Extreem rechts regeringsbeleid in Israël
Gedwongen werkloosheid Palestijnse arbeid(st)ers
Hans Boot (1)
De zwarte zaterdag van 7 oktober vorig jaar had vele ingrijpende gevolgen. Eén daarvan was de werkloosheid voor meer dan 200.000 Palestijnse arbeid(st)ers van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook die in Israël werkzaam waren. Het was hun verboden de (elf) controleposten of de Gaza grens naar Israël te passeren. Honderdduizenden Palestijnen kwamen zonder inkomsten, ook omdat zowel een uitkering bij werkloosheid als bij ziekte ontbraken. Daarnaast ging 20 procent van het Palestijnse bruto nationaal product verloren, bijna vier miljard dollar per jaar, en voor Israëlische ondernemers, vooral in de bouw en landbouw, dreigde het faillissement.
De uitsluiting van de Palestijnse arbeiders maakte deel uit van de door de regering Netanyahu uitgeroepen noodtoestand. Aan elke afhankelijkheid van Palestijnen, dus ook economische, moest een einde gemaakt worden. Eén van de extreemrechtse ministers. Smotrich (Financiën): Een land dat het leven dreigt te verliezen, geeft vijandelijke burgers geen toegang in tijde van oorlog. Hij en zijn collega Barkat (Economie en industrie) beschouwden elke Palestijn als een aanhanger van Hamas, een sympathisant van de gewelddadige explosie van 7 oktober.
Barkat pleitte al eerder voor vervanging van de Palestijnse arbeiders door 30.000 migranten uit India. Een aantal dat hij in een nieuw plan uitbreidde tot 170.000. Maar dat bleek al snel een fiasco, zowel vanwege de kosten (bemiddeling, wonen en opleiding) als de onderschatte kwalificaties van de Palestijnse arbeiders, plus hun de economie dragende positie. Begin november haalde de minister alsnog 200 arbeiders uit Malawi binnen en eind december 1.300 bouwvakkers uit Moldavië.

Foto: Rob Brouwer
Onmisbaarheid
In december werd in de Knesset (Israëlische parlement) bij een hoorzitting de noodklok geluid. De voorzitter van de bouwondernemers legde uit dat zijn leden in zware moeilijkheden verkeerden. Onze sector staat bijna volledig stil en is slechts voor 30 procent actief, terwijl 50 procent van de bouwplaatsen wordt gesloten. Dit zal gevolgen hebben voor de Israëlische economie en de huizenmarkt. Zijn collega van de renovatiebedrijven betoogde: Dit is een belachelijke beslissing van een stel waanvoorstellingen in de Israëlische regering die de handarbeiders en de renovatie-industrie direct schaden. De beslissing van de regering staat buiten onze praktijk. Wij worden geconfronteerd met faillissementen en een dreigende economische ineenstorting van Israël.
Inmiddels hadden ambtenaren van het ministerie van Financiën uitgerekend dat sluiting van de bouwsector 750 miljoen euro per maand kost.
In de zakenkrant The Marker (12 december 2023) worden de ministeriële plannen verwoestend genoemd voor de Israëlische arbeidsmarkt en in strijd met internationale verdragen. De vervanging van Palestijnse arbeiders door migranten zal niet alleen leiden tot de ineenstorting van de Palestijnse economie, maar bevat juist daardoor ook een veiligheidsrisico. Bovendien is de arbeidsimport besmet met corruptie van miljarden sjekel [één sjekel: 0,29 eur0] en zal in de praktijk een vorm van moderne slavernij zijn.
En daarmee zijn niet alleen de direct betrokken ministers aan de schandpaal genageld, maar sneuvelen hun migratieplannen. Geheel tegen hun zin is de onmisbaarheid en dus afhankelijkheid van de Palestijnse arbeiders een breed erkend gegeven.
