nr. 93
nov 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Kantelende cao - commentaar op actuele verschuivingen

Bewegingen in een ongewenste richting

Eén van de belangrijkste bouwstenen van de Nederlandse arbeidsverhoudingen is de collectieve arbeidsovereenkomst. Deze geeft de werknemers zekerheid over hun rechtspositie, inkomen, arbeidsduur en allerlei andere arbeidsvoorwaarden. Aan de andere kant geeft het ook de werkgever zekerheid. Met name op het terrein van de arbeidsrust, maar tegelijkertijd als instrument tegen al te zware concurrentie. Met andere woorden: de cao is een belangrijk sociaal-economisch ordeningsinstrument. De 'core business' van de vakbeweging in haar belangenbehartigende taak. De 'challenge' van de werkgevers om die ordening goedkoop en flexibel te organiseren. Welnu, dat laatste lijkt te lukken.

Als voorbeeld van het succes van de werkgevers kan de trend naar bedrijfs-cao, cafetaria-cao, cao à la carte en onlangs de salami-cao in de slagerbranche genoemd worden. Een ontwikkeling met meer ruimte voor individuele arbeidsvoorwaarden en flexibiliteit, minder collectieve regelingen en meer invloed van de ondernemingsraad. Het lijkt er op dat de vakbeweging haar belangrijkste invloedsmiddel aan het uithollen is. Vergelijk het met de speelgoedfabrikant die een handleiding uitgeeft over hoe alternatief speelgoed van tweedehands spullen gemaakt kan worden.

In het vakbondsbeleid wordt deze ontwikkeling gelegitimeerd met de redenering dat steeds grotere groepen werkne(e)m(st)ers nu eenmaal niet meer passen in het traditionele beeld van hun voorgangers. Moderne werknemers zouden vandaag de dag een sterke behoefte hebben aan maatwerk en individualisering. Voor een aantal 'winners' zal dat waar zijn, voor vele anderen geldt dat beslist niet.

Drie verschuivingen

In de kerntaak van de vakbeweging tekenen zich verschuivingen af. Naar mijn mening taant de vakbondsinvloed, wordt in een richting geschoven die de werkgevers zeer welgevallig is en zijn de gevolgen voor de werknemers uiteindelijk negatief. Deze verschuivingen voltrekken zich op drie samenhangende niveaus.

In de eerste plaats is in de cao's een beweging te zien van bedrijfstak naar bedrijf. Een groot gevaar daarvan is dat de solidariteit in de sector verbroken wordt en tussen bedrijven in één sector arbeidsvoorwaardelijke verschillen optreden. En erger nog: als deze trend doorzet, kan het bijna niet anders dan dat de wet Algemeen Verbindend Verklaren zijn langste tijd heeft gehad. Terwijl juist die wet bescherming biedt aan werknemers in bedrijven waar de vakbond weinig ingang of invloed heeft.

In de tweede plaats houdt de komst van de flexibele cao een verschuiving in die individuele werknemers meerdere keuzemogelijkheden op de menukaart van de cao voorschotelt. De bonden dragen dit soort cao's een warm hart toe, omdat zo de mogelijkheid geboden wordt dat werknemers hun (belonings)pakket afstemmen op hun persoonlijke levenspatroon. Dit standpunt verdient echter een ernstige nuancering. De menukaart is beperkt, de gerechten zijn conjunctuurgevoelig en slechts een selectieve groep werknemers zal met een geslepen mes de werkgever tegemoet kunnen treden. Hoe dan ook, de werkgevers hebben een verdergaande flexibilisering binnen.

In de derde plaats is er een verschuiving gaande naar cao's met het karakter van een raamcontract. Meestal in overleg met de ondernemingsraad worden hierbij centraal afgesproken (raam)regelingen decentraal verder uitgewerkt. Voordat ik bij deze decentralisering wat langer stilsta, veroorloof ik me eerst een uitstapje.

Versmalling

Laten we, wat tegenwoordig heel gewoon is, de vakbeweging eens vergelijken met een organisatie in het bedrijfsleven.

