Leesgroep "Heropleving Karl Marx" - sleutelbegrippen en nieuwe interpretaties deel 8a

Marx en de arbeid in zijn tijd

Sjarrel Massop

Karl Marx besprak het begrip 'arbeid', maar zijn hoofdthema is en blijft het kapitaal. Na het lezen van zijn Manuscripten 18611863, is mijn conclusie dat Marx van plan was nader in te gaan op 'arbeid'. De opzet van Het Kapitaal, 1864, bevestigde dat. Marx maakte daarin een aanzet tot het nooit gepubliceerde zesde hoofdstuk Die Resultate des unmittelbaren Produktionsprozess, waarin hij de ontwikkeling schetste van de formele naar de reële onderschikking van de arbeid aan het kapitaal.

Ricardo Antones heeft Marx' gedachten over de arbeid leerzaam weergegeven. 1 Dit thema maakt daarvan gebruik en bestaat uit twee delen. Het eerste (8a) behandelt hoe Marx dacht over arbeid in zijn tijd. Het tweede deel (8b) gaat over betekenis van zijn visie voor de arbeid in onze tijd.
Daaraan vooraf een toelichting. Marx zocht naar de relatie tussen kapitaal en arbeid en vond die in het begrip 'commodity' ('waar'), waarmee Het Kapitaal begint. Hij stelde zich de vraag: hoe kan de arbeid opgevat worden als een waar. Immers pas dan is arbeid op een (arbeids)markt verhandelbaar. Zijn antwoord was dat de arbeid(st)er niet de arbeid verkoopt, maar het vermogen om arbeid te leveren. De kapitalist is er op uit het arbeidsvermogen van de arbeider te verhogen, zodat deze tot meer arbeid in staat is. De aankoop van het arbeidsvermogen levert dan meer rendement op.
Antunes volgt dit denken van Marx chronologisch in tien stappen (die met uitroeptekens in de hier volgende tekst zijn belangrijk!!). Mij lijkt dat de tweede stap het draaipunt is in het denken van Marx over het begip arbeid.

Gedwongen proces

Stap één van Ricardo Antunes (RA).

De productie van de bestaansmiddelen, nodig om de menselijke behoeften te bevredigen, wijzigde in een fundamentele voorwaarde van het menselijke leven zelf. Dat wil zeggen: het is de basis van het humaniseringsproces. Werk, arbeid, werd gezien als iets dat samen gaat met het leven van hen die zich zelf beschouwden als menselijke en sociale wezens.

Arbeid is voorwaarde geworden voor mensen om te kunnen leven. Die voorwaarde kan alleen vervuld worden wanneer de arbeid gesocialiseerd wordt. Mensen moeten gaan samenwerken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Arbeid wordt georganiseerd tussen mensen. Daarmee wordt de arbeid ook verdeeld.

Stap twee(!!).

RA Het begrijpelijk maken van de arbeid als een uitdrukking van vitale activiteit bracht Marx al in zijn vroege geschriften tot de overtuiging dat het kapitalisme deze activiteit beperkte tot een zoektocht naar bestaansmiddelen voor het levensonderhoud. Door verder na te denken over het begrip arbeid, voegde hij een concreet element toe. Dat leidde ertoe dat zijn oorspronkelijke analyse van de politieke economie werd aangepast, namelijk dat hij deze activiteit ook zag als een commodity, als een waar.
Dit is de essentie, hierdoor wordt de verbinding tot het kapitaal gelegd. Kapitaal en arbeid zijn beide waren, of commodities. Kapitaal en arbeid vormen door hun inzet in productieprocessen goederen die een materiële uitdrukking kennen: een object, bijvoorbeeld een tafel, een brood, een auto of een computerprogramma. Maar Antunes maakt eerst een tussenstap.

Stap drie.

RA De arbeid is niet meer vrijwillig, maar een gedwongen proces, het wordt gedwongen arbeid. In plaats van de uitvoering van een vitale activiteit om in de menselijke behoeften en noodzakelijkheden te kunnen voorzien, is de arbeid omgevormd. Waarin? In een eenvoudig middel dat in de bevrediging voorziet van behoeften die buiten de eigen behoeften liggen. Dus voor Marx vervreemdde de arbeider van de producten van zijn arbeid.
Deze vervreemding is weliswaar essentieel maar in het vervolg van zijn redenering niet zo belangrijk. De vierde stap is dat wel.

