|
nr. 95 april 2000 |
Solidariteit
Neoliberalisme - ingrijpende (mondiale) machtsverschuivingDe revolutie van rijk tegen armHeer Bolkestein mocht weer eens wat zeggen: "Een vrije markt is een concept dat het best bij de menselijke natuur past, omdat het juist zo pragmatisch is. Iedereen profiteert ervan. Liberalisering is een praktisch handboek: hoe maak ik welvaart."(NRC Handelsblad, 15 februari 2000) De voordelen die hij noemt, zijn: vrije keuze voor de consument, lagere prijzen, betere kwaliteit van het aanbod van diensten en producten en een sterke productiviteitsstijging. Twee voorbeelden van dat er heel wat anders gebeurt. Het Groningse GVB wordt begin januari 1998 verkocht aan het Amerikaanse Vancom. Het leek een deal van vaderlandsliefde, de twee eigenaren "willen graag iets teruggeven aan het land van hun voorvaderen", die Groningers waren. Ze betaalden 11,2 miljoen gulden. Dezelfde maand nog verkochten ze Vancom Nederland aan het Britse Arriva voor ruim vijftig miljoen. Sindsdien spreken ze in het Noorden (onder de naam Noordned rijdt Arriva samen met de NS de trein tussen Groningen en Leeuwarden) van een "volstrekt mislukte marktwerking", waarbij het klachten regent. Een tweede voorbeeld. Het GAK is sinds 1996 'commercieel'. Om nog even in herinnering te brengen, het GAK beheert en verdeelt sociale premies. Vorig jaar werd voor 350 miljoen gulden het interne netwerk verkocht aan het kabelbedrijf Versatel en begin dit jaar ging het automatiseringsbedrijf voor 400 miljoen naar PinkRocade. Beide zijn 'beursgenoteerd'. In dezelfde tijd verviervoudigden de leden van de GAK-directie hun individueel salaris tot ruim een miljoen. Bolkestein verwart dus 'menselijke' en 'maatschappelijke' natuur; mensen in een bepaalde maatschappelijke positie blijken onder de voorwaarde van de liberalisering te handelen als 'marktwezens'. Dat wil zeggen ten koste van anderen in een andere maatschappelijke positie, volgens het handboek "hoe maak ik met jolijt winst en profijt''. Sinds in Londen een geliberaliseerde trein voor tientallen doden zorgde, zijn de Nederlandse broeders en zusters van Blair wat genuanceerder over de zegeningen van de privatisering. Met Bolkestein vindt minister Jorritsma dat emotioneel geneuzel; samen pleitten ze voor een terugkeer naar het gezonde verstand, waarmee ze de vrije marktwerking bedoelen. In dit thema over liberalisering laten we het andere gezonde verstand spreken. Kees van der Pijl maakt een onderscheid tussen het oude en nieuwe liberalisme. Het laatste beoordeelt hij als een 'revolutie van rijk tegen arm', die op wereldschaal een ingrijpende machtsverschuiving tot gevolg heeft. Harry van Bommel en Nico Schouten gaan in op de privatisering van overheidsdiensten in Nederland en komen tot de conclusie dat hierdoor de belangen van werknemers en consumenten geschaad worden. Frans Geraedts heeft bij een bezoek aan Engeland materiaal verzameld over de gevolgen van de door Thatcher ingezette 'herziening van de openbare diensten'. Nog steeds lijkt aan de euforie over 'hoe goed het gaat' geen eind te komen. De winsten op de beurs blijven groeien, zij het wat langzamer (in Nederland werd enkele jaren geleden al het punt bereikt waarop deze en andere speculatieve inkomsten, bij elkaar genomen, op jaarbasis de arbeidsinkomens voorbij zijn gestreefd). Het bedrijfsleven blijft internationaal expanderen, via fusies en overnames groeien de grootste ondernemingen naar ogenschijnlijk ongekende omvang (ogenschijnlijk, omdat ook voortdurend wordt afgeslankt). En toch - ondanks het feit dat de 'afslankingen' gepaard gaan met verlies van arbeidsplaatsen - vindt in de ontwikkelde kapitalistische landen ook een gestage groei van werkgelegenheid plaats. Tegelijkertijd voltrekken zich, soms sluipend, soms schoksgewijs, op wereldschaal diepgaande processen van verarming, uitputting en vernietiging van het leefmilieu, en niet in de laatste plaats van steeds verder om zich heen grijpende sociale en individuele misère. Zelfs in de meest ontwikkelde kapitalistische landen nemen gebruik van kalmerende middelen, verbaal en fysiek geweld, en andere symptomen van sociale stress toe. Deze tegenstrijdige samenloop - een succesverhaal en een rampverhaal - vormt bij elkaar het verhaal van het liberalisme in de huidige tijd.Het liberalisme zoals dat als politiek-ideologische stroming vanaf het eind van de zeventiende eeuw gestalte kreeg, ontwikkelde zich tegenover een conservatief denk- en maatschappijstelsel waarin de kerk, de monarchie, en het grootgrondbezit centraal stonden. Vandaar dat 'liberaal zijn' tot ver in de negentiende eeuw vooruitstrevend was. De 'vrije markt', de nationale