Welkom Extra's

Religieus onderwijs - staat of kerk?

De heilige koe van Duitsland

Stefan Kühl (1)

Als reactie op de slechte prestaties van Beierse scholen op de internationaal vergelijkende test voor schoolprestaties, heeft het ministerie van Cultuur van deze deelstaat een nieuw lesrooster voor openbare basisscholen doorgevoerd. Om meer lestijd voor Duits en wiskunde te creëren, werd de reikwijdte van vakken als Engels, kunst, muziek, handvaardigheid en design aanzienlijk verkleind. Hoewel de concentratie op kernvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen op basisscholen begrijpelijk is, valt het op welk onderwerp buiten de bezuinigingen is gelaten: het religieus onderwijs.

De prominente rol van religieus onderwijs op scholen kan historisch worden verklaard. De staat heeft de verantwoordelijkheid voor het schoolonderwijs steeds meer overgenomen van de kerken die vroeger de voor de hand liggende aanbieder waren van georganiseerd onderwijs. De oprichting van religieus onderwijs met onderwijzend personeel dat door de kerken was opgeleid en gedeeltelijk door hen werd gecontroleerd, was de concessie voor de overdracht van de onderwijsbevoegdheid aan de staat.

Godsdienst als schoolvak

De kerken hebben de toegang tot scholen wettelijk beschermd. Religieus onderwijs is het enige onderwerp dat expliciet in de Basiswet wordt genoemd. De vaders en moeders van die wet hebben uitdrukkelijk bepaald dat deze alleen mag worden verleend in overeenstemming met de beginselen van de religieuze gemeenschap. Juridisch gezien zou het gemakkelijker zijn om lessen Duits, wiskunde of natuurkunde af te schaffen dan lessen in katholieke of protestantse godsdienstwetenschappen.

Vanuit het perspectief van vandaag kunnen we ons afvragen waarom religie zo'n belangrijke rol op scholen zou moeten spelen via een eigen schoolvak. Er is niets mis met de discussie over sociale problemen in de klas. Bijvoorbeeld economische verschijnselen aankaarten, politieke ontwikkelingen bespreken, juridische kwesties op de agenda zetten, massamedia producten analyseren of religieuze praktijken aan de orde stellen. Maar scholen voor algemeen onderwijs hebben tot nu toe met succes, de regelmatig gestelde eisen geblokkeerd om aparte schoolvakken voor economie, politiek, rechten of mediastudies in te voeren. Er bestaat echter wel een apart schoolvak voor religie, waarvan vrijwel niemand het belang in twijfel durft te trekken.

Matig protest

Dit is merkbaar omdat er - anders dan in het zakenleven, de politiek, het recht of de media -organisaties in de kerken zijn die educatieve functies voor kinderen op zich kunnen nemen. Bedrijven, politieke partijen, rechtbanken en kranten vervullen belangrijke functies in de moderne samenleving, maar ze hebben noch het personeel, noch de middelen om kinderen te onderwijzen in kwesties van economie, politiek, recht of media. Kerken daarentegen laten zien dat zij zelf tot godsdienstonderwijs in staat zijn, wanneer zij lesgeven in de voorbereiding op het vormsel of de communie.

Ondanks de toenemende secularisatie in de samenleving zou het protest tegen de afschaffing van het religieus onderwijs aanzienlijk kunnen zijn. Zelfs partijen die regelmatig klagen dat de staat zich op veel te veel terreinen met het leven van hun burgers bemoeit, houden merkbaar hun lippen stijf op elkaar bij het bekritiseren van religieus onderwijs. Het lijkt gemakkelijker te klagen over te veel ambtenaren op ministeries, bij deelstaatautoriteiten of lokale overheden dan de vraag te beantwoorden waarom belastinggeld wordt gebruikt om tienduizenden religieuze leraren als ambtenaren op staatsscholen te financieren.

overzicht religies in Duitsland
Bron: Reddit

Geen vak

Vermoedelijk zullen er onder degenen die protesteren tegen de afschaffing van het godsdienstonderwijs één of twee ouders zijn die al jaren niet meer naar de kerk zijn geweest en nog nooit een tafelgebed met hun kind hebben uitgesproken. Je kunt je afvragen, nu steeds meer onderwijstaken aan scholen worden overgedragen, waarom scholen niet ook het godsdienstonderwijs voor hun eigen kinderen op zich zouden moeten nemen.

Als rechtvaardiging voor protestants of katholiek onderwijs en 'ethiek onderwijs' voor andersgelovigen, wordt de belangrijke rol van het vak in de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind benadrukt. Maar dit roept onvermijdelijk de vraag op waarom de persoonlijkheidsontwikkeling verankerd zou moeten worden in één enkel schoolvak. Bespreken we bij de interpretatie van een gedicht ook niet de zin van het leven in de Duitse les? Vindt er geen persoonlijkheidsontwikkeling plaats in de confrontatie tussen docenten en studenten in de lessen natuurwetenschappen?

De kerk

Het eventuele verzet van de kerken zal waarschijnlijk heftig zijn en zo bezien zal het niet mogelijk zijn het godsdienstonderwijs af te schaffen. Als gevolg van de afnemende belangstelling voor religieuze kwesties en een gebrek aan gespecialiseerd personeel overwegen de protestantse en katholieke kerken een grotere samenwerking op het gebied van onderwijs. Het nut van religieus onderwijs op staatsscholen wordt echter niet in twijfel getrokken. Heel misschien zorgt gedwongen scholing met een religieuze inhoud er voor dat één of twee jongeren als gelovigen worden behouden.

Maar de vraag is of de kerken zich een plezier doen door religieus onderwijs verplicht te stellen. Het zou nodig zijn om te onderzoeken of een schoolkind ooit God heeft gevonden via een verplichte les van 45 minuten, gevolgd door prestatiebeoordeling.
Het effect van religieus onderwijs is waarschijnlijk contraproductief. Via dit type onderwijs wordt geloof gecombineerd met wat de school voor veel kinderen tot een prioriteit maakt: leren onder druk. Religieus onderwijs moet plaatsvinden in de organisatie die daarvoor het meest geschikt is: de kerk.


(1) Stefan Kühl, hoogleraar Organisatiesociologie, Universiteit Bielefeld. Artikel uit Tageszeitung, 5 januari 2025, Deutschlands heilige Kuh 6056908 . Vertaling: Ab de Wildt.