nr. 98
sep 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Strijd om recht en werk in de Amsterdamse haven

Nieuwe gegevens die te denken geven

Dingen kunnen soms raar lopen. Je bent naar iets op zoek, weet dat het er is, maar je vindt het niet. Ten einde raad schakel je anderen in. Ook zij weten dat het er is, maar hebben het niet. "Probeer er maar mee te leven, de wereld vergaat niet." Je berust niet en bewandelt de officiële weg. Bevestigd wordt dan dat wat je zoekt er inderdaad is. "We mogen het u niet geven, het is geheim." Je overweegt hogere instanties te benaderen en een beroep te doen op de openbaarheid van bestuursinformatie. Maar ja, dat is zo'n gedoe. Je draait je om en het ligt in de brievenbus.

Een paar maanden geleden wilde ik meer weten over een onderzoek van het bureau Coopers & Lybrand over de Amsterdamse havenpool. Bekend was dat de opdracht op 20 oktober 1997 gegeven was door het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam (GHA) op basis van een gezamenlijke formulering van havenondernemers en vervoersbonden FNV en CNV. De afdeling documentatie van de opvolger van Coopers & Lybrand, PricewaterhouseCoopers, verwees me naar het GHA en daarvan kreeg ik een briefje dat het rapport vanwege het strikt vertrouwelijke karakter niet beschikbaar was. Dat gold ook voor een eventuele samenvatting. Ook direct betrokkenen uit die tijd konden me niet helpen. Ze hadden gehoord van het rapport, maar het nooit onder ogen gekregen.

En dan ineens ligt het de derde week van augustus op mijn tafel. Als één van de bijlagen bij de reactie van de advocaat - R. van der Stege - van de Stichting Personeelsvoorziening Amsterdam Noordzeekanaalgebied, SPAN, op de eisen van de door SPAN ontslagen havenarbeiders. Een onthullend rapport dat de ongeloofwaardigheid van het bestuur van SPAN - bondsbestuurders en vertegenwoordigers van Arbeidsvoorziening - vergroot.

Op de dag van de staking

Eerst iets over de voorgeschiedenis van het rapport. Begin oktober 1997 komen de curator van de failliete Arbeidspool, twaalf havenondernemers en de bonden tot een convenant. Daarin worden de voorwaarden omschreven voor een doorstart van de havenpool door een eventuele koper. Wanneer die koper niet gevonden wordt en de curator op 8 oktober het collectief ontslag meldt, besluit de wethouder van Economische Zaken tot een bemiddelingspoging. Ze doet dat, na een reeks van acties in Amsterdam en Rotterdam, precies op de dag van de algemene havenstaking in Amsterdam van 14 oktober 1997 en schakelt daarvoor de bestuurders van Arbeidsvoorziening in die later tot het bestuur van SPAN toetreden. Tijdens de bezetting van de Noordersluis in IJmuiden, 17 oktober, wordt de bemiddeling opgeschort, maar uiteindelijk rolt een paar dagen later de opdracht aan Coopers & Lybrand er uit. Een studie, waarin het convenant wordt betrokken, bedoeld als een advies aan de wethouder.

Slikken of stikken

Waarom is deze studie van Coopers & Lybrand in de zaak van de ontslagen havenarbeiders nu zo belangrijk? Uiteraard, omdat de bondsbestuurders er hun vertrouwen aan hadden gegeven en de inhoud van het resultaat - het rapport, gedateerd 12 november 1997 - kenden, terwijl de bondsleden tot voor kort totaal van niets wisten. Sprekender is echter dat SPAN in haar reactie op de eisers ('conclusie van dupliek') stelt dat het onderhandelingsresultaat van 18 november 1997 de enige, maar dan ook de enige kans bood op een toekomstige levensvatbare pool (met uiteindelijk 110 mensen). Sterker nog, het alternatief zou zijn dat alle toen 315 poolarbeiders "werkloos waren geweest zonder enige sociale flankerende maatregel". Wat laat nu het rapport van Coopers & Lybrand zien? Dat afhankelijk van de gekozen uitgangspunten een havenpool levensvatbaar is met 122, 111 of 99 arbeiders.

