|
nr. 99 dec 2000 |
Solidariteit
De krappe arbeidsmarkt - kanttekeningenDe hoge prijs van arbeidsgeschiktheidOok bij ons in de buurt is op vrijwel elke winkeldeur te lezen "personeel gevraagd". Overigens nooit bij de Turkse bakker of de Surinaamse supermarkt. Een kleine enquête leert dat de verruiming van de openingstijden een deel van het probleem is en dat er banen zijn van een paar uur per dag of op de koopavond en zaterdag. Hard werken voor weinig geld. Eén van ons kwam het hoofd van een röntgenafdeling van een groot ziekenhuis tegen, waar sinds kort twee Indonesische laboranten werken. Met een groep vrouwelijke verpleegkundigen waren ze via een bemiddelingsbureau overgevlogen voor een contract van twee jaar. "Ze werken als tijgers. Laatst vroeg er al één of ze ook niet op zaterdag mocht werken. Om bij te leren." Na afloop van een vakbondscafé raakten we in gesprek met een 'zelfstandige zonder personeel' die als kraandrijver in de bouw werkt. "Het werk is niet aan te slepen, zowel in de woning- als de kantorenbouw. Wat die kantoren betreft, is het een idioot verschijnsel. Als ik er later langs rijd, kijk ik altijd of ze nog leeg staan." In dit nummer van Solidariteit vertelt één van de bij de Amsterdamse havenpool ontslagen arbeiders dat hij met z'n 55 jaar elke week tevergeefs solliciteert. "Ik had kans op een nachtbaantje bij de beveiliging. Vijf dagen in de week, het hele jaar. Toen ik vroeg 'wat blijft er dan van m'n leven over', vonden ze me te oud."Met deze ervaringen willen we niet het cijfer van ongeveer 200.000 vacatures wegpoetsen, wel zeggen ze iets over de betrekkelijkheid en de kwaliteit van een deel ervan. Er is nog een categorie vacatures waarbij vraagtekens gezet kunnen worden. De omvang daarvan is moeilijk vast te stellen, maar een beetje ondernemer showt zijn expansie door nadrukkelijk bekend te maken dat hij tevergeefs naar personeel zoekt. Daar komt nog eens bij dat in de kern van de 'nieuwe economie', de sector van de informatietechnologie, de wegkooppremies en transfersommen zo populair zijn dat vacatures net zo snel worden vervuld als ontstaan. Tekenend is dat sommige sectoren door het personeelsgebrek in brand staan. Het is niet zo moeilijk te begrijpen dat de omstandigheden in bijvoorbeeld het onderwijs en de gezondheidszorg daar verantwoordelijk voor zijn. Als (jonge) mensen een keuze kunnen maken, vallen deze sectoren snel af. Was niet zo lang geleden de onderwijzer(es) en de verpleegkundige een beroep met veel maatschappelijk respect, nu ben je een 'softe looser' die meer idealen dan inkomen heeft. Dat alles neemt niet weg dat in veel bedrijven en instellingen sprake is van een onderbezetting, met alle gevolgen van overwerk en arbeidsstress van dien. Dat laatste lijkt ons eerder rampzalig dan de voor de werkgevers krappe arbeidsmarkt. Te meer daar al op jonge leeftijd de arbeidsongeschiktheid loert. Toch laten we deze gevolgen voor werknemers op dit moment rusten. Onze aandacht gaat uit naar een ander vraagstuk, namelijk naar de grote groep mensen die buiten de betaalde arbeid staat. Dat is een veelvoud van het aantal vacatures. Daar doet zich een op het eerste gezicht tegenstrijdige ontwikkeling voor. Aan de ene kant krijgen ze geen toegang tot een betaalde baan. Aan de andere kant worden zij ofwel in hun inkomen geraakt ofwel met dan weer zachte en dan weer harde dwang aan het werk gezet. Onbenut werkkapitaalLaten we beginnen met een bericht dat we ergens oppikten: "Jeugddelinquent verlaat gevang: Baan ligt klaar". Manpower heeft een contract getekend met zestien jeugdinrichtingen, bezoekt de gevangenen drie maanden voor hun vrijlating en maakt afspraken over een baan. Testen, scholing en stages. Zo moet opnieuw in de fout gaan voorkomen worden en mooi meegenomen is dat de