Welkom Commentaren FNV, van de leden

Solidariteit - Commentaar 560, 22 maart 2026

Een nieuw bestuur, een nieuw geluid?

Sjarrel Massop

De grootste vakbond van Nederland, de FNV, heeft een nieuw bestuur. Herman Gorter, een prominente Nederlandse dichter, begon zijn grote werk "Mei" (1889) met: een nieuwe lente een nieuw geluid. Het komende bestuur van de FNV begint op 1 mei 2026, op de dag van de Arbeid. Is er ook een nieuw geluid? Hans Spekman, de nieuwe voorzitter, heeft plannen voor 1 mei. Laten we hopen dat daarin een Meerjarenbeleidsplan in concept te lezen is dat afscheid neemt van het 'doorpolderen'. Als dat niet gebeurt, dan de beuk erin.

De discussie over de verhoging van de AOW leeftijd die de regering Jetten heeft aangekaart is een voorbode voor een ongelijke strijd tussen ondernemers en overheid enerzijds en de vakbeweging anderzijds. Het 'nieuwe geluid' kan slechts doorklinken als er echt een nieuwe vakbondsmacht opgebouwd wordt. In nieuwe perspectieven en strijdkracht moet het gevoel van mensen opgenomen worden, zo kan strijd ontstaan. De kwestie van "de Rode Lijn" (e539-2), vorig jaar, is een veelbelovend voorteken.

Geen activerende vakbeweging.

Op veel fronten van de klassenstrijd heeft de nieuwe regering weinig anders te bieden dan herhaling van zetten: bezuiniging op de sociale voorzieningen, ontmanteling van de verzorgingsstaat, uitbreiding marktwerking. Daar komt een ernstig probleem bij. De regering wil veel geld vrij maken voor 'veiligheid en defensie'. Dat voornemen mag niet afgewenteld worden op de mensen die niet over reserves beschikken. Wat dan wel? Het geld halen waar het zit .......!

De afgelopen jaren was er sprake van een toegenomen loonstrijd, met goede resultaten. Soms met nieuwe groepen die in beweging kwamen, zoals bij de apotheken, de universiteiten en in de winkelstraat. Soms op de meer klassieke manier via cao-onderhandelingen. Dit heeft de ledendaling tot stilstand weten te brengen. Het heeft echter geen beslissende verandering teweeggebracht en zeker niet naar een activerende vakbeweging.

Nieuw geluid

Het Meerjarenbeleidsplan moet nog komen. Een nieuw geluid moet daarin stevig doorklinken. Zo niet, dan hebben de leden en kaderleden een fikse klus te klaren en/of wijzigingsvoorstellen in te dienen. Het is te hopen dat over de plannen een pittige democratische discussie ontbrandt.

De discussie van het afgelopen anderhalf jaar is gegaan over de structuur en de 'governance' (besturing) van de vakbeweging. De leden liepen daar niet of nauwelijks warm voor - zij willen een ander nieuw geluid en wel over hun belangen. En dat zal van de mensen zelf moeten komen. Een democratische vakbond biedt immers de leden alle ruimte voor een strijdbare en kritische uitwerking van toekomstplannen. Het zal moeten gaan over de problemen waarmee met name mensen in kwetsbare situaties te maken hebben.

Verklaring FNV-crisis

De indruk die het nieuwe bestuur maakt, is er één van 'terug naar de klassieke vakbondsthema’s': werk en sociale rechtvaardigheid. In de verwachting daarmee afscheid te nemen van de crisisfase. In eerdere artikelen (c554 en e551-2) heb ik vier ontwikkelingen van de laatste jaren aan de orde gesteld. Ze trachten een verklaring te geven van de crisis waarin de FNV terecht is gekomen, maar helaas niet onderkend heeft. Samengevat: Veranderde samenstelling van de arbeidersklasse, Toenemende informalisering en precarisering, Groeiende economische verandering, het kapitaal functioneert anders en een al meer dan veertig jaar durend neoliberaal offensief.

Een klein deel van de werkers heeft het redelijk riant en en kent zelden belangstelling meer voor de vakbond. Een veel groter deel heeft het slecht en weinig vertrouwen in de vakbeweging. Beide groepen zijn door de ondernemers en de overheid tegen elkaar uitgespeeld. De vakbeweging stond erbij en keek erna.
De groeiende economische verandering, het kapitaal functioneert anders vraagt aandacht. Veel bedrijven zijn niet meer geïnteresseerd in wat ze leveren voor het publiek, slechts de winst speelt. De vakbeweging moet meer bemoeienis krijgen met wat er in bedrijven gebeurt (denk aan Tata).
Tenslotte, een al meer dan veertig jaar durend neoliberaal offensief leidt tot ondermijning van de vakbeweging en haar werkwijzen. Zelfs de overheid is grotendeels 'vermarkt', denk aan de gezondheidszorg, het wonen, de energie voorziening, het onderwijs en de overheid zelf. Bel je de gemeente of de belastingdienst, dan word je geconfronteerd met veel loketten en er zijn nog 'tig' wachtende voor u.
Het klimaat, de energie en de bestaansonzekerheid van veel mensen - de overheid komt er niet aan toe, het staat nauwelijks op de agenda. Bestaansonzekerheid is niet slechts een kwestie van inkomen, er spelen sociale, culturele en discriminerende problemen die veel mensen in onzekerheid brengen. En dit hoort ook allemaal in het meerjarenbeleidsplan van de vakbond.

Kloof vakbondsleiding en leden

Een vakbond is een vereniging van leden. De gangbare organisatietheorie voor verenigingen is dat hun kracht ligt in de democratische participatie van de leden. Een paar jaar geleden (2010) hebben kaderleden van de toenmalige ambtenarenbond AbvaKabo geprobeerd de kloof te dichten tussen enerzijds de leden en anderzijds het bestuur en de bezoldigden in de werkorganisatie. Met het fusieproces naar een ongedeeld FNV dat in 2011 begon, is een poging gedaan dat gapende gat te dichten. Dat mondde uit in het Ledenparlement (LP). Daarmee ontstond echter een slechte communicatie met het bestuur en de werkorganisatie. Het Ledenparlement kreeg een vrij mandaat. Dat wil zeggen dat het nog wel ruggespraak kon houden met de leden, maar dat het geen last meer kende van en naar de achterban. LP leden kunnen niet terug gevloten worden door de sectorraden.

Er zijn leden die tevreden zijn met de klassieke, smalle vakbeweging: werk en inkomen. Er zijn echter veel meer mensen die de verbinding willen leggen naar thema’s die veel onzekerheid brengen en dus gebaat zijn met een bredere en meer democratische vakbeweging. De sectoren moeten gaan samenwerken. Weliswaar zijn de bondsraadsleden, dit is de vervanging van het LP, nu opgescheept met last aan de sectorraden. De kloof tussen leden en de nieuwe bondsraad enerzijds en bestuur/werkorganisatie anderzijds is echter vergroot. De leden zijn er niet aan te pas gekomen, toen het ging over de formatie van het bestuur. Allemaal hoogopgeleiden, de meesten komen uit de werkorganisatie, geen van alle hebben ervaringen met concreet vakbondswerk aan de basis.

Stempel Solidariteit blijft