|
nr. 98 sep 2000 |
Solidariteit
Buitenland - gesprek met Christian Candia RodriguezHet Chileense poldermodelOp de conferentie in Keulen van TIE (Transnationals Information Exchange, zie nummer 96, mei 2000) was ook Christian Candia Rodriguez aanwezig. Hij vertegenwoordigde de Chileense groep Cilas die onderzoek doet naar arbeidsverhoudingen en over de resultaten seminars voor sociale bewegingen organiseert."Met zes vrienden hebben we in 1997 Cilas opgericht. Maar ook daarvoor waren we al betrokken in allerlei cursussen. Op dit moment werken we voor de federatie van bonden in het bankbedrijf, buurtorganisaties en het verbond van mensen die bij kleine bedrijven werkzaam zijn. Per jaar organiseren wij drie seminars die vier dagen duren, elk seminar kent ongeveer 45 deelnemers. We ontlenen onze onderwerpen aan ontwikkelingen in het recht, de economie, de politiek en de collectieve arbeidsovereenkomsten. Het doel is de deelnemers weerbaar te maken tegen het kapitalisme en te bevorderen dat de leden van organisaties de dienst uitmaken. Vakbonden zijn in Chili nauwelijks onafhankelijk te noemen. Politiek gezien, zijn ze vaak geheel afhankelijk van de sociaal-democraten of de christen-democraten. Deze twee partijen vormen sinds de eerste vrije verkiezingen van 1993, waar ze ruim 55 procent van de stemmen kregen, een regeringscoalitie, genaamd 'Akkoord voor de democratie'. Bovendien geven bedrijven regelmatig geld aan vakbonden, tenminste aan de christen-democratische bonden." Beperkte vakbondsvrijheid"Ook bij de centrale vakbondsfederatie (CUT) is dat gebrek aan onafhankelijkheid te zien. Tussen de CUT en de regering wordt de laatste jaren een sociaal pact gesloten. Dit belemmert vakbonden op te komen voor hun leden. De meeste bonden willen dan ook van dit systeem af en bepleiten onderhandelingen op decentraal niveau. Maar het bedrijfsleven ziet daar niets in. Met als gevolg dat er één keer per jaar op centraal niveau een akkoord wordt gesloten, waar de onderhandelingen over de cao's binnen blijven. Vakbondsrechten zijn in Chili niet goed geregeld. Er bestaat geen wettelijke bescherming van de vakbondsvrijheid, ondanks de ondertekening van ILO-verdragen. De regering is voorstander van een arbeidswet, maar de ondernemers zijn daarover - voorzichtig gezegd - niet enthousiast. De wet gaat nu naar de Senaat, terwijl de regering weet dat de aanhangers van Pinochet die toch wel tegen zullen houden. Het gebrek aan bescherming kan in de praktijk betekenen dat als in een bedrijf een cao wordt afgedwongen, de werknemers vervolgens worden ontslagen. Dit kan zonder enige compensatie. Overigens geldt een cao alleen voor de leden van de betreffende vakbond. Dit brengt bedrijven er toe nieuwkomers meer te betalen, wanneer zij zich niet bij een bond aansluiten. Verder bestaat er een verbod op cao's per bedrijfstak." Neoliberalisme"De sociale harmonie in de bovenste lagen van de samenleving en de kwetsbaarheid van vakbondsleden in de bedrijven hebben tot een demobilisatie van de Chileense arbeiders geleid. Mede door de toenemende uitbesteding is de organisatiegraad in de afgelopen tien jaar gedaald van 17 naar 11 procent. Mensen worden verplaatst van grote naar kleine bedrijven en moeten vaak genoegen nemen met een tijdelijk contract. Een arbeider verdient in Chili per maand vaak niet meer dan 180 dollar, terwijl de kosten van levensonderhoud voor een gezin al gauw 500 dollar bedragen. Dat betekent dat kinderen moeten meewerken of dat de ouders naast een fulltime baan parttime baantjes erbij nemen. En Chili is al het enige land in Zuid-Amerika waar de normale werkweek meer dan 40 uur is. De economie van Chili is sinds 1973 behoorlijk gegroeid, maar de kloof tussen rijk en arm is veel groter geworden. Onder Pinochet hadden veel arbeiders het financieel gezien zelfs beter. De regering, eerst onder leiding van de christen-democraat Frey en later onder de sociaal-democraat Lagos, heeft veel macht aan de markt gegeven. De ondernemers varen daar uiteraard wel bij. Hun inkomens zijn enorm gestegen. Dit neoliberalisme betekent bijvoorbeeld dat het openbaar vervoer geprivatiseerd is. Terwijl sommige arbeiders niet meer dan een dollar per dag verdienen, kunnen de reiskosten oplopen tot 100 dollar." Polderachtig gedoeTerugblikkend is Christian positief over de internationale uitwisseling van ervaringen en opvattingen tijdens de conferentie van TIE. Hij ziet veel overeenkomsten in problemen en omstandigheden. Wat mij betreft, geldt dat ook voor Nederland en Chili. Niet voor de arbeidsomstandigheden of het welvaartsniveau, maar het polderachtige gedoe. Christian was zeer verbaasd over de opstelling van de Russische deelnemers aan de conferentie. "Wij, de groep uit Zuid-Amerika, hebben een zeer heftige discussie gehad over het kapitalisme. Zij, de Russen, willen het kapitalisme. Je vraagt je af hoe dat mogelijk is. Zien ze niet wat het kapitalisme voor hen gaat betekenen? Ze weten niet hoe dat systeem functioneert, terwijl het toch overal op dezelfde manier werkt. Dat is het sterke punt van het kapitalisme, het is een internationaal samenhangend stelsel waarop de arbeiders in de verschillende landen en regio's verschillend reageren." In Chili zijn Nederlandse bedrijven actief, onder andere Philips, ABN Amro en Shell. Voor wie in Nederland bij zo'n bedrijf werkt, is het interessant om contact met Cilas op te nemen. Dat kan via Florida@netline.cl Ailko van der Veen |