nr. 64
dec 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

De lange strijd om de tijd

Verheffing van den arbeider

De inzet voor arbeidstijdverkorting maakt deel uit van het gevecht om het bestaan en de emancipatiestrijd van de werkende klasse; kinderen, vrouwen en mannen. De sociale geschiedenis is erdoor gekleurd. Een beeld in vogelvlucht.

1874 - het Kinderwetje van Van Houten: een verbod op de arbeid van kinderen beneden de 12 jaar in fabrieken en werkplaatsen. Het is de eerste vorm van sociale wetgeving in Nederland. En als zodanig van grote betekenis.
Vijftien jaar later, 1889. Een arbeids-enquête leidt tot de Arbeidswet, de tweede sociale wet. Er komt een verbod op industriële nacht- en zon-dagsarbeid voor vrouwen en jongeren van 12 tot 16 jaar. Vanwege de aparte arbeidsbescherming voor vrouwen was de wet niet helemaal onomstreden onder feministen. De met deze atv samenvallende loonsverlaging leidde overigens tot een staking van de stukarbëidsters in de vlasspinfabriek van Dumanceau in Groningen. De Arbeidswet van 1889 voorzag tevens in de aanstelling van drie arbeidsinspekteurs voor halve dagen. Dezen zouden onder andere moeten toezien op de naleving van de arbeidstijden. Domela Nieuwen-huis vond het zo'n aanfluiting dat hij in de Tweede Kamer tegenstemde.

Acht uren

1 mei 1890. Op initiatief van de Tweede Internationale demonstreren arbeiders wereldwijd voor de achturige werkdag. 1912 - de Dia-mantbewerkersbond slaagt er als eerste vakbond in de achturige werkdag in een CAO vast te leggen.
De revolutionaire woelingen en stemmingen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog hebben Nederland een aantal sociaal-politieke hervormingen opgeleverd. De Arbeidswet van 1919 is er één van. Eindelijk is dan de achturige werkdag gerealiseerd. Ingebed in een 45-urige werkweek. Een historiese doorbraak. Overigens met een groot aantal uitzonderingen voor allerlei groepen werknemers, in de praktijk slecht nageleefd en nauwelijks gesanktioneerd bij niet-nakoming. En een paar jaar later al weer opgevoerd tot 48 uur.

Ekonomie stort niet in

Achter de jaartallen en wetten ligt het harde bestaan van generaties arbeid(st)ers. Dat betekende destijds: lange arbeidsdagen, erbarmelijke arbeidsomstandigheden, lage lonen, geen mogelijkheden tot ontspanning en ontplooiing.
De inzet voor kortere werktijden was gevarieerd. Van een deemoedig verzoek om zondagsrust tot heftige stakingen om van bijvoorbeeld een aaneengesloten arbeidstijd van meerdere etmalen af te komen. Verbeteringen op het materiële vlak vormden noodzakelijke voorwaarden voor wat zo fraai de zedelijke en kulturele verheffing van de arbeidersklasse werd genoemd. Jaren lang schaarden socialisten zich achter de banier voor: acht uren arbeid, acht uren rust, acht uren voor ontspanning en ontwikkeling. Op 24 april 1890 dichtte S.W. Colthof in Recht voor Allen de Acht-uren-mars:

"Acht uur! Acht uur!
Geen langer arbeidsduur!
Ten strijd! Komt allen op ten strijd!
Ten strijd voor acht uur arbeidstijd!"

In een affiche uit 1893 worden tien voordelen van de achtu-rige arbeidsdag opgesomd. De eerste is het indringendst: "Bij den acht-urigen arbeidsdag wordt het lichaam van den arbeider gespaard en zijn leven verlengd." Het tweede punt is nog even aktueel als toen: "Bij den achturigen arbeidsdag zijn meer arbeiders noodig en dus het leger van werkeloozen neemt af."
De hardnekkige weerstand van ondernemers tegen deze hele normale, humane en sociale arbeidstijdennorm was ook makro-ekonomies gezien misplaatst. Bij geen enkele stap atv zien we dat de ekonomie instort. De technologiese vernieuwingen zorgden vooreen voortdurende produktiviteitsverhoging.

Altaar van de vrije markt

In de jaren zestig worden de vrije zaterdag en de veertigurige werkweek ingevoerd. Ook deze keer zijn er heel wat uitzonderingen. De krappe arbeidsmarkt van eind jaren vijftig en begin jaren zestig heeft tot gevolg dat de ontslag-geboden voor huwende vrouwen geschrapt worden en de eerste buitenlandse arbeiders als 'gast' binnenkomen.
In de decennia erop volgend, wordt her en der een uurtje afgeknabbeld van de norm van veertig uur. In sommige bedrijfstakken geldt inmiddels een werkweek van 36 uur. Er wordt gesproken over een vierdaagse werkweek en een werkweek van 32 uur. Helaas, alleen gesproken.
De emancipatie krijgt nieuwe trekken. Het is onontkoombaar dat bij een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen van betaalde arbeid buitenshuis en onbetaalde arbeid in huishouden en gezin de traditione rol- en taakverdeling ter diskussie wordt gesteld. De mannelijke kostwinner zal een anachronisme worden.
Er komt een nieuwe Arbeidswet in beeld. De werknemers moeten hun sociale leven gaan inrichten naar langere bedrijfstijden. Er wordt ons voorgehouden dat het onvermijdelijk is, gelet op de verscherpte internationale konkurrentie. Flexibilisering (onder andere van arbeidstijden) is voor ondernemers een toverwoord geworden. Het is echter een illusie om te menen dat daardoor de keuzevrijheid voor het individu zal toenemen. Voor jou zijn er tien anderen. De overheid kijkt de andere kant op. Ze is teruggetreden. De arbeidsbescherming wordt opgeofferd op het altaar van de vrije markt.

In dit verhaal hebben we het slechts gehad over de formele wetgeving voor de reguliere arbeidsmarkt. De alledaagse werkelijkheid is voor veel werknemers een andere, een slechtere. De deregulering geeft ondernemers vrij spel. Het zal toch niet zo zijn dat straks de wetten van de jungle - zoals die altijd al golden in het illegale arbeidscirkuit - gaan overheersen?
Troostend is dat Marx in 1867 de spijker op z'n kop sloeg: "De vaststellingvan een normale arbeidsdag is het resultaat van een eeuwenlange strijd tussen kapitalist en arbeider."

Harry Peer
(werkzaam bij Travers, centrum voor training, vorming en advies)