nr. 85
juni 1998

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Binding en onzekerheid: geen win-win - utopieën

Het 'fin de siècle'-gevoel

Het schijnt iets bijzonders te zijn dat zich op het einde van een eeuw - 'fin de siècle' - van mensen meester maakt. Een mengsel van gevoelens, ervaringen en waarnemingen. Van nostalgie; toen geluk nog heel gewoon en de boerderij nog geen bio-industrie was. Van onzekerheid; door de snelheid van techniese veranderingen, euro-avontuur, milieu-aantasting. Van verdriet; gestorven ouders, vervreemde kinderen. Van schuld; verloren idealen, verwaarloosde opvoeding, niet gerealiseerde verwachtingen. Van angst; oorlogsgevaar, ander geweld, klimaatsverandering, verlies van werk. En van hoop op beter; betere voorwaarden voor opvoeding, onderwijs en verdeling van de welvaart, voortgaande emancipatie van de mens.

Bezien vanuit deze 'hoop op beter', moet het 'fin de siècle'-gevoel nu nogal heftig zijn. Een eeuw van wereldoorlogen, verlopen revoluties, holocaust, Goelach Archipel, bevrijdingsoorlogen, boosaardige grootmachten als de Verenigde Staten (Chili, Vietnam en Centraal Amerika) en Frankrijk (Afrika en de Stille Oceaan). En dan gaat het ook nog om het einde van een millennium.

Hoop en teleurstelling

Het was de eeuw van hoop die uitliep op teleurstelling. Hoop onder meer geput uit de socialistiese utopie, en zeker toen deze een wetenschappelijke basis kreeg door het werk van Marx. Een utopie die haar stempel op deze eeuw heeft gedrukt, maar tevens onbedoeld bron van grote teleurstelling werd. Teleurstelling, zowel gevoed door mislukkingen binnen de beweging die de utopie trachtte te verwezenlijken, als door het sukses van aanvallen van buitenaf. Beide, intern en extern, hebben de hoop op betere vormen van menselijke samenlevingen voorlopig 'kalt gestellt'.

Tot de mislukkingen is het experiment 'Sovjet Unie' te rekenen dat het zo'n zeventig jaar heeft uitgehouden. Een bovenmatig geloof in de maakbaarheid van de revolutie heeft, met name sinds het leiderschap van Stalin, de Sovjet Unie een totalitair karakter gegeven. Dientengevolge konden de doeleinden best prijzenswaardig zijn, maar werd het individu op de weg daarheen extreem ondergeschikt gemaakt aan de totaliteit. Hetgeen gepaard ging met fysiek en geestelijk geweld en ontaardde in een burokraties kollektivisme.

Het sukses van het vijandige buitengebeuren beleefde zijn hoogtepunt in de Koude Oorlog. Het bestond uit:

· aanvallen op bevrijdingsbewegingen in ex-koloniën als: Vietnam, Laos, Cambodja, Angola, Mozambique, Cuba en Nicaragua;

· onbeschaamde omverwerping van legitieme regeringen als die van Juan Bosch in de Dominicaanse Republiek (1963), Arbenz in Guatamala (1963) en Allende in Chili (1973);

· voeding aan de ontevredenheid in de oost-europese satellietlanden van de Sovjet Unie;

· bewapeningswedlopen die de Sovjet-ekonomie uitputten.

Van binnenuit, dan wel van buitenaf: voor velen verdween met het uiteenvallen van de Sovjet Unie de poging de socialistiese utopie om te zetten in een maatschappelijke realiteit voorlopig in de geschiedenis.

Twee utopieën

Waarom werd hoop geput uit de socialistiese utopie?

Zij behoorde met de liberale utopie - in de woorden van de onlangs overleden post-modernist Lyotard - tot de "grote verhalen" van de Verlichting.

De Verlichting kan gezien worden als een dialektiese reaktie op de praktijk van de christelijke religie, die getekend werd door obskurantisme (de massa onwetend houdend). Een geloof met een maatschappelijke macht en ideologie die, stammend uit de tweede helft van het vorige millennium, vooral in de eerste helft van het huidige millennium de geschiedenis van Europa bepaalde.

De Verlichting, een samenvattend begrip voor het werk van denkers, schrijvers, politici, wetenschappers en kunstenaars verklaarde de menselijke rede (het rationele denken) tot ordenend principe voor maatschappelijke (menselijke) verhoudingen. Ze is ruwweg te situeren in de zeventiende en achttiende eeuw in Europa en de opkomende, latere Verenigde Staten. In samenhang hiermee stond een humanisme tegenover de leer, het 'grote verhaal', van een mens geworden God.

In de achttiende en negentiende eeuw leverde de Verlichting twee maatschappelijke utopieën op: die van het liberalisme en later van het socialisme.

