welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - Commentaar 432 - 25 april 2021

Koloniale erfenis en de vakbeweging

Dick de Graaf

Was Doedel vergeten? Ik wist niets van zijn lot, maar ik had het moeten weten en als ik mij wat dieper in de recente geschiedenis had verdiept had ik het kunnen weten. Het was beschamend. Doedel was om politieke redenen krankzinnig verklaard en zat 43 jaar vast in de psychiatrische inrichting Wolfenbuttel.1 Hij zou daaruit pas in 1980 worden ontslagen, enkele dagen voor zijn dood.

Dat schrijft Jan Pronk in zijn recente boek Suriname, van wingewest tot natiestaat. Pronk was van 1973-1977 minister voor Ontwikkelingssamenwerking. In 1975, in de regeringsperiode van het kabinet Den Uyl, werd Suriname onafhankelijk.

Eerherstel

Maar niet alleen Jan Pronk 'had het moeten en kunnen weten'. Beschamend weinig is er bekend binnen de vakbeweging over de rol van de koloniale heersers bij de onderdrukking van arbeidersstrijd in de Nederlandse koloniën. En over de houding van de Nederlandse vakbeweging daarbij. Dat geldt zowel voor de Nederlandse Antillen, voor Indonesië/Nederlands-Indië als voor Suriname. En die geschiedenis is nog zo dichtbij.

Als lid van de Sub-Sahara Werkgroep FNV werk ik samen met enkele Surinaamse Nederlanders. Naar aanleiding van de recente aandacht voor het lot van Louis Doedel en het op 18 februari 2021 opduiken van zijn lang verloren gewaande medisch dossier hebben wij een verzoek gedaan aan het Dagelijks Bestuur van de FNV om mee te werken aan het eerherstel van Louis Doedel. Dit verzoek is mede ondersteund door het FNV Netwerk Wereldburgers, waarin ook weer verschillende Surinaamse Nederlanders actief zijn. De FNV bezint zich op een zinvol initiatief.

Louis Doedel

Als journalist en activist was Louis Doedel betrokken bij initiatieven ten behoeve van de arbeidersbeweging in de Nederlandse Antillen en Suriname. Geboren in Suriname (1905) vertrok hij al op jonge leeftijd naar Curaçao, waar hij als geschoolde werker makkelijker een baan kon vinden. Daar werd hij politiek actief en wel zodanig dat de koloniale machthebbers hem terugstuurden naar Suriname.
Daar zette hij zijn activiteiten voort. Hij nam, vaak als voorzitter, deel aan het Surinaams Werklozen Comité, de Surinaamse Volksbond, de Surinaamse Algemene Werkers Organisatie, het Surinaams Arbeiders Verbond en het Surinaams Werklozen Strijd Comité. Daarnaast schreef hij tal van pamfletten en brochures en artikelen in de Surinaamse krant De Banier van Waarheid en Recht, een krant met een kritische houding ten opzichte van de koloniale machthebbers.

We schrijven de jaren dertig, de tijd van de grote economische crisis die ook in Suriname veel mensen tot de bedelstaf bracht. Louis Doedel vond dat het Nederlandse gouvernement daar te weinig aan deed. In mei 1937 wil hij daarom aan gouverneur Kielstra een petitie aanbieden om daar aandacht voor te vragen. Hij wordt als zwarte man niet ontvangen, maar tal van witte bezoekers mogen wel op audiëntie komen, terwijl hij maar moet wachten. Daarop besluit Louis Doedel zijn gezicht wit te kleuren om aldus toegang te verkrijgen. Hij wordt naar buiten gegooid. Boos draait hij zich om, laat zijn broek zakken en toont aldus zijn minachting voor deze bejegening. Daarop wordt hij voor gek verklaard en opgesloten in 's Lands Psychiatrische Inrichting, de LPI, gelegen op het terrein van de voormalige plantage Wolffenbüttel. In de Surinaamse volksmond heet deze instelling, nu officieel het Psychiatrisch Centrum Suriname, dan ook nog steeds Wolffenbüttel.
Daarna wordt er lange tijd in de openbaarheid niets meer van hem vernomen. Gedacht wordt zelfs dat hij dood zou zijn. Maar één van de medeleden in de Sub-Sahara Werkgroep FNV heeft als jongen van een jaar of tien in de jaren zestig nog meermalen eten bij Louis Doedel gebracht. Hij vergezelde zijn moeder die eten voor een oom kwam brengen die daar ook was opgeborgen. En dan kreeg Louis Doedel ook een portie. Zijn bestaan was bekend, maar werd doodgezwegen. 2 Nadat Anton de Kom en zijn boek Wij slaven van Suriname in de in 2020 herijkte Canon van Nederland werd opgenomen, kwam er ook in Nederland weer bredere aandacht voor andere verzetsmensen uit de koloniale tijd in Suriname, waaronder dus Louis Doedel.

