welkom
extra
Solidariteit

Over het Nederlands militair geweld in Indonesië

De verantwoordelijken voor de moordpartijen

Maurice Ferares

Er is geen extremer geweld denkbaar dan het geweld van een leger dat een land aanvalt om het volk dat daar woont te onderwerpen. Het leger voert opdrachten uit van de heersende ondernemers via de politieke leiders die de lakens uitdelen. In 1945 waren het Drees en Schermerhorn die begonnen met het ronselen van vrijwilligers voor de vorming van een leger dat het door Japanners bezette Indonesië moest bevrijden om het weer door de Nederlandse koloniale kapitalisten te laten plunderen.

Anders gezegd: Om de VOC situatie te herscheppen die 350 jaar in Indonesië had bestaan. Tussen 1945 en 1949 stuurden de Nederlandse regeringen een leger van tweehonderdduizend man naar Indonesië. Dat kon pas gebeuren na de wijziging van de Grondwet die het zenden van soldaten buiten Nederland verbood. Van de vier regeringen in de periode juni 1945–maart 1951 was de sociaaldemocraat Drees minister-president; een korte tijd voorafgegaan door Schermerhorn. Alleen van 3 juli 1946 tot 4 juni 1948 was Beel van de KVP premier (Katholieke Volks Partij die later is opgegaan in het CDA).

Foto gevangengenomen Indonesiërs met doden

Staking in 1948

Maar zelfs in de regering van Beel ontbrak Drees niet als minister. Ook de VVD was in de meeste regeringen (van Drees!) vertegenwoordigd, niet in die van Beel. Dat waren de mannen die verantwoordelijk waren voor het extreme geweld dat van 1945 tot 1949 in Indonesië tegen het volk gebruikt werd in een poging het land weer te bezetten. Tweehonderdduizend man tot de tanden gewapend, met vliegtuigen, tanks en een vloot.

Zeker mag niet vergeten worden dat er jonge mannen waren die weigerden als militair naar Indonesië te gaan. Zij werden voor straf onder andere in de kolonie Veenhuizen opgesloten. 1 Helaas weigerden de leiders van de Eenheidsvakcentrale (EVC), onder invloed van de Communistische Partij Nederland (CPN), hun leden op te roepen geen schepen te laden en lossen die voor Indonesië bestemd waren. Iets wat in alle Australische havens wel gebeurde. De leiders van de CPN zaten weliswaar niet in de regering, maar waren niet minder schuldig aan het extreme geweld tegen de Indonesische bevolking dan hun collega's van de andere partijen. Ze waren tegen de onafhankelijkheid van Indonesië, in tegenstelling tot de grote meerderheid van hun leden, zoals bleek tijdens de algemene staking in Amsterdam tegen het uitzenden van troepen naar Indonesië op 24 september 1948.
De redenen waarom de CPN tegen de onafhankelijkheid van Indonesië was: a) de partij volgde de opdrachten van Stalin, b) de leiders wilden graag minister worden en hun partij tot een betrouwbare regeringspartner maken. Overigens, dat de CPN de staking niet had voorbereid, blijkt uit het hoofdartikel in De Waarheid van 24 september 1948: Deze staking is niet begonnen. Deze staking was er. Het zal al lang in de lucht en de schietpartij van zaterdagavond was de druppel die de emmer deed overlopen.
Dus geen oproep van de partij. Het was een spontane staking door het volk van Amsterdam, evenals de Februaristaking van 1942 tegen de Duitse joden vervolging.

Het extreme geweld

Vrouwe Justitia Dat er in Indonesië door het Nederlandse leger afschuwelijk geweld is gebruikt, was in Nederland vanaf het begin van de poging om Indonesië opnieuw te bezetten bij iedereen bekend die het wilde weten. De poging kon niet anders dan met massaal geweld gepaard gaan. Dat er door individuele militairen geweld was gebruikt zou als uitvlucht kunnen dienen. Die gelegenheid deed zich voor, nadat Joop Hueting op 17 januari 1969 tijdens een uitzending van het VARA televisieprogramma Achter het Nieuws verklaarde als dienstplichtig soldaat in Indonesië getuige te zijn geweest van oorlogsmisdaden en er zelf aan had deelgenomen. De minister-president, oud-duikboot kapitein, De Jong die in april 1967 was aangetreden, installeerde een commissie om de eer van het leger te redden.
Het was deze commissie die de zogenaamde Excessennota in 1969 presenteerde en waarvan de kern was: het leger als geheel heeft zich correct gedragen, slechts enkele militairen hebben ernstige misdaden begaan. Het heeft een aantal jaren geduurd alvorens een andere zienswijze verscheen. Het was Remy Limpach, een Zwitsers/Nederlands historicus die in 2016 een proefschrift schreef getiteld: De rokende kampongs van generaal Spoor dat als boek bij uitgeverij Boom verscheen. Zijn conclusie was: De Nederlandse krijgsmacht maakte zich in de oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging in de periode 1945-1949 op grote schaal schuldig aan structureel extreem geweld.

