Jan Ilsink
Vrijwel iedereen staat op het werk onverminderd bloot aan onzekerheid over verworven arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Dit is het gevolg van voortdurende reorganisaties, technologische vernieuwing, internationale schaalvergroting en verschuivingen in sociaaleconomische machtsverhoudingen. Bovendien worden nieuwe ondernemingen opgericht, waarin geen vakbondstraditie bestaat. Arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden staan in het kapitalisme voortdurend onder druk, omdat ze als kostenpost worden gezien.
Uit deze opsomming blijkt de absolute noodzaak zonneklaar van een belangenorganisatie van werkers: een strijdbare vakbeweging. Een organisatie waarvan de leden beseffen dat in deze maatschappelijke turbulentie hun enige drukmiddel eenheid is. Met het uiteindelijke machtsmiddel: het werk neerleggen, stoppen van de geldmachine voor de eigenaren van de productiemiddelen.
Hiervoor is een democratische organisatie nodig met geschoolde leden die inzicht hebben in de ontwikkeling van machtsverhoudingen en bereid zijn strijd te voeren voor hun belangen. Een strijdorganisatie die bovendien bewust en toegerust is om ook aan de onderhandelingstafel resultaat te boeken! Dus terugkoppelende en geen ingepolderde onderhandelaars.
Volgend jaar in februari worden bij de FNV verkiezingen gehouden voor het Algemeen Bestuur en het Ledenparlement. Het is dan tien jaar geleden dat een nieuwe organisatiestructuur werd ingevoerd na de fusie van voorheen zelfstandige bonden. Een fusie die was voorbereid door Herman Wijffels van de Rabobank die ook enige tijd werkzaam was in de imperialistische praktijk van de Wereldbank en Han Noten, PvdA-burgemeester van Dalfsen. Jetta Kleinsma, voormalig staatssecretaris voor de PvdA, zorgde voor de uitvoering. Alleen Noten had enige vakbondsachtergrond. Kortom, drie bestuurders ingepast in de politieke en sociaaleconomische realiteit aan het begin van dit millennium.
De verkiezingen zijn het moment om na tien jaar de fusie kritisch te bekijken en de doelstellingen in 2014 van de toen gewenste belangenbehartiging tegen het licht te houden! De komende kandidaatstelling biedt een kans voor reflectie op actuele belangen van de werkers en hun rol daarin, de doelstellingen van de vakbond en de daarbij passende organisatiestructuur.
Hoe kijken kandidaten aan tegen het functioneren van de gefuseerde FNV en hoe is die te versterken tot een strijdbare vakbond? Welke verschillen in belangen van werkers zijn in de huidige tijd aan de orde, welke prioriteit hebben die, hoe kan en moet daarvoor worden opgetreden en hoe kan de solidariteit van alle werkers worden georganiseerd?
Hoe kunnen de leden (de vereniging) weer het fundament van de FNV worden en (kader)leden het beleid ontwikkelen met ondersteuning van de werkorganisatie? Hoe kunnen kandidaten worden gekozen op grond van uitkomsten van deze discussie en de standpunten die zij daarbij innemen?
Met de fusie werd meer invloed van leden op het beleid beoogd door opbouw van onderop. Maar het tegendeel bleek het geval. De vakbondsdemocratie, essentieel voor een actieve en strijdbare vakbond, werd na de fusie teruggebracht tot een centraal geleid parlementair stelsel. Terwijl voorheen het congres met levendige discussies en daarna de verkiezing van zelfstandige bondsraden en bondsbesturen, een grondslag voor de vakbondsdemocratie vormden. Daarvoor in de plaats kwamen een sectoraal samengesteld Ledenparlement, raden en besturen en een Algemeen Bestuur.
Verkiezingen worden sindsdien digitaal georganiseerd, dus zonder breed georganiseerde algemene discussies over en verantwoording van het gevoerde beleid. Bovendien is na de fusie een sterke scheiding aangebracht tussen de bovengenoemde parlementair-democratische vereniging en de hiërarchisch georganiseerde werkorganisatie. De laatste zou de vereniging moeten ondersteunen, maar blijkt in veel sectoren beleidsbepalend.
In het beleidsstuk ''De Nieuwe Vakbeweging'' (2014) staat dat weliswaar een organisatieontwerp voor de gefuseerde FNV is beschreven, maar dat in de uitvoering de leden meer invloed moeten krijgen. Daarbij werd ook gemikt op nieuwe groepen op de arbeidsmarkt die andere behoeften in hun arbeidsvoorwaarden hebben.
