|
nr. 95 april 2000 |
Solidariteit
Verborgen of vergeten geschiedenis - staking bij Pool in Haarlem, 1904"Eeresaluut aan Haarlemsche kameraden"Baas in eigen bedrijf. Dat geeft een vrijbrief om te doen en te laten wat we willen, zo dachten veel ondernemers vroeger. Ook in de meubelmakersbranche. Elke poging om aan hun vrijheid van handelen te tornen, hoe gerechtvaardigd ook, leverde het risico van ontslag op. We volgen de staking bij de meubelmakerij Pool te Haarlem in het begin van de twintigste eeuw. Het is illustratief voor wat er in die tijd in vele bedrijven gebeurt.Op 23 februari 1904 zegt Pool, eigenaar van het gelijknamige bedrijf, J. van de Tiel ontslag aan. Het slachtoffer is een actieve vakbondsman. De aangevoerde reden voor het ontslag is dat Van de Tiel te duur zou zijn. Zijn collega's weerleggen dat. Ze vormen een commissie om het ontslag van hun kameraad aan te vechten. De woordvoerder verzoekt via de meesterknecht om een gesprek met Pool. Hij krijgt te horen dat ook hij kan vertrekken. Vervolgens leggen 28 man het werk neer. Op 26 februari stuurt C.J.B. van de Wijngaard, secretaris van de Meubelmakersbond, namens het hoofdbestuur een brief over de staking bij Pool aan alle afdelingen van de bond. Er zullen nog vele volgen. Bondskas leegVan de Wijngaard vermeldt dat genoemde staking is uitgebroken en dat de arbeiders van de andere vestiging van Pool in Zaltbommel uit solidariteit eveneens het werk hebben neergelegd. Hij verzoekt alle afdelingen de 'één uurloon storting' toe te zenden, zodat op zaterdag de uitkering aan de stakers kan plaatsvinden. Het aantal stakers te Haarlem is toegenomen tot dertig; zestien van hen zijn gehuwd zijn en hebben samen 44 kinderen. Te Zaltbommel staken tien gezellen, samen drie kinderen. Twee dagen later volgt een nieuwe brief. Er zijn enige lijsten bijgevoegd tot inning van steun voor de strijdende kameraden. Van de Wijngaard laat weten: "Stand der staking op heden gunstig, tot nog toe geen enkele onderkruiper aangeworven door Pool, dankzij het flinke posten." We lezen dat het bestuur van het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS) die middag een onderhoud heeft gehad met Pool. Dat is zonder resultaat gebleven. Pool neemt de ontslagenen in geen geval meer in dienst. Pool zal zijn werk zonodig elders laten verrichten. "Grootspraak", beweert Van de Wijngaard. Begin maart. Opnieuw een brief. De eerste uitkering heeft plaatsgevonden. Zeven gulden voor gehuwden, plus 25 cent voor ieder kind, en vijf gulden voor ongehuwden. De tot dan binnengekomen één uurloon stortingen zijn niet toereikend. De bondskas moet worden aangesproken. Maar helaas. Die is leeg, omdat men net 150 gulden had verstrekt aan de Coöperatieve Stoelenfabriek te Culemborg en 90 gulden moest betalen voor de jaarboekjes. De bond moet aan zijn verplichtingen voor de leden voldoen en sluit een lening af. 11 Maart 1904. Er gaat een geheime brief uit naar de rijke afdelingen Arnhem, Rotterdam en Groningen met het verzoek van het hoofdbestuur om, indien mogelijk, een voorschot te verstrekken ten behoeve van de uitkeringen aan "de strijdende bondsbroeders in hunnen rechtvaardige strijd". In het schrijven wordt er op geattendeerd dat de één uurloon storting onvoldoende is en de lijsten van het NAS nog te kort in werking zijn. De afdeling Amsterdam is al met 150 gulden over de brug gekomen. Het voorzetje is wel duidelijk. Nu kan de geadresseerde toch niet achterblijven. OnderkruipersTwee weken nadat de staking is begonnen, treedt een nieuwe fase in. De druk op de ketel is toegenomen. Krampachtig wordt geprobeerd de gelederen gesloten te houden. Op 12 maart sturen de secretaris en de penningmeester van de afdeling Haarlem van de Meubelmakersbond een brief naar hun collega's in Den Haag met het verzoek de Hagenaar A.J. van Gelder aan te spreken, die zich als onderkruiper manifesteerde. Van Gelder had eerder zijn woord gegeven dat hij zich daar nooit voor zou lenen. Die middag was echter vastgesteld dat zijn gereedschapskist de fabriek was binnengesmokkeld. Het adres van de afzender stond er op vermeld. 