Hoe het optreden van het leger in Nederland officieel werd uitgelegd, blijkt uit een artikel in de Militaire Spectator nummer 10, 2016 (Uitgave van de Koninklijke Vereniging tot Beoefening van de Krijgswetenschap). Hier een citaat:
De militaire inzet in Nederlands-Indië van 1945-1949 was een formidabele krachtsinspanning van het koninkrijk dat berooid en getekend uit de Tweede Wereldoorlog was gekomen. De onafhankelijkheidsproclamatie van Indonesische nationalisten o.l.v. Ir Soekarno en M. Hatta op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie, kwam als een totale verrassing voor de Nederlandse autoriteiten. De proclamatie vormde de opmaat voor een nationalistische revolutie. Die barstte los met de gruwelijke Bersiap, waarbij Nederlandse burgers, Indo-Europeanen, Chinezen en met het Nederlandse gezag sympathiserende Indonesiërs, het doelwit waren van ongebreideld geweld.

Geen excuus

De waarheid was wel anders. De journalist Jacques de Kadt die voor Het Parool in Indonesie was, schreef op 2 januari 1946: In Batavia, Pedjambon, Tanah Tinggi, Senen, Petodjo werden door Nederlanders en Ambonezen kampongs in brand gestoken.
Hoeveel Indonesiers door verbranding in hun kampongs zijn omgekomen, is niet bekend en evenmin is op de man af bekend hoeveel mannen en jongens standrechtelijk zijn vermoord door afdelingen van het Nederlandse leger. Denk aan Rawagedeh op Oost-Java waar in december 1948 de hele mannelijke bevolking standrechtelijk is doodgeschoten. Aan de slachtpartij op Bali, enzovoort, enzovoort. Denk aan iemand als Westerling die op Zuid-Sulawesi heeft gemoord.

Zeker is, dat tussen 1945 en 1949 honderdduizenden Indonesiërs gestorven zijn door het Nederlandse optreden. Nederlandse politici bieden geen excuus aan voor de moorden en vernielingen die plaatsvonden tijdens vijf jaar 'politionele actie' van de orde en rust brengende Nederlanders. Zij willen niet het risico lopen dat de nabestaanden van de slachtoffers een financiële claim bij een rechter neerleggen.

Arme Remy Limpach

Generaal Spoor Het boek De brandende kampongs van generaal Spoor is in een tweede druk verschenen. Er is echter een kleine wijziging. De naam van Spoor is uit de titel verdwenen.
Limpach is door twee medewerkers van de NRC, Frank Vermeulen en Frank Ruiter, op 3 juli 2020 geïnterviewd. Eén van de hem gestelde vragen was: waarom de naam van Spoor uit de titel van zijn boek was gehaald. Het antwoord van Limpach was onthutsend: Dat was een idee van de uitgever om het compact te laten.
Nog ernstiger was wat Limpach vervolgens zei: Maar als je de vraag stelt wie voor het extreme geweld verantwoordelijk was, waren er structurele factoren, die dat in de hand hebben gewerkt. Uiteindelijk is de krijgsmacht met een tekort aan militaire, politionele en juridische middelen op pad gestuurd.
Onvoorstelbaar dat hij dit heeft kunnen zeggen. De tranen sprongen me in de ogen, toen ik dat las. Wie heeft Limpach zo kapot gemaakt? De man die vastgesteld had dat het geweld van het 200.00 man sterke invasieleger – erop uitgestuurd om Indonesië te heroveren voor de Nederlandse Handelsmaatschappij en al die andere bloedhonden die het land eeuwen hadden uitgeplunderd - te klein was geweest om nog meer mensen te vermoorden, hun huizen in brand te steken en al die andere oorlogsmisdaden te begaan. Dit is een tragisch schoolvoorbeeld van hoe een eerlijke man als Limbach kapot kan worden gemaakt. Hoe een rechtschapen historicus tot een inhoudsloze kwekkebek kan worden gemaakt door lieden die alleen maar op geld uit zijn en de vereiste VOC-mentaliteit bezitten.

Na het verschijnen van het boek werd opnieuw een commissie samengesteld. Deze moet onderzoeken of er massaal extreem geweld in Indonesië is gebruikt in de jaren 1945-1949. Het onderzoek mag vier jaar duren. Ongetwijfeld zal het resultaat van het onderzoek niet anders zijn dan wat al in de excessennota staat. De geciteerde woorden van Limbach duiden daar op. Het te zwakke leger is correct opgetreden, individuen hebben misdaden gepleegd. De werkelijke verantwoordelijken zijn nog steeds ongestraft en zullen dat ook bij Rutte en zijn kompanen blijven.


1 Henny Zwart, Er waren er die niet gingen. Vijftien eeuwen straf voor Indonesië-weigeraars, Solidariteit 1995 – solidariteit.nl/boeken/er_waren_er_die_niet_gingen
S symbool