nr. 99
dec 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Globalisering van onder op - Seattle, Washington, Praag

De vraag na Praag

"De demonstratie in Praag, van 26 september tegen de Wereldbank en het IMF, hoe was dat nou?" "Wel het was een ander, eigenlijk een heel ander gevoel dan bij de meeste eerdere demonstraties. Een beetje hetzelfde gevoel als bij een staking. Een dagje piepelen, in plaats van gepiepeld worden. Je sterker voelen en weten dat als ze niet horen willen, ze maar moeten voelen. Zoiets."

En toch is het vreemd, want in 1997 demonstreerden we nog met 50.000 mensen in Amsterdam, in 1999 met 30.000 in Keulen, en nu in 2000 met 15.000 in Praag. Je hoeft geen statisticus te zijn om de daling te zien. Maar toch was er de euforie, in ieder geval bij mij en dan kun je terecht vragen waarom.

Een tik uitgedeeld

Belangrijk is dat Praag staat in het rijtje Seattle en Washington. Drie keer tegen belangrijke onderdelen van de globalisering, drie keer tegen de trojka WTO, WB en IMF (respectievelijk: Wereldhandelsorganisatie, Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds). In Seattle was het feest. De acties en de onderlinge onenigheid bij de afgevaardigden zorgden er voor dat de vergadering van de WTO haastig afgebroken moest worden. Vertegenwoordigers van derde wereldlanden voelden zich door de acties zo gesteund dat ze een keer 'nee' durfden te zeggen. In Washington liepen vooral de WB en het IMF klappen op.

Deze voorgeschiedenis gaf aan Praag, met de jaarvergaderingen van IMF en WB, een speciaal cachet. Het idee dat je niet alleen liep te demonstreren om de wereld (wat dat dan ook precies is) iets duidelijk te maken, plus het gevoel dat met je actie direct wat bereikt kon worden. Bijvoorbeeld dat die vergadering wel eens hermetisch afgesloten kon worden van de buitenwereld, dat je weer een nagel kon toevoegen aan de doodskist van de trojka. Want de drie bolwerken gaan op dit moment toch een beetje als aangesloten wild door het leven. Zo kwam de kritiek op hun rol in de Azië-crisis en op hun optreden in Rusland van links en van rechts. Ook de eigen rapporten lieten geen spaan heel van veel van hun projecten. Medewerkers stapten op en deden in de pers een boekje open, zoals één van de topmannen van de Wereldbank Joseph Stiglitz.*) Het is net als met stakingen. Deze worden vaak niet alleen gewonnen door de arbeiders, maar ook domweg verloren door het management.

In Praag werd opnieuw een tik uitgedeeld. De woordvoerders van IMF en Wereldbank verklaarden opnieuw dat de vergadering vroegtijdig werd afgesloten, omdat - zo zeiden ze - de gehele agenda succesvol afgewerkt was. Maar ook hier vertelden déélnemers aan de vergadering de waarheid. Geadviseerd was onderdelen van het wandelgangenprogramma af te gelasten, omdat hun veiligheid in de stad niet gegarandeerd kon worden.

Ook op de demonstranten had het directe succes een groot effect. Een groep van ongeveer 6.000 mensen heeft in feite niet veel meer gedaan dan in de brandende zon tegenover pantserwagens en oproerpolitie staan. Toen besloten werd te stoppen, mede omdat de eerste demonstranten dreigden flauw te vallen, zag de hele groep dat als een nederlaag. Die stemming sloeg onmiddellijk om na de bekendmaking dat andere groepen bij het congresgebouw waren gekomen en dat helemaal hadden omsingeld. Met als gevolg dat de geachte afgevaardigden door de politie via een tunnel met de metro werden afgevoerd. Voor je gevoel had je bijgedragen aan het resultaat. De agenten die in hun zware bepakking in diezelfde zon tegenover ons hadden staan bakken, waren in ieder geval niet beschikbaar geweest om elders de gaten dichten.

Kritiek op het tophoppen

Tegelijkertijd besef je dat het sluiten van een congrescentrum de wereld niet verandert en kom je op de vraag of je zoveel tijd, geld en menskracht moet steken in wat sinds kort tophoppen heet. Zeg maar het nareizen van de officiële toppen. In het artikel "Wat beweegt ons?" levert Marco van Eurodusnie kritiek op dit tophoppen.**) Onder erkenning van de grote symbolische waarde van een massaal internationaal protest en het groeiend zelfvertrouwen van activisten, heeft hij zo zijn bedenkingen. Omdat deze kritiek mijns inziens van belang is, loop ik de belangrijkste punten langs.

* Marco stelt dat tophoppen alleen mogelijk is voor westerse activisten. Hoewel ik mij afvraag of dat waar is, is het opvallend dat lokale activiteiten in de derde wereld buiten beeld bleven. Op 26 september werd niet alleen in Praag, maar wereldwijd actiegevoerd. Zo is het bijvoorbeeld de media ontgaan dat in Brazilië een (weliswaar niet officieel) referendum is gehouden, waaraan 5,5 miljoen mensen meededen. Hiervan stemde er vijf miljoen tegen de deal met het IMF. Bizar was dat ik het idee had dat de Tsjechen geen rol speelden in Praag. Toen wij vaststonden op de brug, werden de commando's "stapje vooruit", "niet duwen", "wel duwen", in het Italiaans en Engels gegeven. Eenmaal thuis was ik verrast te horen dat driekwart van de gearresteerden uit Tsjechië kwam.

