|
nr. 96 mei 2000 |
Solidariteit
Onderzoek naar ontwikkeling stakingswapen - voorpublicatieStakingen in Nederland 1810-1999Vanaf het eerste ontstaan van het kapitalisme hebben arbeiders strijd gevoerd. Deze strijd tegen de gevolgen van het kapitalisme is op vele manieren tot uiting gekomen. De bekendste daarvan is de staking. Op verzoek van de redactie van Solidariteit heb ik een artikel ontleend aan mijn binnenkort te verschijnen boek over de ontwikkeling van het stakingswapen in Nederland gedurende de afgelopen twee eeuwen. Naar goed journalistiek gebruik kunnen we met betrekking tot het verschijnsel 'staking' de vraag stellen: wat, wie, waarom en waar?Toen in Nederland het kapitalisme zich aarzelend begon te ontwikkelen, weigerden mensen al van meet af aan verder te werken. In de zestiende en zeventiende eeuw kende men echter het woord 'staking' nog niet. Er werden uitdrukkingen gebezigd als 'vuilverklaring' en, nog mooier, 'uitscheiding'. De deelnemers aan deze acties verlieten vaak de steden, omdat er strenge straffen stonden op het verlaten van het werk. Na de 'Gouden' zeventiende eeuw zakte de Nederlandse nijverheid in en ook van acties horen we niet veel meer. Pas in het begin van de negentiende eeuw was er weer sprake van wat wij nu stakingen noemen. Omdat het een nieuw verschijnsel leek, dat uit het buitenland was overgewaaid, gebruikte men in eerste instantie buitenlandse termen. Het Engelse 'strike' en het Franse 'grève' zijn de woorden die tot het eind van de negentiende eeuw meestal werden gebruikt. Anders dan de machthebbers misschien hadden gehoopt, bleken de Nederlandse arbeiders goed raad te weten met dit 'buitenlandse' verschijnsel. Hoe verder het kapitalisme zich in ons land ontwikkelde, hoe vaker er werd gestaakt. Wat is een stakingWe kunnen de gegevens over stakingen als volgt in een tabel zetten:
De grote vraag is welke actie wel en welke actie niet is meegeteld. Uitgangspunt is de volgende omschrijving: Een staking is een actie van loonafhankelijken, waarbij zij stoppen met werken met het oog op het bereiken van een bepaald doel, maar waarbij ze wel van plan zijn om daarna weer bij dezelfde baas aan het werk te gaan. Deze definitie betekent dat acties waarbij collectief ontslag wordt genomen of de werknemers 'stipt' werken, niet zijn meegeteld. Wel meegeteld zijn de bedrijfsbezettingen. Bij deze actievorm nemen loonafhankelijken tijdelijk de macht in het bedrijf over, maar gaan ze soms gewoon door met werken. De directeur of bedrijfsleiding is dan echter tijdelijk niet meer welkom in het bedrijf. Wie zijn stakers?Het lijkt een beetje vragen naar de bekende weg, toch is het van belang precies te weten welke maatschappelijke groep we op het oog hebben bij een onderzoek naar stakingen. Natuurlijk is het zo dat we vorig jaar over stakende scholieren spraken. Het zal echter duidelijk zijn dat we dergelijke stakingen niet hebben meegeteld. In de stakingsdefinitie hierboven is immers sprake van loonafhankelijken. Nu zijn er met die term geen problemen, maar wel met de woorden arbeider, werknemer of medewerker. Bij stakers wordt vaak gedacht aan bonkige mannen met knoestige, vuile handen. De afgelopen twintig jaar hebben echter laten zien dat ook verpleegsters, bankbedienden en winkelpersoneel potentiële stakers zijn. Sterker nog. Zelfs politieagenten, deze 'arbeiders in het pakkie van de vijand' hebben enkele jaren geleden gestaakt. Tussen de bedrijven door ranselden ze nog wel even demonstrerende studenten van de straat. Deze groepen hebben een steeds groter deel van de stakingsactiviteit voor hun rekening genomen. Dit ligt eigenlijk ook voor de hand. De ontwikkelingen in de economie van de afgelopen periode kenmerken zich vooral door het in alle sferen van het leven doordringen van het kapitaal. De overheid heeft veel taken afgestoten naar de markt en binnen de taken die zijn overgebleven, dient 'marktconform' te worden gedacht en gewerkt. Het gevolg hiervan is dat al die groepen (ambtenaren en trendvolgers) die vroeger niet rechtstreeks tegenover het kapitaal leken te staan, nu ook de realiteit van het kapitalisme ondervinden. Van belang bij behandeling van de stakende mens is de rol van de vakbeweging. Oorspronkelijk is deze ontstaan vanuit 'de basis'. Vaak hebben stakende arbeiders in de negentiende eeuw gemerkt dat het handig zou zijn een permanente vorm van samenwerking te zoeken. De hele geschiedenis van de FNV is te herleiden tot de gedreven werklieden uit die tijd. Mensen die soms wel veertien uur per dag werkten en dat zes dagen per week, maar toch kans zagen om buiten werktijd een vakbond op te zetten. Hun beloning was dan vaak ook nog eens ontslag. Wel een verschil met de hoog opgeleiden die tegenwoordig het grote bedrijf dat vakbeweging heet, runnen. (In het boek besteed ik overigens vrij veel aandacht aan de geschiedenis van de vakbeweging.) Waarom staken stakers?Waarom gooien loonafhankelijken soms het bijltje er bij neer en weigeren ze verder te werken? Driekwart van alle stakingen is gericht op verbetering van arbeidsvoorwaarden, zoals loon en arbeidsduur. Daarnaast zijn er nog andere redenen. Dat kan zijn om stakers in een ander bedrijf te ondersteunen (solidariteitsstaking) of om