Welkom Extra's

Reactie op Erik Meijer - Solidariteit extra 548-4

Democratische omgangsvormen

Koert Vrijhof

Erik Meijer schetst in zijn bijdrage aan webzine Solidariteit, 5 oktober 2025 - Wat voor soort vakbeweging willen we?, twee 'ideaaltypen' van mogelijke vakbondsmodellen. Laat ik hieraan een meer genuanceerde benadering toevoegen. Mede gebaseerd op 53 jaar ervaring in de vakbeweging, waarvan negen jaar als bezoldigd medewerker.

In die tijd heb ik als Abvakabo-lid de toename van leden en invloed meegemaakt, toen de neergang zich vanaf 2004 inzette. Dankzij grote investeringen in een wervend programma Gaan voor groei wist mijn bond in de periode 2008-2010 toch een groei van netto 10.000 leden te boeken! De bond wist zich daarmee positief te onderscheiden van de meeste FNV-bonden, met name van de latere fusiepartners Bondgenoten en Bouw. Na die periode verlegden FNV-bonden hun prioriteit naar 'organising'. Dat kon echter de neergang niet stoppen.

Tegenmacht

Een van de twee modellen is een sociale ANWB. Maar ik zou het prachtig vinden als onze vakbondswinkels qua professionaliteit zouden lijken op wat de ANWB-winkels presteren. Laten we eerlijk zijn, onze leden zien het lidmaatschap in grote meerderheid vooral als een verzekering tegen onrechtvaardigheid op de werkvloer. En ook als een vorm van solidariteit, zeker bij de senioren. Ik zie het als onze vakbondsplicht om geen afbreuk te doen aan hun verwachting.

Dat wil niet zeggen dat de invloed van onze leden op het bondsbeleid zou moeten worden teruggebracht tot een adviesrecht, zoals bij de bondsraad van de ANWB. Ik denk dat de huidige mix van invloedsverdeling tussen leden en werkorganisatie niet fundamenteel hoeft te veranderen. Gelet op de samenstelling van de medewerkers van de werkorganisatie schat ik in dat deze een betere afspiegeling in leeftijd en sekse is van de werkenden in Nederland dan het totaal van onze werkende kaderleden.
Daar komt uiteraard de kennis van en ervaring in vakbondskwesties bij die van professionals verwacht mag worden. Dus graag geen afname van de invloed van dagelijks bestuur en werkorganisatie. Dat betekent niet dat de invloed van (kader)leden teruggebracht moet worden tot donateurs, propagandisten en contacthulpjes.

Onze vrijwilligers kunnen op de werkvloer en lokaal waardevolle bijdragen leveren aan collectieve en persoonlijke belangenbehartiging - en doen dat ook vaak! En vormen daardoor een belangrijke maatschappelijke (tegen)macht. Mijn ervaring als jarenlang kaderlid èn medewerker vertelt me eerder dat we veel meer aandacht moeten schenken aan goede democratische omgangsvormen en tegengaan van ongewenst gedrag. Dat het steeds moet gaan om de kwaliteit van ons vakbondswerk, of dat nu geleverd wordt door kaderleden of medewerkers.