|
nr. 99 dec 2000 |
Solidariteit
Witte illegalen - het parlement is er nog niet klaar meeDe loterij van wel of geen verblijfsvergunningAfgelopen donderdag 16 november evalueerde de commissie voor Justitie van de Tweede Kamer de Tijdelijke Regeling Witte Illegalen. Deze regeling werd vorig jaar opgesteld na de hongerstakingen van witte illegalen in Den Haag en Amsterdam. De zaal op het Binnenhof was vol, het debat onoverzichtelijk. Witte illegalen en hun solidaire ondersteuners probeerden te volgen of de toekomst nog ruimte bood voor een volwaardig bestaan in Nederland. Twee dagen eerder was een petitie aangeboden om de bezwaren tegen de regeling nog eens naar voren te brengen.Bezwaren? Er waren toch zoveel mensen gelegaliseerd na voorgelegd te zijn aan de zogenaamde burgemeesterscommissie? Ja, er is zeker voor veel mensen iets bereikt. Inmiddels hebben 2.200 mensen een verblijfsvergunning gekregen. Ze hebben nu, na een jarenlang bestaan in onzekerheid, eindelijk het begin van een basis om wat op te bouwen. En dat is winst, ruim drie jaar na het Gümüs-debat toen de zaak potdicht leek te zitten. Voorselectie INDDe burgemeesterscommissie beoordeelde de dossiers op de mate van inburgering, de gezinsomstandigheden en het arbeidsverleden. Ze honoreerde bijna 100 procent van de zaken met een positief advies. De commissie kreeg echter niet alle dossiers onder ogen. De IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) verrichtte een voorselectie aan de hand van acht criteria. De aanvraag moest tussen 1 oktober en 1 december 1999 worden ingediend. De aanvrager moest aantonen vanaf 1 januari 1992 ononderbroken een woonplaats te hebben gehad in Nederland, in ieder geval vanaf 1 januari 1992 tot en met 1 juli 1998 (rechtmatig) in het bezit zijn geweest van een sofi-nummer, over een geldig paspoort beschikken en na 1992 niet zijn uitgezet. Bovendien mocht de aanvrager niet in het bezit zijn geweest dan wel gebruik hebben gemaakt van valse of vervalste documenten en geen onjuiste gegevens hebben verstrekt. En tot slot mocht er geen sprake zijn van criminele antecedenten. Wie aan deze criteria voldeed, werd voor de tweede ronde doorgestuurd naar de burgemeesterscommissie. Wie dat niet deed, werd afgewezen. De IND 'vinkte' bikkelhard 'af'. Zo werden opnieuw mensen afgewezen die al (erg) lang in Nederland verblijven, die hier sociale netwerken hebben opgebouwd en vaak een omvangrijk arbeidsverleden hebben. En zo werden opnieuw mensen, die feitelijk in dezelfde omstandigheden verkeren als de 'blijvers', vanwege formele vereisten afgewezen. De strijd van de witte illegalen wordt gesteund vanuit het idee dat deze mensen - weliswaar illegaal, maar toch - jarenlang woonden en werkten in de Nederlandse samenleving. Met daarbij als wezenlijke aanvulling dat de werkgevers voluit geprofiteerd hebben van hun rechteloze positie door hen op de moeilijkst te vervullen vacatures aan het werk te zetten. Daarbij werden het medeweten en de medewerking van de overheid zichtbaar door de inschrijving in het bevolkingsregister, de verstrekking van sofi-nummers en het incasseren van premies en loonbelastingen. Hoewel zij een economische bijdrage leverden - in een aantal sectoren een structurele - hebben de witte illegalen alle klappen steeds zelf moeten opvangen. WillekeurGezegd zou kunnen worden dat de tijdelijke regeling 'achterstallig recht' moet herstellen. Dan is het wel heel bot om criteria en argumenten toe te passen die juist op het onbeschermde, illegale bestaan terug te voeren zijn. Want een ten dele ongedocumenteerd verblijf in Nederland, een uitzetting, valse papieren en onjuiste gegevens behoren tot dit risicovolle bestaan. De eerste ronde wel of niet halen, is daarmee een kwestie van pech of geluk geworden, een loterij dus. Neem Hüsamettin. Hij kwam in 1987 naar Nederland en werkte 'wit' in het Westland als tuinarbeider, glaszetter en nog veel meer. Twaalf jaar gemiddeld meer dan tweehonderd dagen. Omdat hij in juni 1994 uitgezet is - hij kwam direct weer terug - is zijn verzoek afgewezen. Of neem Yusuf, hij werkte in 1991 drie maanden bij een werkgever bij wie valse documenten werden aangetroffen. Na dat jaar heeft hij altijd bij een andere werkgever gewerkt die nooit gebruik maakte van een valse verklaring. Dat versterkt zijn verhaal dat de valse verklaring niet van hem kwam - want dan