Om recht te doen aan de veelvormige samenstelling kunnen leden zich verenigen langs vak en beroep (sector), regio, leeftijd of andere karakteristieken (doelgroep). Jongeren, uitkeringsgerechtigden, senioren en zzp'ers worden herkend en erkend in hun specifieke behoeftes en belangen. Ze krijgen bovendien de ruimte zich te organiseren in een zelfstandige eenheid. Bij de besturing van de nieuwe vakbeweging staat herkenbaarheid voor de leden centraal. De organisatie bouwt van onderop. Dat betekent veel zeggenschap binnen de eenheden en de verbindende structuur van de nieuwe vakbeweging.
In 2024 blijken dit vrome wensen te zijn. Want de democratie in besluitvoorbereiding en besluit-vorming is teruggebracht tot een bureaucratisch parlementair proces, waarbij de invloed van leden meestal ver te zoeken is. Mede hierdoor is bij leden die een strijdbare en activerende vakbond voorstaan, het enthousiasme gering om deel te nemen aan het parlementair gehakketak in Ledenparlement en sectoren. Veel sectoren hebben te weinig kandidaten om de organisatiestructuur te vullen voor de posities in het Ledenparlement, de sectorraden en sector-besturen.
De gefuseerde FNV blijkt een gespleten organisatie te zijn geworden. Een deel van de bonden is niet meegegaan in de fusie (Nederlandse Politiebond, Algemene Onderwijsbond en enkele kleine bonden) en heeft de eigen organisatie- en besluitvormingsstructuur behouden. Zij zijn veelal zichtbaarder dan de sectoren en subsectoren in het overige en grootste deel van de FNV en behouden een eigen besluitvorming die weliswaar wordt beperkt door hun deelname aan het Ledenparlement.
In het 'sectordeel' zijn er sectoren met een hoge organisatiegraad en een werkende besluitvorming die bij conflicten (bijvoorbeeld rond de cao) macht kunnen en willen ontwikkelen. Maar daarnaast zijn er sectoren die functioneren volgens het ANWB-model (dienstverlening bij 'bedrijfsongevallen') en beheerst worden door de werkorganisatie. Zij oriënteren zich, volgens de kwartiermakers van de nieuwe vakbeweging, op een vakbeweging met een nieuw merk of een procedure voor een nieuwe merknaam (zie het recente onderzoek voor een betere belangenbehartiging van de Afdeling Marketing FNV). (1)
Dus geen oriëntatie op een strijdbare bond die na een brede discussie over bestaande of nieuw opdoemende belangen besluiten neemt en collectief uitvoert.
In de afgelopen tien jaar zijn er successen behaald zoals verbeteringen in cao's (recentelijk in 32 cao's de automatische prijscompensatie). Bovendien waren er acties, waaronder stakingen, bij niet voor de hand liggende bedrijven als banken (ING: 14 procent loonsverhoging), kinderopvang (12 procent) en ziekenhuizen (15 procent). Ook zijn er vakbondshuizen geopend en doet de belastingservice goed werk.
Maar in dezelfde tijd is het ledental (volgens het CBS) teruggelopen van ruim een miljoen naar ongeveer 850.000 en zijn veel tot belastingconsulenten opgeleide kaderleden aan de kant gezet. Van de wens om flexwerkers en zzp'ers lid te maken, is niet veel terecht gekomen. Voor bestaanszekerheid zijn zeer ongunstige compromissen met zelfs verslechteringen gesloten, bijvoorbeeld het pensioenakkoord "Wet Toekomst Pensioenen", of zijn eisen (nog) niet (breed) gerealiseerd, zoals eerder stoppen bij zwaar werk.
De komende verkiezingen zijn het moment om de situatie na tien jaar fusie te evalueren. Wat is er terechtgekomen van de doelstellingen van de fusie? Welke tekortkomingen en fouten kunnen en moeten worden hersteld?
Helaas geeft tot nu toe de houding van de huidige FNV-bestuurders weinig aanleiding te verwachten dat zij een dergelijke evaluatie van plan zijn en/of daarvoor voorbereidingen treffen. Zo'n kritische terugblik en strijdbare visie op de toekomst van de vakbeweging moet dus worden afgedwongen door de (kader)leden! Zij moeten de eis tot evaluatie in en buiten de FNV-structuren aan de orde stellen. Maar om effect te sorteren, moeten zij wel gecoördineerd optreden. Geef je daarom op voor het Kaderberaad via
(1) Doe mee! Klik op de onderstaande link om de vragenlijst in te vullen: onderzoek Afdeling Marketing FNV