|
nr. 98 sep 2000 |
Solidariteit
Verborgen of vergeten geschiedenis - Solidariteit 1928/1929Eén jaar met 52 nummersDit blad Solidariteit heeft zo zijn illustere naamgenoten uit het verleden. Op 28 april 1928 verscheen daarvan het eerste nummer, weekblad van het Revolutionair Socialistisch Verbond (RSV) in Nederland. De 'oude' Solidariteit zou precies een jaar uitkomen, op zaterdag 20 april 1929 werd nummer 52 uitgegeven.De redactie werd gevoerd door Jelle Boersma, W.A. Bouma en W.N. van Setten. Ze vergaderden in de Eerste Helmersstraat 243, driehoog, in Amsterdam. Vanuit zijn woning op dit adres voerde Van Setten ook het secretariaat van het RSV. Naast de bekende Henk Sneevliet verleenden onder anderen E. Bouwman, W.F. Dolleman en C. Kitsz hun medewerking. Voor vijf cent kon je je wekelijks politiek laten inspireren door vier dik gedrukte bladzijden van A-5 formaat. De revolutionair socialistische bewegingIn het openingsartikel van Solidariteit kenschetst Jelle Boersma (pseudoniem voor Jacq Engels) de revolutionair socialistische beweging in Nederland. Hij is niet erg optimistisch gestemd: "De revolutionaire beweging van dit land biedt bij oppervlakkige beschouwing geen bemoedigende aanblik. Een sociaal-democratie, die tot de meest reformistische behoort van geheel Europa - een aantal machteloze communistische groepjes, die elkaar op leven en dood bekampen - eenige kleinere anarchistische groepjes, waarvan het grootste deel zich keert tegen de vakbeweging, d.w.z. ook tegen de revolutionaire vakbeweging - waardoor die anarchistische elementen alle contact met de werkelijke arbeidersbeweging en alle kans op eenigszins belangrijken groei hebben verloren." De ambities zijn hoog: "Wij beginnen met dit blad de rustelooze, overal doordringende verbreiding der revolutionair-socialistische beginselen en wij zijn ons bewust, dat dit is: een werk op langen termijn." Een mooi ideaal dus, maar wel enigszins getemperd door het besef dat het moeizaam oogsten is in het burgerlijke Nederland. Als vertolker van het programma van het Revolutionair Socialistisch Verbond wordt de directe actie gepropageerd. Het gaat erom de arbeiders zèlf in beweging te brengen, in de bedrijven, via stakingen, betoging en agitatie. De parlementaire strijd is daarbij slechts een hulpmiddel. Er wordt gepleit voor de volkomen gelijkheid van partij en vakbeweging. Afrondend wordt een beroep gedaan op alle werkelijk revolutionairen: "Opgestaan, kameraden! De vaandels en de harten omhoog geheven! De vuisten geklemd om het stuurrad der wereld! Gekromde ruggen weer recht gebogen! Vooruit in den strijd!" Antikoloniale onthullingenOp 5 mei spuwt de redactie haar gal over het voornemen van het college van Burgemeester en Wethouders in Amsterdam om een monument te plaatsen voor de grootmoordenaar Van Heutsz "die kans heeft gezien gedurende zijn optreden onder de Indiërs 20600 mannen, vrouwen en kinderen neer te doen schieten of op andere wijze te vermoorden". We moeten Solidariteit roemen om de onverbloemde antikoloniale berichtgeving. Tot in detail wordt geschreven over de uitspattingen van de Nederlandse overheersers in Indië, over het concentratiekamp Boven-Digoel, over rassenjustitie, misstanden, onderdrukking. Sneevliet die er een aantal jaren actief was geweest, zal er zijn informatiebronnen hebben gehad. Een ander voortdurend terugkerend onderwerp is de sociaal-democratie. De Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) is regelmatig doelwit. Er valt uit het verleden van een meer dan dertig jaar oude politieke partij - de SDAP werd in 1894 opgericht - natuurlijk heel wat op te halen om je ongenoegen over te spuien. De motie van de SDAP van 31 juli 1914 (aan de vooravond van de eerste wereldoorlog), waarin het internationale proletariaat werd opgeroepen voor de bedreigde wereldvrede op te komen, wordt futloos genoemd. Het kan ook niet anders, het komt van een futloze partij, zo luidt het commentaar in Solidariteit. De reformistische SDAP wordt de nieren