nr. 95
april 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Solidariteit op scholingspad

Lezersconferentie 28 mei 2000

De gezamenlijk start van het scholingsprogramma van de drie vakbondscafés op 10 maart in Den Haag was een succes. Meer dan veertig mensen kregen van Martin Buschman veel over het NAS en van Rob Lubbersen veel over de EVC te horen. Beide vakcentrales - het NAS van 1893 tot 1940 en de EVC van 1943 tot 1964 - waren niet bepaald geliefd bij de voorlopers van de FNV, de zogenaamde moderne vakbeweging. Zij het met wisselend succes waren ze 1) strijdbaar, 2) op de vakorganisatie binnen de bedrijven gericht en 3) geen deelnemer aan het oude of nieuwe corporatisme.

Uiteraard ging de discussie over de mogelijkheden om deze drie kenmerken in de huidige, postmoderne vakbeweging nieuw leven in te blazen. Niemand twijfelde aan de noodzaak daarvan. Maar ondanks de plezierige sfeer en het enthousiasme van de discussianten overheerste de wat sombere vraag of de bonden van de FNV nog wel in staat zijn de oorsprong van de vakbeweging vast te houden, dat wil zeggen tot een collectieve kracht te komen.

De bond vandaag

Deze vraag werd niet uit nostalgie gesteld of op basis van vage algemeenheden. Integendeel, ze werd ingegeven door de dagelijkse ervaringen op de arbeidsplaats, waar bij de vele ingrijpende veranderingen die daar plaatsvinden, zelden steun of kennis bij de bonden aangetroffen werd. Dat die arbeidsplaats en de bedrijfsorganisatie daar omheen op dit moment behoorlijk omgeschoffeld worden, werd met veel voorbeelden geïllustreerd. Aan de orde van de dag zijn: teamwerk bij steeds meer individuele taken, teamwerk bij nieuwe vormen van arbeidsdeling, toename van verantwoordelijkheden bij afnemende bevoegdheden, gecomputeriseerde gedragscontrole en een groeiende druk te participeren in door het management gestuurde veranderingen. En als de bonden steun en kennis pretenderen, dan blijkt de afstand tot de bedrijfswerkelijkheid zo groot te zijn dat veel mensen het gevoel hebben van de wal in de sloot geholpen te worden.

Een tweede zorg die uitgesproken werd, betrof de ontmanteling van de reguliere arbeid en het gewoon worden van wat niet zo lang geleden 'atypische arbeid' werd genoemd. In de flexibele schillen van de arbeidsorganisatie worden steeds meer mensen tewerkgesteld, daar ligt voor een belangrijk deel de groei van de werkgelegenheid en daar is de behoefte aan bondsactiviteiten groot. De aanwezigen hadden niet bepaald de indruk dat de bonden daaraan de hoogste prioriteit geven.

De bond in de toekomst

Deze en andere vragen zullen terugkeren in de tweede ronde van ons scholingsprogramma, die over de toekomst van de vakbeweging gaat. Die ronde loopt van 24 maart (Rotterdam, ook 14 april) via 31 maart (Amsterdam, ook 28 april) tot en met 12 mei (Den Haag, ook 7 april). De verschillende discussies in de drie vakbondscafés komen weer bij elkaar op de lezersconferentie van zondag 28 mei. In die derde ronde wordt de balans opgemaakt aan de hand van een drietal invalshoeken:

1. Binnen de huidige vakbeweging zijn nog steeds mogelijkheden aanwezig tot versterking van de collectieve belangenbehartiging en dus voor strijdbare impulsen - samengevat als: 'kansen grijpen'.

2. De crisis binnen de bonden is zo groot dat voorlopig niet veel meer overblijft dan als individueel vakbondslid je best doen, in de hoop of misschien zelfs wel verwachting dat betere tijden zullen aanbreken - samengevat als: 'gewoon individueel verdergaan'.

3. De tijd van een nieuwe organisatie is aangebroken, het minste wat gedaan kan worden is de discussie daarover te openen - samengevat als: 'een nieuwe bond'.

In het volgend nummer volgt meer informatie over de lezersconferentie.

· Datum: 28 mei 2000, 12.00-18.00 uur.

· Plaats: ASSV, Centraal Station Amsterdam, einde perron 2B.

foto Chris Pennarts