* Een tweede kritiekpunt van Marco is dat het geld waardoor het tophoppen mogelijk wordt meestal afkomstig is van overheden. Het loopt via de grotere NGO's . Hierdoor zijn de acties nogal kwetsbaar. Ik denk inderdaad dat daarmee de onafhankelijkheid van de sociale bewegingen bedreigd wordt. Bovendien moet dat soort gelden tot de laatste cent verantwoord worden, hetgeen een zekere bureaucratisering in de hand werkt. Marco verbindt hieraan dat deze NGO's niet meer in staat zijn tot scherpe kritiek op het kapitalisme en blijven steken in vage termen als globalisering en neoliberalisme. Dit verband tussen financiële afhankelijkheid en vage standpunten is reëel, maar zo automatisch doet zich dat niet voor. Discussies in brede kringen over doel en middelen lijken mij een belangrijk wapen.

* Vervolgens signaleert Marco de kwetsbaarheid van tophoppen voor repressief politieoptreden. De lange voorbereidingstijd en de ingewikkelde organisatiestructuur maken iedere verassing onmogelijk. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat na het debacle dat de overheid in Seattle meemaakte, in Washington 1.200 mensen werden gearresteerd. Daar zit wat in. Ook in Praag heeft de overheid door het oprekken van de wet geprobeerd de acties de kop in te drukken. Tegelijkertijd is het zo dat tijdens de dag waarop de meeste mensen uit buiten- en binnenland aanwezig waren, het politieoptreden enigszins binnen de perken bleef. Pas de volgende dagen nam een getergde politie wraak en vonden de grote arrestaties en mishandelingen plaats. Misschien ligt het probleem niet zozeer in de voorspelbaarheid als in het optreden met te weinig mensen op de dagen voor en na de massale demonstratie.

* Als laatste kritiekpunt brengt Marco het probleem naar voren dat de berichtgeving rond de grote toppen, en dus de tegentoppen, sterk aan manipulatie onderhevig is. Dat zou best eens kunnen. De massaal aanwezige pers is vaak uit concurrentieoverwegingen vooral geïnteresseerd in spectaculaire veldslagen met de politie en niet zozeer in de kritiek van demonstranten.

Lokaal versus internationaal

Bij de kritiek op het tophoppen hoort meestal het pleidooi de krachten vooral lokaal in te zetten. Je kan die kritiek weerleggen door te zeggen dat beide van belang zijn. Lokaal en internationaal protest. Maar dat is voor de Nederlandse situatie te eenvoudig. De beweging in Nederland is eigenlijk enorm beperkt, alleen al wat betreft de menskracht. Steeds moeten keuzes gemaakt worden. En dat is lastig. Als ik in Nederland was gebleven en meegedaan had aan de demonstratie "Stank voor Bank" in Utrecht met 200 tot 300 mensen, had mij dat waarschijnlijk minder gedaan. Ook het effect van die demonstratie naar buiten toe was geringer. Daarmee wil ik niet zeggen dat de kritiek op het tophoppen geen hout snijdt, maar het lost de vraag niet op hoe de beweging - die uiteindelijk lokaal moet zijn - het beste kan worden opgebouwd. Is dat met lokale of met internationale acties?

Wat mij voor ogen staat, is te zien in het initiatief van de Euromarsen. Een grote bijeenkomst begin december in Parijs, waarin gewerkt wordt aan de versterking van de contacten en aan de ontwikkeling van alternatieven. Los van de top in Nice. Dat biedt de mogelijkheid de eigen agenda te bepalen, terwijl door de gemeenschappelijke activiteit de deelnemers van de Euromarsen in Nederland nieuwe inspiratie opdoen. Vanuit Parijs met bussen naar de demonstraties in Nice is ook een prima initiatief van de Euromarsen.

Met een beetje geluk wordt Nice heel bijzonder, ook qua massaliteit. Er worden 100.000 mensen verwacht, waaronder veel vakbondsleden. Die waren in Praag grotendeels afwezig, met uitzondering van de anarchosyndicale groepen die daar een cruciale rol vervulden. Veel vakbonden in Europa zijn serieus aan het mobiliseren voor Nice. Zelfs de FNV vliegt er heen. Een hele stap, want onze vakcentrale is het in het algemeen van mening dat het weinig zin heeft een beetje op straat rond te lopen.

Tot slot nog een opmerking over de broodnodige alternatieven. De Euromarsen en Attac zijn daar druk mee bezig. Niet dat het allemaal rond is, maar de discussie is begonnen. Geen eenvoudige discussie, want een groep als Attac kent naast mensen die de kritiek op het kapitalisme centraal stellen, ook mensen die terug willen naar de goede oude tijd van het Keynesiaanse geld pompen in de economie. Wel een belangrijke discussie, want om meer mensen te mobiliseren is het doorslaggevend met welk alternatief we naar buiten treden.

Ailko van der Veen
*) Zie voor de kritiek van Stiglitz: http://www.thenewrepublic.com/041700/stiglitz041700.html
**) Zie Dusnieuws 22, augustus 2000: http://www.squat.net/eurodusnie/articles/dusnieuws/2000/beweegt.htm
Foto: Praag 26 september 2000 - foto Herwin Sap