Strijd om publieke waarden
'Platforms' ontwrichten samenleving, maken overheid vleugellam
Sjarrel Massop
De platforms, zoals whatsapp, X, YouTube, Airbnb, Uber, het ziet er allemaal gelikt uit, de toepassingen zijn handig. Het hele verschijnsel, dat de 'platform samenleving' is gaan heten, is niet meer weg te denken. Op vele manieren worden we er dagelijks mee geconfronteerd, de ontwikkelingen volgen elkaar in een razend tempo op.
Is het allemaal wel zo onschuldig? Bijna tien geleden is er grondig onderzoek gedaan naar 'platform samenlevingen'. (1) We zullen hier de hoofdlijnen kritisch volgen. Zijn er aanknopingspunten om de uitwassen te beheersen en de toepassingen publieksvriendelijker te maken?
Platforms zijn dwingend
Wat is een platform en welke rol speelt het in de samenleving? De onderzoekers gebruiken de volgende definitie: Een technologische, economische en sociaal-culturele infrastructuur voor het faciliteren en organiseren van online sociaal en economisch verkeer tussen gebruikers en aanbieders, met (gebruikers)data als brandstof.
Hele mond vol. Het klinkt neutraal en aantrekkelijk, maar de praktijk valt tegen.
Wat oppervlakkig als pure dienstverlening lijkt, blijkt een dubbele bodem te kennen. De onderzoekers stellen zich neutraal op. Wanneer echter, los van de techniek, naar de werkelijke drijfveren gekeken wordt van de ontwerpers en eigenaren van de platforms, dan blijkt de dienstverlening niet voorop te staan.
Winst maken des te meer. Daarbij komt dat het aanbod van de bedrijven die zich met platforms bezighouden een nogal stevige arrogantie vertoont. Deelnemen aan een platform is nauwelijks vrijwillig meer, het lijkt erg efficiënt, maar met hulpvragen van mensen in nood valt het bitter tegen. Daarbij gaan de platforms op bijvoorbeeld een medische stoel zitten die gunstig blijkt te zijn voor de farmaceutische industrie, maar uiteindelijk twijfelachtig is voor een patiënt met reële medische klachten. Ook blijkt dat de overheid gedwongen gebruik moet maken van deze platforms, zonder over zeggenschap en controle te beschikken. En dat terwijl zowel toezicht als controle noodzakelijk is voor de publieke taak die de overheid nog steeds behoort te hebben.
Hoe werkt het?
Drie mechanismen
De onderzoekers onderscheiden meerdere mechanismen bij platforms. Hoe werken deze en welke conclusies trekken de onderzoekers?
Als eerste noemen ze dataficatie: het vermogen van online platforms om een groot aantal fenomenen en gebeurtenissen te traceren, kwantificeren, interpreteren en voorspellen. Dat zijn informele uitwisselingen bij dagelijkse gesprekken, voorkeuren en interesses, alsmede dagelijkse bewegingen die mensen zowel online als offline maken. Ze worden systematisch getraceerd en verwerkt als data.
George Orwell noemde dit al in zijn befaamde boek 1984: Big Brother is watching you. Dataficatie is dus niet specifiek voor wat platforms doen met activiteiten van gebruikers, het is een mechanisme dat ontwikkelaars van platforms gebruikers en inzetten om online activiteiten te sturen. Die data, een onbeschrijfelijke hoeveelheid, worden gebruikt om aan bedrijven te verkopen die daarvan bijvoorbeeld gebruik kunnen maken om met reclame mensen te bestoken. De beschikbare data zijn dan producten waarmee winst gemaakt kan worden, een verdienmodel voor de platforms.
En dat is het tweede mechanisme: commodificatie: data tot handelswaar maken: Het online transformeren van objecten, handelingen en ideeën in verhandelbare goederen of producten. Commodificatie betekent letterlijk tot 'economisch goed' maken. Bekend is de 'like knop', een eenvoudig symbooltje dat vooral gebruikt wordt op 'facebook', maar niet de betekenis heeft van pure belangstelling. De betrokken gegevens worden verzameld en gerubriceerd en verkocht aan producenten. Hetzelfde geldt voor de 'cookies': handelswaar voor commerciële bedrijven op zoek naar potentiële klanten.