ontspoorde jeugdigen al vroeg aan het arbeidsritme wennen. Een nobel initiatief of een uitgesproken voorbeeld van resocialisatie via private arbeidsbemiddeling? Een dergelijk resocialisatieprogramma is niet uitzonderlijk, het is een algemene trend in de benadering van werklozen. Want ook zij zijn in de fout gegaan, ze zijn schuldig aan niet marktconform gedrag en moeten met een intensieve begeleiding gecorrigeerd worden. Gaat dat niet, of niet snel genoeg, dan is er de Wet Boeten. Het arbeidsreserveleger - bijstandsgerechtigden, werklozen en wao'ers - mag zich in deze tijd van de krappe arbeidsmarkt sowieso in een grote belangstelling verheugen. Gisterenavond hoorden we minister Vermeend op de lokale televisie zeggen: "Ze moeten niet zeuren, maar aan het werk." Dat is de eenvoud van een sociaal-democratische autoriteit. De realiteit is echter anders. Neem de ongeveer 240.000 herintreedsters die volgens het rapport "Terug van weggeweest" een deeltijdbaan zoeken. Het cijfer in dit onderzoek van de FNV is een schatting, omdat de overgrote meerderheid van deze groep vrouwen niet in de officiële cijfers voorkomt. Ze willen werk, maar onder de eigen voorwaarden van niet te ver van huis en in verband met schoolgaande kinderen op aangepaste tijden. Dat blijkt, volgens het onderzoek, niet mogelijk te zijn. Zo wordt maar eens duidelijk dat de veel geroemde flexibiliteit door werkgevers gestelde grenzen kent. Interessant is het om te zien hoe bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf via zijn voorzitter De Boer op twee paarden wedt. Het is met name deze sector die moord en brand schreeuwt over de krapte op de arbeidsmarkt. De Boer pleit enerzijds voor een verlenging van de arbeidsweek tot 45 uur en berekent anderzijds het 'onbenut werkkapitaal' op 805.000. Het blad Management Team van 22 september 2000 zet er maar gelijk de kop bij: "805.000 mensen zoeken een baan". De Boer is zo'n opiniemaker die de voor hem ongunstige verhoudingen op de arbeidsmarkt gebruikt om zijn slag te slaan. Het overwerk is hem te duur, dus moet de officiële arbeidstijd omhoog. Hij rechtvaardigt dat door te wijzen op de schande van de honderdduizenden die maar niet aan het werk te krijgen zijn. Water naar de zeeDe Boer heeft het niet expliciet over de arbeidsongeschikten. Dat is hem te link, omdat hij ook wel weet dat de private reïntegratiebedrijven niet erg succesvol zijn. Zijn leden in het midden- en kleinbedrijf hebben het liefst mensen zonder enig 'vlekje', nog onberoerd door de praktijk van het arbeidsleven. Dat is een doorn in het oog van oud-vakbondsbestuurder Han Noten. Volgens FNV Magazine is hij 'back in town'. Waarzo? Bij Start Employability Services. Dat uitzendbedrijf wil vanaf januari 2001 gedurende één jaar 1.500 volledig arbeidsongeschikten in dienst nemen, daarna detacheren bij werkgevers - en vooral intensief begeleiden - in de hoop dat ze vervolgens een vaste baan krijgen. Als compliment aan Start schrijft FNV Magazine (26 oktober 2000) erbij: "Pas daarna gaat Start eraan verdienen". We zijn benieuwd naar de afloop van dit experiment, want op het terrein van de reïntegratie van arbeidsongeschikten heeft zich het zogenaamde rondpompen voorgedaan. Je bent arbeidsongeschikt, wordt naar werk bemiddeld via een uitzendbureau dat een aardige subsidie opstrijkt. Je redt het niet, meldt je ziek, de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en je komt opnieuw in de wao. Politici kunnen niet zwijgen over de wao. Wat ze de laatste jaren ook bedachten, het aantal wao'ers blijft boven de 900.000 liggen. Op het arbeidsproces hebben ze geen greep, dus richten zij zich op de voordeur van de wao, de instroom, en op de achterdeur, de uitstroom. Tegelijkertijd wordt geprobeerd het in de wet vastgelegde begrip arbeidsongeschiktheid