De waar arbeidsvermogen

Stap vier (!!).

RA Marx formuleerde in Het Kapitaal (1867) het idee dat niet de arbeid zelf een commodity is, het vermogen tot arbeid is dat echter wel. Arbeid zou niet langer alleen maar gezien moeten worden als een uitdrukking van een commodity. Liever, het zou gezien moeten worden als een speciale 'waar', de enige commodity die in staat is waarde te scheppen. Marx benadrukte dat arbeid niet altijd een commodity is geweest. Arbeid was niet altijd loonarbeid, dat wil zeggen wel vrije arbeid.
De vervreemding van de arbeider van zijn of haar eigen arbeid wordt dus bepaald, doordat de arbeider het vermogen tot arbeid vrij kan verkopen voor een loon aan de hoogste bieder op de arbeidsmarkt. Zo kan voorzien worden in zijn of haar behoeften en in die van de naasten. De arbeider verkoopt het vermogen tot arbeid en de koper vaak de kapitalist krijgt de volledige beschikking over de arbeid en het resultaat ervan. Nu wordt de vervreemding duidelijker. De koper, kapitalist doet zijn stinkende best om uit de waar arbeidsvermogen alles te halen wat er in zit. De arbeidsproductiviteit moet omhoog. Dit is geen economische objectieve noodzaak, maar een keuze die voortvloeit uit de kapitalistische productiewijze. De afschaffing van het kapitalisme als politiek economisch systeem betekent dus in eerste instantie de afschaffing van de loonarbeid.

Stap vijf.

RA Arbeid is in de eerste plaats een proces waaraan zowel de mens als de natuur deelneemt. Daarin start de mens op eigen initiatief, regelt en controleert de materiële gevolgen tussen hem/haar en de natuur. De mens stelt zich tegenover de natuur als één van de eigen krachten door het in beweging zetten van armen, benen, hoofd en handen. Om zo de producten van de natuur zich toe te eigenen in een vorm die past bij de eigen behoeften. Door zo te handelen in een wereld buiten hem/haar zelf en die te veranderen, verandert de mens tegelijk de eigen natuur. De kern is hier dat de mens en de natuur, alles wat tot de mens komt als zijnde niet van hem, een eenheid vormen in productieprocessen voor de behoeften van de mens zelf. Daarbij heeft de mens de regie en schept met de arbeid nieuwe natuur, productiemiddelen bijvoorbeeld machines, waardoor de arbeid zelf ook verandert. Met de computer, een schepping van de mens, verandert het productieproces op een revolutionaire manier.

Stap 6.

RA - Arbeid is tegelijkertijd een historisch en sociaal proces met een diepe tegengestelde basis. Dus voor Marx was het duidelijk dat de evolutie en ontwikkeling van het menselijke leven nooit exclusief beperkt zouden worden tot de arbeid. Als dat wel het geval zou zijn, dan uiteindelijk niet meer dan de versterking en de realisering van sociale gevangenschap op een 'enkelvoudige' manier. Een eenzijdige schikking die tegengesteld is aan de veelzijdigheid van de menselijke activiteiten die erin betrokken zijn.
Marx introduceert hier de dialectiek tussen arbeid en kapitaal in optima forma. Arbeid en kapitaal zijn in kapitalistische productieprocessen als het om belangen gaat - en het belangrijkste belang is de accumulatie of groei van het kapitaal - elkaars tegengestelden. Echter voor die groei zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden en onmisbaar. De arbeid als waarde scheppende categorie, het kapitaal - althans het constante deel ervan - als katalysator van het accumulatieproces. Een computer in productieprocessen is een voorbeeld van constant kapitaal, het maakt het schrijven van 'opruiende teksten', voor Solidariteit als opdrachtgever, tot arbeid, het is een instrument om de arbeidsproductiviteit te verhogen.

Verdinglijking

Stap 7!!

