Bomhoff heeft gelijk

Extreme individualisering schaadt pensioenstelsel

Emiel Stolp

In een artikel in Wynias Week bekritiseert Eduard Bomhoff (hoogleraar economie en ex-minister uit Rutte I) de nieuwe pensioenwet WTP, omdat die zou dwingen tot slechte beleggingen en daardoor lagere pensioenen. (1)

In Nederland is het vanzelfsprekend dat het voor een pensioen noodzakelijk is te moeten sparen en beleggen. De rest van de wereld denkt daar echter nog wel eens anders over. In de meeste landen worden de pensioenen betaald met een omslagstelsel. Er is geen gespaard vermogen, de mensen onder de pensioenleeftijd betalen uit premies en belastingen de pensioenen van de ouderen.

Demonstratie met spandoek Stop het casinopensioen
Bron: SP

Omslagsysteem

In Duitsland betalen mensen pensioenpremie. Dat geld wordt direct uitgekeerd aan de gepensioneerden van nu. Maar de werkenden bouwen in ruil voor hun premie een punten tegoed op. En de overheid beslist ieder jaar hoeveel pensioenuitkering iemand per punt krijgt. Zo'n omslagsysteem heeft het voordeel dat het zeer bestendig is tegen hoge inflatie. Door de inflatie stijgen niet alleen de prijzen, maar met enige vertraging ook de lonen. En daardoor stijgen de premie-inkomsten in het pensioensysteem, zodat ook de gepensioneerden een hoger pensioen kunnen krijgen. Tussen 2009 en 2021 is in Nederland het pensioenvermogen met een factor drie toegenomen, maar werden de pensioenen niet meer verhoogd. Hierdoor verloren de gepensioneerden 25 tot 30 procent in koopkracht. In Duitsland was geen gespaard pensioenvermogen en werden de uitkeringen al die tijd wel geïndexeerd.
In Midden- en Oost-Europa was er in 1918, 1928, 1945 en 1989 door oorlog, economische crisis en de ineenstorting van het communistische systeem hyperinflatie. Binnen honderd jaar ging de waarde van spaartegoeden vier keer verloren. In Oost Europa is er daarom geen vertrouwen in kapitaaldekking voor de pensioenen.
Een omslagsysteem voor het pensioen heeft ook het voordeel dat er na de start direct uitgekeerd kan worden. Bij een spaarsysteem, zoals in Nederland, kan er pas na minstens dertig jaar sparen een pensioen uitgekeerd worden. Een omslagstelsel is dus veel beter bestand tegen economische en andere rampen.

Maar het omslagstelsel heeft ook nadelen. De huidige betalende deelnemers moeten er op vertrouwen dat de volgende generaties ook weer voor hen zullen willen betalen. Een overheid die voortdurend herhaalt dat de pensioenen door de vergrijzing onbetaalbaar worden, is dus druk bezig dit vertrouwen af te breken. Bovendien is een omslagstelsel niet te combineren met private ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen. Dat de bevolking van Nederland binnen één generatie halveert is moeilijk voorstelbaar. Maar dat het aantal werkne(e)m(st)ers in een onderneming of bedrijfstak binnen veertig jaar met een factor tien groeit of krimpt is de normale gang van zaken. Private pensioenen zijn daarom alleen mogelijk met een spaarsysteem, dus kapitaaldekking.

Geld bederft

Net als groente en fruit bederft ook geld als het te lang bewaard wordt. Dat heet inflatie, alles wordt duurder en het geld wordt minder waard. Uit economisch oogpunt heeft kapitaaldekking daarom alleen maar zin als het rendement op het gespaarde geld boven de inflatie ligt. Nu ligt de rente op spaargeld al jaren onder de inflatie en hetzelfde geldt voor de rente op staatsleningen.

Volgens de Commissie Parameters die de rekenregels voor de pensioenfondsen opstelt, zal dit ook in de toekomst zo blijven. Sparen voor het pensioen heeft daarom alleen maar zin als er flink wordt belegd in aandelen en vastgoed. Die hebben een historisch lange termijn gemiddelde rendement van ongeveer 6 procent, dat is 3 procent boven de gemiddelde inflatie.

Onzekerheid

Nu hebben aandelen ook het nadeel dat de koersen nog wel eens wild op en neer willen gaan. De volatiliteit (=koersverandering van jaar op jaar) ligt tussen de 15 en 20 procent. Voor de lange termijn belegger maakt dat niet uit. Bij een extra rendement van 3 procent boven de staatslening, doet een gemengd pakket aandelen het na tien jaar vrijwel altijd beter dan spaargeld op de bank of staatsleningen.
Ook een beurskrach heeft op de langere termijn weinig effect. Bij de Lehman crisis van 2008 daalden de aandelenkoersen in een paar weken tijd met 30 procent. Maar in 2012 stonden ze weer hoger dan ooit. In het oude pensioensysteem was de volatiliteit van de aandelenkoersen dan ook geen probleem. Goede en slechte beleggingsjaren werden tussen de generaties gedeeld en het pensioenfonds kon zich opstellen als een lange termijn belegger.