te herdefiniëren. Over de uitstroom naar werk hebben we al iets gezegd. Het kabinet gelooft ook hier in privatisering en heeft voor de reïntegratie het aantrekkelijk bedrag van tien miljard gulden gereserveerd. Onderzoekers van TNO Arbeid noemen dat water naar de zee dragen. Zo lang de arbeidsomstandigheden ongemoeid blijven, zal slechts een klein deel van de wao'ers zich kunnen handhaven. De onderzoekers schatten dat aantal op maximaal 40.000 (NRC Handelsblad, 3 september 1999). OpruimingsactieOp het gebied van de instroom naar de wao hebben politici het hoogste woord. Dat zien ze als een kwestie van wetgeving. Ze willen, om in hun termen te spreken, de drempel verhogen. Daarmee bedoelen ze dat het recht op een uitkering wordt aangepast. Deze is nu voor een belangrijk deel afhankelijk van de leeftijd en dat moeten de duur van het arbeidsverleden worden. De redenering is kennelijk: maak de arbeidsongeschiktheid financieel onaantrekkelijk en mensen blijven gezond. Een vergelijkbare aanpassing is bedacht voor de uitkering bij werkloosheid. Wordt deze verbonden aan het aantal gewerkte jaren, levert dat een besparing op van 108 miljoen gulden. En daarmee zijn we op bekend terrein. Dan de herdefiniëring van de wao. Het Kamerlid van de VVD, Kamp, had wat zitten rekenen en meende de vondst van zijn leven gedaan te hebben. Zes maal zo veel Turkse en Marokkaanse mannen tussen de 40 en 65 jaar zouden arbeidsongeschikt zijn als de vergelijkbare groep autochtone mannen. Dat moest met fraude te maken hebben en dus dacht Kamp: "gooi ze eruit, ze zijn gewoon langdurig werkloos en dat is een stuk goedkoper". Zijn berekeningen bleken niet te kloppen, het was in plaats van zes bijna drie maal zo veel. Kamp hield (voorlopig) z'n mond, maar de trend is gezet. Een andere poging om de wao te schonen, heeft een wat langere geschiedenis. Werknemers met psychische klachten horen niet in de wao. Ook deze stelling is populair bij de VVD, deze keer bij monde van Kamerlid Wilders. De hiervoor genoemde MKB-voorzitter De Boer behoort overigens ook tot de aanhangers van deze opruimingsactie. Kort geleden hebben ze steun gekregen van de commissie-Donner, die de volgende conclusie trok: "Er is objectief gezien niets in de aard of gevolgen van psychische klachten dat verzuim van een jaar of langer nodig maakt (een zeer klein aantal gevallen uitgezonderd)."(de Volkskrant, 12 oktober 2000) Krijgt deze commissie haar zin, dan zal eenderde van de huidige groep wao'ers geschrapt worden. Brengen we deze ontwikkelingen bij elkaar, dan zal dat het kabinet Kok heel wat geld opleveren. Maar minstens zo belangrijk is het cosmetische karakter van deze aanpassingen. Kok en Vermeend willen van het gezeur in allerlei Europese organen af dat Nederland de zieke man van Europa is. Breng jong gehandicapten onder een andere noemer, evenals 55-plussers en de wao'ers die gedeeltelijk werken, saneer het bestand Marokkaanse en Turkse mannen en schrap de arbeidsongeschikten op 'psychische gronden' en het internationaal aanzien van het poldermodel is gered. Dat zo de bron van veel arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing blijft, moeten de sociale partners dan maar uitzoeken. Onze conclusie is dat er alle reden is de krapte op de arbeidsmarkt te relativeren. Voor mensen met specifieke eisen die buiten het betaalde arbeidsproces staan, wordt de lat om er binnen te komen hoog gelegd. Anderen worden, waar mogelijk, voor de betaalde arbeid geschikt gemaakt door een programma van resocialisatie. Tegelijkertijd wordt de krapte aangegrepen om degenen die uit het arbeidsproces zijn geraakt, met grondige aanpassingen van de wetgeving te dwingen eieren voor hun geld te kiezen. In veel gevallen zal dat betekenen dat zij er in inkomen op achteruitgaan. Redactie |