nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Verborgen of vergeten geschiedenis - levende statistiek

Werkliedenverenigingen in beeld

1894. In dat jaar zijn er in Nederland meer dan duizend verenigingen van werklieden. Ze zijn voor het eerst geregistreerd door de Centrale Commissie voor Statistiek. Met de industrialisering en modernisering van ons land krijgt de overheid behoefte aan kennis, overzicht en inzicht in wat zich op een aantal terreinen van het maatschappelijk leven afspeelt. Zo ook ten aanzien van de omvangrijke, sterk groeiende en zich steeds krachtiger manifesterende arbeidersbeweging, in al haar diversiteit.

De eerste statistiek onderscheidt vijf groepen verenigingen.

1. Algemene verenigingen. Zoals het liberale Algemene Nederlandse Werkliedenverbond (ANWV), het Nederlands Werkliedenverbond Patrimonium, de Nederlandse Rooms-katholieke Volksbond, de Sociaal-Democratische Bond (SDB) en de afdelingen van deze organisaties.

2. Vakverenigingen. Zowel zelfstandige, plaatselijke vakverenigingen, waarvan er destijds veel waren, als landelijke bonden. Te denken valt aan bekende bonden als de Algemene Nederlandse Typografenbond en de Algemene Meubelmakersbond en de daarbij aangesloten afdelingen.

3. Coöperatieve werkliedenverenigingen. Door middel van verbruiks-, bouw-, crediet- en productieve verenigingen versterkten arbeiders hun sociaal-economische positie, beter gezegd streefden ze naar lotsverbetering.

4. Verenigingen tot onderling hulpbetoon en verzekering.

5. Verenigingen tot nut en vermaak.

Hulp lenigt den Nood

Laten we eens wat verenigingen in beeld brengen. Om te beginnen de Schilders- en Behangersvereeniging "Hulp lenigt den Nood" uit Haarlem.

We beschikken over precieze gegevens van deze vakvereniging. Zij werd opgericht op 27 januari 1883. Ruim vijf jaar later werd zij goedgekeurd bij Koninklijk besluit. Daarmee kreeg de bond een echte formele status. De toegekende wettelijke basis werd door de arbeiders als een erkenning gezien van de gerechtvaardigde zaak waarvoor zij zich inzetten.

Het doel van deze vereniging was het bevorderen en onderhouden van eendracht en verbroedering in het vriendschappelijk verkeer; door alle gepaste en wettige middelen, zowel de zedelijke als de stoffelijke welvaart van de leden te bevorderen. In vergelijkbare termen zijn de doelstellingen van vele andere verenigingen in deze statistiek geformuleerd.

Als middelen om het doel te bereiken, worden genoemd het verstrekken van een uitkering bij ziekte of ongeval. Als tweede het verlenen van een uitkering bij overlijden van zoveel maal tien cent als de vereniging leden telt. Wanneer de kas het toelaat, wordt er eens in het jaar een feestelijke bijeenkomst gehouden. Dit laatste middel kom je overigens vooral bij de werkliedenverenigingen in het bourgondische, katholieke zuiden tegen.

Nu we toch het geografische aspect aanstippen, het merendeel van de vakverenigingen bevond zich in de provincies Zuid- en Noord-Holland. En in deze provincies zijn de georganiseerde werklieden sterk geconcentreerd in de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en 's-Gravenhage. Tegenwoordig vragen werknemers zich wel eens af wat de zin is van het lidmaatschap van een vakbond. Destijds was dat duidelijk. Zeker bij ziekte. Na zes maanden lidmaatschap van de bond kreeg je vier gulden per week uitgekeerd, na twee jaar vijf en na vijf jaar zes gulden per week.

De bond telde 130 leden. Je mocht toetreden als je tussen de 18 en 45 jaar oud was, in één van de beide vakken werkzaam was bij een patroon of voor jezelf werkte. Dat laatste lijkt verrassend veel op de ZZP-er, de zelfstandige-zonder- personeel die zich nu bij de FNV kan aansluiten. Dit moderne fenomeen op de arbeidsmarkt heeft dus al een lange traditie in de vakbeweging. Om lid van de bond te kunnen worden, moest je van goed gedrag zijn en een gezond gestel hebben. De contributie bedroeg tien cent per week.

Het hoge noorden

Laten we eens in het hoge noorden gaan kijken. We nemen de gemeente Barradeel. Daar was in het plaatsje Minnertsga een afdeling gevestigd van Patrimonium; opgericht op 15 mei 1890. In 1894 had de afdeling 58 leden. Allen mannen boven de 18 jaar en belijders van de Christus in Protestantse zin. Of ze contributie betaalden is onduidelijk, want die was vrijwillig. Het werd op prijs gesteld als je 25 cent per jaar betaalde. Dat was gewoonlijk ook het geval. De afdeling had tien gulden op de spaarbank.