staat met een gemeenschappelijke taal, onderwijs en door een gekozen parlement gecontroleerd bestuur vergrootten de bewegingsvrijheid van de 'burger'. Deze kon zich in de nieuwe ruimtes van de natiestaat en de markt geestelijk en materieel verrijken, soms spectaculair. Niet alleen de fortuinen die in handel en industrie werden gemaakt, zijn een product van het liberalisme; ook, om maar iets te noemen, de muziek van Mozart en Beethoven. Uiteraard vond tevens op grote schaal verarming plaats, maar het liberalisme kon geruime tijd zijn progressieve signatuur behouden. In Engeland bijvoorbeeld ontwikkelde de arbeidersbeweging zich aanvankelijk geheel binnen de liberale politieke beweging. Neoliberaal PinochetHet liberalisme van vandaag, het 'neoliberalisme', is van heel andere snit, hoe graag het zich ook beroept op de oorspronkelijke liberale denkers als Adam Smith. Dit liberalisme heeft zich ontwikkeld in antwoord op een reeks van uitdagingen in de jaren zeventig. In die periode leken allerlei krachtsverhoudingen in de wereld - tussen kapitaal en arbeid, tussen 'rijke landen' en 'arme', tussen imperialisme en bevrijdingsstrijd, Oost en West - zich te ontwikkelen in een richting voorbij het kapitalisme. 'Richting' hoeft nog niet veel te betekenen, maar voor delen van de heersende klasse was het voldoende om te gaan nadenken over een krachtig antwoord. Het huidige neoliberalisme komt hieruit voort. Het omvat, in verschillende combinaties en fasen, een aanval op de arbeidersbeweging en de verzorgingsstaat, een herleving van Koude Oorlog, een tegenaanval op de bevrijdingsbewegingen en de staatsmacht die ze soms veroverd hadden. Alles bij elkaar uitmondend in een revolutie van rijk tegen arm, die nog steeds voortduurt. En hoewel de neoliberale ideologie opnieuw als progressief wordt geadverteerd, bijvoorbeeld door neoliberale krachten in voormalig staatssocialistische of staatskapitalistische landen consequent als 'hervormers' aan te duiden, is de stootrichting diametraal tegengesteld aan het oorspronkelijke liberalisme. In dit verband is het van betekenis dat het eerste experiment met neoliberale economische politiek plaatsvond in Chili na de coup van Pinochet, die een eind maakte aan de volksfrontregering van Allende. Dat wil niet zeggen dat niet een aantal liberale elementen, zoals parlementaire regering, variëteit in de media, en meer bewegingsvrijheid voor de 'burger' konden worden geïntroduceerd in staten waar dit om meestal historische reden nooit van de grond was gekomen; bijvoorbeeld de Sovjet Unie. Maar in de meeste gevallen praten we dan toch over uiterst oppervlakkige 'nieuwe vrijheden', die bovendien snel zijn toegeëigend door binnenkomend buitenlands kapitaal, of uitgehold door vulgaire eenvormigheid en - niet te vergeten - heel of half criminele verrijking door nieuwe 'zakenlieden', niet zelden afkomstig uit de vroeger heersende laag. OogsttijdIn het tijdperk van de verzorgingsstaat in het Westen was het (neo)liberale gedachtegoed levend gehouden aan de economische faculteiten in de universiteiten waar het denken van economen als Hayek, Mises en Friedman nooit verdrongen was door Keynes, en meer fundamentele kritiek zoals van het marxisme in de meeste gevallen werd en wordt buitengesloten. Daarnaast moeten we de neoliberalen nageven dat zij zich zelfs in deze voor hen sombere tijden bleven organiseren. Het meest centrale netwerk in dit verband is de Mont Pèlerin Society. Deze groep, genoemd naar een berg bij Genève, werd direct na de oorlog opgericht door Hayek, Friedman, de filosoof Karl Popper en anderen, met steun van Britse en Zwitserse bankiers. Diverse nationale pressiegroepen en 'think tanks', zoals het Institute of Economic Analysis in Engeland en de Heritage Foundation in de VS, zijn vertakkingen van dit netwerk. Vandaar dat er een reservebank beschikbaar was die een radicaal alternatief voorstond. Die werd in het spel gebracht toen het Keynesianisme met zijn idee van vraagstimulering in de ogen van de bezittende klasse contraproductief werd, doordat het de krachten bleef begunstigen die zich tegen het kapitaal begonnen te keren. Het keerpunt was zoals gezegd Chili. Terwijl degenen die Allende's regering hadden gesteund, werden gemarteld en vermoord, pasten Pinochet's Wereldbankadviseurs voor het eerst het monetarisme van Friedman toe - het radicaal ongedaan maken van inflatie door minder geld in omloop te brengen. In de omstandigheden van de tweede helft van de jaren zeventig betekende dit dat een radicale machtsverschuiving plaatsvond van debiteuren (staten, industriële bedrijven) naar crediteuren (de kapitaalmarkt en de financiële instellingen die erin