het beleid van de regering te bekritiseren (er is bijvoorbeeld gestaakt tegen de plaatsing van kruisraketten, voor een betere abortuswetgeving, tegen de anti-revolutiewet en tegen de jodenvervolging door de Duitse bezetters). Bovendien hebben sommige groepen arbeiders specifieke eisen voor hun eigen groep gesteld. We kunnen daarbij denken aan jongeren, vrouwen en buitenlanders. Over het algemeen kunnen we stellen dat werknemers soms staken, omdat dat hun enige machtsmiddel is. Ze worden in dienst genomen om winst voor de baas te maken en die winst maken ze door hun arbeid. Ophouden met die arbeid raakt daarom bij de ondernemers een gevoelig punt. Het feit dat arbeiders dit ophouden collectief doen, geeft ze extra kracht. Ook al lijkt het soms wel eens anders en willen de media ons dat in ieder geval doen geloven. Het is nog steeds zo dat de meeste mensen niet veel meer hebben dan hun vermogen om te werken. Dat vermogen kunnen ze verkopen en in ruil daarvoor krijgen ze loon/salaris. Het feit dat mensen tegenwoordig een auto en een mobiele telefoon hebben, verandert hier niets aan. Het eigendom van een huis ook niet, temeer niet daar arbeiders op het platteland vroeger ook vaak een eigen huis hadden. Niet zelden werd dat eigen huis ook nog aangevuld met een lapje grond voor een varken of geit. Toen Philips huizen liet bouwen voor zijn naar Eindhoven geronselde arbeiders, kregen zij ook een stuk grond. Waar staken werknemers?De vraag welke arbeiders vaak en welke minder vaak staken, die ik in mijn boek uitgebreid behandel, illustreer ik hier aan het verschil tussen Amsterdam en Rotterdam. Amsterdam heeft altijd bekend gestaan als centrum van de arbeidersbeweging. Veel organisaties waren in die stad gevestigd en ook was het vaak de woonplaats van kopstukken uit de vakbeweging en linkse politieke organisaties. De vraag is natuurlijk of dit ook het geval is met betrekking tot stakingen. Amsterdammers zijn haast spreekwoordelijk bekend als notoire stakers en mensen die zich niets laten zeggen, maar sterk voor zichzelf opkomen. In eerste instantie lijkt dit beeld door de stakingscijfers te worden bevestigd. Als we echter niet alleen kijken naar het aantal stakingen, maar ook de aantallen stakers en gestaakte dagen in het beeld betrekken, verandert de zaak aanzienlijk. Zeker als we ook nog rekening houden met de verschillen in grootte tussen beide steden. Wat blijkt? Amsterdam en Rotterdam ontlopen elkaar nauwelijks in stakingsbereidheid. Tot de oorlog staakten Amsterdammers iets vaker dan Rotterdammers, maar na de oorlog veranderde dit. Nu staakten Rotterdammers vaker dan Amsterdammers. Het centrum van de 'arbeidersbeweging' lag dus weliswaar in de hoofdstad, maar dat was allerminst het geval met de 'beweging der arbeiders'. Wordt er tegenwoordig minder gestaakt dan vroeger?Er zijn momenten dat aan de borreltafel beweerd wordt dat er tegenwoordig haast niet meer gestaakt wordt. Op andere momenten wordt de opvatting verkondigd dat de werknemers te pas en te onpas het werk neerleggen. Het verschil tussen deze twee visies kan vaak verklaard worden door de gebeurtenissen van dat moment. Als de kranten bol staan van enkele recente stakingen bij de spoorwegen, is de sfeer heel anders dan wanneer het CBS beweert dat in het voorafgaande jaar weer weinig gestaakt is. Iemand heeft eens gezegd dat er kleine leugens zijn, grote leugens en statistiek. Dit gegeven speelt ons hier ook parten, evenals bij het verschil tussen Amsterdam en Rotterdam. Voor mij was dat de reden een formule te ontwikkelen waarin rekening wordt gehouden met het aantal stakingen, het aantal bedrijven waar is gestaakt, het aantal stakers, het aantal gestaakte dagen, maar ook met de omvang van de arbeidersklasse en het arbeidsvolume, ofwel het aantal door alle werknemers in een jaar gewerkte arbeidsdagen. De uitkomst van deze formule levert per jaar een getal op (een zogenaamde index) dat met de andere jaren kan worden vergeleken. Deze getallen zijn in de bijgevoegde grafiek in beeld gebracht.
Wat zien we? Als we niet alleen kijken naar het aantal stakingen, maar alle van belang zijnde factoren in ons onderzoek betrekken, is van een daling van de stakingsactiviteit in Nederland geen sprake. Wel - en dat kunnen we niet uit de grafiek aflezen - is het karakter van stakingen behoorlijk veranderd. Aan het begin van de vorige eeuw vonden honderden kleine stakingen plaats, die soms erg lang duurden. Aan het eind van die eeuw werd het beeld bepaald door een klein aantal landelijke stakingen, waaraan soms honderdduizenden mensen meededen. Dat is de verrassende uitkomst van een onderzoek naar stakingen in Nederland. In het betreffende boek worden nog veel meer aspecten uitgebreid behandeld. Zo wordt ingegaan op de vraag of in tijden van grote werkloosheid echt minder wordt gestaakt zoals de overlevering luidt. En welke rol speelde de opa van Viola Holt (A. van Emmenes) in de vroege arbeidersbeweging? Werkten NKV en CNV stakers echt altijd tegen.? Sjaak van der Velden Stakingen in Nederland, Arbeidersstrijd 1830-1995. Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (Amsterdam, 2000). Een CD-rom wordt bijgeleverd met de beschrijving van bijna 15.000 stakingen in Nederland. |