welkom
extra
Solidariteit

Acht eeuwen na het Vierde Concilie van Lateranen in 1215

Paus Franciscus corrigeert onbarmhartige voorganger

Harry Peer

Ondanks de christelijke moraal en de gepredikte werken van barmhartigheid was paus Innocentius III acht eeuwen geleden onbarmhartig tegenover andersdenkenden. Er is vooruitgang geboekt. Paus Franciscus I pleit voor een barmhartige houding tegenover asielzoekers, van welk geloof dan ook.

Afbeelding
Paus Innocentius III (1198-1216)
In november 1215 werd in Rome het grootste concilie uit de Middeleeuwen gehouden. Het Vierde Lateraans Concilie bracht bijna 1.500 bisschoppen en abten bijeen, zelfs vanuit Constantinopel en Syrië. De kerkvergadering vond plaats op initiatief van paus Innocentius III. Op het concilie veroordeelde de paus de theoloog en filosoof Amalrik van Beda. Deze geleerde beweerde dat de 'persoon' van de drie-eenheid opeenvolgende verschijningsvormen zijn van de godheid: de vader als god van de joden, de zoon als god van de christenen en de heilige geest als god van de hele mensheid. Dat is volgens de leer van de kerk wel een hele ketterse opvatting en de volgelingen van Beda werden daarom opgejaagd en verbrand.

Biecht, machtig instrument

Het jaar 1215 is een belangrijk jaar voor de rooms-katholieken. Op het concilie werd de leer van de transsubstantiatie voor het eerst als dogma geformuleerd. Dat houdt in dat bij de consecratie (inwijding) de hostie wordt omgezet in het lichaam en bloed van Christus. Voor de buitenstaander is het heidense magie. Indien letterlijk opgevat, is het een niet te begrijpen vorm van kannibalisme. Voor de devote gelovige een aantrekkelijk mysterie. De gelovige zou minimaal één keer per jaar te communie moeten gaan. Eveneens bepaalde het concilie dat iedere christen, "nadat hij tot de jaren des onderscheids" is gekomen, minstens éénmaal per jaar moet biechten.

Met de biecht heeft de kerk in het vervolg een machtig instrument in handen om er achter komen wat er onder de gelovigen leeft, hen onzeker te maken, schuldgevoelens aan te praten, in gewetensnood te brengen en in de gewenste richting te kneden. Vanaf dat moment werd het druk met Pasen. Voor de gelovige zal het vooruitzicht om na het ophoesten van zijn zonden en na de absolutie weer met een schone lei verder te kunnen, de vervelende plichtpleging van de biecht wat draaglijker hebben gemaakt. Voor de priester zal het van jaar tot jaar aanhoren van al die door de gelovige als zonden ervaren trivialiteiten en intimiteiten uit het dagelijkse leven, vermoedelijk ook wel slijtend zijn geweest. Het Tweede Vaticaans Concilie introduceert in het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw de collectieve boetedoening. Als alternatief voor de persoonlijke oorbiecht ervaren de meeste kerkgangers dit als een bevrijding.

Het gekroonde spook

De belangrijkste doelen van Paus Innocentius III waren de vergroting van zijn persoonlijke macht en de uitbreiding van de domeinen van de kerk. "Heer der Wereld" is zijn bijnaam geworden. Sommige historici zien hem als de reïncarnatie van keizer Constantijn. Het beeld dat Thomas Hobbes oproept in Leviathan lijkt op Innocentius van toepassing: "Het pontificaat is niets anders dan het gekroonde spook van wijlen het Romeinse imperium, zetelend op het graf van dat rijk."
De paus koos partij in de Duitse troonstrijd die vele levens kostte, zag toe hoe de heidense Balten op harde wijze werden gekerstend en hoe aan het eind van de Vierde Kruistocht (1201-1204) Constantinopel door de kruisvaarders werd geplunderd. Hij duldde geen tegenspraak: "Iedere geestelijke moet de paus gehoorzamen, zelfs als hij het kwade beveelt; want niemand kan over de paus oordelen." Het tegen de Katharen gerichte manifest van de paus hitste de gemoederen op: "Soldaten van Christus, sta op! Roei deze goddeloosheid uit met alle middelen die God u verschaft (...) Pak de ketters harder aan dan de Saracenen, want ze zijn veel slechter!" Innocentius vervolgde de Albigenzen en Waldenzen op wrede wijze. In 1209 raasde een leger van zo'ín dertigduizend kruisvaarders in dienst van de Franse koning, Philip-August, over de Languedoc. De paus had de ridders en soldaten een volledige aflaat en zekerheid van een plaats in de hemel toegezegd. Het hele gebied werd verwoest, oogsten vernield, dorpen en steden geplunderd en de bevolking aan het zwaard geregen.