geproefd. Een karakterisering: "In de loop der jaren is de Nederlandsche sociaal-democratie verschaperd." Het is een ironische verwijzing naar de oude Schaper. Het zou nog tot 1939 duren voordat de SDAP de eerste twee ministers voor een kabinet leverde. Maar volgens Solidariteit stelde ze zich daar al vroeg op in: "Om het tijdstip van mederegeeren te vervroegen doet de S.D.A.P. haar uiterste best aan haar aanstaande bondgenoten te laten zien, hoe braaf, hoe fatsoenlijk, hoe tam, hoe inschikkelijk deze arbeiderspartij is geworden. Honger naar ministersbanen is de voornaamste karaktertrek der huidige S.D.A.P.-politiek." Het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS) krijgt vanzelfsprekend volop en positief aandacht. Bijna iedere week wordt de lezer in een grote advertentie opgeroepen zich te abonneren op De Arbeid, het orgaan van het NAS waarvan Sneevliet en Dissel de redactie voeren. Wandelen we wat verder door Solidariteit, dan zien we dat de lezer zich in maar liefst veertien afleveringen kan verdiepen in het probleem van het revolutionair geweld uit L. Trotzki's "Waarheen gaat Engeland?". Dit wordt vervolgd door opnieuw een lange serie van Trotzki over "De vraagstukken van het dagelijks leven". Solidariteit is de spreekbuis van een politieke organisatie. Vraagstukken over politiek en de plaatsbepaling ten opzichte van de sociaal-democratie en het communisme krijgen om die reden veel aandacht. Maar ook andere zaken, zoals stakingen, het optreden van werkgevers, buitenissigheden in de Nederlandse samenleving enzovoort, worden voor het voetlicht gebracht. Mevrouw MecklenburgVan Koninginnedag, 31 augustus, moet Solidariteit niets hebben. Uit een verslag van 8 september: "Van eerlijke vreugde, nobele vormen van feestviering, veredelend volksvermaak, was ook ditmaal in Amsterdams straten weinig te vinden. Niets dan dronkenschap, zielloos gehos, en geschreeuw, vermomde bedelarij en trieste kinderexploitatie." Het lijkt wel of een linkse Johan Huizinga de pen voert: "Zóó is het cultuurbeeld dezer eeuw belichaamd in het nationalisme, in alcohol, hossen en liederlijk getier der aankomende jeugd. Het geestelijk pauperisme demonstreert zich in de betere standen, de kleinburgerlijke dames en heeren, in hoeden afslaan, serpentiens werpen, toeterblazen, biertjes hijschen ..." De anonieme schrijver heeft een feestelijke toekomstdroom (Huizinga: Homo Ludens, de spelende mens): "Maar eens zal dit proletariaat door het communisme bevrijd van den vloek van den arbeid, als heerscheres over den arbeid, opgaan in zijn groote volksfeesten, vol van dartele jool; aan zee, in bosch en hei. We zullen onze sterke onafgejakkerde lichamen in hun schoone naaktheid toonen, in onze dansen en sportspelen, dan zal onze jeugd afgedaan hebben met den vloek der preutschhuichelarij, er zal zijn fiere kameraadschap. Zij zal schoonheid zoeken in arbeid en liefde zonder egoïsme." Afgesloten wordt met een passend gedicht van Herman Gorter: Vanuit een nieuwe wereld treedt, een man vrij aan met enge kleed, schitterend zooals ik nimmer zag, met 't hoofd, zoo stralend als de dag. Op zaterdag 22 september wordt de Troonrede neergezet als kinderachtig kijkspul. Het is lachen geblazen. De koningin komt opnieuw in beeld. De regering dicteert de troontrede "die mevrouw Mecklenburg - wellicht de meest beklagenswaardige vrouw in ons land - slechts automatisch en plichtmatig heeft op te dreunen". Solidariteit staat niet alleen in haar kritiek. Ze verwijst met genoegen naar andere bladen zoals het Utrechts Dagblad dat constateerde dat de inhoudloze troonrede jaar op jaar in toenemende mate zijn overbodigheid bewees. Als het uitkomt, wordt zelfs De Telegraaf aangehaald. "De Telegraaf die niet licht iets zegt, dat de revolutionairen kunnen beamen, beschouwt het plechtig staatsstuk als een 'marktbericht' met mededeelingen over den toestand der conjunctuur waarover het Centraal Bureau voor de Statistiek betere overzichten pleegt te geven." Strijd tegen het fascismeOp zaterdag 