Als derde mechanisme bespreken de onderzoekers: selectie - ordenen van wat als relevante data worden beschouwd. Hoewel functies als like, retweet, reageren, delen, volgen en vrienden appelleren aan basale menselijke emoties, en relaties, de technologie structureert in hoge mate hoe gebruikers zich met elkaar verbinden en hoe zij materiaal selecteren en filteren. Computergebruik, telefoneren, gebruik maken van media en zelfs inchecken op stations, alle informatie wordt omgezet in 'data' en op mogelijk andere toepassingen gelecteerd, oftewel in dienst van de commercie.
Tegenspraak
Het boek dat de onderzoekers uitbrachten, heeft zonder meer een signalerende functie. Aan de hand van drie voorbeelden - vervoer, journalistiek en onderwijs - illustreren ze de systematiek van dataficatie, commodificatie en selectie.
Er zijn platforms die gebaseerd zijn op een centralistisch model van de vrije markt, waarbij de rol van de overheid wordt geminimaliseerd, de eigenaars van de platforms standaarden en regels vaststellen, en de mechanismen van de vrije markt als uitgangspunt gelden voor de manier waarop de interacties tussen producent en consument worden bemiddeld.
Dat is een scherpe constatering: de overheid heeft nauwelijks greep op deze marktmechanismen en kan de publieke functie die ze heeft niet waarmaken. De onderzoekers stellen reparatie voor: de overheid kan zelf een centrale rol spelen in het opstellen van regels voor platforms, waarbij niet de marktwerking maar publieke belangen zoals bereikbaarheid en milieu-effecten centraal staan.
Een opvallende tegenspraak. Enerzijds constateren de onderzoekers dat de rol van de overheid nagenoeg is uitgespeeld, anderzijds trekken ze de kaart van de overheid om het publieke belang beter te dienen. Merkwaardig, daar gelaten de politieke onwil, waarmee de overheid besmet is na bijna vijftig jaar neoliberaal beleid.
De onderzoekers suggereren naast zelfdiscipline van de platforms een 'democratische' overheid: Het zijn juist de burgers zelf of de civil society-actoren zoals vakbonden en coöperaties die de platforms beheren en de bijbehorende regels en verdienmodellen vaststellen. Zeggenschap van gebruikers en stimulering van een lokale economie of gemeenschappen die dan de ordenende principes zijn.
Dat klinkt beter, maar is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zeker coöperaties en publieke bedrijven zijn grotendeels geprivatiseerd en hebben juist het 'verdienmodel' van de commodificatie hoog in het vaandel staan. Voor vakbonden echter is er beslist een perspectief, ook zij zullen net als andere massaorganisaties een 'veranderslag' moeten doormaken. Namelijk werkelijk opkomen voor de belangen van de leden, mobiliseren en vertrouwen in eigen kracht opbouwen.
Precarisering
Een passage in het boek is treffend en moet zeker de vakbond aan het denken zetten: Daarin schuilt een gevaar, stellen de critici, want iets wat aanvankelijk een extraatje lijkt, kan op termijn de default [standaard] manier van arbeidsorganisaties voor de gehele samenleving worden. In de 'on-demand' economie wordt iedereen dan uiteindelijk een ongeorganiseerde freelancer, zonder pensioenopbouw of verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid. Daarbij hebben de centrale platforms de macht om de prijzen vast te stellen, zonder inspraak van vakbeweging of uitvoerders, en rekenen ze vaak een fors bemiddelingstarief. De vrees van critici dat dit leidt tot precarisering, lijkt niet ongegrond.
Tien jaar na het verschijnen van het boek kan vastgesteld worden dat de genoemde vrees realiteit is geworden. Ontwaakt geprecariseerden der aarde, wordt lid van een vakbond en voer de strijd om publieke waarden te redden en te laten werken!
(1) José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal, 2016 - De platformsamenleving, strijd om publieke waarden in een online wereld, Amsterdam University Press (AUP).

