vooral lid geworden uit solidariteit met haar collega’s die nóg minder verdienen dan zij.
Lucas van negentien en werkzaam in de thuiszorg heeft ook al een ideële reden voor zijn lidmaatschap. Hij vindt de maatschappij te individualistisch geworden. Hij wil ergens bij horen dat groter is dan hijzelf. Hij denkt dat dit voor veel jongeren zo is. Ook om verschil te kunnen maken en invloed te kunnen uitoefenen.
Meepraten!
Esmee van 24 werkt als ambtenaar en vreest dat ze door de nullijn bij de overheid door de inflatie feitelijk in inkomen achteruit gaat. Maar ze is ook lid geworden, omdat de vakbond voor vrouwen opkomt en interessante cursussen aanbiedt, onder andere over AI. En omdat ze ondersteund wordt door de ondernemingsraad en zo nodig juridisch advies krijgt.
Wijkverpleegkundige Nina van 23 tenslotte vindt net als Marly de werkdruk te hoog en haar salaris te laag. Ze vindt dat onrechtvaardig. Bovendien meent Nina dat haar bestuur en management van de Thuiszorg zo’n beetje alles beslissen - ze wil meepraten!
Speciale aandacht
Saskia Bouwmans, directeur van het wetenschappelijk bureau van de vakbeweging De Burcht, is natuurlijk blij met de toenemende belangstelling van jongeren voor FNV en CNV. Volgens haar waren de bonden te lang te onbekend bij de jeugd. De bonden hebben de laatste tijd meerdere malen laten zien dat ze in acties opkomen voor meer bestaanszekerheid. Dat vinden jongeren ook belangrijk.
Bovendien hebben de bonden speciale aandacht besteed aan de positie van jongeren, bijvoorbeeld als starters op de woningmarkt. En er is samen opgetrokken met de studentenorganisaties als het gaat om de basisbeurs. Laten we wel zijn: Zonder de bonden zouden de meeste werkers nu een lager loon hebben, zwaardere arbeidsomstandigheden en minder vrije tijd. Dat zien dus ook steeds meer jongeren in!