Het liberalisme werd samengevat in de slogan van de Franse Revolutie: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Een overaksentuering van het eerste element, 'vrijheid', leidde met name in de sociaal-economiese werkelijkheid tot het perverse kapitalisme. (De top-perversiteit-met-stip is naar mijn smaak de recente onderbreking van kinderfilms op de televisie in Los Angeles om live verslag te kunnen doen van een zelfmoord. Inderdaad terwille van de, via de kijkcijfers, verdiende centjes.) Een vrijheid om de vrijheid aan een ander te ontnemen, waarmee een aanslag werd gepleegd op de beide andere elementen: 'gelijkheid' en 'broederschap' (de laatste zouden we nu solidariteit noemen).

Het socialisme, een dialektiese reaktie op het liberalisme/kapitalisme, wilde die eenzijdige nadruk op de 'vrijheid' korrigeren door gelijkheid en solidariteit centraal te stellen. Maar ook de operationalisering van het socialisme liep op het einde van deze eeuw vast, namelijk in de werkelijkheid van een totalitair burokraties kommunisme. Het is hier droogjes neergeschreven 'een dialektiese reaktie', maar het was wel een konfronterende dialektiek die de vorm kreeg van de hiervoor genoemde oorlogen, revoluties enzovoort.

Post-modernisme

Waar kunnen we tegen het einde van dit millennium terecht voor zekerheid, troost, hoop en toekomstverwachting? Bij lieden als Fukuyama?

Fukuyama's essay "Het einde van de geschiedenis" staat model voor de euforie die zich na de ineenstorting van de Sovjet Unie van de socialisten-haters meester maakte. Ofschoon met een wetenschappelijke air geschreven, had zijn 'verhaal' toch niet de diepgang om het fascisme/nazisme en het kommunisme te kunnen onderscheiden. Fukuyama ziet deze twee als de nevengeschikte uitdagingen waarvoor het liberalisme in deze eeuw werd geplaatst, maar die gelukkig overwonnen waren. Het liberalisme had het gehaald. Hè, hè, einde van de strijd der ideologieën. Die strijd werd, volgens hem, vervangen door "economische berekening, het eindeloos oplossen van technische problemen en het bevredigen van verfijnde verlangens van de consument". Een weinig inspirerend toekomstbeeld.

Moeten we echt te rade gaan bij de post-modernisten die àlle 'grote verhalen' van de Verlichting als achterhaald verklaren?

De toekomstvisie van iemand als Lyotard kent drie pijlers *):

· de fusie van techniek en wetenschap in een enorm techno-wetenschappelijk apparaat;

· de totale revisie van hypotheses, uitgangspunten, maar ook van de logika en redeneerwijze die als 'natuurlijk' en blijvend werden beschouwd in wiskundige, natuurkundige, sterrenkundige en biologiese theorieën;

· de nieuwe apparatuur van de informatie-technologie die tot een nieuwe 'technotaal' zal leiden, die ook het denken zal veranderen, omdat men met de taal denkt. Daarmee wordt het denken zo komplex dat nog maar een deel van de mensheid mee zal kunnen komen.

Een beangstigende toekomstvisie: niet enkel een sociaal- ekonomiese tweedeling, maar kennelijk een totale tweedeling tussen maatschappelijke voorlijken en achterlijken.

Dubbele tong

Moeten de mensen het wederom zoeken in religies? Als we de aantallen zien bij EO-jongerendagen of de verschijning van de paus, lijkt dat het geval. Een kerkvorst die naast de mis zijn kritiek spuit op abortus, euthanasie en voorbehoedsmiddelen, maar ook fulmineert tegen het kapitalisme. Eenzelfde beeld geeft de populariteit van het fundamentalisme onder moslims. En wat te denken van de belangstelling voor de driehoek: holisme - New Age - Boeddhisme?

Een niet zo boude konklusie: de mensen zijn in het laatste kwart van deze eeuw in toenemende mate dolend; op zoek naar inzicht ?n en antwoorden òp het mengsel dat aangeduid wordt met 'fin de siècle'-gevoel. En dat wordt nog eens versterkt door het verlies aan 'moreel gezag' van de ekonomiese, politieke en ideologiese 'leiders'. Een gezag dat zij ontlenen aan de verdampende utopieën en de daaruit voortvloeiende waarden en normen. Dit manifesteert zich in het spreken met dubbele tong. De gewone mens matiging voorhouden op straffe van werkloosheid en zelf via opties graaien naar het grote geld. Of juichen bij levensverlengende techniese hoogstandjes op medies gebied onder gelijktijdige financiële verwaarlozing van de (ouderen)zorgsektor.