actief zijn). Waar de eerstgenoemde categorie haar uitgaven (voorzieningen, uitkeringen, lonen) nu immers moet terugschroeven, breekt voor de beurs en de bankiers daarentegen de oogsttijd aan, en die duurt nog steeds voort. Het aantreden van Thatcher met haar entourage, onder andere afkomstig uit de wereld van het Institute of Economic Analysis en vergelijkbare groepen, en Reagan, wiens regeringsprogramma berustte op rapporten van de Heritage Foundation, in respectievelijk 1979 en 1980, verhief het monetarisme tot de norm voor de hele wereldeconomie. Met één uitzondering, namelijk de Verenigde Staten zelf, die als uitgifteland van de dollar in de positie waren om gewoon door te gaan met schulden maken - in dit geval om een ongekende bewapeningsinspanning te financieren. Breed profijtDe VS en Engeland hebben geprobeerd, vanaf het begin van de jaren tachtig, de nieuwe verhoudingen ook elders in de wereld ingang te doen vinden. De bewapeningseconomie hielp daarbij om het Sovjetblok, dat deze inspanning niet langer kon bijbenen, op de knieën te krijgen. Elders werd de door het monetarisme uitgelokte schuldencrisis gebruikt om staten tot liberalisering van handel en betalingsverkeer te dwingen. De bevordering van de 'democratie' diende er vervolgens toe de maatschappij vrijheden te verlenen los van de staat, zodat onbelemmerd investeringen vanuit het Westen mogelijk worden, 'burgers' hun kapitaal vrij in en uit kunnen voeren enzovoort. Voor degenen die hiervan kunnen of denken te kunnen profiteren, is dit een gunstige wending, maar de 'opening' van maatschappijen, waardoor opeens allerlei sociale en culturele ontwikkelingen binnen handbereik komen, kan een veel breder publiek mobiliseren dan alleen diegenen die er direct economisch van profiteren. Zelfs in landen waar de democratie een lange voorgeschiedenis heeft, kon in de jaren tachtig een atmosfeer ontstaan waarin mensen bijvoorbeeld de verzorgingsstaat als betutteling gingen ervaren, en werd een vernieuwingsdrang voelbaar waarop het neoliberalisme bij uitstek inspeelde met zijn thema's van vrijheid, eigen verantwoordelijkheid enzovoort. Als een economisch systeem alleen maar gesteund wordt door degenen die er direct van profiteren, zou het niet kunnen samengaan met verkiezingsdemocratie. Het wonderlijke is eigenlijk dat zelfs een stelsel dat een grote meerderheid van de bevolking in een toestand van fundamentele bestaansonzekerheid brengt en de levensvoorwaarden voor toekomstige generaties bedreigt, toch de toon weet te vinden die het van steun verzekert. Radicale ongelijkheidHet klassieke liberalisme ging er van uit, in de geest van de Verlichting, dat het najagen van ieders eigenbelang uiteindelijk in het algemeen belang is. Adam Smith gaf het voorbeeld van de bakker, die niet bakt omdat hij bezorgd is of de hele maatschappij wel te eten zal hebben, maar gewoon om zijn eigen 'brood' te verdienen. De markt werkt vervolgens zo dat tussen alle producenten die op deze wijze hun eigenbelang behartigen, een objectieve samenhang ontstaat waarin iedereen onbedoeld voor alle anderen, dus in het algemeen belang, aan het werk is. Anno 1776 (het jaar van verschijnen van Smith's hoofdwerk) was dat zeker nodig om de mensen te overtuigen dat het loslaten van de traditionele sociale samenhang en de uitschakeling van de staat als economische organisator niet tot chaos zou leiden. Vandaag de dag is er geen reden meer om zo'n fantasie aan te hangen. De triomf van de markt sinds het begin van de jaren tachtig heeft geleid tot radicale ongelijkheid op wereldschaal. Volgens een recent onderzoek heeft tussen 1970 en 1990 de rijkste 20 procent van de wereldbevolking zijn aandeel in het mondiale inkomen weten te vergroten van 70 tot 83,4 procent. De armste 20 procent zakte in dezelfde periode van 2,2 naar 1,4 procent; de 20 procent daarboven van 2,8 naar 1,8, en de 20 procent daarboven van 3,9 naar 2,1. Blijft over de tweede 20 procent van boven, dus de onderste helft van de rijkste veertig procent van de wereldbevolking. Die is volgens dit onderzoek tussen 1970 en 1980 enigszins achteruitgegaan: van 21,3 procent naar 18,3. Maar dan - en hier spreken we over de periode van het eigenlijke neoliberalisme - zakt het aandeel in het wereldinkomen naar 11,3 procent. Met andere woorden, wat we de wereldmiddenklasse zouden kunnen noemen, is tussen 1970 en 1990 in inkomen bijna gehalveerd, zodat de uitersten van de rijkste 20 procent en de totaal verarmde rest nog scherper in beeld komen. Nog afgezien van de verwoesting van het leefmilieu van de mensheid op ongekende schaal, is dit het resultaat van de revolutie van rijk tegen arm. Kees van der Pijl |