Foto De Nederlandsche Bank 2004
De Nederlandsche Bank. Bron: Wikimedia

In het nieuwe stelsel is dat anders. De Nederlandsche Bank (DNB) vond dat er geïndividualiseerd moest worden naar een stelsel van individuele potjes, waarbij de risico's nu juist niet over de generaties gedeeld worden. Dat dwingt de pensioenfondsen om zich als korte termijn belegger op te stellen voor zover het de gepensioneerden betreft. Want je kunt wel denken dat het na een beursdip met een jaar of vier wel weer goed komt, dat duurt te lang als in de tussentijd wel voortdurend het pensioen uit het individuele potje gehaald moet worden.
Deze individualisering dwingt de pensioenfondsen er toe om een groot deel van het pensioenvermogen van de ouderen in staatsleningen met een laag rendement te beleggen. De wet schrijft voor dat de pensioenfondsen moeten rekenen alsof minstens 65 procent van het geld van de gepensioneerden in 'risico' vrije staatsleningen is belegd. Die leningen zijn trouwens absoluut niet risicovrij. Onder druk van DNB hebben de pensioenfondsen de afgelopen jaren massaal belegd in twintig- en dertigjarige staatsleningen met een rente van 0,5 procent. Dat leverde de gezamenlijke pensioenfondsen in 2022, toen de rente steeg, een verlies op van meer dan 250 miljard euro. Dit komt overeen met het bedrag van zes jaar pensioenuitkeringen. Dit was een jaar, waarin de professionele beleggers van de pensioenfondsen het aanzienlijk slechter deden dan de particuliere beleggers die zonder veel kennis van zaken een beetje op de beurs speculeerden. Maar particulieren zouden nooit beleggen in een dertigjarige obligatie met 0,5 procent rente.

Onder de pet

Een aantal pensioenfondsen heeft het transitieplan naar de nieuwe regeling al bekend gemaakt. In het plan van de sector Vervoer staat voor de gepensioneerden niet meer dan ongeveer 20 procent belegging in aandelen. Het is daarmee op voorhand duidelijk dat na het éénmalig uitdelen van de reserves, er onvoldoende rendement is om de inflatie te kunnen volgen.

Bij de andere fondsen staat er in de overgangsplannen niets over hoe het rendement op de beleggingen verdeeld gaat worden en met hoeveel belegging in aandelen er voor de ouderen wordt gerekend. Dat houden ze blijkbaar liever onder de pet. Maar het ligt voor de hand dat er ook bij die fondsen onvoldoende rendement zal zijn om de lopende pensioenen te kunnen indexeren.

Nieuwe wet schadelijk

De nieuwe pensioenwet is een product van de D66 ideologie van extreme individualisering die volledig in strijd is met het pensioensysteem als inkomensverzekering. De afgelopen jaren zijn de pensioenvermogens bij de fondsen meer dan verdubbeld, terwijl de pensioenen niet geïndexeerd mochten worden. Daarom vertrouwden de mensen het pensioensysteem niet meer en kwam er een roep om individuele potjes, zodat tenminste te zien is waar het geld blijft. De vakbonden zijn daarin mee gegaan, omdat ze niet begrepen hebben dat pensioen geen bankrekening is maar een inkomensverzekering.

Ook De Nederlandsche Bank ziet het pensioen als een individuele beleggingsrekening en niet als een inkomensvoorziening. Vandaar dat Bert Boertjes, directeur pensioentoezicht van DNB, op een pensioencongres kon zeggen dat indexatie van pensioenen helemaal niet nodig is, omdat nergens in de wet staat dat pensioenen geïndexeerd moeten worden. Volgens hem was juist de herverdeling van het rendement tussen generatie het grote pensioenprobleem.
Maar herverdeling is nu juist het doel en de kern van ieder verzekeringssysteem. Bij een ziektekostenverzekering is het toch ook normaal dat het geld van de gezonde mensen wordt uitgegeven aan de zieken. Zo zou het ook bij een pensioensysteem normaal moeten zijn dat de goede en de slechte beleggingsjaren over de generaties heen gedeeld worden. Maar de WTP is nu juist ontworpen om dat te verhinderen.

De econoom Bomhoff heeft gelijk: de risico's worden niet meer over de generaties gedeeld, zodat er minder risico genomen kan worden en we straks minder pensioen voor hetzelfde geld krijgen.

Tekening man met peilen van alle kanten naar hem toe
Bron: Bijlesstudent

(1) www.wyniasweek.nl

S symbool