1 en zondag 2 februari 1929 congresseren de vertegenwoordigers van in verschillende plaatsen bestaande revolutionaire verenigingen. Ze richten de Revolutionair Socialistische Partij in Nederland (RSP) op. Op zaterdag 9 februari is Solidariteit dan ook omgebouwd tot weekblad van de nieuwe partij. Het kan zijn dat Sneevliet om die reden al eind september tot de redactie was toegetreden. Met Roel Stenhuis, de vroegere voorzitter van het NVV, hoopte de RSP een tweede stevig boegbeeld naast Henk Sneevliet te kunnen neerzetten. Stenhuis trok zich echter al in een vroeg stadium terug. Wel formuleerde hij stellingen voor het congres. We noemen de stellingen met een internationale strekking, ze zijn tekenend voor het tijdsbeeld. De schrapping van alle oorlogsschulden. De stichting van republieken waar monarchieën bestaan. De strijd tegen het fascisme met alle geëigende middelen. De wens tot de Verenigde Socialistische Staten van Europa te komen. De verheffing van het levenspeil van de landbouwende bevolking tot dat van de industriearbeiders. Als laatste: de beëindiging van de overheersing over de gekleurde volkeren en het tot stand brengen van een arbeidsgemeenschap met deze volkeren. De rede die Sneevliet op de landelijke conferentie houdt, wordt in feuilletonvorm in Solidariteit afgedrukt. Sneevliet analyseert de toestand in de wereld, dat wil zeggen in de nationale en internationale arbeidersbeweging. Den naar boven gekrabbeldeEr is niets nieuws onder de zon. In het laatste nummer van Solidariteit van 20 april 1929 wordt de aandacht nog even gevestigd op de bevestiging door het gerechtshof te Amsterdam van vonnissen van de rechtbank enkele jaren daarvoor. Twee politieagenten werden toen tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld, omdat zij vanuit een leidende functie in een padvindersorganisatie misdrijven tegen de zeden hadden gepleegd. Het morele peil is wel zeer diep gezonken, zo verzucht de redactie. Maar ze heeft wel een idee om dat aan te pakken: "De jeugdorganisaties der arbeidersklasse inzonderheid die van het NAS hebben tot taak, deze corrupte, decadente, fascistische, en moreel laag gezonken 'jeugd'-organisaties fel te bekampen." In deze uitgave is er eveneens aandacht voor Trotzki die in de Sovjet-Unie buiten spel is gezet. De rol van de Russische geheime dienst, de GPOe, was in een eerder artikel al eens belicht. Trotzki is aan zijn zwerftocht over de wereld begonnen. Eerst werd hij geïnterneerd in Alma Ata. Op het moment van schrijven zat hij in Constantinopel. De strijd tegen de trotskisten, wie dat dan ook moge zijn, is begonnen. Er wordt in dit verband ook uitgehaald naar de communisten: "Men kan in het debat met de aanhangers der officieele CPH over de Trotzky-zaak de klagelijkste indrukken opdoen; de verminking van het gezond verstand heeft in die kringen bedenkelijke vormen aangenomen." We lezen eveneens over de RSP in Noordwolde. De bekende Joh. Mooij is daar als vertegenwoordiger van de RSP in de gemeenteraad succesvol. Hij slaagt erin enkele krotwoningen te laten opruimen. Als laatste noemen we de terugblik op een justitioneel schandaal waarbij twee mannen met door gerechtsdienaren zelf geproduceerde valse verklaringen in een moordzaak tot vijftien jaar tuchthuisstraf zijn veroordeeld. Er staat een fraaie, te koesteren zin in, zo universeel dat die met weinig fantasie voor de huidige tijd geldt: "De burgerlijke moraal, gebaseerd op de kapitalistische productie-verhoudingen, welke respect gebiedt voor den naar boven gekrabbelde, die zich heeft weten te verrijken en deze anti-sociale eigenschap beschouwt als grootste deugd, die roem en eer identificeert met weelde, gemak en overvloed, is de moraal waardoor schurkachtigheid en gewetenloosheid tot psychologisch verklaarbare eigenschappen worden." Solidariteit zet haar bestaan voort als De Baanbreker. De strijd gaat verder. Harry Peer Bronnen: Het RSV werd in 1927/1928 opgebouwd uit plaatselijke comités. In 1929 volgde de omvorming tot de RSP. |