RA - In Het Kapitaal, zocht Marx naar de mogelijkheid het centrale belang van een commodity te vangen diep ingebed in de logica van het kapitaal. Om dit te doen moest hij een essentieel verschil ontwikkelen. Hij verwees naar een onderscheid dat de kapitalistische samenleving op een grote schaal introduceert tussen concrete arbeid die gebruikswaarde produceert en abstracte arbeid die ruilwaarde produceert.
Ricardo is hier niet helemaal zuiver in zijn redenering. Marx maakt in zijn redenering het onderscheid tussen aan de ene kant sociaal noodzakelijke arbeidstijd (concrete arbeid), nodig om zich te reproduceren en uitgedrukt in loon. En aan de andere kant de abstracte arbeid of meerarbeid, bovenop de noodzakelijke arbeid en uitgedrukt in waarde of geld: de winst of meerwaarde voor de kapitalist. Door dit onderscheid wordt het streven naar de winstvergroting op kosten van de arbeider duidelijk. De concrete arbeid moet omlaag ten gunste van de abstracte arbeid, en zie daar de diepe betekenis van de klassenstrijd.

Stap 8.
Deze stap is een moeilijke.

RA De bestaande sociale relaties tussen individuele arbeid en de totale (maatschappelijke) arbeid zijn gemaskeerd. Ze worden voorgesteld als relaties tussen geobjectiveerde dingen. [Een auto bijvoorbeeld is een samenspel tussen verschillende vormen van arbeid die allemaal samenkomen in het object auto.] Wat dan verschijnt is een fetisjisme [verafgooding]: niets meer dan een zekere sociale relatie tussen de arbeiders zelf die voor de individuen naar voren komt als een begoochelende combinatie van de onderdelen. Onder de wet van de ruilwaarde vervormt de sociale relatie tussen mensen tot een relatie tussen dingen. Zo verschijnt een verdinglijkte relatie tussen sociale eenheden.

Door de arbeid te organiseren en te verdelen ontstaan er in het arbeidsproces sociale verhoudingen die zich uitdrukken in bezits- en machtsverhoudingen. Om te kunnen voorzien in de levensbehoeften heeft elke mens hulpmiddelen nodig die ze zelf moet produceren. Niet elk mens heeft die hulpmiddelen. Het bezit van bijvoorbeeld machines maakt dat sommige mensen meer zeggenschap hebben over hoe er samengewerkt wordt dan anderen.
Dit is altijd al de opmaat voor de vervreemding van de arbeider tot de arbeid geweest, tot op heden. De afzonderlijke mens maakt niet meer zijn eigen bestaansmiddelen, maar werkt in opdracht van en heeft noch zeggenschap over wat hij maakt, noch de beschikking erover. Hij krijgt geld om het brood dat hij zelf gebakken heeft te kunnen kopen.

Stap 9.

RA Opnieuw in Het Kapitaal, maar ook in het nooit gepubliceerde zesde hoofdstuk, presenteerde Marx een ander belangrijk punt dat zijn breder begrip van de arbeid in de kapitalistische samenleving voltooit. 2 Hij stelde dat de arbeid niet noodzakelijke handarbeid is om als productief te worden gezien, het gaat dan om de productieve en onproductieve arbeid.
Ook hier is Ricardo niet helemaal nauwkeurig. Het onderscheid dat Marx maakt, is wel tussen productieve en onproductieve arbeid. Het criterium is echter om productieve arbeid gelijk te stellen aan de combinatie van concrete en abstracte arbeid. Productieve arbeid met andere woorden brengt meerwaarde of winst voor de kapitalist op. Onproductieve arbeid, bijvoorbeeld de verpleegzorg in een ziekenhuis die niet op winst maken is ingesteld, levert voor de kapitalist niets op. Het gaat er dus niet om hoe goed en nuttig de arbeid voor de samenleving is, maar of de arbeid rendeert voor de kapitalist.

Stap 10.

RA Marx presenteert de dialectiek van de arbeid enerzijds als een vitale activiteit van mensen door de productie van goederen die de mensheid nodig heeft en anderzijds als de uitdrukking van vervreemde loonarbeid die voor de consolidatie van het kapitalisme zorgt. Dit is waarom zijn brede begrip niet gezien kan worden als eendimensionaal. Daarom geldt zijn visie niet alleen voor de arbeid in de negentiende, maar ook de gehele twintigste eeuw.
En daarmee is het tweede deel van dit thema over arbeid aangekondigd: 8b.


  1. Ricardo Anthones is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Campinas Brazilië. (terug)
  2. Die Resultate des unmittelbaren Produktionsprozess. Een document dat bewaard is gebleven en in 1934 uit de Moskouse archieven gekomen. Door mij vertaald voor het Marxist Internet archief www.marxists.org - resultate/2 (terug)
S symbool