Afbeelding
Katharen van Béziers
De paus is verantwoordelijk voor het Bloedbad van Béziers op 22 juli 1209. Op de vraag van de soldaten hoe de ketters te onderscheiden van de ware katholieken, antwoordde de pauselijke gezant "Dood hen allen, God zal de zijnen herkennen". Daarop werden 20.000 mannen, vrouwen en kinderen afgeslacht en de stad platgebrand. Deze gruwelijke gebeurtenis is een typisch voorbeeld van wat Schopenhauer zo beangstigde en afkerig maakte van godsdiensten: de kracht van religieuze dogma's die in staat is om het persoonlijk geweten en alle menselijkheid uit te schakelen.

Antisemiet

De huidige paus zal nog wel eens denken aan de eerste ontmoeting tussen de arme monnik Franciscus van Assisi en de machtige Innocentius in 1209. Franciscus wist zich door Christus geroepen om in armoede rondtrekkend, zich te wijden aan de eenvoudige verkondiging van het Evangelie. Volgens de overlevering predikte hij zelfs voor de vogels. Franciscus was naar Rome getogen om toestemming aan de paus te vragen voor de bedelorde die hij wilde oprichten. Na een bezoek aan de St. Pieterskerk had Franciscus zijn kleding geruild met die van een bedelaar wiens lompen nog havelozer en vuiler waren dan die van hemzelf. De paus kon het niet aanzien en had Franciscus eruit laten gooien. Op aandringen van kardinaal Hugolinus heeft Innocentius hem daarna toch nog weer in audiëntie ontvangen en, al ging het niet van harte, toestemming gegeven voor de oprichting van de Orde van de Minderbroeders, ook wel Franciscanen genoemd. Zonder Innocentius was er dus geen paus Franciscus I geweest.

Innocentius III krijgt in de overzichtswerken zoals Stadhouders van Christus van Peter de Rosa, De pausen van John Julius Norwich en Zonden van de kerk van Maarten-Jan Dongelmans een ruime plaats toebedeeld. Aat van Gilst durft het zelfs aan met de titel van zijn boek de plaatsvervangers van Christus te typeren als Misdadige pausen en hun handlangers. Innocentius komt als een antisemiet tevoorschijn. Van hem is het voorstel dat de Joden in de christelijke landen een uiterlijk teken op hun kleding moeten dragen. Met veel historische feiten toont Van Gilst verder aan hoe geestelijken door intriges, omkoping en moorden naar macht en naar het pausschap streefden en tot in de twintigste eeuw aan het hoofd stonden van organisaties die heidenen, joden, heksen en ketters vervolgden of de uitroeiing daarvan aanmoedigden. Net als de andere hiervoor genoemde publicaties aangenaam leesbaar, boeiend en doorwrocht.

Barmhartigheid

Enig tegenwicht ten opzichte van de critici van de rooms-katholieke kerk is nodig. Op het instituut kerk valt weliswaar veel kritiek te leveren, maar de door de grondlegger van de beweging Jezus Christus gepredikte naastenliefde zullen de meeste mensen wel onderschrijven. Deze universele waarde zal sterk aan de continuïteit van het instituut kerk hebben bijgedragen. De uitspraak van Christus volgens het Evangelie van Matteüs wordt zelfs door politici wel eens aangehaald: "Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik zat in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen." (Matteüs 25, 35-36) Hierop zijn zes van de zeven werken van lichamelijke barmhartigheid gebaseerd. 1. De hongerigen spijzen. 2. De dorstigen laven. 3. De naakten kleden. 4. De vreemdelingen herbergen. 5. De zieken verzorgen. 6. De gevangenen bezoeken.

Afbeelding
De Zeven Werken van Barmhartigheid van Frans II Francken

Tot eer van paus Innocentius III strekt dat hij daar in 1207 een zevende aan toevoegde: de doden begraven. Het getuigde van moed als de nabestaande in de door pest of cholera geteisterde omgeving zijn dode familieleden of buren durfde te begraven. Op de leniging van de materiële nood zijn zeven geestelijke werken van barmhartigheid uitgewerkt: 1. De zondaars vermanen. 2. De onwetenden onderrichten. 3. Voor de levenden en overledenen bidden. 4. In moeilijkheden goede raad geven. 5. De bedroefden troosten. 6. Het onrecht geduldig lijden. 7. Beledigingen vergeven.

Gastvrijheid aan asielzoekers

In de loop der eeuwen is op deze werken van barmhartigheid een netwerk aan voorzieningen, ondersteuning, scholing en liefdadigheid opgebouwd. Van de kloosterschool tot de zorg voor gebrekkigen, armen, wezen en bejaarden. Caritas is het Latijnse woord voor naastenliefde of liefdadigheid. Naar het voorbeeld van Jezus streven naar een samenleving die oog en hart heeft voor de kwetsbare mens. Leken en geestelijken zetten zich hier toegewijd voor in.
Veel ervan is door seculiere instanties en professionals overgenomen. Inspirerend voorbeeld van de christelijke hulpvaardigheid is Sint-Maarten die de helft van zijn mantel aan een bedelaar gaf. In sommige delen van ons land vindt elk jaar op 11 november een folkloristische viering van Sint-Maarten plaats. Kinderen lopen dan in de vooravond met lichtjes/lampions langs de huizen bedelend om snoepgoed. Dit feest bouwt voort op een voorchristelijke traditie. Het is in de plaats gekomen van een oud Germaans herfstfeest met dankoffers voor de oogst aan Wodan. De kerk heeft de 'heidense' viering van een christelijke inhoud voorzien door de Wodan verering te vervangen door de legende van Sint-Maarten.

