nr. 93
nov 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

FNV Bondgenoten - congres 2000

Schipperen naast god

27-29 Januari 2000 is het zo ver, het eerste volledige congres van FNV Bondgenoten. Na een zestal voorbereidende bijeenkomsten, ligt er nu een congresnota Mensen maken het verschil. Dat laatste is te hopen, want het is een cruciaal moment voor de grootste vakbond van Nederland. De bond worstelt met zijn identiteit. De 'missie' lijkt duidelijk: "FNV Bondgenoten is een vereniging van en door werknemers. Zij wil alle werkenden en niet-werkenden in staat stellen om zelfstandig en samen met anderen zekerheid, economische zelfstandigheid, zeggenschap, en gelijke kansen te bewerkstelligen op het gebied van arbeid en inkomen. Zij streeft een democratisch, rechtvaardige en pluriforme samenleving na." Maar over hoe dat gestalte te geven, bestaat onzekerheid. Moet dat als CAO-machine, als loopbaanbegeleider, als verzekeraar of misschien zelfs als vermogensspecialist? Het ledental neemt licht af. Erger is de verdwijning van de bondsinvloed op de werkvloer.

Kaderleden geven de pijp aan Maarten of worden onverschillig. In een onderzoek - "Ledenpanel FNV over stress" - onder 1.600 leden, geeft meer dan 50 procent aan dat het management iets aan werkdruk kan doen. Slechts 17 procent noemt de ondernemingsraad en/of vakbond als een instantie die de werkdruk kan aanpakken. Terwijl werkdruk door leden wordt gezien als het belangrijkste probleem.

Met deze ontwikkelingen in het achterhoofd, is het interessant te lezen hoe het bestuur van FNV Bondgenoten denkt te reageren op deze uitdagingen. Hoe zij de leden in staat wil stellen de in de missie beloofde zekerheid, zelfstandigheid, zeggenschap en gelijke kansen te realiseren. We pakken hiertoe de congresnota er bij en gaan dan in op hoe het bestuur tegen de ontwikkelingen in de economie en de arbeidsorganisatie aankijkt en welke hulpmiddelen de leden aangereikt krijgen.

Kenniseconomie

Het bestuur begint met de constatering dat heden ten dage chaos het kenmerk is van wat de meeste werkne(e)m(st)ers dagelijks ervaren. En terecht. Daarom geeft de inleiding een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen die werknemers meemaken. Als belangrijke trends worden gezien: veranderde leefstijlen, ontideologisering, technologie en arbeidsorganisatie, economie vanuit een internationaal perspectief, decentralisatie van de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen.

In dit overzicht schetst de nota twee denkbare scenario's over de ontwikkeling van informatietechnologie. Eén van uitstoot van banen en één waarbij informatietechnologie leidt tot nieuwe producten. In dat laatste "scenario is juist sprake van een arbeidsorganisatie die gericht is op het grote belang van kennis van werknemers." Vanuit deze optimistische visie is het een kleine stap naar de eerste stelling. Bondgenoten, zo heet het, moet streven naar een "kennisintensieve economie". En hier gaat het wringen, want is hier niet sprake van het nalopen van modieuze kreten? Er zijn bij het concept 'kennisintensieve economie' best enige kanttekeningen te plaatsen. Bijvoorbeeld. De nota keert zich op verschillende plekken tegen tweedelingen (tussen groepen werknemers) en scherpt bijvoorbeeld het huishoudelijk reglement aan over representatie van vrouwen, allochtonen en jongeren. Maar dat wordt dweilen met de kraan open. Veel ideeën over een kennisintensieve economie gaan uit van een nieuwe tweedeling, juist ten nadele van genoemde groepen. Er komen kenniswerkers die veertig tot zestig uur per week werken, en mensen die allerlei klusjes voor ze doen om dat mogelijk te maken. Vrouwen vaak nog onbetaald ook.

Verder gaan die ideeën er meestal van uit dat wij in de rijke landen op kennis en de arme landen op lonen moeten concurreren. Dit is niet alleen moreel twijfelachtig, maar ook niet realistisch. Een land als India houdt zich naast het handmatig slopen van schepen ook bezig met het maken van atoombommen en software. Opleiding en kennis in sommige landen in het zuiden zijn vergelijkbaar met die in Nederland.

Om zijn droomwereld te bereiken, is de bond bereid door te gaan met verantwoorde loonontwikkeling; het malle systeem van maximale looneisen. Is nu al weer vergeten dat in de jaren zestig de werkgevers het gematigde-lonen-paradijs Nederland opbliezen door 'zwart' extra te betalen? Ook het idee van nu inleveren en straks geen crisis, dat er naar wij aannemen achterzit, is historisch gezien onhoudbaar. Nu inleveren betekent het weghalen van je eigen vet nog voor de winter begint.

De arbeidsorganisatie

Het bestuur van FNV Bondgenoten constateert dat de ondernemingen genoodzaakt zijn meer uit 'hun' werknemers te halen. Om dat mogelijk te maken, geeft het bestuur aan voorstander te zijn van een arbeidsorganisatie die maximaal gebruik maakt van de kennis en vaardigheden van de werknemers. Deze arbeidsorganisatie (platte organisatie, teams enzovoort) geeft volop kansen op leuker werk. Natuurlijk worden ook addertjes onder het gras gezien, maar die worden geacht met behulp van twee voorwaarden verwijderd te zijn: betrokkenheid van de ondernemingsraad en een goed evenwicht tussen verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Hiermee wordt de plank nogal misgeslagen. Het effect van teamwerk is nu juist dat het werk van bond en or ondermijnd wordt. Besluiten worden in, of door, de leiding van het bedrijf in overleg met het team genomen. Veel ondernemingsraden kunnen de veranderingen op teamniveau niet meer bijbenen en teamleden zijn het beu te wachten op de formele procedures binnen de or. Dit houdt een afname van or-invloed in, die vooral op termijn vervelende gevolgen kan hebben. Teamwerk heeft inderdaad nogal eens tot gevolg dat het werk interessanter wordt. Maar veel werknemers bij bedrijven met teams hebben de ervaring dat na enige tijd de voordelen afnemen, extra faciliteiten worden afgeschaft en het team alleen nog het opvoeren van zijn eigen werkdruk mag organiseren.

