Palestijnen Westelijke Jordaanoever: werk in Israël verboden
Geld aan smokkelaars
Associated Press (1)
Bij zonsopgang midden mei 2024 verzamelden Sayyed Ayyed en tientallen andere werkloze Palestijnse mannen zich aan de voet van de torenhoge muur van beton en prikkeldraad die de bezette Westelijke Jordaanoever van Israël scheidt. Er was een smokkelaar met een ladder en touwen. Elke man gaf hem het equivalent van honderd dollar. Ayyed wachtte op zijn beurt, terwijl anderen over de muur klauterden.
De dertigjarige vader van twee jonge dochters had al een jaar geen werk gevonden. De schulden liepen op. De huur moest worden betaald. Aan de Israëlische kant was er de verleiding van werk op een bouwplaats. Hij moest alleen over de muur heen. Als we het punt bereiken, waarop je ziet dat je kinderen geen eten hebben, zei hij, is de angstbarrière doorbroken.
Massale werkloosheid
Een jaar oorlog in Gaza heeft zijn weerslag op de Westelijke Jordaanoever. De Wereldbank waarschuwt dat de economie dreigt in te storten vanwege Israëlische beperkingen die Palestijnse arbeiders verbieden het land in te gaan om te werken. En dat bij de grootste golf van geweld in decennia. De werkloosheid is omhooggeschoten en bereikte ongeveer 30 procent, terwijl dat percentage voor de oorlog zo'n 12 procent bedroeg. Het afgelopen jaar zijn ongeveer 300.000 Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever - van wie velen in Israël werkten - hun baan kwijtgeraakt. Zo meldt het Palestijnse Ministerie van Economie.
In het eerste kwartaal van 2024 kromp de economie van het gebied met 25 procent, aldus de Wereldbank. Wanhopig op zoek naar werk, smokkelen sommige Palestijnen zichzelf met groot persoonlijk risico door de bewaakte barrière naar Israël. Wanneer ze gevonden worden, volgt arrestatie door Israëlische veiligheidstroepen - soms wordt er geschoten. Er zijn geen officiële cijfers van de Palestijnse autoriteiten over arbeiders die zijn gedood of gewond door Israëlisch geweervuur, toen ze de barrière probeerden over te steken. Wij spraken met gezinnen van drie Palestijnen die zeiden dat hun familieleden zijn gedood, toen ze probeerden door de muur te sluipen.
Deze mensen worden beschoten, terwijl ze naar hun werk probeerden te gaan, zei Assaf Adiv, bestuurder van Maan Workers Association, een vakvereniging die zich richt op de rechten van Palestijnse arbeid(st)ers. (2)
Het leger doodt werkzoekende
Voor de oorlog staken zo'n 150.000 Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever elke dag legaal de grens over om naar Israël te werken, voornamelijk in de bouw, productie en landbouw. Nadat Hamas op 7 oktober Israël had aangevallen, blokkeerden de Israëlische autoriteiten de toegang voor de meeste Palestijnen, omdat dit noodzakelijk zou zijn voor de veiligheid. Tienduizenden Palestijnen raakten van de ene op de andere dag werkloos.
Eyad al-Najjar, een 47-jarige arbeider uit een dorp nabij de stad Yatta op de Westelijke Jordaanoever, sloop in juli door een prikkeldraadgedeelte van de barrière naar Israël en verdiende daarmee (omgezet) 650 dollar voor een week werk, vertelde zijn familie. Toen trouwde zijn zoon. De bruiloft kostte de familie 8.000 dollar. Dus probeerde al-Najjar zijn geluk opnieuw. Hij naderde op 26 augustus een gat in de barrière, drie dagen na de bruiloft. Israëlische troepen zagen hem en openden het vuur, waarbij ze hem doodden met een schot in zijn hoofd, aldus zijn familieleden. Zijn kinderen zullen in de toekomst moeten werken om deze schuld af te lossen, aldus familielid Jawadat al-Najjar. Niemand helpt in deze moeilijke dagen. Het Israëlische leger vertelde ons dat het geen commentaar kon geven op de schietpartij zonder de specifieke coördinaten te kennen van de plek die de familieleden hadden aangegeven.
Onze troepen, aldus de verklaring van het leger, werken om illegale infiltraties te voorkomen en de veiligheid van de barrière en de bewoners te handhaven. Ze leggen proactieve hinderlagen langs de barrière, arresteren infiltranten en smokkelaars, en opereren zowel openlijk als heimelijk om het barrièregebied te beschermen.
Volgens Assaf Adiv vinden er dagelijks infiltraties plaats, waarbij vaak tientallen Palestijnen tegelijk betrokken zijn.
Netwerk van controleposten
Veel Palestijnen zagen hun middelen van bestaan door de beperkingen uitgehold. Sommigen verkochten bezittingen. Langs de wegen van de Westelijke Jordaanoever verkopen kinderen zakdoekjes, flessenwater en luchtverfrissers. Sommige mannen hebben geprobeerd broodjes te verkopen bij geïmproviseerde stalletjes op straat.
Maar het gaat niet alleen om de afsluiting van banen in Israël. Het leger verstevigde ook zijn greep op de Westelijke Jordaanoever door een netwerk van nieuwe militaire controleposten op te zetten dat de beweging en handel van werklozen belemmert.
