|
nr. 95 april 2000 |
Solidariteit
Een vakbond in de nieuwe economieVan god losHet congres van FNV Bondgenoten was eind januari jongstleden nog niet halverwege of Het Financieele Dagblad wist al te melden dat de koers helemaal omgegooid was. De loonmatiging was in de ban gedaan en de ondernemers kregen er van langs, omdat ze te weinig ondernemend waren. Volgens de krant omhelsde FNV Bondgenoten nu het gedachtegoed van Alfred Kleinknecht ('de lonen kunnen best omhoog, dan krijgt vernieuwing een kans'). Met dit in het achterhoofd leek het wel interessant om de strategische conferentie van de bond bij te wonen, waarn gesproken werd over nieuwe antwoorden op de uitdagingen van deze tijd.De conferentie, afgelopen 9 maart, werd begeleid door het document "Mensen doen het werk". (Twintig jaar geleden zou zo'n titel een mooie aanleiding zijn geweest om te benadrukken dat het werk slechts door een bepaalde groep mensen wordt gedaan, maar goed.) Het werkdocument gaat over het Industrie- en Dienstenbeleid. Een citaat over het vertrekpunt: "Om het succes van de Nederlandse economie en de groei van de werkgelegenheid voort te zetten, streeft FNV Bondgenoten naar een kennisintensieve economie, waarbij een verantwoorde [van dat woord schrok Het Financieele Dagblad] loonkostenontwikkeling bijdraagt aan een investeringsklimaat, duurzame economische groei en groei van werkgelegenheid. Het naar andere landen verdwijnen van productie die gebaseerd is op naar Nederlandse maatstaven te lage loonkosten, kan, in overleg met betrokken werknemers, acceptabel zijn bij het slagen van die kennisintensieve groeistrategie en daarmee ontstane alternatieve werkgelegenheid. Bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan werknemers met een lage scholingsgraad ..." De bond als helpende handIn het document kreeg de conferentie de opdracht antwoorden te geven op problemen van individuele leden van de bond. "Ben je tevreden met het werk dat je nu doet?", "Heb je dat werk over twee jaar nog?", "Hoe zit het met de arbeidsomstandigheden, wat gebeurt er als je ziek wordt?" En tenslotte, ook niet onbelangrijk: "Wat kan de bond doen om je daarbij te helpen?" Ik denk dat deze vragen nog opgesteld zijn door wat ouderwetse bestuurderen, want op de conferentie ben ik ze niet meer tegengekomen. Wel de vragen van de dagvoorzitter: * Hoe kan de positie van de Nederlandse industrie- en dienstensector veilig gesteld worden? * Hoe moet FNV Bondgenoten daarbij helpen? Die dagvoorzitter was overigens Wijers, onze minister van economische zaken toen industrie- en dienstenbeleid nog industriebeleid heette en het Fokkerpersoneel kon vertrekken. Omdat de beginvragen uit de nota de deelnemers misschien toch op het verkeerde been zouden zetten, kwam eerst professor Elfrink het thema creatief ondernemen behandelen. Hij was niet van plan oude koeien uit de sloot te halen, dus niets over de tegenstelling kapitaal en arbeid. Volgens Elfrink zag Schumpeter de ondernemer als een revolutionair. Als eigen voorbeeld bracht hij IKEA naar voren. Helaas was op de sheets geen plaats voor de relatie tussen IKEA en het profijt van kinderarbeid, dus hebben we dat even moeten missen. Over de werkwijze van ondernemers wist hij te vertellen dat zij van hun zwakke hun sterke punten maken en die dan vervolgens met behulp van hun sterke punten uitbuiten. Dat klonk zo mooi dat ik tegen mijn buurman fluisterde dat ik ook hoogleraar wilde worden. Maar Elfrink was al bij het volgende onderwerp: 'venturing', dat is zoiets als risico nemen, kansen wagen. Het leek mij dat de vakbond hier wel iets mee zou moeten kunnen. Venturing is namelijk vooral populair in sectoren waar de vakbond graag leden hoopt te werven: technologisch hoogwaardige bedrijven met een voor de medewerker prettige arbeidsmarkt. Met de 'onderneming als waagstuk' proberen grote bedrijven in de VS hun talentvolle medewerkers vast te houden die de bureaucratie en het management zat zijn en een eigen bedrijfje beginnen; in bondstermen: hun lidmaatschap opzeggen. We moeten dus van een zaakwaarnemende naar een risiconemende bond. E-commerceToen volgden de workshops. Ik nam die over e-commerce, elektronische handel. De bedrijfsgroepmanager detailhandel legde eerst een probleem uit. Hem was door voorzitter De Vries gevraagd deze workshop te organiseren, maar het moest wel kwaliteit hebben. Daarom maar iemand van het hoofdschap detailhandel gevraagd. Vervolgens zei De Vries: maar er moet wel management uit de detailhandel te horen zijn, dus stond er een hoge baas van Macintosh. Voor het werknemersgeluid waren daar twee bondsbestuurders aan toegevoegd. Na drie kwartier inleidingen mochten we discussiëren over twee stellingen: * Het management van bestaande detailhandelsbedrijven is niet flexibel genoeg om de sprong naar e-commerce te maken. * De werknemers in de detailhandel zijn dat wel. Het probleem kon al snel worden teruggebracht tot de vraag: hoe krijgen we het slome, onwillige management in de detailhandel zo ver. Bondgenoten