'Breng Van Gelder op andere gedachten', is de boodschap. Ze ronden hun verhaal af: "De staking staat er nog steeds goed voor ten onzen voordele, de onderkruipers zijn zoodanig geweerd dat Pool in werkkrachten verder is af- dan toegenomen." Op 23 maart schrijft de secretaris van de afdeling Zaltbommel, Sj. Vogelaar, een brief aan de afdeling Den Haag. Drama's tekenen zich af: "Hierbij doen wij u weten, dat één der soldaten de strijd is ontvlugt en werk heeft gevonden in Den Haag, met name J. Jonker. Mocht bedoelde persoon in kwestie zijn eigen soms aangeven als lid uwer afdeeling, houdt dezen in de gaaten. En vooral die Bondsleden, welke bij de firma Sas werken in de Nieuwe Havenstraat, waar ook bedoelde persoon werk heeft gevonden, en inwoont bij Overer, Fagelstraat 29 of 39." Aan de brief is nog een P.S. toegevoegd: "Deze morgen is er weer één de strijd ontvlugt en nog wel onze Voorzitter, met name A. Bogaars. Deze persoon geeft als reden op: te geringe uitkeering." Bogaars moet het water tot aan de lippen zijn gestegen. Van het loon van Pool heeft hij nooit iets kunnen sparen voor moeilijke tijden. Van de stakingsuitkering van 7,50 gulden kan hij zijn vrouw en twee kinderen niet onderhouden. Hetzelfde geldt voor Jonker, die in allerlei plaatsen geprobeerd had werk te vinden voordat hij tenslotte in Den Haag belandde. De veroorzaker van al deze ellende is de lachende derde op de achtergrond. Het laatste wat Pool zal doen, is met zijn hand over het hart strijken. Zijn tactiek is om de stakers uit te hongeren en uit elkaar te spelen. Daarin lijkt hij te slagen. In een zware strijd is relativering moeilijk. Vogelaar sluit af: "Houdt dus bedoelde personen vooral in het oog. Zij drukken de Vakvereeniging den kop in." Einde stakingWe laten Van de Wijngaard weer aan het woord. Het is 16 april. De stelligheid die uit zijn brief spreekt over de vasthoudende stakers, wordt weerlegd door de feiten die hij zelf aandraagt. De secretaris van de Meubelmakersbond: "Reeds is deze staking de 6-de week ingetreden en nog steeds staan onze kameraden pal en ondanks vele moeilijkheden welke zij ondervinden van de kant der Haarlemsche politie en die der onderkruipers is van moedeloosheid onder hen niets te bespeuren." Dan volgt een reeks van namen van welwillende medewerkers die Pool aan zijn 'kunstinrichting' heeft weten te verbinden. De opsomming is er een met aanduidingen als "vroeger ontslagen door Pool wegens te duur werk en kon niet zelfstandig werken", "timmerlieden, doch bederven meer dan zij goedmaken", "een stumpertje, verdiende bij zijn laatste patroon fl. 4,50 per week", "vroeger glazenwasser en draaier". De strekking is wel duidelijk. Van de Wijngaard probeert de stakers en de leden van de bond een hart onder de riem te steken. Aan deze amateurs zal Pool niet veel hebben. Dit zijn geen vaklieden. Het einde van de staking is in zicht. We zijn in de derde week van april beland. Van de Wijngaard aan alle afdelingen van de bond: "Maandag werd door onze Haarlemsche strijders besloten een ultimatum aan Pool te zenden, waarin zij antwoord verzochten voor Dinsdagavond vóór 6 uur. In dit ultimatum werd de eisch gesteld, allen zonder onderscheid weer aan 't werk en dat door Pool nimmer meer inbreuk zou worden gemaakt op 't vereenigingsrecht. Bij weigering besloten zij geen van allen weer in de fabriek te gaan en zich van ander werk te voorzien." Pool antwoordt op zijn manier. Er komt een bericht in de Haarlemse kranten dat hij na een vertraging van zeven weken weer in staat is alle orders uit te voeren. De stakers houden de eer aan zichzelf. Ze voeren hun ultimatum uit en gaan elders werk zoeken. Ze roepen nog op tot een boycot van de producten van Pool en vragen vakgenoten om niet bij hem te gaan werken, zodat Pool verstoken blijft van goede werkkrachten. Van de Wijngaard is van mening dat de stakers met opgeheven hoofd het strijdterrein kunnen verlaten: "Wij kunnen de Haarlemsche kameraden een eeresaluut brengen voor de kranige wijze waarop zij hunne staking hebben geleid, en al hebben zij nu voor de overmacht van het kapitaal moeten bukken, toch is de aftocht eervol. Zij gaan het terrein der strijd verlaten zonder de knie te buigen voor de vijand." Op 3 mei volgt een laatste mededeling van de secretaris van de bond. Op één persoon na, een gehuwde met zes kinderen, is ieder weer aan de slag. De één uurloon storting is opgeheven. We hebben alleen de correspondentie van het hoofdbestuur en de afdeling Den Haag van de Meubelmakersbond over deze zaak kunnen raadplegen. We missen de bronnen over wat er allemaal precies gebeurde bij Pool. Hoe waren de arbeidomstandigheden in dit bedrijf, waren de arbeiders tevreden over de arbeidsvoorwaarden, wat valt er te zeggen over de bedrijfsvoering en het personeelbeleid, over het leiderschap? Gelet op Pool's hardvochtige houding tegenover zijn werknemers en hun principiële houding tijdens de staking zullen die daar geen hoge pet van hebben opgehad. De reconstructie van de staking levert niettemin voldoende andere interessante gegevens op. We hoeven het drama niet groter te maken dan het is. Maar de angst slaat je wel om het hart bij de gedachte dat de Haarlemse en Zaltbommelse meubelmakers hetzelfde soort brieven naar de andere afdelingen van de bond hebben moeten sturen als naar "Rechten naast Plichten" in Den Haag. Harry Peer |