FNV Bondgenoten zal dus een keus moeten maken. Of proberen teams tegen te houden òf zorgen dat de bond op teamniveau invloed krijgt. Want op dat niveau vinden straks de onderhandelingen plaats. Hoe we daar invloed op gaan krijgen, is een vraag die een wat realistischer uitgangspunt vergt dan het bestuur huldigt. En ook een vraag die de bond dwingt kritisch te kijken naar de eigen organisatie, want die is nog steeds gericht op de oude arbeidsorganisatie.

Het is merkwaardig hoe lichtvoetig het bestuur een probleem als de veranderende arbeidsorganisatie behandelt. Want na de lofzang over de mogelijke verbeteringen door teamwerk, wordt geconstateerd dat steeds meer nadruk komt te liggen op de belangen van de aandeelhouders en dat de sfeer op het werk harder wordt. Maar ook dit probleem wordt opgelost, namelijk door een tegenstelling te creëren tussen moderne en niet-moderne bedrijven, waarbij de moderne bedrijven aardig zijn voor hun personeel.

De hulpmiddelen

Het instrument om het sociaal beleid van ondernemingen te beoordelen, moet de 'Sociaal Beleidstest' worden. Wij hebben uiteraard niets tegen testen en onderzoeken (zie Solidariteit nummer 90, mei 1999), maar vragen ons af hoe dat wordt gedaan. Op een kaderdag vorig jaar in Utrecht van werknemers in de Kleinmetaal over de Quick Scan werd al snel duidelijk dat het veel uitmaakt hoe het middel gebruikt wordt. Om de baas te mobiliseren of de collega's? Te veel nadruk ligt vaak op de presentatie aan het management. Bij een bedrijf als General Electric is zo het onderzoek drie jaar in de la van het management blijven liggen, voordat eigen activiteiten aan de resultaten van het onderzoek werden gekoppeld. Dit is een ernstig probleem en de oplossing daarvoor wordt in ieder geval niet in de congresnota aangedragen. Te veel wordt het onderzoek als neutraal gezien en te weinig als een middel om ondernemingsraden die het contact met de achterban kwijt zijn, weer op de goede weg te helpen.

Het hulpmiddel van de vermogensaanwas (nee, niet 'deling') wordt ingezet om de kloof tussen arm en rijk aan te pakken. Werknemers bouwen aan hun vermogen met aandelenopties, eigen huizenbezit enzovoort. En De Bond wil daar bij helpen: "80% van de leden op de voorbereidingsbijeenkomst gaf aan dit vanzelfsprekend te vinden." Maar er is wel meer gebeurd op die bijeenkomst. Er werd door iemand uit de zaal geprotesteerd. "Maar het is toch niet eerlijk dat ik als uitkeringsgerechtigde geen opties en aandelen krijg." De bestuurder op het podium wilde het wel even uitleggen: "Als je geen baan hebt, ja dan heb je natuurlijk pech gehad." De opmerking uit de zaal gaf precies het probleem aan. Belangen gaan steeds verder uiteenlopen, omdat werknemers op steeds meer verschillende manieren aan hun inkomen moeten komen. Bijvoorbeeld: je accepteert personeelsopties, ook al ben je daar op tegen, omdat de gematigde loonstijging onvoldoende is om je inkomen in stand te houden.

Wat gaat er dan de volgende keer gebeuren als Duisenberg de rente dreigt te verhogen, waardoor beurskoersen en huizenprijzen dalen? Moeten we dan opkomen voor een nog grotere loonmatiging, waardoor de werknemers met een eigen huis en wat beleggingen er per saldo nog iets op vooruitgaan en de rest er op achteruitgaat? Of kiezen we voor het tegenovergestelde? Hoe meer verschillende soorten inkomen, hoe meer potentiële conflicten.

Slotakkoord

In de nota worden dilemma's neergezet. De hiervoor genoemde zijn er slechts enkele. Maar in plaats van de dilemma's in de stellingen uit te werken en keuzes te maken, verdwijnen ze en maken ze plaats voor wensdenken. Heeft dat te maken met een weigering fundamentele vragen te stellen en wordt daarom ieder dilemma met een stelling afgedekt? Heeft het te maken met het niet meer willen nadenken over de machtsfactor? Of met de werkwijze dat in de vakbond alleen nog maar gepraat wordt over afzonderlijke stellingen en niet meer over het geheel? "Wij kunnen ons voorstellen dat u niet de hele nota wilt lezen ... Achterin de nota staan de belangrijkste trefwoorden ['vrouwen' en 'gelijke kansen' ontbreken helaas]. Zo kunt u snel de goede stelling terugvinden."

De nota spaart kool en geit. De economische ontwikkelingen, zoals voorzien door de bekende voorspellers als het CPB, de OESO en het IMF, vormen de leidraad en verder is het schipperen naast de god van de vrije markt. Het is aan de leden keuzes te maken tussen hun belangen en het moderne managersjargon. Zij zullen dat onderscheid zelf moeten aanbrengen, want de nota doet het niet.

Harry Kappelhof en Ailko van der Veen
(FNV Bondgenoten)