Palestijnenhaat
Zoals Netanyahu in zijn vernietigingsdwang bereid lijkt zich internationaal te isoleren, is de Palestijnenhaat van de extreemrechtse ministers zo sterk dat ze de economische crisis door hun uitsluitingsbeleid voor lief te nemen. Bijna drie maanden na 7 oktober komen ze met een behoedzaam plan om toegang te verlenen aan Palestijnse arbeiders van ten minste 45 jaar oud. Dezen moeten eerst wel een veiligheidscontrole hebben ondergaan en over een toegangsvergunning beschikken. Volgens het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek werkte voor de oorlog ongeveer 160.000 Palestijnse arbeiders (19 procent van de beroepsbevolking op de Westelijke Jordaanoever) in Israël en in de nederzettingen. In januari mochten 14.000 Palestijnen werken in industriële zones in nederzettingen en in verschillende vitale industrieën in Israël.
En dat terwijl, met name op de Westelijke Jordaanoever bij een werkloosheid van 30 procent de mensen zich in de schulden steken, kinderen niet naar school gaan, de supermarkten leeg raken en de besturende Palestijnse Autoriteit (PA) toekijkt. Wat de laatste, Mohammad Shtayyeh, betreft, hij stelde de werklozen op de Westelijke Jordaanoever voor om terug te keren naar het cultiveren van het land en het leven van de groenten en fruit die ze verbouwen. Een bespottelijke gedachte volgens één van de werklozen: Ik heb mijn appartement in de stad en geen enkele meter land om te cultiveren. Deze oproep is slechts een fantasie. Shtayyeh weet dat zonder het jaarlijkse inkomen van vier miljard dollar van de arbeiders zijn PA is geëindigd.
De 'concessie' van de ministers, zo vertelde Assaf Adiv, de bestuurder van de vakbond MAAN, was niet ingegeven door de sociale ellende waarin velen verzeild raakten. Doorslaggevend waren het veronderstelde veiligheidsrisico en de mislukking arbeidsmigranten in te lijven. De uitgesloten Palestijnen werkten al tientallen jaren in Israël, zij dragen geen enkele verantwoordelijkheid voor de terroristische aanslag van 7 oktober, maar betalen de prijs. Ze eisen allemaal terug te gaan naar hun werk in Israël ten behoeve van iedereen. MAAN zal hen ondersteunen en ziet de oproep voor hun terugkeer in Israël als de enige rationele optie voor zowel Palestijnen als Israëliërs. (Haaretz, 29 januari 2024).
Die steun van MAAN begon direct na 7 oktober. Enerzijds door de werklozen waar mogelijk financieel de weg te wijzen en anderzijds door voortdurende protesten tegen verbanning van Palestijnen uit hun werk. MAAN blijft nauw contact houden met duizenden Palestijnse arbeiders en klaagt voortdurend de gedwongen werkloosheid aan.
Ook vanwege de dreigende rechter - corruptie - moet Netanyahu zijn beleid zonder perspectief doorzetten. Vandaag, 9 februari 2024, meldde The Washington Post dat hij een falende totale oorlog voert met een drastisch dalende internationale steun (digitale Today's WorldVieuw). Terwijl één van zijn ministers sprak over onkruid dat uitgeroeid moet worden, lichtte Netanyahu zijn strategie als volgt toe: Breek een glas - vermorzel de resterende stukken - sla de restanten in gruzelementen. Op dezelfde dag citeerde Haaretz een op straat protesterende vrouw met kritiek op Netanyahu: Het bloed van alle vermoorden kleeft aan zijn handen.
Laten we de hoop koesteren dat de eerdere protestbeweging, waaraan honderdduizenden deelnamen, zich tegen de oorlog keert en de (werkloze) Palestijnen steunt. In Nederland blijft doorgaande kritiek op het beleid van Rutte en zijn demissionaire kabinet bitter hard nodig. Een kritiek die uitdrukkelijk elk beschuldiging van antisemitisme weerlegt.
(1) Op verzoek stuurde Assaf Adiv 'links' over actuele ontwikkelingen in Israël, met name over de gedwongen werkloosheid van Palestijnen. Vooral van de volgende drie is gebruik gemaakt:
* Ban of Palestinian workers creates powder keg in the West Bank.
* Open the Gates of Israel for the return of Palestinian workers.
* MAAN Workers Association.