welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - commentaar 262 - 2 november 2014

Diderot!

Rob Lubbersen

Vrolijk neuriënd verliet ik de Aula van de Universiteit van Amsterdam. Een goed verhaal kan een geweldige kick geven. En ik had zojuist een goed verhaal gehoord. Samen met vijfhonderd andere mensen had ik geluisterd naar de Duitse filosoof Philipp Blom. Hij hield een betoog over de Verlichting. Over wat ons dienaangaande verkocht is. Voltaire en Rousseau en zo.

Maar Blom sprak ook over wat ze van ons weg hebben willen houden. Over wat de Radicale Verlichters ons brengen. Een boodschap van de Rede. Maar niet alleen van de Rede, de Radicalen brengen ook een boodschap van de Lust. Met andere woorden: de boodschap van Diderot!

Romantiek contra Verlichting

De Verlichting staat tegenwoordig bij linkse mensen nogal in een kwade reuk. Het rationalisme, de verstandelijke Rede die halverwege de achttiende eeuw werd ontdekt als alternatief voor allerlei geloven, heeft bij veel sociaal voelende en denkende mensen een slechte naam gekregen. Het wordt soms zelfs gezien als 'een geloof dat hoort bij het kapitalisme'. Dan wordt de Verlichting verbonden aan koude rekenmeesterij, aan blinde onderworpenheid aan wetenschap en techniek. Dan worden de uitbuiting en onderdrukking van lager gerangschikte klassen en volkeren ermee goedgepraat. Als 'hoogtepunt' van die Verlichting verschijnt dan Auschwitz, waarin mensen en menselijkheid op industriële wijze werden 'weggewerkt'.

Soms vallen marxisten deze Verlichting aan met een poging tot herwaardering van de Romantiek. Een voorbeeld daarvan is het boek "Herbetovering van de wereld - Romantische wortels van linkse denkers" (2013) van Michael Löwy. Hij zet de Romantiek uit het begin van de negentiende eeuw neer als "een radicale en nog steeds actuele revolte tegen de ontmenselijking van de industriële revolutie en de mechanisering (of instrumentalisering) van de moderne wereld". Romantiek contra de vervreemding. Romantiek contra een "overwegend materieel en technisch begrepen en gemeten" vooruitgang. Romantiek contra Verlichting.

Twee vragen

Bij de benadering van Löwy rijzen twee vragen:
1. Neemt hij niet te veel Romantiek voor lief? Oftewel: smokkelt hij niet te veel verheerlijking van het verleden, duister (bij)geloof en nationalisme, zo kenmerkend voor de Romantiek, zijn linkse denkraam in?
2. Is het nodig om je toevlucht te zoeken tot de Romantiek om een humaner mens- en wereldbeeld te scheppen?

Als we Philipp Blom mogen geloven (kunnen volgen in zijn argumentatie dus) dan wordt in ieder geval die tweede vraag ontkennend beantwoord. In zijn voordracht op 26 september 2014 in Amsterdam gaf hij aan waarom. Iets dat hij overigens eerder al deed in zijn boek "Het verdorven genootschap - De vergeten radicalen van de Verlichting" (2010).

Valse profeten

De grote lijn van Bloms betoog is dat we in het voetspoor van de verkeerde Verlichters zijn gelokt. Door de heersers der aard die er immers voor zorgen dat de heersende ideeën de hunne zijn. Kerk, staat en kapitaal hebben ons achter valse profeten laten aanlopen. Profeten die woorden verkondigden die hén goed uitkwamen. Blom heeft geen hoge dunk van degenen die gewoonlijk als de kampioenen van de Verlichting naar voren worden geschoven. Voltaire? Een mooischrijver, maar allesbehalve een filosoof of democraat. Altijd een halve gelovige gebleven. Rousseau? Dat was helemaal geen Verlichter! Een totalitaire en gelovige zwever, dat was ie. Een Romanticus avant la lettre. Kant? Die dankt zijn duurzaamheid vooral aan het feit dat hij de theologie der kerkvaderen wist te verzoenen met de opkomende wetenschap.

Voltaire en zijn vrienden droegen allen bij aan een bestendiging van de bestaande machtsverhoudingen. En aan de idee dat de Rede een door God gegeven en daarmee absoluut beginsel was. In wiens naam je prima verder kon gaan met het knechten van inferieure groepen en landen. Deze religieuze en absolutistische Rede zou uiteindelijk mede een rechtvaardiging vormen voor de massale vernietiging van mensen in de twee wereldoorlogen, onder Hitler en Stalin en later onder Pol Pot.

De menselijke natuur

Tegenover Voltaire en de zijnen stelt Blom de Radicale Verlichters. Mensen als de achttiende-eeuwse filosofen Holbach en vooral Diderot. Denkers die minder aan ons zijn overgeleverd, omdat ze géén laffe compromissen sloten met Het Geloof en met De Vrije Markt. Denkers die zich bleven verzetten tegen slavernij en kolonialisme. Denkers die elke vorm van dictatuur afzworen, ook die van (Gods) Rede. Zo maakten zij in hun opvattingen ruimte voor eros naast ratio, voor lust naast wetenschap. Diderot moet ooit hebben verzucht: "Mijn hart verlangt naar God, maar mijn hoofd zegt dat filosofie begint met ongeloof." Voor Holbach en Diderot was passie niet verkeerd, juist menselijk. Behorend tot de menselijke natuur. Instincten moeten dan ook niet genegeerd of louter onderdrukt worden. Net als Spinoza meenden ze dat een mens zijn hartstochten moet erkennen, ze leren doorzien en reguleren, daarbij geleid door de rede.

Met Diderot mag je je verlangens onderkennen en kun je ze toetsen aan de redelijkheid. Niet langer hoef je je te onderwerpen aan God en Meester, aan zelfcastratie en dwingelandij die vaak weer de bron vormen van wreedheid tegenover De Ander. Diderot staat voor een ontsnapping aan een boven de mens gestelde moraal. Je kunt baas zijn over eigen brein en lijf. Zonder de medemenselijkheid uit het oog te verliezen. Dat maakt een knieval voor de toch altijd wat duistere Romantiek overbodig. Dat opent de weg naar volwaardige menselijke ontplooiing en op basis daarvan een vrije maatschappij.
Dat is de blije boodschap van Diderot. Een goeie reden dus om na 'het woord van zijn verkondiger Philipp Blom' vrolijk neuriënd de Amsterdamse avond in te stappen.

Klik hier