|
nr. 114 jul 2003 |
Solidariteit
Joseph Brodsky, 1940-1996Hij was de Russische poëzieGeboren in St. Petersburg, toen Leningrad, werd Joseph Brodsky (Iosif Brodski) in 1964 beschuldigd van "sociaal parasitisme". Zijn dichterschap werd niet als een nuttig beroep gezien en wegens landloperij volgde een veroordeling tot vijf jaar werkkamp. Hij had al enige bekendheid verworven en onder druk van de internationale aandacht kwam hij in november 1965 na achttien maanden vrij. Slechts een paar van zijn gedichten waren in die tijd in het Russisch gepubliceerd. In 1972 vreesde Brodsky opnieuw opgepakt te worden en ging hij in ballingschap. Als wereldburger reizend door Europa en de Verenigde Staten gaf hij aan verschillende universiteiten les en werd hij in 1976 Amerikaans staatsburger. Hij oriënteerde zich sterk op de internationale poëzie en vertaalde veel in het Russisch. Zijn eigen werk werd in meer dan tien talen vertaald. In 1987 werd hem de Nobelprijs voor literatuur toegekend. Na zijn plotselinge overlijden in januari 1996 werd hij als volgt getypeerd: "Te zeggen dat hij de grootste dichter Russische dichter van onze tijd was, is te weinig: hij was de Russische poëzie van deze tijd. Binnen Rusland is er niemand die ook maar in zijn schaduw kan staan en buiten Rusland maar heel weinigen"
Voor Kees VerheulIK DENK AAN HOLLAND als een vlak en effen land,een laaggelegen land dat overgaat in zee, en zee, dat is wat Holland eigenlijk in wezen is. De ongevangen vissen die met elkaar in 't Hollands keuvelen zijn zeker dat hun vrijheid een soort kruising is van kant en een gravure. Bergbeklimmen of sterven van de dorst, dat gaat in Holland niet; nog moeilijker is het om sporen na te laten wanneer je op je fiets van huis wegrijdt, laat staan wanneer je wegvaart. Holland - herinneringen. En die breng je met geen dijk of dam tot staan. 't Is in die zin dat ik al vele malen langer leef in Holland dan al die golven die daarginder rollen zonder bestemming. Net als deze regels.
Uit: Triton. Gedichten 1985-1994, Amsterdam 1996.
Liefde'k Werd wakker en ontdeed me van de deken.Liep naar het raam. De lichten in de ruit beëindigden een zin, in slaap geuit, maar brachten, net als een beletselteken, mij geen vertroosting, gingen langzaam uit.
Ik droomde dat je zwanger was en, gek
omhoog naar 't knopje van het licht. Ik stond
Want zolang jij daar in dat donker wacht
Eens op een nacht zal jij opnieuw voor mij
heb niet het recht jullie alleen te laten,
Uit: Ex Ponto. Gedichten 1961-1996. Amsterdam 2000.
Ter nagedachtenis aan mijn vader: AustraliëIk droomde dat je nog leefde en geëmigreerdwas naar Australië. Doodgemoedereerd kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat en het behang: de flat die je hebt gehuurd staat jammer genoeg niet in het centrum maar aan zee, vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt mee, dikke enkels, 'En m'n pantoffels ben ik kwijt' klonk het goed verstaanbaar en ietwat zuur. En in de hoorn gierde opeens 'Adelaide! Adelaide!', het bulderde, beukte, alsof er tegen een muur een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.
Toch is dit stukken beter dan de urn met je as,
Uit: Triton. Gedichten 1985-1994. Amsterdam 1996.
|