Met andere woorden, behalve dat wezenlijke informatie achter is gehouden, wordt alles uit de kast gehaald om het behaalde resultaat, geheten "Akkoord op hoofdlijnen", als enige oplossing voor te stellen. Niet voor niets werd dit akkoord tijdens de verdediging van de bondsbestuurders, die nu deel uitmaken van het bestuur van SPAN, in de ledenvergaderingen weggehoond met "dit is slikken of stikken".

'Fake'

Er is nog een reden om bij het rapport van Coopers & Lybrand stil te staan. De redenering van het bestuur van SPAN is steeds geweest dat het afgesloten akkoord er niet op gericht was mensen te ontslaan, maar te bemiddelen naar ander werk, binnen of buiten de haven. Helaas is dat niet gelukt. Door economische omstandigheden gedwongen en onvoldoende financiële middelen, zo vervolgt het bestuur, kwamen we voor de nieuwe operationele pool uit op ruim honderd mensen. Dus werden we geconfronteerd met een surplus aan mensen en moesten we volstrekt onbedoeld tot ontslag overgaan. Los van het feit dat deze beslissing in strijd is met het akkoord op hoofdlijnen, daarin staat immers dat dit surplus zou doorstromen naar die operationele pool, speelt hier een andere kwestie.

De redenering van het bestuur wordt namelijk gelogenstraft door het rapport van Coopers & Lybrand. Daarin wordt, mede op basis van het convenant van de sociale partners, de omvang van de toekomstige pool berekend op 99 tot 122 mensen. Over die berekeningen kan getwist worden, maar het bestuur kan niet overvallen zijn door onverwachte ontwikkelingen. Van begin af aan stond vast dat er een operationele pool zou komen bestaande uit rond de honderd mensen. Anders gezegd, de selectieprocedure die in gang is gezet om vast te stellen wie wel of niet voor bemiddeling naar een andere baan in aanmerking kwam, hield per definitie het risico van ontslag in. Het bestuur heeft dat risico genomen, heeft verkeerd gegokt en ging tot ontslag over. Dan rest slechts één conclusie: de passage in het akkoord over doorstromen naar de overblijvende pool, is een 'fake'.

Faliekant mislukt

De vraag of het plan van Coopers & Lybrand te verkiezen valt boven het akkoord op hoofdlijnen, is moeilijk te beantwoorden. Vast staat dat het verzwegen is, vast staat ook dat het een uitwerking is van het convenant dat door veel poolarbeiders gezien werd als een basis om strijd te voeren. Niet ideaal, maar toch.

Uitgangspunt van het convenant was dat de pool alle inleenarbeid in de haven zou verzorgen, een vierdaagse werkweek kende met extra oproepbaarheid en vergezeld ging van een tweede flexibele pool. Een niet onbelangrijk onderdeel was dat de klanten aandeelhouder zouden zijn, waarmee de traditionele verantwoordelijkheid voor de pool bij de ondernemers bleef liggen. Getallen werden niet genoemd en over de gevolgen voor het loon van de arbeidstijdverkorting werd niets gezegd. Coopers & Lybrand doen dat wel en volgen verder het convenant. Onder handhaving van de haven-cao wordt gesproken over een loonsvermindering van 15 procent. Daarnaast zal het ziekteverzuim naar 8 procent moeten zakken en wordt gepleit voor een professioneel management.

Over wat niet gebeurd is, valt slechts te gissen. Net als het convenant bood het rapport van Coopers & Lybrand aangrijpingspunten de strijd een nieuwe impuls te geven. Bovendien was het Gemeentelijk Havenbedrijf opdrachtgever, had de wethouder veel belang bij een geslaagde bemiddeling en waren de bonden en ondernemers verantwoordelijk voor de onderzoeksopdracht. Opvallend blijft dat het rapport in dit stadium van het juridisch gevecht door het bestuur van SPAN in de openbaarheid is gebracht. Mocht het gedacht hebben zijn optreden daarmee te kunnen rechtvaardigen, lijkt dat faliekant mislukt.

Hans Boot