nr. 95
april 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Buitenland - India, Patrick van Klink op bezoek bij bondscollega's Unilever

Daar één computer, hier een ondernemingsraad

Als Unilever in India ingrijpende reorganisaties wil doorvoeren, smijt deze multinational - precies als bij ons - met kreten over globalisering, internationalisering van het kapitaal en flexibilisering van de wetgeving. En wordt er geklaagd over stug overleg met bonden, over lange onderhandelingen om arbeiders kwijt te raken. "Daar zijn bijna geen wetten en nog vragen ze om meer", zegt Patrick van Klink, Unileverarbeider, terug van een reis naar een conferentie met zijn Indiase collega's.

"Je weet weer waar je eigenlijk voor staat. De strijdbaarheid, de betrokkenheid, de politieke invalshoek - dat zou je hier wel weer eens willen zien. Vergeleken met hen lijkt de puf er hier uit. India is een land met grote tegenstellingen op de vierkante meter. Op de luchthaven staan naast de meest moderne en luxueuze vliegtuigen arbeiders in de bloedhitte, zonder lawaaibescherming met gloeiend hete asfalt een stukje landingsbaan te repareren. Het is bizar en schokkend dat Unilever met dezelfde argumenten als bij ons tekeer durft te gaan. In dat geweld heb ik bewondering voor de vakbondsmensen daar, die in hun vrije tijd met gebrekkige communicatiemiddelen een organisatie opbouwen. En ik geef de mensen die in Seattle geprotesteerd hebben tegen het opengooien van grenzen, het grootste gelijk van de wereld. Unilever is één van die grote bazen die vinden dat open grenzen goed zijn voor de ontwikkeling van een volk."

Glazen kantoren en een zeiltje

Patrick: "Wij denken dat we naar een 24-uurseconomie op weg zijn. Nou, dat stelt dus vergeleken met India en zijn 900 miljoen inwoners helemaal niets voor. Handel op straat in textiel, groenten, sigaretten, reparaties op straat, metaalbewerking op straat, het houdt nooit op. Er wordt met alles wat maar iets kan vervoeren, door elkaar heen gescheurd. 's Nachts om half drie zit iemand een hotelbalie te schilderen."

Het kapitalisme staat daar middenin te pronken met enorme glazen kantoren en reclames voor computers en dure auto's. Artikelen in de krant over Total Production Maintenance. Consultants adverteren met seminars over bewuste consumenten die hun producten op tijd en op maat wensen. Daartussen staan krottenwijken. Stenen muurtje, golfplaat, zeiltje, klaar. Mensen slapen op straat.

Geen wetten in India? De Indiase regering is echter, volgens het blad van All Indian Council of United Unlever Unions (AICUU), erg scheutig met belastingverlichting en investeringssubsidies. Hoe denk je, vraagt het blad, dat Unilever in India 35 tot 40 procent meer winst maakt dan het moederbedrijf? Voorbeeld. Een zeer goed lopende fabriek, waar meerdere producten gemaakt werden, wordt opgesplitst in kleinere, op en top moderne bedrijven in diverse regio's waar subsidies te halen zijn. In de oorspronkelijke fabriek worden arbeiders er uit gekieperd, zonder dat er een sociaal vangnet is. Ze krijgen een leuk ogende oprotpremie mee, maar dat is dan het enige waarvan ze moeten leven. Met een rennende inflatie van 10 tot 15 procent is van die mooie bom duiten gauw niets meer over.

De tweedeling is daar wel wat dieper dan in Nederland. Een Unileverarbeider hoort in die verhoudingen een beetje tot de elite. Maar dat kan wel van de ene op de andere dag afgelopen zijn. Als er elders goedkoper geproduceerd kan worden, probeert Unilever van zijn werknemers af te komen. De bonden hebben hun handen vol om de karige wetgeving zo optimaal mogelijk te gebruiken.