Het doel van de afdeling van de protestants-christelijke vakorganisatie was het bevorderen van de stoffelijke en geestelijke belangen van haar leden. Dat klinkt herkenbaar.

Van het middel om dat doel te bereiken kijken we wel erg op. Dat was het verschaffen van zo goedkoop mogelijke winteraardappelen aan behoeftige leden.

In Barradeel was ook een afdeling gevestigd van de Sociaal-Democratische Bond, en wel in het gehucht Wijnaldum. Deze afdeling dateert van 1 april 1893.

Haar doel was recht en brood voor allen. En de middelen om dat doel te bereiken? Als eerste: onderwijs. Als tweede: openbare, huishoudelijke en cursusvergaderingen tot onderricht in de Socialistische leer.

De afdeling had 22 leden. Bij de socialisten konden zich niet alleen mannen, maar ook vrouwen boven de 18 jaar aansluiten. De mensen in die streek moeten arm zijn geweest, ook bij de SDB was de contributie onbepaald. Dan is het goed om je leed niet te verdrinken. Bij de SDB bestreed men dan ook krachtig het gebruik van sterke drank.

Vervolgens Joure in de gemeente Haskerland. Achter het middel tot verbetering van het lot van de werkers, zoals geformuleerd door de afdeling van Patrimonium, gaat een wereld schuil. Een kas voor stille armoede ...

Tot slot de afdeling van de SDB te Gorredijk. Haar doel was het bevorderen van het geluk en de welvaart van de arbeiders. Te realiseren door een bibliotheek.

Katholieke criteria

De rooms-katholieke werkliedenvereniging "St. Joseph" in Deventer heeft een afdeling Houtbewerkersvereniging eveneens "St. Joseph" geheten. Deze is opgericht op 6 september 1891 en telt ongeveer 200 leden.

Het doel van deze georganiseerde houtbewerkers is door aaneensluiting en gemeenschappelijk gezellig verkeer elkanders godsdienstige en maatschappelijke belangen te bevorderen en zich te vrijwaren tegen anti-christelijke socialistische invloeden.

Er worden zes middelen opgesomd om dat doel te bereiken. Een fonds tot ondersteuning van behoeftige en zieke leden. Tevens is er een begrafenisfonds. De overleden arbeider heeft recht op een goede tocht naar de hemel. Een deputatie van "St. Joseph", bestaande uit twaalf leden, zal een overleden lid grafwaarts leiden. Middelen van een ander karakter zijn bevordering van schoolbezoek, bijeenkomsten op zon- en feestdagen, voordrachten en verschaffen van lectuur. Het socialisme, maar ook andere maatschappelijke of levensbeschouwelijke overtuigingen werden geweerd. Daar werd bij de toetreding tot de vereniging scherp opgelet. Alleen rooms-katholieke werklieden, bedienden enzovoort ouder dan 18 jaar, godsdienstig en zedelijk van onbesproken gedrag, konden zich aansluiten. Je moest de Heilige Mis bijwonen, 's zondags rusten en je kinderen naar de rooms-katholieke bijzondere school sturen. Je mocht geen lid zijn van verenigingen of vergaderingen bijwonen of geschriften lezen die gevaar voor geloof en zeden opleverden.

De inbreuk op het privé-leven ging nog verder. Het zal de oudere katholieke lezer nog vertrouwd in de oren klinken dat je als katholiek vanzelfsprekend niet een ongeoorloofde verkering mocht aangaan. Ik herinner me het gezegde nog: 'twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen'. Op een ander aspect was de selectie soepel, ook bazen met niet meer dan één knecht onder de 18 jaar konden lid worden.

Vrouwen

Als laatste in deze reeks. De Werkliedenvrouwenvereniging "de Onderlinge Hulp". Zij dateert van 1 november 1890.

Het doel was om haar leden meer tot elkaar te brengen in vriendschappelijk omgang. Door bespreking van zaken op de toestanden van de vrouwen betrekking hebbende, meer algemene kennis en ontwikkeling te verspreiden, de kennis te verrijken en de algemene beschaving bevorderlijk te zijn. Bij voorkomende ziekten of rampen elkaar zedelijk en stoffelijk te steunen en alles aan te wenden wat tot zedelijke verheffing van de vrouw nuttig en zedelijk wordt geacht. Een vrouwenorganisatie, feministisch en proletarisch. Maar niet socialistisch, alleen vrouwen of aanstaanden van leden van de afdeling Rotterdam van het liberale Algemeen Nederlands Werkliedenverbond konden zich aansluiten.

Harry Peer