NVV - Nederlands-Indië

Niet alleen in Suriname was er verzet en opstand tegen de omstandigheden onder het koloniale juk. Het Hongeroproer in Suriname in 1931 is inmiddels wel uitgebreid beschreven. Maar over de volksopstan-den in Nederlands-Indië, bij voorbeeld die van 1926 en 1927, is minder bekend. De leiders daarvan werden verbannen naar het strafkamp Boven-Digoel op Nieuw-Guinea. De Nederlandse internationale activist Henk Sneevliet heeft mede aan de basis gestaan van deze volksbeweging.3
Over de betrokkenheid van de Nederlandse vakbeweging, in het bijzonder het NVV, is naar mijn beste weten nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Interessant zou zijn om te beschrijven wat precies de betrokkenheid van het NVV is geweest bij de contacten met de opkomende vakbonden in de koloniën.

Een NVV delegatie heeft in 1931 onder leiding van voorzitter Evert Kupers een vijf maanden durend werkbezoek aan Nederlands-Indië gebracht. Het verslag daarvan kan leerzaam zijn. Aanvullend kan een studie gemaakt worden van het dossier van de in 1933 ingestelde zogenoemde Koloniale Commissie van SDAP en NVV, waarvan Evert Kupers geruime tijd voorzitter was. De secretaris van deze commissie, Nico Palar, heeft een verkenning geschreven van de geschiedenis van de vakbeweging in Indonesië die in 1933-1934 in elf afleveringen is verschenen in het NVV-blad De Vakbeweging.

Onderzoek nodig

In de Koloniale Commissie werd geworsteld met de onafhankelijkheidswens van de Indonesiërs. In de woorden van een Indonesische delegatie die eens bij de commissie aanschoof: Gij socialisten, zijt anti-kapitalistisch, wij Indonesiërs, zijn anti-imperialistisch. Dat de SDAP en het NVV samen optrokken in zo'n commissie was in die tijd overigens niet ongebruikelijk. Sterker nog: sinds 1928 werkten de besturen van de SDAP en het NVV nauw samen in wat de Algemene Raad werd genoemd.

Binnen de SDAP en ook binnen het NVV waren de meningen over de onafhankelijkheid en het tempo daarvan verdeeld. De linkervleugel in de SDAP was voor snelle en onvoorwaardelijke onafhankelijkheid. De meer gematigden waren nog niet losgezongen van de Ethische Politiek en pleitten voor een geleidelijk onafhankelijkheidsproces. En binnen het NVV speelden ook deelbelangen een rol. Zo pleitte de NVV-textielbond Eendracht lange tijd voor contingentering van de textielimport uit Nederlands-Indië om de werkgelegenheid in de Twentse textielindustrie te beschermen. Het zou een mooi gebaar zijn van de VHV, de Vrienden van de Historie van de Vakbeweging, om deze taak op zich te nemen. En het belangrijkste documentatiecentrum hiervoor, het IISG, zit dichtbij. Maar dan zou het wel waardevol zijn dat ook de kritische aspecten van de koloniale geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging aan bod komen. Want, zo verzuchtte Hans Boot in zijn interview bij het 35-jarig bestaan van de VHV in 2019: bij de VHV ontbreekt het nog wel wat aan een kritische reflectie op de rol van de vakbeweging.


1 De juiste spelling van de naam is overigens: Wolffenbüttel of soms ook wel Wolffenbuttel.
2 Meer over Louis Doedel: een recent uitgebracht boek van de Surinaams-Amsterdamse oud-huisarts Nizaar Makdoembaks, Journalist Louis Doedel kaltgestellt in Wolffenbuttel - Politieke psychiatrie in de kolonie Suriname. Ook de RVU documentaire over Louis Doedel uit 1999: https://vimeo.com/354193224
3 Over Henk Sneevliet is bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam het-archief ondergebracht.
S symbool
Klik hier