Waar is Unilever mee bezig in India? Het concern vindt die 900 miljoen mensen wel interessant, want al kan maar een heel klein deel daarvan zich wassen en voeden, dan betekent dat toch heel wat afzet van Unileverproducten. De verwachting is dat de groei van de vraag in Europa en Noord Amerika gaat stagneren. In 2010 moeten Azië en Brazilië 50 procent van de groei realiseren. Met de vestiging van de moderne Unileverfabrieken wordt de lokale industrie aan de kant gedrukt of overgenomen. Voor zo ver nodig wordt productie uitbesteed aan onderaannemers in bedrijven waar de vakbonden bij Unilever niets te vertellen hebben. Patrick: "We moeten natuurlijk niet de informele economie, de thuisindustrie, gaan ophemelen tegenover de grote boosdoener. Maar dat soort bedrijvigheid geeft veel mensen een bestaan en vindt soms plaats in een soort coöperaties. De arbeiders en vooral arbeidsters hebben dit of hebben niks. Hun werkomstandigheden en lonen verbeter je niet door er een multinational op los te laten. Die halen alleen maar het verdiende geld er uit en maken mooie sier bij de beleggers."

Bonden in opbouw

Patrick is onder de indruk van de mensen die daar hun vakorganisatie proberen op te bouwen. Alleen al de grootte van het land en de infrastructuur maken het een stuk chaotischer dan bij ons. Zo konden op de conferentie in Ahmadabad vier van de 43 bonden niet aanwezig zijn vanwege reis- en geldproblemen. Sommige deelnemers moesten zestig uur reizen.

De bonden in India bestrijken niet een sector, maar een bedrijf en daarmee staan ze voor de taak de verdeeldheid te overwinnen. De verschillen liggen vooral in de strategie. De bonden van vertegenwoordigers bijvoorbeeld hebben een lange traditie van overleg en onderhandelen. De fabrieksbonden, relatief jong, zijn ontstaan in de strijd voor goede beloning en tegen uitsluitingen. Op de conferentie bleek het respect voor elkaar groeiende en was ook een toenemend contact tussen fabrieksbonden te zien: vergelijking van de contracten en uitwisseling waarover te onderhandelen. Patrick: "Unilever probeert ze nog tegen elkaar uit te spelen door aan te voeren dat de prijzen in de regio's sterk uiteenlopen en dat dus logischerwijs de lonen ook uit elkaar liggen. Er bestaat in India geen landelijke index, dus op zondagmiddag zitten vakbondsmensen bij elkaar de boodschappen- en prijzenlijstjes met elkaar door te nemen. Op den duur zal het echter Unilever te veel energie kosten om de boel gescheiden te houden."

Van vrijstelling voor kaderleden hebben de Indiërs gehoord toen ze in het buitenland waren. Het salaris van het Hollandse kaderlid tikt vrolijk door, terwijl hij een collega trakteert. Dat van de Indiërs staat even stil. Het landelijk secretariaat van de AICUU heeft één computer. De bond moet zich onder deze omstandigheden te weer stellen tegen de zware druk die de multinational op de arbeiders uitoefent: 'Neem die oprotpremie aan, want ik kan toch geen fabriek draaiend houden waar geen werk is? Denk je soms dat de economische wetten die in de hele wereld gelden, niet op jou van toepassing zijn?'.

Patrick: "De vakbonden bij de Unileverbedrijven in India stellen zich op het standpunt dat geen geld gestoken moet worden in bedrijven zonder perspectief. Maar het moet ook niet aan het kapitaal overgelaten worden wat er dan met het bedrijf, de grond en de machines gaat gebeuren. De bonden eisen overleg met Unilever en de overheid om een alternatief te zoeken. Die maatschappelijk invalshoek bij de bonden in India ontbreekt bij ons. Bij ons heeft de markt altijd gelijk. De problemen die toch nog ontstaan moeten soepel opgelost worden. Inderdaad, wij hebben sociaal-democraten in de regering. Die zouden daar vanuit hun traditie iets mee moeten doen. Maar die volgen gewoon de markt."

