|
nr. 95 april 2000 |
Solidariteit
Vrouwenbeweging - stand van de politieke idealenHet glazen plafond en zwangerschapDe Nederlandse regering gaat in 2000 extra aandacht geven aan het glazen plafond. Vrouwen stromen namelijk, ondanks de krappe arbeidsmarkt, niet door naar hogere posities. Terwijl de overheid bezig is met de carrières van (een selecte groep) vrouwen, hebben vrouwenorganisaties in Nederland een veel meer omvattende opvatting en komen met kritiek en met voorstellen over de herstructurering van het gehele sociaal-economisch beleid. Daarnaast is op de valreep van het nieuwe millennium opnieuw een discussie gestart over de politieke idealen van de vrouwenbeweging en de thema's waarmee zij zich bezig moet houden.In het jaar 2000 zal het Nederlandse kabinet, onder leiding van Annelies Verstand - staatssecretaris Emancipatiezaken, speciale aandacht schenken aan de doorbreking van het glazen plafond. Statistieken wijzen uit dat het in Nederland nog steeds droevig gesteld is met het totale aantal vrouwen op hogere posities, ook in vergelijking met andere Europese landen. Op managementniveau in het bedrijfsleven vervullen vrouwen 17,7 procent van de functies. Slechts 5 procent van de hoogleraren in Nederland is vrouw. Het totaal aantal vrouwen in hogere functies bij de overheid bedraagt 6,3 procent. De laatste jaren is er bovendien sprake van stagnatie, de minimale groei in de doorstroom is er uit. Betreft: de hele samenlevingFactoren die volgens vrouwenorganisaties bijdragen aan het glazen plafond zijn stereotype normen en waarden over besturen, de traditionele taakverdeling tussen mannen en vrouwen, de afwezigheid van deskundige vrouwen in een aantal sectoren, discriminatie in selectiecriteria en de afwezigheid van vrouwen in selectie- en adviescommissies. Bovendien ontbreekt vaak zowel de wil als de kennis om meer vrouwen op hogere posities te krijgen. Annelies Verstand gaat vooral inzetten op een cultuuromslag in bedrijven, hoe is nog niet helemaal duidelijk. Door de overheid is al eerder de organisatie Opportunity in Bedrijf aangezwengeld, die het bedrijfsleven in Nederland warm moet laten lopen voor het binnenhalen van meer vrouwen op hogere posities. Pas de laatste tijd is er enig animo te zien, vooral omdat de arbeidsmarkt van jonge goedopgeleide mannen erg krap is geworden. Gooit de overheid zich voluit op het glazen plafond, een groot aantal non-gouvernementele organisaties van vrouwen geeft blijk van een veel bredere visie in de "Nederlandse NGO- rapportage Beijing +5" *). Analoog aan de Verklaring van Beijing en het Platform for Action (van de Wereldvrouwenconferentie in 1995) bekijken ze de ontwikkelingen voor vrouwen in Nederland en toetsen de overheidsmaatregelen die zijn genomen. In het rapport worden kritische noten gekraakt over vrouwen en armoede, mensenrechten en geweld, vrouwen en economie, macht en besluitvorming en institutionele mechanismen. Enkele van de conclusies zijn: * Emancipatie wordt door de overheid gezien als louter een vrouwenzaak in plaats van een vraagstuk dat de hele samenleving betreft, en heeft daarom geen prioriteit. Veel beleid, bijvoorbeeld op het gebied van seksueel geweld, blijft steken in woorden en rapporten. * De groeiende diversiteit van de samenleving moet een integraal en positief gewaardeerd onderdeel van de Nederlandse politiek vormen. Er is een toename van ouderen, alleenstaanden, zwarte, migranten en vluchtelingengroeperingen. * Meer vrouwen gaan de arbeidsmarkt op en de consequenties voor de zorg (tot nu toe vooral een onbetaalde vrouwentaak) en voor de hele samenleving worden onderschat. * De macro-economische ontwikkelingen moeten worden herzien, want de verdeling van economische middelen en macht gaat een nog beslissender rol spelen in de keuzes die mensen hebben. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter. Hoewel vooral vrouwen aan de arme kant zitten, worden ook de verschillen tussen vrouwen steeds groter. Vrouwenorganisaties in Nederland geven hiermee blijk van een veel omvattende en geïntegreerde kijk op de samenleving. Belangrijk is dat de conclusies vanuit een genderperspectief betrokken worden op het totale Nederlandse beleid. En terecht wordt daarbij het economisch beleid als cruciaal aangewezen. Ten aanzien van het glazen plafond worden in het rapport behalve de knelpunten bij de instroom ook de trend van de grote uitstroom genoemd: "Veel vrouwen haken af vanwege de te zware belasting in combinatie met zorgtaken, onflexibele werktijden en door heersende vooroordelen ten aanzien van vrouwen." Uit het rapport "Beijing +5" komt een voorkeur naar voren voor een anders ingerichte economie. Arbeid en zorg moeten in evenwicht zijn voor vrouwen en mannen, en de onbetaalde zorgeconomie moet opgenomen worden in het macro-economisch beleid. Dat wordt vertaald in 58 concrete aanbevelingen voor bedrijfsleven en overheid. Mannelijkheid en de mannelijke norm voor arbeid worden bekritiseerd, maar voorzichtig. Aan dit rapport werkten 47 organisaties mee, vooral vrouwenorganisaties. Daarmee is het een gezamenlijk werkstuk geworden dat toegesneden is op het overheidsbeleid. Helaas ontbreekt een internationale economische visie. Toch zijn de consequenties van sommige aanbevelingen zeer verstrekkend. Bijvoorbeeld: "kwantificeer de onbetaalde zorgarbeid en vrijwilligerswerk in het Bruto Nationaal Product". Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat de Nederlandse regering de 58 aanbevelingen met voortvarendheid gaat uitvoeren. Kritiek op gelijkheidsnormEen andere discussie loopt via het blad Lover, een uitgave van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV). De millenniumwisseling is daar aangegrepen om opnieuw te kijken naar de positie van vrouwen en de stand van de vrouwenbeweging. Hanneke Hoekstra schrijft in een verkennend artikel een fundamentele kritiek op de omhelzing van de gelijkheidsnorm binnen de vrouwenbeweging. Zij betoogt dat het feminisme daarmee ook het mannelijk vertoog heeft overgenomen: "De eigen positie van vrouwen is verloren gegaan. Het streven naar gelijkheid impliceert altijd een aanpassing aan de norm." Bovendien legt zij het onvermogen bloot van het grootste deel van de vrouwenbeweging om kritisch te zijn over de maatschappelijke 'ratrace' zelf. Het feminisme heeft zich te veel op de tijdgeest van vrijheid en gelijkheid laten meedrijven. Hoekstra maakt een historische vergelijking tussen de vrouwenbeweging anno 1899 en in 1999. Rond 1900 leefde de vrouwenbeweging in Nederland op vanuit een gevoel van sociale verantwoordelijkheid, voor een meer rechtvaardige maatschappij. Strijden voor kiesrecht van vrouwen betekende vormgeven aan een betere samenleving. In 1999 ziet Hoekstra vooral de afwezigheid van vrouwen/feministes in de debatten over de kwaliteit van de samenleving. Keuzevrijheid voor vrouwen is verworden tot een economisch privilege van sommigen. Zij pleit ervoor om het feminisme weer inhoud te geven met een brede, sociale en morele visie (gebaseerd op waarden als goedheid, empathie en rechtvaardigheid). Zaken uit 1900 spelen volgens haar nog steeds, zoals: * de integriteit van het lichaam - de seksualiteit van vrouwen is nog steeds handelswaar en vrouwenhandel groeit explosief en internationaal, * de onbetaalde zorg - onder druk van het oprukkend kapitalisme verdwijnt deze en worden sommige zorgtaken handelswaar, tegelijkertijd verschraalt de kwaliteit van de betaalde en onbetaalde zorg, * de toename van de stille armoede, vooral bij vrouwen - voor de meeste vrouwen is economische zelfstandigheid onhaalbaar gebleven. Hoekstra positioneert de millenniumbug in het feminisme binnen het kader van de liberale tijdsgeest "waarin de samenleving draait om goedwerkende markten, waarin de voorwaarden voor het goed functioneren van markten goed geregeld worden en alle overige discussies over waarden en normen tot het privé domein zijn teruggebracht." Haar artikel besluit met een oproep aan feministes om actiever deel te nemen aan het maatschappelijk debat. ZelfbeschikkingNaar aanleiding van deze publicaties valt op dat er veel zinnigs wordt geschreven, dat er veel verschillende vrouwenorganisaties hard werken, maar dat er nauwelijks weerklank is onder het grote publiek, ook niet onder vrouwen.. Het rapport "Beijing +5" is geen voorpaginanieuws geweest. Er is geen debat. Net als bij andere sociale bewegingen in Nederland, beweegt de vrouwenbeweging weinig op het moment. Dat doet niets af aan de wezenlijke en interessante discussies die in kleinere kring plaatsvinden. Het politieke gewicht van de vrouwenbeweging is echter sterk gedaald en dat geeft de regering de gelegenheid om af en toe een aanbeveling op te pikken, als deze binnen de context van het algemene beleid past. In de vrouwenbeweging hebben altijd grote verschillen in politieke opvattingen bestaan. Met de versmalling van de beweging zijn ook sommige politieke geluiden bijna verstomd. Bijvoorbeeld de 'femsoc' discussies (feministisch-socialistisch), die ook altijd sterk gedragen zijn door vakbondsvrouwen. De nadruk ligt nu op de individuele vrijheid, veel minder op het collectieve. 'Powergirls' vragen zich af of er eigenlijk nog wel iets is wat alle vrouwen bindt. Het glazen plafond als speerpunt van beleid past daar precies bij; het belemmert individuele vrouwen immers in hun carrière. Voorgenomen maatregelen lijken nuttig en adequaat, zonder dat er vragen gesteld hoeven te worden over het raamwerk van die carrières en de bredere economische context. Daarom is het belangrijk te zien dat er nog steeds grote kritiek op het marktdenken bestaat, vanuit de specifieke positie van vrouwen geredeneerd. Soms impliciet ("Beijing +5"), soms expliciet (Hoekstra). Het is een valkuil alleen te kijken naar economie of arbeidsmarkt. Een sterk punt van het feminisme is altijd geweest dat het dingen met elkaar verbond. In beide publicaties wordt arbeid gerelateerd aan zelfbeschikking over het eigen lichaam, seksualiteit, seksueel geweld enzovoort. Die discussies, hoe onopvallend soms ook, gaan in ieder geval door. Want als je het glazen plafond uitsluitend vanuit gelijkheid benadert, kan alleen de afschaffing van zwangerschap de oplossing brengen. En dat is een akelige fuik. In het vrouwenblad Avanta ("voor vrouwen met ambitie") stond onlangs een artikel "Zwanger: de gevaren voor je carrière". Gisela Dütting Dit artikel kwam tot stand na discussies in de F-side, bestaande uit Anne van Schaik, Liesbeth Barwegen, Yolanda Carati, Annette Will en Gisela Dütting. |