nr. 93
nov 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Kantelende cao - inleiding en inventarisatie

De verdwijning van de traditionele cao

Zonder de collectieve arbeidsovereenkomst, de cao, is de Nederlandse vakbeweging nauwelijks denkbaar. Ondanks de vele andere bemoeienissen met de arbeidsverhoudingen staat of valt de vakbeweging met de cao. Het voorspel, de eisen en hun totstandkoming, de rituelen, de onderhandelingen, de acties, de lange nachten, de poorten van de hel, de resultaten en de besluitvorming zijn voor velen het gezicht van de vakbeweging. Dat is vandaag zo, maar ook vijftig en nog meer jaren geleden. De eerste cao's werden immers al aan het eind van de vorige eeuw afgesloten en de wettelijke erkenning begint 1907. De meeste aandacht krijgt de bepaling van het loon. Logisch, want hierin komt de krachtsverhouding tussen kapitaal en arbeid tot uitdrukking. Zonder aarzeling kan gezegd worden dat de geschiedenis van de vakbeweging, haar beleid en strategie aan die loonbepaling kan worden afgelezen. Dus ook vandaag. Wat typeert de Nederlandse vakbeweging en daarmee het poldermodel meer dan het begrip 'verantwoorde loonontwikkeling'? Een ontwikkeling die voor de stabiliteit van 'de' economie en de arbeidsverhoudingen verantwoord wordt geacht en in de praktijk 'loonmatiging' betekent. Dat wil zeggen dat de lonen het centrale instrument vormen, waarmee in constructief overleg de sociaal-economische verhoudingen bevestigd worden. Andere inkomens, zowel uit kapitaal als uit sociale zekerheid, worden daarvan afgeleid. Een centraal instrument, niet alleen omdat alle elementen van de cao beheerst worden door wat de 'loonruimte' heet. Maar ook, omdat de cao-onderhandelingen over de lonen gedomineerd worden door een akkoord dat de vakcentrales in de Stichting van de Arbeid met de ondernemers - onder wakend oog van de regering - afsluiten. De laatste maanden hebben we weer eens kunnen zien tot welke taferelen dit centraal overleg leidt. Het verantwoordelijkheidsgevoel aan de top van de vakbeweging voor 'de' economie is zo verzelfstandigd dat verschillende bonden corrigerend moesten optreden om de loonruimte en de looneisen wat dichter bij de belangen van werknemers en werkneemsters te brengen. Zonder overigens de hoog scorende stabiliteit van het poldermodel in gevaar te brengen. Hoe alles overheersend het vraagstuk van de lonen ook is, in dit thema over de cao laten we het verder rusten. Onze aandacht gaat uit naar een aantal algemene ontwikkelingen die de cao de laatste jaren doormaakt. We vatten dit samen als de 'kantelende cao'. * Eerst wordt een inventarisatie gemaakt van opvattingen van onderhandelaars over de, in hun ogen, doodlopende weg waarin de cao's beland zijn. De veranderingen die zij voorstellen, kunnen best ingrijpend genoemd worden. * Daarna volgt een commentaar op een aantal actuele verschuivingen die in en rond de cao's plaatsvinden: van bedrijfstak- naar bedrijfs-cao, van centraal naar decentraal, van vakbond naar ondernemingsraad. * Tot slot laten we twee bondsbestuurders aan het woord die de betekenis van deze verschuivingen behoorlijk relativeren. Naar hun mening verandert wel het één en ander, maar de gevolgen vallen eigenlijk best mee.

Uitspraken in de beginjaren van de collectieve arbeidsovereenkomst bieden een interessante achtergrond aan de actuele discussie. In de kringen van het CNV werd enthousiast gesproken over "een voorbehoedmiddel voor openlijken strijd". In het katholiek sociaal denken werd een minstens zo geestdriftig beeld gebruikt: de cao als "wonderbaar werkend geneesmiddel". In de wereld van het NVV waren de meningen verdeeld. De cao werd zowel "de opening naar bedrijfsdemocratisering" genoemd als "een middel, wat wij even als andere middelen, dienstbaar maken om de machtspositie der arbeiders te versterken". Twijfels bestonden er ook. Theo van der Waerden omschrijft deze in 1916 als volgt: "Hoezeer de verovering van een collectief contract een stap naar de machtsvorming van de arbeiders kan zijn, het ondermijnt de macht van de vijand niet; integendeel het kan er toe bijdragen de kracht van het bedrijf, zijn kapitalistisch karakter te verstevigen door meer orde, regelmaat en rust door het verwekken van gezamenlijke belangen van werkgevers en werknemers bij hoge prijzen, bij uitbuiting van de massa der verbruikers, dus ook der arbeiders." Deze citaten - te vinden in Collectief Geregeld. Uit de geschiedenis van de cao; redactie Luuk Brug en Harry Peer, 1993 - laten zien hoe ingeburgerd de cao tegenwoordig is.

Om een beeld te geven van de actuele discussie maken we ook gebruik van een aantal citaten, elk ingeleid door een vraag die een indruk geeft van de 'kantelende cao'.

Op losse schroeven

· Is de cao geschikt om in de toekomst veranderingen in de arbeidsorganisatie te realiseren?

Deze vraag stelt de hoogste baas Personeelszaken bij Philips, A. de Haas, in Het Financieele Dagblad van 2 maart 1998: "Een cao bepaalt de aantrekkingskracht van Philips op de arbeidsmarkt niet. Cao's zijn maar een klein onderdeel van het totaal aan materiële en immateriële zaken die bepalen of een werkgever voor een werknemer interessant is. De meeste van die elementen zijn veel belangrijker dan de cao. (...) Voor hoger opgeleiden zijn cao's toch iets van gisteren: wat heb ik daarmee te maken. (...) Cao's zijn het middel om nieuwe tijden te laten voelen of uit te stralen. Maar als de bonden niet mee kunnen of willen gaan met nieuwe veranderingen, dan kunnen andere vormen de arbeidsvoorwaarden gaan dicteren."

