nr. 99
dec 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redactioneel

Maak van de armoede een kruisraket

Nu het spookbeeld van big brother volksvermaak is en het onderwijs gesponsord wordt, is het langzamerhand de vraag waarover het tweede kabinet van Kok nog kan vallen en wanneer de vakbeweging elk overleg met de sociale partner verbreekt. Is er nog wel iets waarover massaal de pleuris zal uitbreken? Of om het wat gemakkelijker te maken: zou moeten uitbreken. Het antwoord op de tweede vraag luidt: ja. En de aanleiding is een langstrekkend item op de televisie en een berichtje in de dagbladen. Het vermogen van de vijfhonderd rijkste Nederlanders bedraagt 181,3 miljard gulden. Dat is 16 procent hoger dan vorig jaar. In de periode 1990-1998 is het aantal huishoudens rond of onder het sociaal minimum met 11 procent gestegen, van 606.000 tot 673.000. Dat is 10,6 procent van het totaal aantal huishoudens in Nederland. Bijna de helft van die huishoudens verkeert al langer dan vier jaar in dit armoedebestaan. Bovendien is in diezelfde periode het aantal werkenden met een minimaal inkomen met 62 procent omhooggegaan, van 106.000 naar 172.000. Naar Amerikaans voorbeeld wordt deze laatste groep de 'working poor' genoemd.

Dat wat een platte leuze lijkt, "De rijken worden rijker en de armen armer", is een door het Sociaal Cultureel Planbureau vastgesteld feit. Een feit dat in de glittereconomie van de laatste jaren verduisterd wordt in de ideologie van het schuldige subject. Naarmate het aantal 'winners' toeneemt, wordt de schuldigverklaring van de 'loosers' gesneden koek. Armoede is individueel falen, is ongehoorzaamheid aan de markt. Einde verhaal. Wat dit feit ook leert, is dat de armen economisch afgeschreven zijn. Hun koopkracht is verwaarloosbaar en dat maakt hun uitsluiting probleemloos.

Om die reden is het omgekeerde gebeurd van wat Melkert vijf jaar geleden als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aankondigde bij de eerste Sociale Conferentie over armoede en armoedebestrijding. Daar zei hij dat "de vruchten van het economisch herstel" ten goede moeten komen "aan alle Nederlanders, niemand uitgezonderd".

FNV-bestuurder Astrid Jongerius haalde Melkert's uitspraak aan, toen zij 30 oktober jongstleden aan zijn opvolger Vermeend het Manifest tegen armoede en uitsluiting aanbood. "Het gaat te langzaam en daarom is er teleurstelling en kwaadheid. Ik wind daar geen doekjes om. Want Paars mag zich daarvoor best schamen." Vermeend vond de gegevens achterhaald, "wij hebben niet stilgezeten". Jongerius sprak namens dertig organisaties die de nieuwe Alliantie voor sociale rechtvaardigheid gevormd hebben. Deze Alliantie wil een "sociale inhaalslag" op gang brengen en stappen zetten naar "een eerlijker inkomensverhouding tussen de uitkeringsgerechtigden en de mensen met betaald werk". Vermeend wordt daarbij gezien als een "actieve partner".

Hoopgevend is dat de Alliantie de burgerlijke stilte verstoort, zij het niet of nauwelijks in de media. Vermeend wordt gevraagd zaken te willen doen over een lijst van twintig actiepunten. Misschien lukt dat wel, omdat de lijst blijft hangen op jaarlijks "iets extra's om de achterstand in te lopen". Vermeend zal best elk jaar een stapje willen doen, zo lang de economie voor de 'winners' floreert. Wat er gebeurt als die economie een klap krijgt, laten we maar even rusten. Op de agenda van Vermeend staat echter wat anders, hij verwacht alles van 'werk, werk, werk'. Onderzoeker Erik Snel, Erasmus Universiteit, zegt daarvan: "Werk is voor velen niet genoeg om aan armoede te ontsnappen. Bovendien kun je niet verwachten dat je mensen aan het werk krijgt die 15 jaar in de bijstand hebben gezeten. (...) Veel mensen zullen een gerichte vorm van inkomensondersteuning nodig blijven houden." (NRC Handelsblad, 31 oktober 2000)

Het is niet zo moeilijk om vast te stellen dat de toenemende armoede een gevolg is van het neoliberale kapitalisme en alles wat daarmee samenhangt. En dat noch het kabinet Kok, noch de vakbeweging door die vaststelling gealarmeerd wordt. We richten ons dan maar tot de Alliantie en bevelen een forse 'omgekeerde koppeling' aan. Een langjarige verhoging van de uitkeringen van de betrokken huishoudens van pakweg vijfhonderd gulden per maand. En daaraan gekoppeld een even grote loonsverhoging voor de 'working poor'. De Alliantie moet dat dan niet voorzichtig tegen Vermeend zeggen, maar van de daken schreeuwend, van de kansels roepend, van de persen rollend tot absolute voorwaarde maken voor elk 'overleg'. De armoede is immers een kruisraket.

Redactie