Indien in een bedrijf het rendement op geïnvesteerd vermogen onvoldoende is of - in gewoon Nederlands - bij niet genoeg winst, is het tijd voor een kritische analyse van dat bedrijf. Externe en interne factoren worden in kaart gebracht. Behalve naar concurrentiepositie en marktaandeel, wordt vooral gekeken in hoeverre het bedrijf excelleert, waar het goed in is. Het gaat dan om de 'core business' (kerntaken) en de 'core competence' (daar waar je goed in bent). De juiste afstemming tussen deze twee fenomenen en de analyse van de omgevingsfactoren zijn in grote mate bepalend voor de marktpositie. Sterker nog: wanneer een bedrijf zijn 'core business' en 'core competence' verwaarloost, heeft dat nadrukkelijk invloed op de marktpositie en is de negatieve spiraal ingezet. Zonder drastische maatregelen is een faillissement onvermijdbaar.

Nu terug naar de vakbeweging. Zonder pleitbezorger te willen zijn van een vakbeweging die zich bindt aan de economische wetmatigheden van het kapitalisme, trek ik de metafoor toch even door.

Wanneer wij een beoordeling maken van de belangrijkste functies van de vakbeweging, zijn twee pijlers te onderscheiden: bestrijken van een breed maatschappelijk spectrum, de brede vakbeweging, en bewerkstelligen van een goede cao, de onderhandelaar. De brede vakbeweging komt op voor de 'zwakkeren' in de samenleving, maakt zich druk om het milieuvraagstuk en vormt een tegenmacht in het steeds verdergaande proces van de (mondiale) liberalisering. Hoewel sommige van deze brede thema's nog wel eens genoemd worden als speerpunten in de cao-onderhandelingen, lijkt de vakbeweging van deze 'kerntaak' afscheid te hebben genomen. Dat betekent dat de tweede pijler resteert, namelijk afsluiten van cao's, inmiddels de identiteit van de vakbeweging.

Wat we daar ook van vinden, de keuze is duidelijk. Ook als je er niet gelukkig mee bent, moet geconstateerd worden dat deze versmalling vooralsnog niet geleid heeft tot een enorme leegloop van leden. Mensen die hun bond een minder 'politieke' rol toebedelen, zullen op de vraag wat zij als kerntaak van de vakbeweging zien, waarschijnlijk antwoorden: 'zorgen voor een goede cao'. En juist in deze taak zien we verschuivingen die gerust een terugtrekkende beweging genoemd kunnen worden.

Gevaarlijk spel

Terugkomend op de decentralisering van het arbeidsvoorwaardenoverleg in de richting van de ondernemingsraad, spreken velen - en niet in de laatste plaats de or-leden zelf - van een zorgelijke ontwikkeling.

In een onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam in 1995 gaven or-leden om meerdere redenen aan waarom zij niet op deze extra taak zitten te wachten (Solidariteit nummer 70, november 1995). Naast het feit dat zij zich op dit terrein zelf onvoldoende deskundig ('core competence') vinden, melden zij tevens dat het niet tot hun kerntaak ('core business') behoort. Het ontbreken van machtsmiddelen en de betrokkenheid bij het bedrijf maken de ondernemingsraad veel te kwetsbaar om op te treden als onderhandelingspartner. Daar komt nog bij dat de ondernemingsraad op dit moment in vele sectoren nauwelijks of niet functioneert. Uit recent onderzoek, 1997 en 1998, blijkt dat ruim 30 procent van de ondernemingsraden te maken heeft met vacatures. In de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening ligt dit zelfs boven de 40 procent, in de bouw op 36 en de industrie 23 procent. Kortom, wanneer de vakbeweging terrein prijsgeeft aan de ondernemingsraad, lijkt dat een zeer risicovolle verschuiving.

De hiervoor geschetste ontwikkeling is werkelijk zorgwekkend. We zien een vakbeweging die individualisering en flexibilisering bevordert, de deur openzet voor ondernemingsraden en werkgevers de ruimte geeft de arbeidsvoorwaarden meer en meer naar hun hand te zetten. De stelling van collectieve machtsvorming wordt verlaten. Terwijl juist dat wat collectief geregeld wordt, de machtsbasis vormt van de vakbeweging. Dit zal niet het faillissement van de vakbeweging betekenen, wel een verdere ontplooiing van het zaakwaarnemerschap. Of leden massaal zullen besluiten hun heil op de markt van de verzekeraars te zoeken, weet ik niet. De binding aan hun bond zal minimaal verzakelijken en pragmatisch worden. Ze zullen zich begeven op de markt van risicodekkende producten, waaronder vakbondsproducten.

Een bedrijf dat zijn 'core business' dreigt te verlaten en zijn 'core competence' loslaat, speelt gevaarlijk spel met zijn toekomst. Ondernemers weten dat, van vakbondsleiders ben ik daar niet zo zeker van.

Lex Wobma