moet hierbij niet volgen, maar vooroplopen. Het management moet maar naar Zweden worden gestuurd en een PC cadeau krijgen. Misschien iets voor Bondgenoten Management Privé. Iemand die net een proefschrift had geschreven over werkdruk, vroeg zich nog af of we het met al die computers misschien ook over RSI moesten hebben. Maar voor dat gezeur was gelukkig geen tijd. In één van de koffiepauzes nog even met een vriend uit Den Haag gepraat over de minder belangrijke zaken waarmee Bondgenoten te maken heeft. Zo kwamen we er niet helemaal uit waarom bedrijfsgroep Agrarisch Groen nou moet fuseren met de schoonmaak en de beveiliging. Agrarisch Groen zou je eerder verwachten in een keten met de voedingsverwerkende industrie. Maar misschien is het gewoon allemaal laagbetaald werk. Verder vroegen we ons af of meer of minder dan de helft van de kaderleden in de afdelingen is gestopt na de fusie. Uit een vergelijkend warenonderzoek bleek in ieder geval dat de Haagse afdeling het beter doet dan de Amsterdamse. Het ledenservicepunt Den Haag heeft zes kaderleden voor 12.000 leden en in Amsterdam zijn er vijf kaderleden voor 20.000 leden. ParticipatieNog een workshop. "Wij onderscheiden directe en indirecte participatie", aldus Henk Kool, directeur van het Nederlands Participatie Instituut, ooit voorzitter van de journalistenbond. Directe participatie is de deelname aan zelfsturende teams, indirecte participatie betreft het bezit van aandelen of het mogen aanwijzen van een commissaris. De workshop ging vooral over aandelen in het 'eigen' bedrijf . Henk is daar namelijk een groot voorstander van, dat is democratie. Als voorbeeld van ondemocratisch handelen noemde hij een besluit van de directie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Vijf mensen besloten op een achternamiddag dat er niet meer gewerkt mag worden in Burma. Henk was het daar op zich wel mee eens, maar vond dat toch enigszins ondemocratisch. Wij kunnen Henk geruststellen, IHC Caland is nog steeds actief in Burma, wat het ABP er ook van vindt. De democratie is dus gered. De visie van Bondgenoten is ook hier glashelder. In bedrijven met een goed sociaal beleid is de bond best bereid, als de leden dat willen, aan werknemersparticipatie te doen. Iemand uit de zaal stelde de vraag waar eigenlijk het idee vandaan kwam dat aandeelhouders invloed hebben. Dat was bij het bedrijf waar hij werkte (DSM) toch echt niet het geval. Henk Kool was het hier wel een beetje mee eens en vond dan ook dat de aandeelhouder meer invloed moest krijgen. Bondgenoten gooide daar nog een schepje bovenop: maar alleen als de werknemers ook aandelen kunnen kopen. De visie van de bond is blijkbaar dat participatie een mogelijkheid is om de werknemers aan het bedrijf te binden en het bedrijf geld te verschaffen. De toetsingscommissieTot slot was er ruim tijd ingebouwd voor een panel dat discussieerde over de uitgangspunten van FNV Bondgenoten. Dat waren: Jorritsma - minister van Economische Zaken, Huibrechtsen - van McKinsey en vriend van Willem Alexander, De Boer - de baas van het midden- en kleinbedrijf, De Lange - big boss van Philips Nederland, Tummers - de hoogste in rang bij Unilever Nederland en Broeders - de 'capo di capi' van de automatiseringsbedrijven. En natuurlijk onze eigen Hans de Vries voor het weerwerk en de dagsluiting. Om te beginnen vonden allen het bewonderenswaardig dat FNV Bondgenoten zijn nek zo ver uitstak en zich niet meer verzette tegen de verplaatsing van laagbetaald werk naar andere landen. Even kwam er nog ruzie over de sluiting van de spaarlampenfabriek in Terneuzen, maar door met tranen in de stem te verklaren hoe vervelend hij dat vond voor zijn mensen, streek de baas van Philips dat glad. Verder vonden de meeste panelleden dat FNV Bondgenoten neerbuigend deed over laagbetaald werk. Volgens Huibrechtsen draagt laagbetaald werk als dat van een politieagent meer bij aan de kwaliteit van het leven dan een hoogbetaalde automatiseerder. Ook de baas van de automatisering toonde zijn gevoelige kant. Hij wees er op dat in Silicon Valley een onderklasse aan het ontstaan was van persoonlijke dienstverleners die ten dienste staan van de hoog gekwalificeerden. En of de bond daarvoor wel voldoende oog had. Tenslotte zag het hoofd van Unilever positieve kanten aan personeelsaandelen, het effect had hij namelijk al gemerkt. "De ondernemingsraad vroeg ons onlangs waarom de aandelenkoers 27 procent was gedaald. En wat we daaraan gingen doen. We praten nu dus meer over wat er echt in het bedrijf gebeurt." Hoewel dit maar een kleine greep is uit de veelal lovende woorden van het panel, heeft deze toetsingscommissie mij overtuigd van haar diepe respect voor de uitdagende, nieuwe koers van de bond. In de trein naar huis las ik dat beleidsadviseur en bondsbestuurder Kees Korevaar in zijn proefschrift tot de conclusie komt nu maar eens te stoppen met dat poldergedoe, de bond moet gewoon commercieel worden. Ineens begreep ik de speelse glimlach van Jorritsma. Ailko van der Veen |