had hij er ook later gebruik van kunnen maken - en dat hij niet wist dat de werkgever zo'n verklaring had liggen. Die werkgever had daar wel degelijk een belang bij, hij is immers degene die vervolgd kan worden voor het in dienst hebben van een illegale werknemer. Na hier twaalf jaar aantoonbaar gewerkt te hebben, blijft Yusuf met lege handen achter. Criminele antecedenten dan, dat moet toch duidelijk zijn. Maar is de man die in 2000 twintig jaar in Nederland woont en een afwijzing krijgt vanwege 'bouwen zonder bouwvergunning' en 'niet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel' een crimineel? De bouwinspectie had een dakraam in zijn huis aangetroffen dat daar niet hoorde en de politie had zijn zoon aan een auto zien sleutelen: commerciële activiteiten. De man had de boetes maar betaald, want als illegaal kom je liever niet voor de rechter. Zo zijn er nog heel wat voorbeelden te noemen. Het is duidelijk dat zulke afwijzingen leiden tot onbegrip en bitterheid. Veel mensen hebben bezwaar aangetekend en wachten nog de rest van de procedure af. LiplezenNa talrijke debatten in de Tweede Kamer is de zaak van de witte illegalen inmiddels muurvast komen te zitten. Ook de evaluatie van de commissie voor Justitie liet een patstelling zien. Mede op initiatief van OKIA (Ondersteuningskomitee Illegale Arbeiders) is een petitie aangeboden, waarmee opnieuw de discussie onder druk werd gezet. Gevraagd werd alle omstandigheden in de dossiers mee te laten wegen. De petitie was in zeer korte tijd opgezet en kreeg een zeer brede ondersteuning: de vakcentrales FNV, CNV en MHP, de landelijke Raad van Kerken, de bisschoppen, FORUM, LBR, Humanitas en vele andere organisaties. Daarnaast tekende een respectabel aantal hoogleraren en universitaire onderzoekers. Net na de aanbieding gaven de gemeentefracties van de PvdA in de drie grote steden en het CDA Vrouwenberaad hun steun. Het blijft liplezen bij zo'n debat. Zou de vraag aan de staatssecretaris om niet minimalistisch met de criteria om te gaan en zijn bevoegdheid te gebruiken om in schrijnende gevallen een uitzondering te maken, nog wat gaan betekenen? De ene helft van de Kamerleden voelde daar wat voor, de andere helft zweeg hierover. Duizelig verlieten we de zaal. Geen terugkeerHoe nu verder? We hebben met velen de strijd gesteund die een groep illegale arbeiders startte en met veel doorzettingsvermogen voortzette. Voor degenen die ermee begonnen, moest die strijd natuurlijk wat opleveren. Voor hen is dit verhaal geen abstracte aangelegenheid. Ze gingen voor een hard resultaat en eisten zonder meer verblijfsvergunningen. Maar misschien heeft die koers een beperking met zich meegebracht. De kern van de zaak is de positie van rechteloze arbeiders. Door hun gedwongen flexibiliteit leverden ze een profijtelijke bijdrage aan de ontwikkeling van een aantal economische sectoren. Nu opnieuw arbeidskracht van elders wordt aangetrokken, zullen de ondertekenaars van de petitie erop moeten toezien dat de geschiedenis van de witte illegalen zich niet herhaalt. Dat wil zeggen, dat de nieuwe migranten volledig beschermd moet worden door het arbeidsrecht. We hebben een beetje de verwachting dat de strijd van de witte illegalen bij brede lagen van de bevolking de ogen geopend heeft voor de positie van rechteloze arbeiders. Toch bleef de discussie vaak hangen op 'een individueel schrijnend geval'. Zie de scherpslijperij bij de Tijdelijke Regeling Witte Illegalen. Daarmee is aan de betrokkenen onvoldoende recht gedaan en bestaat tevens de kans dat de kwestie 'netjes' opgelost lijkt. De afgewezen witte illegalen zullen echter in meerderheid blijven, ook als ze helemaal uitgeprocedeerd zijn. Na tien, vijftien of zelfs twintig jaar verblijf in Nederland is terugkeer naar het geboorteland niet te verwachten. En daarmee blijven ze in de kwetsbare positie die ze al zo goed kennen. Een positie in nog slechtere omstandigheden, want de laatste jaren zijn immers allerlei 'bemiddelaars' (uitzendbureaus, koppelbazen) actiever dan ooit. Het barst van de kleine achtereenvolgende baantjes voor de uren of dagen dat een werkgever iemand nodig heeft. Zonder sociale rechten en nauwelijks een poot om op te staan om ergens een klacht neer te leggen. Kortom, de strijd is nog niet klaar. Marijke Bijl Adres OKIA: Postbus 10648, 2501 HP Den Haag. Telefoon: 070-3647828. |