· Staat de traditionele cao op losse schroeven?

De voorzitter van de metaalwerkgevers, A. Kraaijeveld, beantwoordt deze vraag in de Volkskrant van 13 juni 1998 bevestigend en verwacht een 'cao à la carte', waarin individuele flexibiliteit en keuzes van werknemers de boventoon voeren: "In het cao-overleg wordt wel een loonsverhoging afgesproken, maar die geldt dan als gemiddelde per bedrijf. Afhankelijk van het functioneren van de werknemer kan de individuele loonsverhoging dan variëren van 0 procent tot een stuk boven het gemiddelde. (...) Werknemers kunnen in de cao à la carte hierin zelf keuzes maken. Sociale zekerheid wordt onderhandelbaar. Er komen individuele keuzes over wel of geen aanvulling op de wettelijke uitkering bij ziekte. Keuzes over een nabestaandenpensioen of een hoger eigen pensioen. De reorganisatie van de sociale zekerheid helpt enorm bij de invoering van die keuzes."

· Is het einde aangebroken van de bedrijfstak-cao?

"Ja, bij de banken zeker", zegt de voorzitter van de bij de MHP aangesloten Unie, J. Teeuwen, in De Telegraaf van 15 september 1998: "De bedrijfstak-cao valt sneller uit elkaar dan we denken, misschien dit jaar al. Dat komt door de verschillen in belangen tussen de grote en kleine banken, en de verschillende belangen tussen de grote banken onderling. De ABN Amro ontwikkelt zich bijvoorbeeld heel anders op internationaal vlak dan de Rabo. (...) Een centraal vastgesteld loonmaximum is niet meer geschikt in een tijd van decentralisatie. Het past niet meer bij het poldermodel."

Opnieuw beginnen

· Hoe praktisch is de cao nog, is het een onhandig dik boekwerk geworden?

"Zo kan het niet langer met de bouw-cao", klaagt de onderhandelaar van de werkgevers, F. van Hove, in de Volkskrant van 24 april 1999: "Het boek is te dik, te duur en te onpraktisch geworden door de eindeloze aanvullingseisen van de bonden. Het contract moet daarom op nieuwe leest geschoeid worden. Dat speelt ook in de zorg, bij de banken, de verzekeraars, de metaalindustrie. (...) De cao moet grondig worden verbouwd. Dit uniforme cao-boek is onhanteerbaar geworden. (...)Sectoren als de bouw zijn te divers geworden, met specialismen en verschillen tussen grote en kleine bedrijven. Nu moeten we de cao aanpassen om het goede, de sociale regelingen te behouden, èn bedrijven en werknemers meer keuzevrijheid te geven."

· Kunnen de bonden met hun cao's de concurrentie nog wel aan met commerciële adviesbureaus en verzekeraars?

K. Korevaar, bestuurder FNV Bondgenoten, twijfelt daaraan in de Volkskrant van 11 mei 1999: "De concurrentie voor vakbonden van verzekeraars wordt groter. Bovendien onderhandelen ondernemingsraden steeds vaker over arbeidsvoorwaarden. Adviesbureaus zijn daar onze concurrent in het bijstaan van de ondernemingsraden. Maar ook uitgeverijen die voorlichtingsmateriaal over arbeidsvoorwaarden verkopen, behoren daartoe. (...) Vooral in de jaren tachtig zijn de cao's gegroeid door reeksen van afspraken over werkgelegenheid, arbeidsduurverkorting, deeltijdwerk, scholing, allochtonenbeleid, arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid. Veel van deze afspraken hadden een grote symboolwaarde voor de politiek en voor de leden. Zo lieten we zien dat we een verantwoorde vakbeweging waren en het werkte daarnaast als verantwoording van loonmatiging. Maar het praktisch nut bleef vaak onder de maat. Werkgelegenheidsafspraken leiden bijvoorbeeld niet steeds tot meer werk. We moeten de cao nu opnieuw uitvinden."

Kernactiviteit

· Regelt de cao niet te veel en moeten de bonden zich gaan beperken tot arbeid, loon en arbeidsvoorwaarden?

Voor C. Inja, beleidsmedewerker van de FNV, lijkt dit in NRC Handelsblad van 27 augustus 1999 geen vraag meer: "Ik vind dat de collectieve arbeidsovereenkomst bij uitstek een instrument is om regelingen voor werknemers af te spreken. Het is arbeidsvoorwaardenbeleid. Het is voor de vakbeweging een heel essentieel en zwaar instrument. Daarmee kun je ontzettend veel bereiken. Maar dan moet je 't wel op de juiste manier inzetten. Ik ben bang dat als je de cao gebruikt om veel bredere maatschappelijke doelen te bereiken, je daarom op termijn de kracht van dat instrument ondermijnt. Het is nu al zo dat de naleving van de cao problemen oplevert. Als je die afspraken ook gaat maken voor niet-werkenden en ook over onderwerpen die buiten de directe arbeidsvoorwaarden van de werkenden zelf liggen, dan nemen de nalevingsproblemen navenant toe. (...) De terugkeer naar de kernactiviteiten wordt op termijn onvermijdelijk. (...) Ik zie de decentralisering en individualisering van arbeidsvoorwaarden eveneens doorgaan, tot de bonden op een gegeven moment een streep zullen trekken en zeggen: het gaat nu om onze eigen positie."

Redactie