nr. 98
sep 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redactioneel

Tijdbom of rookbom

Laten we beginnen met een klassieke vakbondszin, 'het rommelt aan het loonfront'. Misschien wordt dat enigszins opgeblazen wel elk jaar gezegd, maar vlak voor Prinsjesdag 2000 lijkt het inderdaad te rommelen.

De centrale looneis van de FNV van 4 procent dreigt ingehaald te worden door de inflatie. De voorman van de ondernemers, Schraven, waarschuwt voor een loon-prijsspiraal en pleit als zijn voorgangers voor een loongroei die binnen de stijging van de arbeidsproductiviteit blijft. FNV-voorzitter De Waal organiseert heel wat commotie over de exorbitante verrijking van de topmanagers. De 'sociale partners' verwachten eensgezind veel van prestatiebeloning, optieregelingen en andere vormen van flexibele beloning. Minister Vermeend prijst hen, want zo wordt de loonmatiging gewaarborgd. Wetenschappers spelen hun verbazing als ze de loonmatiging een godswonder noemen. De ABVAKABO FNV komt voor de cao van het jaar 2001 met de eis van een 'dertiende maand'.

Tegelijkertijd wordt deze onrust aangewakkerd door de resultaten van een onderzoek van een aantal erkende bureaus waaruit blijkt dat de brutolonen gemiddeld twee maal zoveel stijgen als de drie procent gemiddelde cao-loonsverhoging. Met andere woorden, met de afgesloten cao's, zo hoorden we bondsbestuurders zeggen, laten we geld in de bedrijven zitten, hetgeen ten koste gaat van de 'onderkant van het loongebouw' en de uitkeringen. Dat steekt des te meer, omdat die gemiddelde cao-loonsverhoging in 1998 en 1999 in Nederland onder het Europees gemiddelde bleef, evenals de stijging van de koopkracht die na aftrek van de inflatie in 1998 1,0 procent bedroeg en 0,7 procent in 1999 (Europees Instituut voor Arbeidsverhoudingen).

Het zou dus best kunnen rommelen. Neem de dertiende maand van onze ambtenarenbond. Wanneer die gerealiseerd wordt, is dat een loonstijging van bijna 8 procent. En, zegt de bond in een persbericht van 2 september, zo'n uitkering moet bovenop de "jaarlijkse marktconforme salarisontwikkeling" komen. Samen komt dat in de buurt van de 13 procent extra die de toppers in de bedrijven zich toegeëigend hebben. Dat is niet mis, ook al denkt de ABVAKABO aan jaren en verklaart hij zich "bereid met werkgevers te spreken over eventuele resultaatafhankelijkheid van de regelingen".

Maar er rommelt meer. De eis van de dertiende maand is een directe reactie op de met name door FNV Bondgenoten stevig aangezette participatie in aandelen en opties die de ABVAKABO aan de neus van zijn leden voorbij ziet gaan; 'wij kunnen niet achterblijven'. Voeg daarbij de ernstige meningsverschillen tussen de twee bonden over individuele keuzemogelijkheden in de cao (wel of geen 'casco-cao'). En de daarmee samenhangende strijd om de hegemonie binnen de FNV (ABVAKABO en FNV KIEM gaan fuseren en met de Politiebond samen gaat het dan om 430.000 leden en dat nadert de ongeveer 500.000 van FNV Bondgenoten). Dan kan het raar lopen.

Wanneer het de ABVAKABO ernst is met de uiteindelijke looneis van zo'n 12 procent, komt er dan een vergelijkbare beweging onder de leden van FNV Bondgenoten en andere bonden? Wordt er dan een tijdbom gelegd onder de langjarige loonmatiging? Of maken de 'marktbonden' deze eis belachelijk, 'het loopt via de overheid, dus wij zullen het moeten opbrengen'? En krabbelt de ABVAKABO terug en blijkt de dertiende maand een rookbom te zijn?

Redactie