Foto
Paus Franciscus I (2013- )
Paus Franciscus I heeft het thema barmhartigheid opgepakt. Voorjaar 2015 kwam hij met een brief uit voor de jaarlijkse Wereldvluchtelingendag, titel: "Migranten en vluchtelingen vormen een uitdaging - Het evangelie van de Barmhartigheid biedt een antwoord." Het sluit nauw aan bij het "Jubeljaar van de Barmhartigheid" dat op initiatief van de paus zal beginnen met het openen van de Heilige Deur van de Sint-Pieter op het Hoogfeest van Maria Onbevlekte Ontvangenis op 8 december 2015. Die datum is tevens de vijftigste verjaardag van de sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie. Het religieus festijn eindigt op 20 november 2016, het Hoogfeest van Christus, Koning van het Heelal. De paus nodigt gelovigen in zijn brief ook uit na te gaan op welke manier zij gastvrijheid kunnen bieden aan asielzoekers.
Al eerder wees het hoofd van de rooms-katholieke kerk er op dat vluchtelingen "respect en gastvrijheid" verdienen en dat "ook Jezus een vluchteling is geweest". De symbolische betekenis van de stellingname van de paus inzake het vluchtelingenvraagstuk is groot. De vraag blijft wat dat concreet voor de schaal van opvang van vluchtelingen inhoudt. Het Duitse, katholieke persbureau KNA meldt dat, wanneer alle katholieke parochies in Europa de pauselijke oproep opvolgen om een vluchtelingengezin op te vangen, er bijna 600.000 vluchtelingen onderdak zouden hebben. Het persbureau baseert zich op een totaal van 142.600 parochies en zielzorgeenheden in Europa en op gezinnen van minimaal vier personen.

Paus met moreel leiderschap

Onderwijs, armenzorg en ziekenzorg binden gelovigen aan de kerk. Dat is nu veelal door de staat of het particulier initiatief over genomen. De zichtbare erfenis uit de Middeleeuwen imponeert en de mystiek ervan bindt de gevoelige geest aan de moederkerk: luisterrijke kathedralen en verstilde kloosters en abdijen, vrome literatuur, schilder- en beeldhouwkunst ten dienste van gebed en meditatie, hemelse muziek en gezang.
Het dagelijkse leven in de Middeleeuwen werd bepaald door het allesomvattende christelijk geloof. Dat bood structuur, zingeving en vertroosting aan het volk. Dankzij haar dogma's en organisatieprincipe, de steile hiërarchische opbouw en de disciplinering en sanctionering van haar aanhangers en afvalligen, heeft de rooms-katholieke kerk zich door alle stormen van de afgelopen eeuwen heen kunnen loodsen. De rooms-katholieke kerk is een organisatie die kan bogen op een grondlegger die aan het kruis is genageld en na te zijn begraven uit de dood is opgestaan. Dat is heftig en zal, alhoewel afnemend, altijd wel tot de verbeelding van mensen blijven spreken.
Troon en altaar staan vele eeuwen aan de top van de maatschappelijke piramide. Boeren, landarbeiders, handwerkslieden, burgers, kunstenaars en geleerden gaan zich geleidelijk aan verzetten tegen het onderdrukkende optreden van adel en clerus. De Renaissance, de Reformatie, de ontdekkingsreizen, de Verlichting en de wetenschap breken het gesloten bolwerk van de rooms-katholiek kerk open en leiden tot een vrijere samenleving waarin het individu meer tot zijn recht komt.

Het Vaticaan houdt er op veel terreinen van het maatschappelijk leven een archaïsche opvatting op na, denk aan de positie van de vrouw (in de kerk), het gebruik van voorbehoedmiddelen, abortus, homoseksualiteit, enzovoort. De humane opstelling van de paus ten aanzien van de vluchtelingen zal echter ook velen buiten de kerk aanspreken. Paus Franciscus I toont moreel leiderschap. De herder gaat voor zijn schapen uit. De paus laat begin september 2015 weten dat het Vaticaan twee vluchtelingengezinnen opneemt en roept de parochies en kloosters op hetzelfde te doen.


Zie eerdere artikelen van Harry Peer over religie en rooms-katholieke kerk: Extra 205-2 Hemelse vreugde voor heilige herders.