Tijdvenster

Zijn er dan alleen loodzware perspektieven en doemscenarioos aan het einde van deze eeuw?

Dat kan. Ook vroegere beschavingen, als de egyptiese en de grieks/romeinse, zijn eens aan hun einde gekomen. Anderzijds moeten we altijd rekening houden met het tijdvenster waardoor de geschiedenis bezien wordt.

Stel dat je in 1770 was geboren en in 1847 gestorven. Je had op je negentiende de franse revolutie meegemaakt. Je was jong en afkerig van de oude feodale maatschappij, waarin adel en geestelijkheid de dominante maatschappelijke machten waren. Eindelijk Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap voor de individuele burger. Echter, de geschiedenis schreed voort. In de slipstream van de revolutie kwam een jonge Corsicaan bovendrijven. Napoleon was de naam. Aanvankelijk door velen bewonderd, brachten zijn wilde ideeën oorlog en ellende over Europa. Nederland werd bezet. Maar het kon nog erger. Hij kroonde zichzelf tot ... keizer, nota bene de topfiguur van de oude feodale maatschappij. Weg franse revolutie. Goed, hij werd in 1815 bij Waterloo definitief verslagen. Je was inmiddels 45 jaar. Zouden de idealen van 1789 nu eindelijk gerealiseerd worden? Helaas, het kongres van Wenen mondde uit in een restauratie van de oude feodale machten. In 1847 blies je teleurgesteld je laatste adem uit. De bewonderde Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap zullen er wel nooit komen.

Maar stel dat je in 1790 was geboren en ook 77 jaar zou worden. Je was jong politiek bewust, Nederland was bezet en je vroeg je af of die europese oorlog van Napoleon het leven was dat je tegemoet ging. Gelukkig vond die avonturier zijn Waterloo, eindelijk vrede, je was 25 en opgegroeid met oorlogsverhalen. Wenen maakte je als progressief denkend individu ongerust, de oude machten zegevierden. Goed, het was in ieder geval vrede. In de jaren twintig en dertig, je was in de kracht van je leven, werden de knellende banden van het erfelijk koningschap en de gratis herendiensten ondraaglijk voor je progressieve, soms radikale instelling. En als je naar de stad trok om er in de opkomende industrie te werken, werd je regelrecht uitgebuit. Er bestonden geen gelijke politieke rechten, de vrijheid van meningsuiting en vergadering waren in de praktijk een farce. Er moest maar weer eens een revolutie komen. Die van 1789 was doodgelopen, maar dat was toch geen natuurwet. In 1847 was je 57 en optimisties. En ja hoor, een jaar later brak de revolutie uit in Parijs, Berlijn, Wenen. Nederland liep altijd achter. Maar toch, premier Thorbecke presenteerde binnen de kortste keren een liberale grondwet. Willem III wilde daar in de jaren zestig aan knibbelen, maar liep gelukkig stuk. In 1848 werd eigenlijk pas de franse revolutie voltooid en bovendien werd in dat jaar de schaduw van de nieuwe, socialistiese revolutie al zichtbaar in het Communistisch Manifest. Het jaar 1867 brak aan, het lot van het proletariaat maakte je opstandig en er was hoop. De geschiedenis verloopt dan wel evolutionair, maar revoluties scsheppen soms lucht in een vastgelopen evolutionair proces. Het zal er ook voor het proletariaat eens van komen. Het overtuigende werk van Marx, Das Kapital Deel I (1867), dat je nog net in je laatste dagen had kunnen doorbladeren, liet geen andere konklusie toe. En tevreden blies je 77 jaar oud je laatste adem uit.

Inspiratiebron

Aan het einde van deze eeuw, en bovendien van een millennium, kijken we ook door zo'n tijdvenster naar de geschiedenis. Is de tijd van de grote verhalen echt voorbij of gaat het slechts om onze omgang met de utopieën?

Ik houd het op het laatste. Wellicht is de les dat de utopie een inspiratiebron moet blijven, meer niet. Een direkte omzetting van de utopie in prakties gedrag en een feitelijke maatschappelijke struktuur heeft de mensheid veel totalitairs gebracht. Maar de afwijzing daarvan impliceert niet dat we de utopie moeten wegwerpen. Het verwachte resultaat van een korrekte afstemming van de elementen Vrijheid, Gelijkheid en Solidariteit lijkt mij daarvoor een tè universele (tijd en ruimte overstijgende) doelstelling. Het is een verworvenheid van het redelijk denkend deel van de mensheid die ook in de volgende eeuw ongetwijfeld weer manifest wordt in strevingen, bewegingen en organisaties.

Wim Boerboom
(medewerker Katholieke Universiteit Brabant)

*) J.F Lyotard, Het postmodernisme uitgelegd aan onze kinderen, Kok-Agora, 1992.