Voertuigen kunnen urenlang wachten, terwijl soldaten iedereen inspecteren. Dit is in tegenstelling tot voor de oorlog, toen velen werden doorgelaten. Andere wegen zijn volledig afgesloten. In één geval sloot het leger een weg af die twaalf dorpen met de zuidelijke stad Dura verbond, zei lokale activist Badawi Jawaed. Veel arbeiders konden hun werk niet bereiken en werden ontslagen.

controlepost voor 7 oktober 2023
Het geweld is toegenomen, met toenemende Israëlische aanvallen op gewapende groepen. Meer dan zevenhonderd Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever zijn gedood door Israëlisch vuur, aldus het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid. Velen werden doodgeschoten tijdens gewapende confrontaties, anderen omdat ze stenen naar troepen gooiden.
Door schulden risico's
In Israël kunnen Palestijnen twee of drie keer zoveel verdienen als op de Westelijke Jordaanoever. Ze worden tegengehouden door de Israëlische barrière die ongeveer 700 kilometer lang is en 7 meter hoog. De bouw van de barrière begon in 2002, nadat Palestijnen tientallen zelfmoordaanslagen en andere aanvallen hadden uitgevoerd, waarbij Israëlische burgers omkwamen op het hoogtepunt van de tweede intifada.
Kort geleden openden twee Palestijnse mannen uit Hebron (Westelijke Jordaanoever) het vuur op een boulevard in de wijk Jaffa in Tel Aviv. Daarbij kwamen minstens zeven mensen om, aldus de Israëlische politie. Het is nog onduidelijk hoe ze Israël zijn binnengekomen.
Velen beklimmen de barrière met ladders en touwen. Anderen verstoppen zich in vrachtwagens die door controleposten rijden. Sommigen glippen door gaten in hekken, hoorden we.
Ayyed werkte ooit voor een Israëlisch bouwbedrijf dat maandelijks (omgerekend) 1.850 dollar betaalde. Sinds het begin van de oorlog is hij van zijn baan afgesneden en zoekt hij werk in zijn geboortestad Jenin, in het noorden van de Westelijke Jordaanoever. Ayyed zei dat hij het bij supermarkten en restaurants had geprobeerd, maar niemand nam mensen aan. Om rond te komen, leende hij geld van vrienden, waardoor hij een schuld van ongeveer 1.600 dollar had. Hij bezuinigde op water en elektriciteit. In het voorjaar had hij niemand meer om van te lenen en moest hij maandelijks 500 dollar huur betalen. Dus besloot hij het risico te nemen. Toen hij de muur beklom, gleed de ladder weg. Ayyed viel op de grond aan de kant van de Westelijke Jordaanoever en brak zijn been. Hij strompelde berooid naar huis.
Smokkelaars, gerund door bendes
Palestijnse smokkelaars of tussenpersonen hebben banden met bendes aan beide kanten van de muur en regelen de oversteekplaatsen. Ze leveren ladders, touw en voertuigen aan de Israëlische kant om arbeiders weg te halen van de bewaakte barrière. Ze rekenen 300 tot 1.000 shekels (79 tot 260 dollar), zei Arafat Amro, een Palestijnse kenner van het arbeidsrecht die wij spraken. Hij gaat verder: eenmaal binnen is het niet moeilijk om werk te vinden, vanwege een tekort aan arbeidskracht in Israël, vooral in de bouw en landbouw. Om de Israëlische autoriteiten te ontwijken, slapen Palestijnse arbeiders op het land, ze slapen op de boerderijen, ze slapen onder de bomen, op de bouwplaatsen.
Raouf Adra, een arbeider uit Yatta, zei dat hij twee weken werk had gevonden op een bouwplaats in de Zuid-Israëlische stad Dimona, waarvoor hij 65 dollar per dag zou krijgen. Nadat hij over de barrière was geklommen en de bouwplaats had bereikt, werd hem verteld dat hij na zijn dienst niet mocht vertrekken - om ontdekking te voorkomen. De volgende dag bestormde de Israëlische politie de bouwplaats en arresteerde Adra en verschillende andere Palestijnen. De Israëlische manager was nergens te bekennen. Hij rende weg, zei Adra die zelf een gevangenisstraf kreeg van veertig dagen en een boete van 390 dollar. Na zijn vrijlating werd hij teruggebracht naar de Westelijke Jordaanoever en kreeg hij een inreisverbod van drie jaar.
Wanhopig op zoek naar werk zou bouwvakker Ayyed opnieuw risico's nemen. Hij kon niet meer lopen na zijn val afgelopen mei, dus hij moest het goud verkopen dat de familie aan zijn vrouw als huwelijkscadeau had gegeven en daarna zijn auto. Ik ken mensen die hun meubels hebben verkocht. Vier maanden later is zijn gebroken been bijna helemaal genezen.
Op de vraag of hij het opnieuw zou proberen, antwoordde Ayyed: Als de situatie hetzelfde blijft, zal ik het overwegen.
(1) Oorspronkelijke titel: Palestinians in West Bank risk crossing Israel's separation barrier to flee failing economy, 2 oktober 2024. Vertaling/bewerking Ab de Wildt.
(2) Wac - Maan Nieuwsbrief: newsletter