Over de grenzen van het bedrijf

De AICUU wilde graag weten hoe de Hollanders zich verweren tegen het voortdurend heen en weer schuiven van de productie binnen het concern, tegen de reorganisaties en tegen het uitspelen van Unileverbedrijven onderling, van regio's en van arbeiders bij Unilever en die van onderaannemers. Patrick werd in het kader van een project van FNV Mondiaal uitgenodigd in Ahmadabad in Noordoost India. De Indiërs waren benieuwd wat 'wij' klaarmaken met al die ondernemingsraden, zelfs Europese, met de arbeidswetgeving, sociaal-democraten in de regering, vakbonden die in velerlei overlegcircuits zetelen enzovoort.

Het antwoord van Patrick kwam hier op neer: "Je kan nog zulke mooie posities hebben, de werknemersbelangen bij Unilever heb je niet zo maar in je greep. Wij worden hier ook tegen elkaar uitgespeeld. Maar we proberen wel na te denken hoe je in de verschillende bedrijven elkaar in ieder geval niet dwars moet zitten. Vakbonden moeten niet stimuleren dat in één fabriek de arbeiders staan te juichen dat ze de besten zijn, als er van elders productie naar toe wordt verplaatst. In plaats van je best te doen om zo'n reorganisatie soepel te laten verlopen, moet je de collega's in dat andere bedrijf de kans geven het besluit van het management aan te vechten. Als je zelf in een reorganisatie zit, wil je tot het uiterste gaan. Dan wil je dat Kok voor jouw belangen opkomt in Europa. Geef elkaar die ruimte. Als je het op een andere manier aanpakt, maak je de verdeeldheid alleen maar groter. Door de met afvloeiing bedreigde collega's de ruimte te geven hun strijd te voeren, zet je ook de mensen in je eigen bedrijf aan het denken: waar is Unilever nou weer mee bezig? Wat met hen gebeurt, kan volgend jaar bij jou aan de hand zijn. Solidariteitsacties? Ja, daarmee maak je elkaar pas echt sterk, maar dat is in onze verhoudingen te veel gevraagd. Waarmee niet gezegd is dat we niet elke mogelijkheid moeten benutten."

Het verhaal van Paul Elshof van Foodworld tijdens de conferentie over de wereldwijde strategie van Unilever, maakte veel indruk. Patrick: "De Unileverbazen in India zijn ook maar radertjes in de grote Unilevermachine. Ze blazen zich graag op, maar als die baasjes bij hun baas op de stoep staan, zijn ze ook maar heel kleine ventjes. Leuk om je daar van bewust te zijn."

Dat maakt de strijd er niet milder op. Half februari meldt de AICUU dat er sinds de conferentie een hardere aanpak is, juist in de bedrijven waar haar mensen actief zijn. Een arbeidster in een fabriek in Pondicherry werd mishandeld door leidinggevenden, nadat ze de starre houding van het management en de seksuele intimidatie aan de orde had gesteld. Haar collega's hielden daarna een demonstratie aan de poort en riepen ook de lokale autoriteiten op iets aan deze misstanden te doen. Dit joeg het management nog hoger op de kast. Het verspreidde de productie onder onderaannemers. Arbeiders werden overgeplaatst naar ver weg gelegen fabrieken. Dit gebeurde ook in Dharwad. In een fabriek in Bombay kregen de arbeiders bij de eeuwwisseling een netto-jaarsalaris mee naar huis. De baas maakte daarbij duidelijk dat hij de arbeiders een jaar niet meer wilde zien. De AICUU verweert zich heftig tegen deze praktijken, dringt aan op onderzoekscommissies en juridische stappen en tracht internationale steun te verwerven.

Frans Geraedts